RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/661524-15 (P) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 16 oktober
- in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1983] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober
- De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. M.H.H. Meulenmeesters, advocaat te Utrecht. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1: medeplichtig is geweest aan hennepteelt door aan onbekend gebleven personen het pand aan de [adres] te [woonplaats] ter beschikking te stellen; Feit 2: medeplichtig is geweest aan diefstal van elektriciteit door aan onbekend gebleven personen het pand aan de [adres] te [woonplaats] open te stellen en hen in de gelegenheid te stellen de verzegeling van de hoofdaansluitkast te verbreken en verwijderen, de deksel van de hoofdaansluitkast te verwijderen en een illegale aansluiting aan te brengen zodat de elektriciteit/stroom niet werd bemeten; Feit 3: medeplichtig is geweest aan hennepteelt door aan onbekend gebleven personen het pand aan de [adres] te [woonplaats] ter beschikking te stellen; Feit 4: medeplichtig is geweest aan diefstal van elektriciteit door aan onbekend gebleven personen het pand aan de [adres] te [woonplaats] open te stellen en hen in de gelegenheid te stellen een hoofdzekering te installeren, hoofdzekeringen bij te plaatsen en een illegale aansluiting bij te plaatsen, zodat de elektriciteit/stroom niet werd bemeten. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie acht de feiten 1 tot en met 4 zoals ten laste gelegd wettig en overtuigend bewezen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 1 tot en met 4 niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden en dat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De verdediging heeft ten aanzien van feit 3 aangevoerd dat verdachte weliswaar wist dat haar echtgenoot een hennepkwekerij op de zolder van hun woning had geplaatst, maar dat uit deze enkele wetenschap geen actief faciliterende rol kan worden vastgesteld. Er is ook geen sprake van passieve medeplichtigheid, omdat er voor haar geen wettelijke plicht bestond om in te grijpen. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Vrijspraken Feiten 1 en 2 De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid bij het houden van een hennepkwekerij in het pand aan de [adres] te [woonplaats] en de diefstal van elektriciteit op dat adres. Verdachte ontkent te hebben geweten dat er een hennepkwekerij in dit pand was gevestigd en daarmee dat er sprake was van diefstal van elektriciteit. Uit de bewijsmiddelen blijkt ook voor het overige niet dat verdachte hiervan op de hoogte was. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het ten laste gelegde onder feiten 1 en
- Feit 4 De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde onder feit 4, medeplichtigheid aan de diefstal van elektriciteit op het adres [adres] te [woonplaats] . Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat verdachte op de hoogte was, of had moeten zijn, van het feit dat de elektriciteit op dit adres buiten de meter om werd afgenomen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het ten laste gelegde onder feit
- 4.3.2 Feiten en omstandigheden De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. Verbalisant [verbalisant] heeft – zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd: Op 26 augustus 2014 werd de woning aan de [adres] te [woonplaats] binnengetreden. Het bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij met planten aanwezig was. In totaal stonden er 288 hennepplanten. Ik, verbalisant, constateerde, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen planten hennepplanten betroffen. De bovenstaande hennep is vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet. Verdachte heeft – zakelijk weergegeven – het volgende verklaard: Mijn man [A] heeft mij verteld dat hij een hennepkwekerij op de [straatnaam] wilde beginnen. Ik wist dat de hennepkwekerij in de woning stond. Hij had mij beloofd om de kwekerij na de eerste oogst op te ruimen. 4.3.3 Bewijsoverweging De rechtbank is, in tegenstelling tot hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht, wel van oordeel dat verdachte medeplichtig is geweest aan het houden van de hennepkwekerij op het adres [adres] te [woonplaats] . De echtgenoot van verdachte heeft een hennepkwekerij op de zolder van hun woning geplaatst en verdachte wist hiervan. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat zij het hier weliswaar niet mee eens was, maar dat zij niet heeft ingegrepen. De echtgenoot van verdachte had aan verdachte beloofd de kwekerij na de eerste oogst op te ruimen. Daarmee heeft verdachte ingestemd met het feit dat de hennepkwekerij zich in haar woning bevond en is zij medeplichtig hieraan door haar woning voor de hennepteelt ter beschikking te stellen. De rechtbank acht het onder feit 3 ten laste gelegde daarmee wettig en overtuigend bewezen. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek
- genoemde bewijsmiddelen bewezen dat Feit 3: een of meer onbekend gebleven personen op 26 augustus 2014 te [woonplaats] , met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld in een pand aan de [adres] een hoeveelheid van in totaal ongeveer 288 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 26 augustus 2014 te [woonplaats] , opzettelijk gelegenheid, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 6De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als Feit 3: medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.
- De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 tot en met 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 100 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de werkstraf niet naar behoren (heeft) verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 dagen. 8.
- Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft, voor het geval de rechtbank tot een strafoplegging komt, verzocht te volstaan met een geheel voorwaardelijke werkstraf, gelet op de geringe rol van verdachte bij het ten laste gelegde. 8.
- Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid bij het kweken van hennepplanten in haar woning. In totaal ging het om 288 hennepplanten. Het is een feit van algemene bekendheid dat het kweken van een softdrug als hennep een strafbaar feit is dat overlast veroorzaakt en schade voor de maatschappij oplevert. Softdrugs zijn immers stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. De rechtbank neemt in het voordeel van verdachte mee dat zij niet eerder is veroordeeld. De rechtbank is van oordeel dat aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd, gelet op het feit dat de rechtbank, in tegenstelling tot de officier van justitie, tot vrijspraak komt voor de feiten 1, 2 en
- De rechtbank acht een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis passend en geboden. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 48 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 10Beslissing De rechtbank: Vrijspraak Verklaart het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Bewezenverklaring Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: Feit 3: medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. Strafbaarheid Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte daarvoor strafbaar. Strafoplegging Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 40 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 20 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. A.G Bakker, voorzitter, mrs. H.A. Gerritse en R.B. Eigeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Elk, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 oktober
- BIJLAGE : De tenlastelegging Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat
- een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 26 augustus 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [adres] ) (in totaal) ongeveer 398 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 26 augustus 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen; art 3 ahf/ond B Opiumwet art 3 ahf/ond C Opiumwet art 11 lid 2 Opiumwet art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht
- een of meer onbekend gebleven personen op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 februari 2014 tot en met 26 augustus 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een pand gelegen aan de [adres] te Utrecht heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid electriciteit/stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stedin Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan die een of meer onbekend gebleven personen en / of zijn mededader(s) en / of aan verdachte, waarbij die een of meer onbekend gebleven personen en / of zijn mededader(s) zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 februari 2014 tot en met 26 augustus 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, en / of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en / of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door aan die onbekend gebleven personen en/of zijn mededader(s) voornoemd pand aan de [straatnaam] te Utrecht open te stellen en hen in de gelegenheid te stellen - de verzegeling van de hoofdaansluitkast te verbreken en/of te verwijderen en/of - de deksel van de hoofdaansluitkast te verwijderen en/of - een illegale aansluiting aan te brengen, zodat de electriciteit/stroom niet werd bemeten; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht
- een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 26 augustus 2014 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 288 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 26 augustus 2014 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen; art 3 ahf/ond B Opiumwet art 3 ahf/ond C Opiumwet art 11 lid 2 Opiumwet art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht
- een of meer onbekend gebleven personen op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 april 2014 tot en met 26 augustus 2014 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een pand gelegen aan de [adres] te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid electriciteit/stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stedin Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan die een of meer onbekend gebleven personen en / of zijn mededader(s) en / of aan verdachte, waarbij die een of meer onbekend gebleven personen en / of zijn mededader(s) zich telkens de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 april 2014 tot en met 26 augustus 2014 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in elk geval in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en / of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door aan die onbekend gebleven personen en/of zijn mededader(s) voornoemd pand aan de [straatnaam] open te stellen en hen in de gelegenheid te stellen - een hoofdzekering te installeren en/of - hoofdzekeringen bij te plaatsen en/of - een illegale aansluiting bij te plaatsen, zodat de electriciteit/stroom niet werd bemeten; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier met nummer PL 0900-2014276422 Z bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, d.d. 27 augustus 2014, p.
- Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, d.d. 27 augustus 2014, p.
- De verklaring van verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 2 oktober 2015.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.