vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/369904 / HA ZA 14-426 Vonnis van 14 januari 2015 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ANDES INVESTMENTS B.V., gevestigd te Soest, eiseres, advocaat: mr. M.C. Franken-Schoemaker te Houten, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NOBAS B.V., gevestigd te Baarn, gedaagde, advocaat: mr. M. van den Berg te Eindhoven. Partijen zullen hierna Andes en Nobas genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding; de conclusie van antwoord; de conclusie van repliek; de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Andes is een vennootschap die in 2010 is opgericht door de heer [A]. De vennootschap is een zogenoemde management-B.V. [A] houdt honderd procent van de aandelen in Andes. 2.2. De heren [B] en [C] hebben in 2009 de vennootschap Nobas opgericht. Nobas opereert als investeringsvehikel en heeft een vijftal deelnemingen in bedrijven. 2.3. Polycomp B.V. is een vennootschap die zich bezig houdt met de productie van rubbermengsels die gebruikt worden voor het produceren van rubbercomponenten. De aandelen Polycomp B.V. werden tot en met 30 november 2010 (indirect door middel van de vennootschap Polycomp Beheer B.V.) gehouden door de heren [D] en [E]. 2.4. [A] heeft samen met zijn voormalig collega Wakker de vennootschap Wabos B.V. (hierna: Wabos) opgericht. Beiden hielden (indirect via hun persoonlijke vennootschappen Andes en JEPEWE) vijftig procent van de aandelen in Wabos. 2.5. In 2010 zijn de aandelen Polycomp B.V. gekocht door Polycomp Holding B.V. (hierna: Polycomp Holding). De aandelen Polycomp Holding werden op dat moment gehouden door Wabos (eenderde van de gewone aandelen) en Nobas (tweederde van de gewone aandelen en tien cumulatief preferente). 2.6. Wabos, Andes, JEPEWE, Nobas en Polycomp Holding hebben op of omstreeks 12 december 2012 een overeenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten. Op grond van deze overeenkomst heeft Wabos in een reeks van transacties de door haar gehouden aandelen in Polycomp Holding (eenderde van het totaal) voor de helft verkocht en geleverd aan haar aandeelhouder Andes en voor de andere helft aan haar aandeelhouder JEPEWE. Vervolgens zijn de aandelen Polycomp Holding die Andes verkreeg, door haar verkocht en geleverd aan Nobas. Andes hield hierna geen aandelen meer in Polycomp Holding, JEPEWE 16,67% en Nobas 83,33%. Tegen de achtergrond van deze transacties hebben onder andere Andes en Nobas een overeenkomst gesloten met betrekking tot de “Claim Polycomp Beheer”. Deze claim – waarover ook in de hierna te citeren overeenkomst wordt gesproken – is een claim van Polycomp Holding op Polycomp Beheer (hierna: de claim). De claim had betrekking op de overname van Polycomp B.V. en zag op de boekwaarde van de voorraad per 31 december 2011 en schade aan een pand. De inhoud van de overeenkomst luidt – voor zover relevant – als volgt: “(…) Artikel 7 Claim Polycomp Beheer 7.1 Nobas is aan Andes Investments een additionele vergoeding (hierna te noemen: de Additionele vergoeding”) verschuldigd indien en per het moment dat de Vennootschap (Polycomp Holding B.V.; rechtbank) een bedrag ontvangt van Polycomp Beheer uit hoofde van de Claim Polycomp Beheer. In het geval de Vennootschap meerdere bedragen uit hoofde van de Claim Polycomp Beheer ontvangt, geldt dat Nobas aan Andes Investments bij ontvangst van ieder bedrag een Additionele vergoeding verschuldigd is. 7.2 De Additionele vergoeding is opeisbaar op het moment dat de Vennootschap feitelijk een bedrag ontvangt van Polycomp Beheer – al dan niet op de bankrekening – ofwel op het moment dat de Vennootschap en Polycomp Beheer overeenkomen dat een bedrag door Polycomp Beheer in mindering zal worden gebracht op de schuld van de Vennootschap aan Polycomp Beheer. (…) 7.4 Betaling van de Additionele vergoeding dient plaats te vinden door bijschrijving daarvan op het rekeningnummer van Andes Investments binnen 10 werkdagen na het in artikel 7.1 van de Overeenkomst genoemde moment van opeisbaarheid (fatale termijn), bij gebreke waarvan Nobas in verzuim is en Nobas een direct opeisbare en niet voor verrekening vatbare boete verschuldigd is aan Andes Investments van EUR 5.000,- (vijfduizend euro) voor iedere dag dat Nobas in gebreke blijft met de nakoming van haar betalingsverplichting, onverminderd het recht van Andes Investments nakoming en vergoeding van haar schade te vorderen van Nobas. 7.5 Nobas garandeert jegens Andes Investments dat Nobas – als bestuurder- grootaandeelhouder van de Vennootschap – en Andes Investments zal Nobas daarbij niets in de weg leggen. al het mogelijke zal ondernemen om er voor te zorgen dat de Vennootschap haar vordering uit hoofde van de Claim Polycomp Beheer alsmede de in dat verband geleden vertragingsschade en alle in dat verband gemaakte kosten vergoed krijgt van Polycomp Beheer. 7.6 Nobas is verplicht Andes Investments terstond bij iedere ontwikkeling terzake de Claim Polycomp Beheer schriftelijk te informeren en Andes Investments afschriften te sturen van alle in dat kader gevoerde correspondentie, alsook gespreksverslagen en processtukken. Nobas is voorts verplicht Andes Investments per omgaand schriftelijk te informeren indien er sprake is van een omstandigheid, waarvan zij weet of moet weten, dat deze van invloed is op de nakoming van de onderhavige bepaling, waaronder in ieder geval begrepen de situatie dat de Additionele vergoeding opeisbaar wordt Andes Investment heeft te allen tijde het recht op inzage in de administratie van de Vennootschap teneinde de nakoming van Nobas van de verplichting als opgenomen in dit artikel te controleren.. In het geval uit de administratie blijkt dat Nobas haar verplichting om Andes Investments correct en tijdig te informeren niet heeft nageleefd, is Nobas een direct opeisbare en niet voor verrekening vatbare boete verschuldigd is aan Andes Investments van EUR 50.000,- (vijftigduizend euro) voor iedere overtreding, onverminderd het recht van Andes Investments nakoming en vergoeding van haar schade te vorderen van Nobas. (…)” 2.7. Nobas schreef op 23 december 2013 – voor zover van belang – het volgende aan Andes: “(…) Bijgaand treft u de afrekening aan van de claim zoals overeenkomen. Het totaal bedrag van de voorraad afwaardering x 5 + kosten reparatie van het pand bedraagt € 100.035, zoals dit in mindering is gebracht op de terugbetaling van de lening aan Polycomp Beheer. Zie bijgaande e-mail wisseling in bijlage. Er zijn geen juridische invorderingskosten gemaakt en daarom blijft er een bedrag over van: Claim € 100.035 Afgesproken verhaalskosten € -10.000 Netto claim € 90.035 Gedeelte voor Andes Investments 1/3 Bedrag toekomend aan Andes Investments € 30.012 (…)” 2.8. Op 6 januari 2014 heeft Nobas een bedrag van € 30.012,00 aan Andes voldaan. Dit bedrag wordt door partijen aangeduid als de additionele vergoeding. 2.9. Nobas heeft op 30 januari 2014 een bedrag van € 2.652,52 aan Andes voldaan ter vergoeding van rente. 2.10. Op 19 februari 2014 heeft Nobas een bedrag van € 10.000,00 aan Andes betaald. 3Het geschil 3.1. Andes vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van Nobas tot betaling van: I. € 390.000,00, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 18 februari 2014, althans vanaf 9 mei 2014, tot aan de dag der algehele voldoening; II. € 3.725,00, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 9 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening; III. de kosten van het geding, daaronder de beslagkosten begrepen, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met wettelijke rente over de (na)kosten vanaf de bedoelde termijn. 3.2. Nobas voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Nobas verzet zich tegen uitvoerbaar bij voorraadverklaring van een toewijzend vonnis. Nobas vordert veroordeling van Andes in de proceskosten, wettelijke rente over deze kosten vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis en nakosten en wettelijke rente over deze nakosten vanaf veertien dagen na betekening, tot de dag der algehele voldoening. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling Boete vanwege (vermeend) niet-tijdige betaling additionele vergoeding 4.1. Tussen partijen is allereerst in geschil of Nobas een boete van € 5.000,00 per dag heeft verbeurd vanwege de volgens Andes niet-tijdige betaling van de additionele vergoeding van € 30.012,00. Tussen partijen staat vast dat Nobas de verschuldigde additionele vergoeding op 6 januari 2014 aan Andes heeft betaald. Ook staat vast dat deze betaling niet binnen tien werkdagen is geschied nadat Polycomp Holding en Polycomp Beheer zijn overeengekomen dat een bedrag door Polycomp Beheer in mindering zou worden gebracht op de schuld van Polycomp Holding aan Polycomp Beheer. Daarmee staat tevens vast dat Nobas een boete aan Andes verschuldigd is vanwege niet-tijdige betaling. Het betoog van Nobas dat zij in het geheel geen boete heeft verbeurd dient op grond van het voorgaande te worden verworpen. Wel dient beoordeeld te worden welk bedrag Nobas aan boetes heeft verbeurd en vervolgens of het beroep van Nobas op matiging slaagt. 4.2. Aan haar vordering tot betaling van € 290.000,00 aan verbeurde boetes legt Andes ten grondslag dat Nobas de additionele vergoeding zestig dagen te laat heeft betaald. De boete voor niet-tijdige betaling bedraagt op grond van de overeenkomst € 5.000,00 per dag, waardoor Nobas volgens Andes een boete van in totaal € 300.000,00 verschuldigd is. Andes stelt dat op 24 oktober 2013 een bedrag van eenderde van € 85.000,00 opeisbaar was en dat de additionele vergoeding als gevolg daarvan binnen tien werkdagen daarna betaald diende te worden op grond van de artikelen 7.1, 7.2 en 7.4 van de overeenkomst. Omdat Nobas niet uiterlijk op 6 november 2013, maar op 6 januari 2014 betaalde, dient Nobas volgens Andes een boete te betalen van zestig maal € 5.000,00, minus het reeds door Nobas betaalde bedrag van € 10.000,00. Voor het geval de rechtbank de stellingen van Nobas zou volgen waar deze laatste stelt dat verrekening heeft plaatsgevonden op 11 december 2013 en als gevolg daarvan uiterlijk op 25 december 2013 betaald diende te worden, vordert Andes een bedrag van € 60.000,00 omdat Nobas in dat geval twaalf dagen te laat heeft betaald. 4.3. Nobas betwist dat de additionele vergoeding op 24 oktober 2013 opeisbaar was. Ter onderbouwing van deze stelling voert zij – samengevat – aan dat eerst op 11 december 2013 een berekening is gemaakt van de op grond van de achtergestelde lening door Polycomp Holding aan Polycomp Beheer verschuldigde rente, waarna verrekening heeft plaatsgevonden van de claim met de achtergestelde lening. Van verrekening voorafgaand aan 11 december 2013 is volgens Nobas geen sprake. Op 24 oktober 2013 heeft Polycomp Beheer zich akkoord verklaard met een voorstel van Polycomp Holding om de hoogte van de claim te stellen op € 100.035,00, maar bij die akkoordverklaring is niet gesproken over de wijze waarop betaald zou worden. In november en december 2013 is onderhandeld over de betaalwijze en de datum waarop betaald zou worden. Nadat Nobas extra financiering ter beschikking heeft gesteld aan Polycomp Holding, de bank met de betaalwijze heeft ingestemd en een en ander op 11 december 2013 is afgewikkeld, heeft betaling plaatsgevonden door verrekening en is de vordering van Andes eerst per die laatste datum opeisbaar geworden. 4.4. Andes kan niet worden gevolgd in haar betoog dat de additionele vergoeding op 24 oktober 2014 opeisbaar was. Vaststelling van de hoogte van de claim brengt, anders dan Andes lijkt te stellen, niet mee dat de aan die claim gerelateerde additionele vergoeding opeisbaar werd. Opeisbaarheid was, zo volgt uit de overeenkomst waarop Andes zich beroept, afhankelijk van ontvangst van een bedrag door Polycomp Holding van Polycomp Beheer of van het moment dat Polycomp Holding en Polycomp Beheer zouden zijn overeengekomen dat een bedrag door Polycomp Beheer in mindering zou worden gebracht op de schuld van Polycomp Holding aan Polycomp Beheer. 4.5. Gesteld noch gebleken is dat Polycomp Holding een bedrag heeft ontvangen van Polycomp Beheer, zodat aan deze voorwaarde voor opeisbaarheid voorbij kan worden gegaan. Daarmee resteert de vraag of en zo ja wanneer, Polycomp Holding en Polycomp Beheer zijn overeengekomen dat een bedrag door Polycomp Beheer in mindering zou worden gebracht op de schuld van Polycomp Holding aan Polycomp Beheer. 4.6. Uit de door Andes overgelegde jaarrekening van Polycomp Holding over het jaar 2012 valt zonder toelichting, die Andes niet heeft gegeven, niet op te maken dat Polycomp Holding en Polycomp Beheer zijn overeengekomen dat een bedrag door Polycomp Beheer in mindering zou worden gebracht op de schuld van Polycomp Holding aan Polycomp Beheer. De enkele vermelding van een afwaardering in de jaarrekening is onvoldoende om een dergelijke overeenkomst tussen Polycomp Holding en Polycomp Beheer vast te kunnen stellen. Dit is van belang omdat de afwaardering van € 85.000,00 een boekhoudkundige oorzaak kan hebben, zoals Nobas in dit verband ook stelt. Polycomp Beheer staat volgens Nobas geheel buiten de boekhoudkundige verwerking door Polycomp Holding van een principeakkoord omtrent de claim. Dit principeakkoord had volgens Nobas niets van doen met een betaling door Polycomp Beheer, verrekening van de schuld van Polycomp Holding met de claim of met een andere rechtshandeling die zou leiden tot aanspraak op de additionele vergoeding. Bezien in dit licht zijn de stellingen van Andes onvoldoende van onderbouwing voorzien om vast te kunnen stellen dat de wijze van betaling van de claim reeds in december 2012 vaststond en de additionele vergoeding reeds toen opeisbaar was. 4.7. Waar het de periode na december 2012 betreft wordt het volgende overwogen. Nobas heeft voldoende gemotiveerd weersproken dat vóór 11 december 2013 een vermindering van de schuld van Polycomp Beheer aan Polycomp Holding heeft plaatsgevonden door verrekening of betaling van een bedrag van € 85.000,00. Uit de door Nobas overgelegde (e-mail)correspondentie en de toelichting daarop blijkt kort gezegd dat Polycomp Holding, Polycomp Beheer en Nobas tot en met oktober 2013 spraken over de hoogte van de claim en de wijze waarop deze zou worden voldaan. De hoogte van de claim was, zo staat tussen partijen vast, afhankelijk van de prijs waartegen oude voorraden van Polycomp Beheer zouden worden verkocht, waarna de verkoopopbrengst in mindering zou strekken van de claim. Deze verkoop van voorraden heeft enige tijd gevergd, zo blijkt uit hetgeen Nobas onweersproken aanvoert. Andes weerspreekt verder niet de in dit verband door Nobas betrokken stelling dat eerst op 24 oktober 2013 overeenstemming is bereikt over de waardering van voorraden en (de invloed daarvan
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.