← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2015:9168

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht Locatie Utrecht zaaknummer: C/16/15/678 F Vonnis op grond van artikel 1 Fw (verzoek tot faillietverklaring) d.d. 15 september 2015 in de zaak van de naamloze vennootschap BNP PARIBAS LEASING SOLUTIONS N.V. gevestigd te ‘s-Hertogenbosch, verzoekster, advocaat mr. R. Arnoldus, tegen de besloten vennootschap Dynamicals B.V. in liquidatie, statutair gevestigd te Utrecht, verweerster. 1De procedure 1.

  1. Verzoekster heeft een verzoekschrift tot faillietverklaring van verweerster op 24 augustus 2015 bij de rechtbank ingediend. 1.
  2. Het verzoekschrift is behandeld tijdens een zitting van deze rechtbank achter gesloten deuren van 15 september
  3. Namens verzoekster is mr. [A] verschenen. Namens verweerster zijn de heer [B] , bestuurder en vereffenaar van verweerster, en mr. [C] , juridisch adviseur, verschenen. 2Het verzoek en het verweer 2.1 Verzoekster stelt zich op het standpunt dat zij een geldbedrag van € 15.419,45 van verweerster te vorderen heeft. Verweerster is bij vonnis van 1 juli 2015 veroordeeld tot betaling aan verzoekster van dit bedrag. Daarnaast laat verweerster vorderingen van Capital Talent Holding B.V. (€ 375.000,00) en de Belastingdienst (€ 2.500,00) onbetaald, en blijkt uit de door de vereffenaar van verweerster afgelegde rekening en verantwoording dat er sprake is van een crediteurensaldo van € 76.000,
  4. Verweerster verkeert thans in liquidatie. Verweerster bevindt zich derhalve in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen, aldus – samengevat - verzoekster. 2.
  5. Ter zitting is namens verweerster aangevoerd dat zij niet verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Er is geen sprake van pluraliteit van schuldeisers, nu de steunvordering van Capital Talent Holding B.V. een intercompanyvordering betreft van het concern waarvan verweerster deel uitmaakt. Bovendien heeft verweerster geen baten, dus heeft verzoekster geen belang bij het faillissement, aldus – kort gezegd - verweerster. 3De beoordeling 3.
  6. Uit de overgelegde stukken blijkt dat verweerster op 28 juli 2015 bij het handelsregister heeft laten registreren dat zij met ingang van 23 juli 2015 is ontbonden. De vereffenaar, de bestuurder van verweerster de heer [B] voornoemd, heeft per 23 juli 2015 rekening en verantwoording afgelegd. Uit de rekening en verantwoording blijkt dat verweerster per 23 juli 2015 geen activa heeft en dat de vordering van Capital Talent Holding B.V.(CTH) € 375.00,00 bedraagt. Aan de crediteuren kan niet worden uitgekeerd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat na summier onderzoek is gebleken van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. 3.2 De vordering van verzoekster, gelet op het vonnis van 1 juli 2015, staat vast. Dat de appèltermijn nog niet is verstreken doet daar niet aan af, nu verweerster niet heeft gesteld dat zij ook van plan is in hoger beroep te komen van het vonnis. Zij heeft slechts medegedeeld dat de termijn nog niet is verstreken. Ook van het vorderingsrecht van verzoekster is dan ook summierlijk gebleken. 3.
  7. De rechtbank zal verweerster dan ook in staat van faillissement verklaren. 3.
  8. Anders dan verweerster betoogt, brengt het ontbreken van baten niet noodzakelijkerwijze met zich mee dat het faillissement niet kan worden uitgesproken. De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat een eerder verzoek van verzoekster tot faillietverklaring van verweerster door deze rechtbank op 21 oktober 2014 is afgewezen op grond van de verklaringen van verweerster, destijds ter zitting namens verweerster door mr. [C] gedaan, dat verzoekster geen vordering op haar had en dat de intercompanyvordering van CTH in 2013 volledig zou zijn voldaan. De rechtbank acht die verklaringen, op grond van wat in het kader van de onderhavige procedure is gesteld en gebleken, leugenachtig. Desgevraagd heeft mr. [C] - en [B] heeft dat niet weersproken - ter zitting van heden verklaard dat de op 23 juli 2015 gemelde vordering van CTH niet in de periode gelegen tussen 21 oktober 2014 en 23 juli 2015 is ontstaan. De ontstaansdatum van die vordering moet dus vóór de zitting van 21 oktober 2014 zijn gelegen. Van de juistheid van de verklaringen van deze zelfde juridisch adviseur van verweerster en haar vereffenaar dat verweerster thans geen activa heeft en dat die activa op rechtsgeldige wijze het vermogen van verweerster hebben verlaten, kan de rechtbank dan ook niet op voorhand uit gaan. 4De beslissing De rechtbank: 4.
  9. verklaart de besloten vennootschap Dynamicals B.V. in liquidatie ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 11068511, statutair gevestigd Utrecht, vestigingsadres: [postcode] [vestigingsplaats] , [adres] , in staat van faillissement, 4.
  10. benoemt tot rechter-commissaris mr. P.J. Neijt, lid van deze rechtbank, en stelt aan tot curator mr. J.V. Maduro, advocaat te Utrecht, telefoonnummer [telefoonnummer] , 4.
  11. geeft de curator last tot het openen van de aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen. Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.F. van Vugt en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.