RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 3642875 UC EXPL 14-19236 ML/1133 Vonnis van 30 december 2015 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , verder ook te noemen [eiseres] , eisende partij, gemachtigde: mr. G.C. Haulussy, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] B.V., gevestigd te [woonplaats] , verder ook te noemen [gedaagde] , gedaagde partij, gemachtigde: mr. P.V. Kleijn. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 15 juli 2015 de akte van [gedaagde] van 9 september 2015 de antwoordakte van [eiseres] van 4 november 2015 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.
- De kantonrechter blijft bij en bouwt voort op hetgeen is overwogen in het tussenvonnis van 15 juli
- In dit vonnis heeft de kantonrechter partijen verzocht zich uit te laten over de kosten van het minderwerk en niet over de vraag of minderwerk in mindering mag worden gebracht op de aanneemsom. Dit oordeel is reeds gegeven onder 4.
- van voornoemd tussenvonnis. Het verweer daartegen dat door [eiseres] is gesteld in haar antwoordakte is dan ook tardief en zal met het oog op de goede procesorde verder niet inhoudelijk worden besproken. 2.
- [gedaagde] heeft in haar akte onderbouwd dat het minderwerk moet worden begroot op € 9.688,53, waarvan € 6.945,53 voor minderwerk sloopwerkzaamheden en € 2.743,00 aan minderwerk asbestsanering. Zij heeft dit bedrag onderbouwd aan de hand van 7 posten en deze posten voorts in een bijlage, opgesteld door haar projectuitvoerder, gedetailleerd gespecificeerd naar werkzaamheden, hoeveelheden, eenheden, eenheidsprijs, uurloon en materiaalkosten. In haar akte heeft [gedaagde] gemotiveerd onderbouwd hoe zij tot de gehanteerde huurprijzen en het aantal geschatte manuren is gekomen. 2.
- [eiseres] heeft zich in haar antwoordakte verder niet over deze onderbouwing uitgelaten. De kantonrechter gaat dan ook uit van het door [gedaagde] gestelde bedrag aan minderwerk van € 9.688,53, nu dit bedrag voldoende gemotiveerd is onderbouwd en verder niet is weersproken. Deze vaststelling brengt mee dat [eiseres] € 9.688,53 te veel heeft gevorderd van [gedaagde] . Nu dit bedrag hoger is dan het bedrag van € 7.696,17 (zie het tussenvonnis van 15 juli 2015 onder 4.10.) waarover nog moest worden geoordeeld, resteert er niets meer van de vordering van [eiseres] en zal deze in zijn geheel worden afgewezen. 2.
- [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op € 750,00 aan salaris gemachtigde (2,5 punten x tarief € 300,00) 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- wijst de vordering af; 3.
- veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 750,00 aan salaris gemachtigde; 3.
- verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Loots, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 30 december 2015.