RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/701385-14 (P) vonnis van de meervoudige strafkamer van 10 maart 2016 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1969] te [geboorteplaats] , wonende te [adres] . 1Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 25, 26, 28 en 29 januari 2016 en van 1, 2 en 4 februari 2016, waarbij de officieren van justitie en de raadsman mr. M.E. van der Werf, advocaat te Amsterdam, hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: als oprichter/ leider/ bestuurder heeft deelgenomen aan een criminele organisatie gericht op bedrijfsmatige hennepteelt en witwassen; feit 2: samen met een of meer anderen opzettelijk hennep heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad in Hilversum en/of De Bilt en/of Veenendaal en/of Alkmaar en/of Lede (België); feit 3 primair: [aangever] heeft afgeperst; feit 3 subsidiair:
(2011)Verdachte was bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf 1] . In de bedrijfsadministratie van [bedrijf 1] . is een drietal facturen gevonden, gericht aan het [bedrijf 5] . Het [bedrijf 5] is een bedrijf van [M] . Het gaat om: - een factuur met nummer 001/2011 van 4 juni 2011 voor een bedrag van € 5.000,00 met de omschrijving “Totale aanneemsom van diverse timmerwerkzaamheden aan de [adres] ”; - een factuur met nummer 002/2011 van 1 juli 2011 voor een bedrag van € 3.750,00 met de omschrijving “Totale aanneemsom van diverse timmerwerkzaamheden aan de [adres] ”; - een factuur met nummer 003/2011van 30 juli 2011 voor een bedrag van € 8.800,00 met de omschrijving “Totale aanneemsom van afwerking trappengat [adres] ”. Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat het totale door [bedrijf 1] . aan het [bedrijf 5] in rekening gebrachte bedrag € 17.550,00 betreft. Deze facturen zijn per bank betaald. In de administratie van het [bedrijf 5] van [M] zijn verschillende facturen gevonden met betrekking tot de [adres] . De facturen zijn gericht aan [bedrijf 6] en [bedrijf 7] . Voorts zijn in de administratie van het [bedrijf 5] enkele facturen gevonden met betrekking tot de [adres] . De facturen zijn gericht aan [bedrijf 6] en [P] . Analyse van de gegevens van de bankrekening van het [bedrijf 5] laat het volgende beeld zien: - op 10 juni 2011 heeft [M] een bedrag van € 5.000,00 ontvangen van [bedrijf 6] inzake factuur 112011. Op 21 juni 2011 heeft [M] een bedrag van € 5.000,00 betaald aan [bedrijf 1] . inzake factuur 01/2011; - op 7 juli 2011 heeft [M] een bedrag van € 3.750,00 ontvangen van [bedrijf 6] inzake factuur 17/2011. Op 27 juli 2011 heeft [M] een bedrag van € 3.750,00 betaald aan [bedrijf 1] . inzake factuur 002/2011; - op 15 augustus 2011 heeft [M] een bedrag van € 4.400,00 ontvangen van [bedrijf 6] bij wijze van voorschot. Op 18 augustus 2011 heeft [M] een bedrag van € 4.400,00 betaald aan [bedrijf 1] . als voorschot; - op 16 september 2011 heeft [M] een bedrag van € 4.400,00 ontvangen voor factuur 222011. Op 5 oktober 2011 heeft [M] een bedrag van € 4.400,00 aan [bedrijf 1] . betaald inzake factuur 003/2011. Volgens [Q] van [bedrijf 6] is het bouwproject aan de [adres] uitgevoerd door [bedrijf 7] en het [bedrijf 5] . De werkzaamheden hadden betrekking op ruwbouw van wanden en plafonds. Volgens [Q] is [verdachte] nooit op het bouwproject geweest. Het [bedrijf 5] heeft ook de ruwbouw verzorgd van het bouwproject aan de [adres] . [verdachte] heeft daar geen werkzaamheden verricht. In 2011 heeft [M] een bedrag van € 22.256,00 aan contanten uitgegeven. Afgaand op de omschrijving op de kasbladen is dit bedrag uit “privé” afkomstig. De over [M] bekende fiscale – en bankgegevens verklaren dit bedrag aan contante uitgaven niet. Conclusie met betrekking tot het geldbedrag onder B Op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat [M] de door hem ontvangen bedragen van [bedrijf 6] telkens in zijn geheel heeft overgemaakt naar de bankrekening van [bedrijf 1] . Hier staan geen door [bedrijf 1] . uitgevoerde werkzaamheden tegenover, immers: er is door het bedrijf van [M] in de facturen geen marge berekend en aan [bedrijf 1] . in rekening gebracht; verdachte is niet bekend op de bouwprojecten aan de [adres] en [adres] ; bij het bedrijf [bedrijf 1] . zijn geen werknemers in dienst. Door op deze wijze te handelen is er een inkomstenstroom voor [bedrijf 1] . gecreëerd op basis van valse facturen. [M] is daarvoor contant betaald door verdachte. F. een geldbedrag van € 19.756,00 In de administratie van het bedrijf [bedrijf 2] . zijn facturen gevonden die waren gericht aan CMB Protecty. Het totaal gefactureerde bedrag is € 19.756,25. Het gaat om facturen over de periode van 14 maart 2014 tot en met 28 september 2014. Het bankrekeningnummer van [bedrijf 2] . is [rekeningnummer] . De gefactureerde bedragen zijn betaald door deze te storten op een bankrekening eindigend op nummer 6362932. De betalingen zijn afkomstig van tegenrekeningen van [naam] en [R] . [S] van het bedrijf [naam] heeft verklaard dat [medeverdachte 5] beveiligingswerkzaamheden bij hem heeft verricht en dat [medeverdachte 5] bij hem kwam met facturen van verdachte voor die werkzaamheden. Conclusie met betrekking tot het geldbedrag onder F Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte een schijnbaar legale inkomstenstroom heeft gecreëerd voor zijn bedrijf [bedrijf 2] . op basis van valse facturen. Er zijn immers valse facturen ingediend voor door [medeverdachte 5] verrichte werkzaamheden, zonder dat is gebleken van een dienstverband van [medeverdachte 5] bij het bedrijf [bedrijf 2] . Evenmin is gebleken van salarisbetalingen door [bedrijf 2] aan [medeverdachte 5] voor die werkzaamheden. een geldbedrag van € 70.300,00 Op 17 februari 2015 zijn in de meterkast en in de schuur van de woning van medeverdachte [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) aan de [adres] contante geldbedragen gevonden. In de meterkast werd een PVC-koker (01.01.001) gevonden die met schroefdoppen was afgesloten. In deze buis bevonden zich vier zilverkleurige gesealde pakketjes die waren voorzien van de tekst “10PT” en “20PT”. In de schuur werd een PVC-koker (02.01.001) gevonden die met schroefdoppen was afgesloten. In de koker zaten twee soortgelijke zilverkleurige gesealde pakketjes en twee bundels met geldbiljetten zonder verpakking. De vier zilverkleurige pakketjes uit koker 01.01.001 bevatten een contant geldbedrag van in totaal € 39.650,00. De twee zilverkleurige pakketjes en de twee losse geldbundels uit koker 02.01.001 bevatten een contant geldbedrag van in totaal € 29.000,00, waarvan een bedrag van € 5.000,00 uit een geseald pakketje met opschrift “PT” afkomstig was. In de schuur werd voorts een enveloppe met daarin een contant geldbedrag van € 1.650,00 gevonden. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij geld moest bewaren voor zijn schoonzoon en dat een deel van het gevonden geld van zijn schoonzoon is. Eén van de schoonzoons van [medeverdachte 3] is [verdachte] . Conclusie met betrekking tot het geldbedrag onder G De rechtbank stelt op grond van het vorenstaande vast dat het totaal in de woning en schuur van medeverdachte [medeverdachte 3] aangetroffen contante geldbedrag € 70.300,00 betreft, waarvan een bedrag van € 44.650,00 in de pakketjes met het opschrift “PT” werd bewaard. Uit de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat het geldbedrag dat werd bewaard in de pakketjes met opschrift “PT” aan verdachte toebehoort en door medeverdachte [medeverdachte 3] voor verdachte werd bewaard. Overweging met betrekking tot witwassen Uit de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte vrijwel geen bekend (legaal) inkomen heeft genoten sinds 2009. Er is voorts niet gebleken van enig bekend legaal vermogen waarover verdachte kon beschikken. Verdachte is gedurende een langere periode betrokken geweest bij hennepteelt. Verdachte is de rechthebbende geweest van een motorjacht (Symbol 60) en een caravan ( [naam] ). Beide voorwerpen zijn door anderen voor verdachte op naam genomen. De over verdachte bekende inkomensgegevens rechtvaardigen de aanschaf van deze voorwerpen niet. Ook is verdachte sinds 2011 meermalen betrokken geweest bij het voorwenden van een legale inkomstenbron op basis van valse facturen. Er zijn immers bedragen op de zakelijke bankrekeningen van verdachtes bedrijven gestort op basis van facturen waarvan niet kan worden gesteld dat daar daadwerkelijk verrichte werkzaamheden tegenover staan. Ook is in de woning van de schoonvader een contant geldbedrag aangetroffen van € 44.650,00, dat door verdachtes schoonvader voor verdachte werd bewaard. Deze feiten en omstandigheden zijn van dien aard dat zonder meer gesproken kan worden van een vermoeden van witwassen. Aldus mocht van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring zou afleggen die concreet, verifieerbaar en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk is aan te merken over de herkomst van de voorwerpen. Verdachte heeft een dergelijke verklaring niet afgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte zich dan ook schuldig gemaakt aan witwassen van geld en voorwerpen die van misdrijf afkomstig zijn. Verdachte was bovendien van die criminele herkomst op de hoogte. Verdachte heeft gelden die van misdrijf afkomstig zijn aangewend voor de aanschaf van een motorjacht en een caravan. Verdachte heeft ook geldbedragen omgezet door deze via zakelijke- en privé-bankrekeningen van anderen giraal te maken. Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van witwassen van een contant geldbedrag van € 44.650,00 door de vindplaats daarvan te verhullen. Gewoontewitwassen Verdachte heeft gedurende een periode van enkele jaren geldbedragen en voorwerpen witgewassen. Gelet hierop, het telkenmale herhalen van deze handeling op zeer regelmatige basis gedurende een langere periode, acht de rechtbank de strafverzwarende omstandigheid van het maken van een gewoonte van witwassen bewezen. Ten aanzien van feit 6 Tijdens de doorzoeking op 17 februari 2015 in de woning van verdachte aan de [adres] in Utrecht is een stroomstootwapen aangetroffen. Het wapen bevond zich in een bloempot in de badkamer, staand op een kastje naast het bad. Het betreft een functionerend stroomstootwapen van categorie II sub 5 dat is bestemd om door een elektrische stroomstoot personen weerloos te maken of pijn toe te brengen. Het stroomstootwapen is gevonden op een zichtbare plek. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een stroomstootwapen voorhanden heeft gehad. Ten aanzien van feit 1 Alkmaar Op 2 juli 2014 is in een bedrijfspand aan de [adres] een professioneel ingerichte hennepkwekerij aangetroffen met 1205 (ruimte C) en 1164 (ruimte D) planten. De planten waren zes tot zeven weken oud. Monsters van plantendelen uit alle daarvoor in aanmerking komende ruimten zijn positief getest op THC, zijnde de werkzame stof in hennep. De verhuurder van het pand aan de [adres] , [verhuurder A] , heeft verklaard dat hij de ruimte sinds 1 mei 2014 heeft verhuurd. De ruimte waarin de kwekerij zat is door vijf of zes mannen zelf gemaakt. De mannen zijn de ruimte gaan timmeren vanaf het moment dat zij erin kwamen. Deze mannen hebben het Vito-busje van [verhuurder A] gedurende twee weken gebruikt. De bus die [verhuurder A] had uitgeleend heeft het kenteken [kenteken] . Op 7 mei 2014 zijn de inzittenden van een Mercedes-Benz Vito met kenteken [kenteken] gecontroleerd. Inzittenden van dit voertuig waren [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] en verdachte. [verhuurder A] heeft verdachte herkend tijdens een meervoudige fotoconfrontatie. Overweging over Alkmaar in relatie tot de criminele organisatie De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken van het medeplegen van hennepteelt in de kwekerij in Alkmaar. Dat doet er echter niet aan af dat het verrichten van bouwwerkzaamheden ten behoeve van deze hennepkwekerij past binnen het oogmerk van de organisatie. De werkwijze Het woonwagenkamp op de [adres] , meer in het bijzonder de tot bar omgebouwde schuur bij de woonwagen van verdachte, wordt door verdachte en zijn medeverdachten beschouwd als centrale ontmoetingsplaats. In een gesprek tussen [medeverdachte 5] en verdachte in de bar heeft verdachte gezegd: “….ze zitten er waarschijnlijk al twee jaar op (…) En ik word niet gehaald (…) Maar wat er ook is, dit is het centrale punt. Toch? Als ze het al willen pakken, dan moeten ze hier beginnen”. Verdachte heeft er bovendien op toegezien dat er niet teveel over de telefoon werd gesproken: - in een gesprek in de bar heeft verdachte gezegd: “Kappen met die telefoon” en “Let op telefoonverkeer”; - in een telefoongesprek tussen verdachte en [aangever] heeft verdachte gezegd: “We praten weer teveel door de telefoon vriend”; - in een telefoongesprek met een onbekende heeft verdachte gezegd: “Gooi die kankertelefoon van jou ook gelijk even uit het raam als je wil”. Verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] namen hun mobiele telefoons niet mee, dan wel maakten hiervan geen gebruik, in de tijd tussen hun gezamenlijke vertrek en terugkomst op het woonwagenkamp aan de [adres] . De hennepkwekerijen bevonden zich in ruimtes waarin een extra ruimte was aangebracht. De technische ruimte voor de kwekerij bevond zich niet in die binnenruimte. De huurcontracten voor de panden waarin hennepkwekerijen zijn aangetroffen werden afgesloten op naam van anderen dan verdachte of medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] . Deelname aan een criminele organisatie Van deelname aan een criminele organisatie is sprake indien een betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie (HR 18 november 1997, NJ 1998, 225). Enerzijds is voor deelneming aan een criminele organisatie voldoende dat een verdachte in zijn algemeenheid – in de zin van onvoorwaardelijk opzet – weet dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft, maar anderzijds is niet vereist dat de verdachte enige vorm van opzet heeft op de door de criminele organisatie beoogde concrete misdrijven. Wetenschap van één of meer concrete misdrijven is niet vereist (HR 8 oktober 2002, NJ 2003, 65). Om te kunnen vaststellen of verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie heeft de rechtbank bezien of sprake is geweest van een gestructureerd samenwerkingsverband, waarin de deelnemers in een zekere duurzame onderlinge samenwerking hebben deelgenomen. Vervolgens heeft de rechtbank bezien of verdachte tot dit samenwerkingsverband behoorde, daar een aandeel in heeft gehad, dan wel dat verdachte de criminele organisatie heeft ondersteund met gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake geweest van een zodanige organisatie. Uit de motivering van de onder 2 bewezenverklaarde feiten volgt dat sprake is geweest van een samenwerkingsverband, waarbij verdachte gedurende enkele jaren samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] , [huurder X] en [K] op grote schaal hennep heeft geteeld. Naar het oordeel van de rechtbank behoorde verdachte tot de organisatie en is hij betrokken geweest bij de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, te weten het opzettelijk telen van hennep. Uit hetgeen hiervoor reeds is overwogen aangaande de feiten vloeit bovendien voort dat verdachte wetenschap had van dit criminele oogmerk van de organisatie. Gelet op de hoge mate van professionaliteit, onder meer blijkend uit het grote aantal aangetroffen planten, de wijze waarop de kwekerijen waren opgezet (‘hok in hok’-bouw) en de constatering dat er meerdere oogsten zijn geweest, is de rechtbank bovendien van oordeel dat is gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Verdachte heeft leiding gegeven aan deze organisatie. Uit de bewijsmiddelen volgt immers dat verdachte ten behoeve van de hennepteelt gebruik maakte van derden, die hun werkzaamheden verrichtten in opdracht en ten behoeve van verdachte en daarmee jegens hem een ondergeschikte positie innamen. Door bovengenoemde wijze van samenwerken, de nauwe afstemming onderling en de bewezen verklaarde periode is bovendien voldaan aan het vereiste van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat het oogmerk van de organisatie mede was gericht op het plegen van (gewoonte-)witwassen. Er is niet gebleken van een gestructureerd samenwerkingsverband op het gebied van witwassen. Het lijkt veeleer te gaan om individuele gevallen van witwassen waarbij de samenhang tussen de verschillende witwasfeiten te gering is en de samenwerking niet zodanig gestructureerd dat geoordeeld kan worden dat (gewoonte-)witwassen behoort tot het oogmerk van de organisatie. Dit betekent dat verdachte zal worden vrijgesproken van dat deel van de tenlastegelegde organisatie. Gelet hierop acht de rechtbank voor het overige het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de onder 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte: 1. in de periode van 1 april 2012 tot en met 19 februari 2015 te Utrecht en te Hilversum en te Veenendaal en te Alkmaar en te De Bilt en te Lede als leider heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van verdachte en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [K] en [huurder X] en [medeverdachte 6] welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven namelijk het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet namelijk het in de uitoefening van een bedrijf of beroep opzettelijk telen en/of aanwezig hebben van grote hoeveelheden hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 2. in de periode van 1 april 2012 tot en met 19 februari 2015 te Hilversum en te Veenendaal en te Lede in België tezamen en in vereniging met anderen telkens opzettelijk heeft geteeld en telkens opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [adres] en in een pand aan de [adres] en in een pand aan de [adres] telkens een grote hoeveelheid hennep en/of een groot aantal hennepplanten zijnde hennep telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 3. Subsidiair op 26 september 2014 in Nederland eenmaal a. een persoon, genaamd [aangever] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [aangever] dreigend de woorden toegevoegd: "vandaag zie ik jou. Als ik jou vandaag niet zie, stomp ik je kankerkop eraf, snap je"; 4. in de periode van 1 mei 2011 tot en met 19 februari 2015 in Utrecht en Amsterdam en Almere en Purmerend, tezamen en in vereniging met anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt immers hebben verdachte en zijn mededader(
- s)van meerdere voorwerpen, te weten een boot (Symbol 60) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en een boot (Symbol 60) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en omgezet en een caravan (merk [naam] ) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en een caravan (merk [naam] ) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en omgezet en van meerdere (contante) geldbedragen, te weten A. EUR 13.468,00,- afkomstig van [bedrijf 4] de werkelijke aard en de herkomst verhuld en EUR 13.468,00 verworven en voorhanden gehad en B. EUR 17.550,- afkomstig van [M] / [bedrijf 5] (in 2011) de werkelijke aard en de herkomst verhuld en EUR 17.550,- voorhanden gehad en overgedragen en C. EUR 3.630,-, afkomstig van [M] / [bedrijf 5] (in 2014) de werkelijke aard verhuld en EUR 3.630,-, verworven en voorhanden gehad en D. EUR 14.520,-, afkomstig van [M] / [T] / [bedrijf 10] (in 2014) de werkelijke aard verhuld en EUR 14.520,- verworven en voorhanden gehad en E. EUR 7.260,- afkomstig van [M] / [bedrijf 10] (in 2014) de werkelijke aard verhuld en EUR 7.260,- verworven en voorhanden gehad en F. EUR 19.756,-, afkomstig van [S] / [naam] / [R] de werkelijke aard en de herkomst verhuld en EUR 19.756,-, voorhanden gehad en overgedragen en G. EUR 49.650,-, verstopt bij [medeverdachte 3] de vindplaats verborgen terwijl verdachte en zijn mededader(
- s)telkens wist(
- en)dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf; 6. op 17 februari 2015 te Utrecht een wapen van categorie II onder 5°, te weten een stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 6De strafbaarheid van het feit Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert de navolgende strafbare feiten op. Feit 1: als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11 derde lid en artikel 11 vijfde lid van de Opiumwet. Feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Feit 3 subsidiair onder a: bedreiging met zware mishandeling. Feit 4: medeplegen van gewoontewitwassen. Feit 6: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie begaan met betrekking tot een wapen van categorie II. 7De strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.1. De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren en zes maanden. 8.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangevoerd dat de eis van de officier van justitie te hoog is. 8.3. Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft zich, samen met anderen in een structureel samenwerkingsverband, gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan grootschalige en professionele hennepteelt. Verdachte heeft daarbij als leider een voortrekkersrol vervuld. Het telen van hennep is een strafbaar feit dat overlast veroorzaakt en schade voor de maatschappij oplevert. Softdrugs zijn immers stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Verdachte heeft zich kennelijk om al deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen, bedreiging en het voorhanden hebben van een stroomstootwapen. Witwassen tast de integriteit van het betalingsverkeer aan. Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie van 8 december 2015, waaruit volgt dat verdachte eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Verdachte is zeer recent nog veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. De rechtbank houdt dan ook rekening met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Wel neemt de rechtbank het verdachte zeer kwalijk dat hij is doorgegaan met het plegen van strafbare feiten terwijl hij op dat moment werd vervolgd voor het plegen van soortgelijke feiten als de feiten in de onderhavige strafzaak. Dat heeft hem niet weerhouden soortgelijke feiten te plegen. Bovendien heeft verdachte in zijn strafzaak op geen enkele wijze blijk gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien. Alles afwegend acht de rechtbank de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden een passende en geboden reactie op de bewezenverklaarde strafbare feiten. Deze strafoplegging geeft aanleiding om met ingang van heden de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen. Het maatschappelijk en strafvorderlijk belang bij de hervatting van het bevel tot voorlopige hechtenis wegen naar het oordeel van de rechtbank zwaarder dan het persoonlijk belang van verdachte bij het voortduren van de schorsing daarvan. 9De vordering van de benadeelde partij De behandeling van de vordering van Stedin Netbeheer N.V., levert geen onevenredige belasting van het strafgeding op. Nu echter aan verdachte - zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - geen straf of maatregel is opgelegd voor het onder 5 ten laste gelegde, is Stedin Netbeheer B.V. in de vordering niet-ontvankelijk. 10Beslag Onder verdachte is een stroomstootwapen (met nummer 1380763) in beslag genomen. Nu met betrekking tot dit voorwerp het onder 6 bewezen geachte is begaan en het van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, wordt dit voorwerp onttrokken aan het verkeer. 11Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen: Wetboek van Strafrecht: 36b, 36c, 47, 57, 63, 285, 420bis, 420ter; Opiumwet: 11, 11a; Wet wapens en munitie: 55; alle zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 12Beslissing De rechtbank: Vrijspraak Spreekt verdachte vrij van het onder 3 primair en 3 subsidiair onder b en het onder 5 ten laste gelegde. Bewezenverklaring Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals onder 5 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: feit 1: als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11 derde lid en artikel 11 vijfde lid van de Opiumwet; feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; feit 3 subsidiair onder a: bedreiging met zware mishandeling; feit 4: medeplegen van gewoontewitwassen; feit 6: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie begaan met betrekking tot een wapen van categorie II. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte daarvoor strafbaar. Strafoplegging Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 42 maanden. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Beslag Verklaart onttrokken aan het verkeer: een stroomstootwapen POLICE TASER met nummer 1380763. Vordering van de benadeelde partij (feit 5) Verklaart Stedin Netbeheer N.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter. Voorlopige hechtenis Heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mr. J.M. Eelkema en mr. V. van Dam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J. Verborg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 maart 2016. De griffier is buiten staat om dit vonnis mee te ondertekenen. BIJLAGE: De tenlastelegging 1. hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 april 2012 tot en met 19 februari 2015, te Utrecht en/of te Hilversum en/of te Maarssen en/of te Veenendaal en/of te Alkmaar en/of te De Bilt en/of te Haarlem, althans (elders) in Nederland, en/of te Lede, althans in België, als oprichter /leider/bestuurder heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van verdachte en/of (onder meer) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [K] en/of [huurder X] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer andere perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 11, derde en/of vijfde lid van de Opiumwet, namelijk het (in de uitoefening van een bedrijf of beroep) opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben van (grote) hoeveelheden hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, en/of het plegen van (gewoonte) witwassen van (een) vaartuig(
- en)en/of vervoermiddel(
- en)en/of van (grote hoeveelheden) chartaal geld en/of andere voorwerp(
- en)(zoals omschreven in artikel 420ter en/of 420bis van het Wetboek van strafrecht); artikel 11a lid 1 j.o. lid 2 Opiumwet (na 1 maart 2015 vernummerd naar artikel 11b Opiumwet) en/of artikel 140 lid 1 j.o. lid 3 Wetboek van Strafrecht art 11a lid 1 Opiumwet art 11 lid 3 Opiumwet art 3 ahf/ond B Opiumwet 2. (Vindplaats zaakdossiers Hilversum I, Hilversum II, De Bilt, Veenendaal I, Alkmaar en België) hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 april 2012 tot en met 19 februari 2015 te Hilversum en/of te De Bilt en/of te Veenendaal en/of te Alkmaar en/of te Utrecht, althans (elders) in Nederland, en/of te Lede, (althans) in België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, en/of (in elk geval) (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, in een pand aan de [adres] en/of in een pand aan de [adres] en/of in een pand aan de [adres] en/of in een pand aan de [adres] en/of in een pand aan de [adres] (telkens) een (grote) hoeveelheid hennep en/of een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan, althans (telkens) meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel; art 3 ahf/ond B en/of C Opiumwet art 11 lid 5 Opiumwet art 3 ahf/ond B Opiumwet art 11 lid 2 Opiumwet 3. Primair hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1. mei 2012 tot en met 19 februari 2015 te Amsterdam , en/of (elders) in Nederland meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld een persoon, genaamd [aangever] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meerdere geldbedrag(
- en)(tot een totaal van ongeveer 123.361,62) , in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan naam [aangever] en/of [bedrijf 8] en/of [bedrijf 4] , in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte , welk geweld en / of welke bedreiging met geweld (telkens) hierin bestond(
- en)dat verdachte al dan niet in gezelschap van een of meerdere man(nen) op (een) onverwachte moment(
- en)op het privé adres van [aangever] langskwam(en), en/of (daarbij) mondeling aan die [aangever] de volgende woorden heeft toegevoegd "Als je niet betaalt komen er gevolgen", althans woorden van soortgelijke strekking, en/of plotseling voor de auto van die [aangever] is gaan staan en/of die [aangever] heeft opgebeld en hem onder meer (daarbij) de volgende woorden heeft toegevoegd "vandaag zie ik jou. Als ik jou vandaag niet zie, stomp ik je kankerkop eraf, snap je." en/of ".en nou ophouden en anders rij naar je huis toe en sloop ik je hele kankerhuis.", (art 317/1 Wetboek van strafrecht) subsidiair, zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1. mei 2012 tot en met 19 februari 2015 te Amsterdam , en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, a. een persoon, genaamd [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [aangever] dreigend de woorden toegevoegd :"vandaag zie ik jou. Als ik jou vandaag niet zie, stomp ik je kankerkop eraf, snap je.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of b. een persoon, genaamd [aangever] door geweld of enige andere feitelijkheid en / of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [aangever] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, immers heeft /is verdachte (telkens) al dan niet in gezelschap van een of meerdere man(nen) op (een) onverwachte moment(
- en)op het privé adres van [aangever] langs gekomen , en/of (daarbij) mondeling aan die [aangever] de volgende woorden toegevoegd "Als je niet betaalt komen er gevolgen", althans woorden van soortgelijke strekking, en/of plotseling voor de auto van die [aangever] gaan staan en/of die [aangever] opgebeld en hem onder meer (daarbij) de volgende woorden toegevoegd "vandaag zie ik jou. Als ik jou vandaag niet zie, stomp ik je kankerkop eraf, snap je." en/of ".en nou ophouden en anders rij ik naar je huis toe en sloop ik je hele kankerhuis.", waardoor voornoemde [aangever] (telkens) werd gedwongen tot het overmaken van een of meerdere geldbedrag (
- en)(tot een totaal van ongeveer 123.361,62); a.artikel 285/1 Wetboek van strafrecht en/of b. artikel 284 lid 1 sub 1 wetboek van strafrecht art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht Subsidiair hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1. mei 2012 tot en met 19 februari 2015 te Amsterdam , en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, a. een persoon, genaamd [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [aangever] dreigend de woorden toegevoegd :"vandaag zie ik jou. Als ik jou vandaag niet zie, stomp ik je kankerkop eraf, snap je.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of b. een persoon, genaamd [aangever] door geweld of enige andere feitelijkheid en / of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [aangever] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, immers heeft /is verdachte (telkens) al dan niet in gezelschap van een of meerdere man(nen) op (een) onverwachte moment(
- en)op het privé adres van [aangever] langs gekomen , en/of (daarbij) mondeling aan die [aangever] de volgende woorden toegevoegd "Als je niet betaalt komen er gevolgen", althans woorden van soortgelijke strekking, en/of plotseling voor de auto van die [aangever] gaan staan en/of die [aangever] opgebeld en hem onder meer (daarbij) de volgende woorden toegevoegd "vandaag zie ik jou. Als ik jou vandaag niet zie, stomp ik je kankerkop eraf, snap je." en/of ".en nou ophouden en anders rij ik naar je huis toe en sloop ik je hele kankerhuis.", waardoor voornoemde [aangever] (telkens) werd gedwongen tot het overmaken van een of meerdere geldbedrag (
- en)(tot een totaal van ongeveer 123.361,62); a.artikel 285/1 Wetboek van strafrecht en/of b. artikel 284 lid 1 sub 1 wetboek van strafrecht art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht 4. hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 mei 2011 tot en met 19 februari 2015, te Utrecht en/of te Amsterdam en/of te Aalsmeer en/of te Almere en/of te Purmerend en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s)) van een of meerdere voorwerp(en), te weten een boot (Symbol 60) en/of een caravan (merk [naam] ) en/of een of meerdere (contante) geldbedrag(en), te weten A.(in totaal) EUR 123.361,-, althans enig geldbedrag, afkomstig van [aangever] / [bedrijf 4] / [bedrijf 8] / [naam] / [bedrijf 9] en/of B.(in totaal) EUR 17.550,-, althans enig geldbedrag, afkomstig van [M] / [bedrijf 5] (in 2011) C.(in totaal) EUR 3.630,-, althans enig geldbedrag, afkomstig van [M] / [bedrijf 5] (in 2014) en/of D.(in totaal) EUR 14.520,-, althans enig geldbedrag, afkomstig van [M] / [T] / [bedrijf 10] (in 2014) en/of E.(in totaal) EUR 7.260,- in contanten, althans enig geldbedrag in contanten, afkomstig van [M] / [bedrijf 10] (in 2014), F.(in totaal) EUR 19.756,-, althans enig geldbedrag, afkomstig van [S] / [naam] / [R] en/of G.(in totaal) EUR 70.300,-, althans enig geldbedrag, verstopt bij/bewaard door [medeverdachte 3] , (telkens) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een of meer voorwerp(
- en)was/waren en/of wie bovenomschreven voorwerp(en), voorhanden had(den), terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) wist(
- en)dat dat/die voorwerp(
- en)geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf en/of een boot (Symbol 60) en/of een caravan (merk [naam] ) en/of een of meerdere (contante) geldbedrag(en), te weten A.(in totaal) EUR 123.361,-, althans enig geldbedrag, afkomstig van [aangever] / [bedrijf 4] / [bedrijf 8] / [naam] / [bedrijf 9] en/of B.(in totaal) EUR 17.550,-, althans enig geldbedrag, afkomstig van [M] / [bedrijf 5] (in 2011) C.(in totaal) EUR 3.630,-, althans enig geldbedrag, afkomstig van [M] / [bedrijf 5] (in 2014) en/of D.(in totaal) EUR 14.520,-, althans enig geldbedrag, afkomstig van [M] / [T] / [bedrijf 10] (in 2014) en/of E.(in totaal) EUR 7.260,- in contanten, althans enig geldbedrag in contanten, afkomstig van [M] / [bedrijf 10] (in 2014), F.(in totaal) EUR 19.756,-, althans enig geldbedrag, afkomstig van [S] / [naam] / [R] en/of G.(in totaal) EUR 70.300,-, althans enig geldbedrag, verstopt bij/bewaard door [medeverdachte 3] , (telkens) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een of meer voorwerp(
- en)gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) wist(
- en)dat bovenomschreven voorwerp(
- en)geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht art 420ter lid 1 Wetboek van Strafrecht 5. hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 april 2012 tot en met 19 februari 2015 te Hilversum en/of te De Bilt en/of te Veenendaal en/of te Alkmaar en/of te Utrecht, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen -(in een pand gelegen aan de [adres] ) 104.034 kWh, althans een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of verdachtes mededader(s), en/of -(in een pand gelegen aan de [adres] ) 36.016 kWh, althans een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stedin Netbeheer B.V. , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of verdachtes mededader(s), en/of -(in een pand gelegen aan de [adres] ) 75.267 kWh, althans een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 11] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of verdachtes mededader(s), en/of -(in een pand gelegen aan de [adres] ) 109.840 kWh, althans een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stedin Netbeheer B.V. , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of verdachtes mededader(s), waarbij verdachte en/ of verdachtes mededader(
- s)zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/ hebben verschaft en / of (telkens) de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht 6. hij op of omstreeks 17 februari 2015, althans in of omstreeks de maand februari 2015 te Utrecht, (althans) in de gemeente Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen(
- s)van categorie II onder 5°, te weten een stroomstootwapen, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad; De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; art 26 lid 1 Wet wapens en munitie Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 16 februari 2015, pagina 1095, zaaksdossier Veenendaal I. Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 16 februari 2015, pagina 1096, zaaksdossier Veenendaal I. Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 16 februari 2015, pagina 1097, zaaksdossier Veenendaal I. Proces-verbaal van bevindingen van 22 december 2014, pagina 1106, zaaksdossier Veenendaal I. Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 16 februari 2015, pagina 1097, zaaksdossier Veenendaal I. Het schriftelijke bescheid, te weten: de huurovereenkomst van 1 juli 2013, pagina 1276 tot en met 1284, zaaksdossier Veenendaal I. Het schriftelijke bescheid, te weten: de huurovereenkomst van 14 juni 2014, pagina 1267 tot en met 1275, zaaksdossier Veenendaal I. De verklaring van [huurder X] van 8 mei 2015, pagina 5250, persoonsdossier [huurder X] . De verklaring van [verhuurder B] van 4 maart 2015, pagina 993, zaaksdossier Veenendaal I. De verklaring van [verhuurder B] van 4 maart 2015, pagina 994, zaaksdossier Veenendaal I. Het schriftelijke bescheid, te weten: de ID-staat SKDB van 19 februari 2015, pagina 4921, persoonsdossier [verdachte] . De verklaring van [medeverdachte 1] van 15 juli 2015, pagina 6. Proces-verbaal van bevindingen van 23 december 2014, pagina 5973, Dossier Algemene Bevindingen. Proces-verbaal gebruik Jeep [kenteken] van 1 mei 2015, pagina’s 5812 tot en met 5817, Dossier Algemene Bevindingen. Proces-verbaal van bevindingen van 23 december 2014, pagina 5974, Dossier Algemene Bevindingen. Het schriftelijke bescheid, te weten: de ID-staat SKDB van 19 februari 2015, pagina 4921, persoonsdossier [verdachte] . Proces-verbaal van bevindingen van 23 december 2014, pagina 5975, Dossier Algemene Bevindingen. Proces-verbaal van bevindingen van 23 december 2014, pagina 5972, Dossier Algemene Bevindingen. Proces-verbaal van bevindingen van 23 december 2014, pagina 5975, Dossier Algemene Bevindingen. De verklaring van [huurder X] van 8 mei 2015, pagina 5251, persoonsdossier [huurder X] . Proces-verbaal van bevindingen van 11 februari 2015, pagina 940, zaaksdossier Veenendaal I. Proces-verbaal van bevindingen van 11 februari 2015, pagina 940, zaaksdossier Veenendaal I. Proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 9 februari 2015, pagina 591, zaaksdossier Hilversum II. Proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 9 februari 2015, pagina 592, zaaksdossier Hilversum II. Proces-verbaal bevindingen testen hennep van 4 februari 2015, pagina 614, zaaksdossier Hilversum II. Proces-verbaal bevindingen testen hennep van 4 februari 2015, pagina 615, zaaksdossier Hilversum II. Het schriftelijke bescheid, te weten: de huurovereenkomst voor de bedrijfsruimte aan de [adres] , pagina 6233, dossier Algemene Bevindingen. Het schriftelijke bescheid, te weten: de huurovereenkomst kantoorruimte pagina 6239, dossier Algemene Bevindingen. De verklaring van [getuige 2] van 1 april 2015, pagina 6199 en 6202, dossier Algemene Bevindingen. Proces-verbaal van bevindingen van 27 mei 2014, pagina 504, zaaksdossier Hilversum II. Proces-verbaal van bevindingen van 16 december 2014, pagina 508, zaaksdossier Hilversum II. Proces-verbaal van bevindingen van 24 september 2014, pagina 513, zaaksdossier Hilversum II. Proces-verbaal van bevindingen van 24 september 2014, pagina 514, zaaksdossier Hilversum II. Proces-verbaal van 30 december 2014, pagina 6269, zaaksdossier Hilversum II. Proces-verbaal van 30 december 2014, pagina 6270, zaaksdossier Hilversum II. Proces-verbaal van 30 december 2014, pagina 6271, zaaksdossier Hilversum II. Proces-verbaal van bevindingen van 5 februari 2014, pagina 555, zaaksdossier Hilversum II. Proces-verbaal bevindingen van 18 december 2014, pagina’s 670 tot en met 672, zaaksdossier Hilversum II. Proces-verbaal van bevindingen van 27 november 2014, pagina 559, zaaksdossier Hilversum II. Proces-verbaal van bevindingen van 27 november 2014, pagina 560, zaaksdossier Hilversum II. Proces-verbaal 25 februari 2015, pagina’s 579 en 580, zaaksdossier Hilversum II. De verklaring van [huurder X] van 8 mei 2015, pagina 5251, persoonsdossier [huurder X] . De verklaring van [medeverdachte 1] van 15 juli 2015, pagina’s 6 en 7. Het proces-verbaal van relaas van 8 juli 2015, pagina 4307, zaaksdossier Criminele Organisatie. Het schriftelijke bescheid, te weten: het OVC-gesprek van 4 februari 2015, pagina 6617, dossier Algemene Bevindingen. Het schriftelijke bescheid, te weten: het OVC-gesprek van 5 februari 2015, pagina 6623, dossier Algemene Bevindingen. Het proces-verbaal van bevindingen van 26 februari 2015, pagina 1535, zaaksdossier België. Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [L] van 17 februari 2015, pagina 1582, zaaksdossier België. Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [L] van 21 september 2015, pagina 3. Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [L] van 21 september 2015, pagina 5. Proces-verbaal van bevindingen van 31 december 2014, pagina 6040, Dossier Algemene Bevindingen. Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [getuige 1] van 19 februari 2015, pagina 1593 en 1595, zaaksdossier België Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [getuige 1] van 19 februari 2015, pagina 1596, zaaksdossier België. Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [getuige 1] van 21 september 2015, pagina 5. Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [medeverdachte 7] van 21 september 2015, pagina 2. Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [medeverdachte 7] van 21 september 2015, pagina 4. Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal inhoudende de verklaring van [medeverdachte 7] van 23 februari 2015, pagina 1607, zaaksdossier België. Het schriftelijke bescheid, te weten: het proces-verbaal van 21 september 2015 inhoudende de fotoconfrontatie van [medeverdachte 7] , pagina 1. Proces-verbaal van bevindingen van 3 december 2014, pagina 5745 en 5746, dossier Algemene Bevindingen. Het schriftelijke bescheid, te weten het uitgewerkt afgeluisterde telefoongesprek van 4 februari 2015, pagina 1521, zaaksdossier België. Het schriftelijke bescheid, te weten het uitgewerkt afgeluisterde telefoongesprek van 8 februari 2015, pagina 1523 en pagina 1525, zaaksdossier België. Het schriftelijke bescheid, te weten: de uitwerking van een afgeluisterd telefoongesprek van 26 september 2014, pagina 2482, zaaksdossier Ecru bedreiging en afpersing. De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 28 januari 2016. Het proces-verbaal analyse financiële gegevens [verdachte] van 30 juni 2015, pagina 2665, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van bevindingen van 26 januari 2016, pagina 1 en 2. Het schriftelijke bescheid, te weten: het uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel, pagina 2684, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal analyse financiële gegevens [verdachte] van 30 juni 2015, pagina 2665, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van bevindingen van 26 januari 2016, pagina 1 en 2. Het proces-verbaal analyse financiële gegevens [verdachte] van 30 juni 2015, pagina 2676 en 2677, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal analyse financiële gegevens [verdachte] van 30 juni 2015, pagina 2678, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2508, zaaksdossier Witwassen. Het schriftelijke bescheid, te weten; de factuur van 10 juli 2013, pagina 3271, zaaksdossier Witwassen. Het schriftelijke bescheid, te weten: de factuur van 6 juni 2014, pagina 3190, dossier Witwassen. De verklaring van [getuige 3] van 12 maart 2015, pagina 3203, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van 21 mei 2015, pagina 3186, zaaksdossier Witwassen. De verklaring van [medeverdachte 3] van 24 februari 2015, pagina 5509, persoonsdossier [medeverdachte 3] . Het proces-verbaal van bevindingen van 8 oktober 2014, pagina 3218, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van bevindingen van 4 maart 2016, pagina 3225 en 3227, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van bevindingen van 4 maart 2016, pagina 3225, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van bevindingen van 5 maart 2015, pagina 3240, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van bevindingen van 4 maart 2016, pagina 3225, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van bevindingen van 5 maart 2015, pagina 3240 en 3241, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van bevindingen van 4 maart 2016, pagina 3226, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van bevindingen van 5 maart 2015, pagina 3241, zaaksdossier Witwassen. De schriftelijke bescheiden, te weten: de facturen, pagina 3092, 3093, 3094, 3095, 3098 en 3099, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2527, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2512, zaaksdossier Witwassen. Het schriftelijke bescheid, te weten: de factuur van 18 juni 2014, pagina 3100, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2513 en het schriftelijke bescheid, te weten: de uitdraai uit het kasboek, pagina 3168, zaaksdossier Witwassen. De schriftelijke bescheiden, te weten: de facturen van 28 augustus 2014 en 2 september 2014, pagina 3096 en 3097, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2517, zaaksdossier Witwassen. De verklaring van [O] van 26 februari 2015, pagina 3715, zaaksdossier Witwassen. De verklaring van [O] van 2 maart 2015, pagina 3734 tot en met 3736, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2518, zaaksdossier Witwassen. Het schriftelijke bescheid, te weten: het uitgewerkte tapgesprek van 9 september 2014, pagina 3598, zaaksdossier Witwassen. Het schriftelijke bescheid, te weten: het uitgewerkte tapgesprek van 10 september 2014, pagina 3599, zaaksdossier Witwassen. De verklaring van [O] van 26 februari 2015, pagina’s 3715 en 3716, zaaksdossier Witwassen. Het schriftelijke bescheid, te weten: het bankafschrift van 16 oktober 2014, pagina 3612, zaaksdossier Witwassen. Het schriftelijke bescheid, te weten: het uitgewerkte tapgesprek van 30 september 2014, pagina 3620, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal bevindingen uitlevering van bescheiden gegevens van 3 oktober 2014, pagina 3544, zaaksdossier Witwassen. Het schriftelijke bescheid, te weten: het uitgewerkte tapgesprek van 1 oktober 2014, pagina 3622 zaaksdossier Witwassen, Het schriftelijke bescheid, te weten: het bankafschrift van 16 oktober 2014, pagina 3614, zaaksdossier Witwassen. Het schriftelijke bescheid, te weten: het bankafschrift van 16 oktober 2014, pagina 3615, zaaksdossier Witwassen. De verklaring van verdachte van 30 november 2015, pagina 7. De verklaring van [aangever] van 5 juni 2014, pagina 2355, zaaksdossier Witwassen. De verklaring van [aangever] van 5 juni 2014, pagina 2356, zaaksdossier Witwassen. De verklaring van verdachte van 30 november 2015, pagina 6. Het proces-verbaal van bevindingen van 30 juni 2015, pagina 2678, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van bevindingen van 30 juni 2015, pagina 2667, zaaksdossier Witwassen. Het schriftelijke bescheid, te weten: het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, pagina 2685, zaaksdossier Witwassen. De verklaring van [aangever] van 5 juni 2014, pagina 2356, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van bevindingen van 30 juni 2015, pagina 2665 en 2666, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van bevindingen van 30 juni 2015, pagina 2667, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van bevindingen van 30 juni 2015, pagina 2665, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van analyse van financiële gegevens van [verdachte] van 30 juni 2015, pagina 2665, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2527, zaaksdossier Witwassen. Het schriftelijk bescheid, te weten: de factuur van [bedrijf 1] van 4 juni 2011, pagina 3301, zaaksdossier Witwassen. Het schriftelijk bescheid, te weten: de factuur van [bedrijf 1] van 1 juli 2011, pagina 3302, zaaksdossier Witwassen. Het schriftelijk bescheid, te weten: de factuur van [bedrijf 1] van 30 juli 2011, pagina 3303, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2527, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2527 en 2528, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2528, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2529, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2528, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van 8 juli 2015, pagina 2532 zaaksdossier Witwassen. De schriftelijke bescheiden, te weten: de facturen van [bedrijf 2] . , pagina 4043 tot en met 4060, zaaksdossier Witwassen. Het schriftelijke bescheid, te weten: een overzicht van betalingen, pagina 3768, zaaksdossier Witwassen. De verklaring van [S] van 8 mei 2015, pagina 2979. Proces-verbaal contant geld [adres] van 18 februari 2015, pagina 4265, zaaksdossier Witwassen. Proces-verbaal aanvullende bevindingen geldtelling van 4 maart 2015, pagina 4271, zaaksdossier Witwassen. Proces-verbaal contant geld [adres] van 18 februari 2015, pagina 4266, zaaksdossier Witwassen. Het proces-verbaal van bevindingen van 20 februari 2015, pagina 4289, dossier Witwassen. De verklaring van verdachte van 24 februari 2015, pagina 5509, persoonsdossier [medeverdachte 3] . Proces-verbaal aantreffen stroomstootwapen [adres] van 25 maart 2015, pagina 2279, zaaksdossier Overtreding WWM. Het proces-verbaal van bevindingen (categoriestelling) van 9 maart 2015, pagina 2280 en 2281, zaaksdossier Overtreding WWM. Proces-verbaal van bevindingen van 5 november 2014, pagina 1702, zaaksdossier Alkmaar. Proces-verbaal van bevindingen van 5 november 2014, pagina 1704, zaaksdossier Alkmaar. Proces-verbaal van bevindingen van 5 november 2014, pagina 1705, zaaksdossier Alkmaar. De verklaring van [verhuurder A] van 14 juli 2014, pagina 1752, zaaksdossier Alkmaar. De verklaring van [verhuurder A] van 14 juli 2014, pagina 1752, zaaksdossier Alkmaar. De verklaring van [verhuurder A] van 21 januari 2015, pagina 1836, zaaksdossier Alkmaar. Het schriftelijke bescheid, te weten: de Blue View registratie, pagina 1820 en 1821, zaaksdossier Alkmaar. Het proces-verbaal van meervoudige fotoconfrontatie, pagina 1842 tot en met 1848, zaaksdossier Alkmaar. Het schriftelijke bescheid, te weten: Het OVC-gesprek van 4 februari 2015, pagina 6613, dossier Algemene Bevindingen. Het schriftelijke bescheid, te weten: het uitgewerkte OVC-gesprek van 26 januari 2015, pagina 6579 en 6580, dossier Algemene Bevindingen. Het schriftelijke bescheid, te weten: het uitgewerkte tapgesprek van 4 september 2014, pagina 4328, zaaksdossier Criminele Organisatie. Het schriftelijke bescheid, te weten: het uitgewerkte tapgesprek van 15 december 2014, pagina 4329, zaaksdossier Criminele Organisatie. Het proces-verbaal van bevindingen van 23 december 2014, pagina 5798 tot en met 5806, dossier Algemene Bevindingen. Het proces-verbaal van relaas van 8 juli 2015, pagina 4310, zaaksdossier Criminele Organisatie.