vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel rechthandelskamer locatie Lelystad zaaknummer / rolnummer: C/16/410937 / HL ZA 16-76 Vonnis in incident van 13 april 2016 in de zaak van 1. vennootschap onder firma [eiser sub 1] , gevestigd te [vestigingsplaats] , 2. [eiser sub 2], wonende te [woonplaats] , 3. [eiser sub 3], wonende te [woonplaats] , 4. [eiser sub 4], wonende te [woonplaats] , eisers in de hoofdzaak in verzet, eisers in het incident in verzet, advocaat mr. B.J. Blindenbach te Utrecht, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE DRONTEN, zetelend te Dronten, gedaagde in de hoofdzaak in verzet, verweerster in het incident in verzet, advocaat mr. W.E.M. Klostermann te Zwolle. Partijen zullen hierna [eisers c.s.] en Gemeente Dronten genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding; de incidentele conclusie tot het treffen van een voorlopige voorziening; de incidentele conclusie van antwoord. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2Het geschil in het incident 2.1. [eisers c.s.] vordert dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding, in die zin dat de rechter – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad - Gemeente Dronten zal gelasten de gelegde beslagen op het inkomen van de drie vennoten van [eiser sub 1] (lees: gedaagden sub 2 tot en met 4) binnen 2 dagen na dit vonnis op te heffen alsmede “de executie van de overige gelegde beslagen” te staken en gestaakt te houden één en ander op straffe van een dwangsom van € 10.000,00, met veroordeling van Gemeente Dronten in de kosten van dit incident. 2.2. Gemeente Dronten voert verweer. 2.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 3De beoordeling in het incident 3.1. [eisers c.s.] heeft voldoende processueel belang bij de incidentele vordering. De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Derhalve moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregel rechtvaardigt. 3.2. In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard. 3.3. Bij de beoordeling heeft als uitgangspunt te gelden het tussen partijen gewezen verstekvonnis van 28 oktober 2015 waarin [eisers c.s.] is veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 232.844,00, vermeerderd met de contractuele rente van 6,5% vanaf 2 september 2015 alsmede tot betaling van verzuimrente ter hoogte van een bedrag van € 33.027,08, en in de kosten van die procedure, zijnde € 5.977,42. [eisers c.s.] heeft weliswaar verzet ingesteld tegen voornoemd verstekvonnis maar dit schort de bevoegdheid van Gemeente Dronten het verstekvonnis te executeren niet op. 3.4. [eisers c.s.] stelt dat de executie onrechtmatig is omdat het gelegde beslag disproportioneel is. Zij stelt dat het gelegde beslag op de (rechten op
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.