RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 3515358 UC EXPL 14-16673 KdM/1151 Vonnis van 20 januari 2016 inzake [eiser] , wonende te [woonplaats] , verder ook te noemen [eiser] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, gemachtigde: mr. I. Broere, tegen: de besloten vennootschap Aitec handels- en ingenieursbureau B.V., gevestigd te Rhenen, verder ook te noemen Aitec, gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, gemachtigde: mr. G. Oudshoorn. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 22 april 2015, de conclusie van antwoord in reconventie, het proces-verbaal van comparitie van 10 september 2015, de conclusie van repliek, de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] bewoont een landhuis, dat voorheen werd verwarmd door twee gasgestookte hoogrendementsketels met een hydraulisch cv-circuit. 2.2. Partijen hebben een overeenkomst gesloten, waarbij [eiser] van Aitec een zogenoemde pelletketel en een pelletsilo kocht. Deze pelletketel is een automatische verwarmingsketel, waarbij de brandstof van de ketel afkomstig is van biomassa in de vorm van daarvoor ontwikkelde houtpellets. De pelletsilo dient voor de opslag van houtpellets. De overeengekomen koopprijs van de pelletketel en de pelletsilo bedroeg in totaal, inclusief btw, € 13.750,-. 2.3. De pelletketel zou worden ingepast in de bestaande verwarmingsinstallatie en zou dienen als hoofdketel voor de verwarming van de woning van [eiser] . Omdat de pelletketel onvoldoende capaciteit had voor de verwarming van de gehele woning, zou één van de twee bestaande hoogrendementsketels gehandhaafd blijven om bij te schakelen op piekmomenten in de warmtevraag. De andere hoogrendementsketel zou met het in bedrijf nemen van de pelletketel komen te vervallen. Verder werd er al rekening mee gehouden dat de mee te leveren draadloze thermostaat niet zou volstaan. Deze zou dan voor rekening van Aitec vervangen worden door een bedrade thermostaat. 2.4. De pelletketel en de pelletsilo zijn door Aitec aan [eiser] geleverd. [eiser] heeft op 18 oktober 2012 de koopprijs aan Aitec betaald tot een bedrag van € 11.750,-. 2.5. De pelletketel is door [naam installatiebedrijf] geïnstalleerd. [eiser] heeft aan [naam installatiebedrijf] een bedrag van € 9.959,21 betaald. 2.6. [eiser] heeft een schuurtje gebouwd rondom de pelletsilo. 2.7. De pelletketel is in bedrijf gesteld op 17 december 2012. 2.8. Naar aanleiding van door [eiser] aan de orde gestelde problemen met het functioneren van de pelletketel zijn door Aitec vervolgens in de periode tot en met april 2013 diverse werkzaamheden uitgevoerd aan de pelletketel en aan het verwarmingssysteem in de woning, waaronder in ieder geval: het vervangen van de bestaande draadloze thermostaat door een bedrade thermostaat; het aanpassen van de software van de pelletketel die onder meer de samenwerking tussen de pelletketel en de bestaande hoogrendementsketel regelt; het plaatsen van een nieuwe mengklep in het bestaande hydraulische cv-circuit; het aanpassen van de instellingen van de bestaande hoogrendementsketel. 2.9. Bij brief van 18 april 2014 heeft Aitec aan [eiser] onder meer het volgende geschreven: “Wij verwachten van u dat u per omgaande, zonder enige discussie, het nog openstaande deel van onze opdracht aan ons voldoet.” 2.10. Bij brief van 3 mei 2013 heeft de gemachtigde van [eiser] Aitec gewezen op voortdurende tekortkomingen in het functioneren van de pelletketel. In de brief is verder geschreven: “Hierbij stel ik u in gebreke en bied ik u voor de allerlaatste maal een fatale termijn, in die zin dat u tot maandag 13 mei a.s., te 18.00 uur de gelegenheid krijgt om alle aan de pelletketel klevende tekortkomingen definitief te repareren, bij gebreke waarvan de tussen partijen bestaande overeenkomst reeds nu vooralsdan wegens wanprestatie is ontbonden.” 2.11. Op 21 mei 2013 heeft er tussen partijen een bespreking plaatsgevonden, waarbij is afgesproken dat Aitec zo nodig nog nadere aanpassingen aan de pelletketel zou verrichten. 2.12. In de periode juni 2013 tot en met februari 2014 is naar aanleiding van door [eiser] aan de orde gestelde problemen met het functioneren van de pelletketel meerdere keren een servicemonteur van Aitec bij [eiser] langsgekomen. Daarbij is verschillende keren vastgesteld dat de brander van de pelletketel vervuild was en dat daarin zogenoemde slakvorming was ontstaan. Vervolgens hebben partijen tot en met juni 2014 over een weer gecorrespondeerd over tekortkomingen in het functioneren van de pelletketel en over de mogelijke oorzaken daarvan. 2.13. Bij brief van 1 oktober 2014 heeft de gemachtigde van [eiser] aan Aitec het volgende geschreven:“Uitsluitend voor zover dat nodig mocht zijn – de heer [eiser] stelt zich namelijk op het standpunt dat de koopovereenkomst reeds is ontbonden bij brief van 3 mei 2013 – stelt de heer [eiser] u hierbij in gebreke en geeft u een laatste termijn van zeven dagen om het gebrek aan de Hapero pelletketel te verhelpen. Bij gebreke daarvan ontbindt hij de koopovereenkomst reeds nu vooralsdan, uitsluitend voor het geval de koopovereenkomst niet al bij brief van 3 mei 2013 mocht zijn ontbonden.” 2.14. Op 13 oktober 2014 heeft [eiser] Aitec in deze procedure gedagvaard. 2.15. Op 20 oktober 2014 heeft [eiser] aan Aitec het volgende e-mailbericht gestuurd: “Hierbij bericht ik u dat de Hapero pelletketel wederom in storing is vervallen. Vanwege het feit dat ik de koopovereenkomst met u heb ontbonden, hoef ik u strikt genomen geen mogelijkheid te bieden om de ketel te herstellen. Uit oogpunt van schadebeperking stel ik u echter toch in de gelegenheid om binnen vier dagen na heden de ketel te komen repareren. De reparatiekosten komen immers voor uw rekening, omdat deze ook het gevolg zijn van het gebrek in de ketel. Ook heeft het niet mijn voorkeur om een derde werkzaamheden aan de ketel te laten uitvoeren.” 2.16. Vervolgens is er in de periode tot en met december 2014 e-mailcontact over en weer tussen partijen geweest over storingsmeldingen van de pelletketel en over de mogelijke oorzaken en oplossingen daarvan. 2.17. Op 29 december 2014 heeft [eiser] aan Aitec een e-mailbericht gestuurd, waarin onder meer het volgende is geschreven:“Hierbij bericht ik u dat op 24 december 2014 […] de pelletketel wederom in storing is gevallen. Ik zal de pelletketel niet meer (laten) opstarten. Ook de ervaringen in de afgelopen maanden hebben geleerd dat het geen zin heeft; elke keer valt de ketel weer in storing. […] U stelt kort gezegd dat ik gebruik zou zijn blijven maken van uw service, ook nadat ik de koopovereenkomst heb ontbonden. Niets is minder waar. Ik heb u enkel op de hoogte gehouden over het functioneren van de pelletketel, in verband met het feit dat wij in procedure zijn verwikkeld en niet tegengeworpen wil krijgen dat ik u niet voldoende zou hebben geïnformeerd, of dat u zou kunnen zeggen dat de pelletketel niet goed functioneerde omdat u het tegendeel niet van mij hebt vernomen. […] Dat u deze gebeurtenissen nu echter tegen mij probeert te gebruiken, bevestigt mij nogmaals in mijn overtuiging dat ik mijn vertrouwen in u volkomen terecht heb verloren. Het is nu klaar. Ik maak geen gebruik meer van de pelletketel en u komt er ook niet meer in.” 3Het geschil in conventie 3.1. [eiser] vordert, na vermeerdering van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: een verklaring voor recht dat [eiser] de koopovereenkomst met Aitec rechtsgeldig heeft ontbonden; veroordeling van Aitec om aan [eiser] te voldoen diverse bedragen tot een totaal van € 39.148,04, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag dat [eiser] deze bedragen heeft betaald tot de voldoening; veroordeling van Aitec om de ketel en toebehoren en de pelletsilo af te voeren binnen veertien dagen nadat [eiser] Aitec het verzoek daartoe heeft gedaan, op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom ter hoogte van € 1.000,- per kalenderdag dat Aitec die veroordeling niet mocht naleven tot een in goede justitie te bepalen maximum; veroordeling van Aitec in de proceskosten. 3.2. [eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat Aitec jegens [eiser] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen ingevolge de tussen partijen gesloten overeenkomst, doordat de aangekochte pelletketel vanaf het begin gebrekkig heeft gefunctioneerd. [eiser] stelt de overeenkomst op grond hiervan te hebben ontbonden, waardoor voor Aitec een verbintenis is ontstaan tot terugbetaling van het gedeelte van de aankoopprijs dat [eiser] reeds heeft betaald. Daarnaast stelt [eiser] schade te hebben geleden doordat Aitec geen goed werkende pelletketel heeft geleverd en [eiser] de overeenkomst heeft moeten ontbinden. Deze schade bestaat uit kosten die [eiser] heeft gemaakt voor de installatie van de pelletketel en toebehoren, voor kosten als gevolg van het uitschakelen van de pelletketel, voor nog te maken kosten voor het laten verwijderen daarvan en voor kosten die [eiser] heeft gemaakt in verband met de bouw van het schuurtje waarin de opslagsilo van de pelletketel is geplaatst. [eiser] maakt aanspraak op de wettelijke rente nu Aitec in verzuim is geraakt. 3.3. Aitec heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vorderingen met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. Zij baseert haar verweer er kort gezegd op dat de door haar geleverde pelletketel beantwoordt aan de tussen partijen gesloten overeenkomst. in reconventie 3.4. Aitec vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [eiser] om aan Aitec te voldoen € 2.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 21 september 2012 tot de voldoening en met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. 3.5. Ter onderbouwing van die vordering stelt Aitec dat [eiser] jegens Aitec toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen ingevolge de tussen partijen gesloten overeenkomst, door een gedeelte van het verschuldigde bedrag, ondanks sommaties, onbetaald te laten. Aitec maakt aanspraak op de wettelijke rente nu [eiser] in verzuim is geraakt. 3.6. [eiser] heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering met als conclusie dat de kantonrechter deze zal afwijzen, met veroordeling van Aitec in de proceskosten. in conventie en in reconventie 3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie 4.1. [eiser] stelt primair dat de tussen partijen gesloten overeenkomst op 3 mei 2013 buitengerechtelijk is ontbonden. Aitec voert als verweer dat [eiser] zich er niet op kan beroepen dat de overeenkomst op die datum is ontbonden, omdat [eiser] de pelletketel ook daarna nog is blijven gebruiken en hij Aitec ook is blijven verzoeken om gebreken aan de ketel te verhelpen. 4.2. Dit verweer slaagt. De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor bij Aitec het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat [eiser] zijn aanspraak op ontbinding van de overeenkomst niet (meer) geldend zou maken. In dat kader overweegt de kantonrechter dat partijen kort na de door [eiser] beoogde ontbinding, op 21 mei 2013, met elkaar nadere afspraken hebben gemaakt. Niet in geschil is dat hierbij is afgesproken dat de pelletketel in de woning van [eiser] zou blijven en dat Aitec zo nodig inspanningen zou blijven verrichten om de pelletketel goed te laten functioneren. Aitec is in de periode daarna ook verschillende keren bij [eiser] thuis geweest om aanpassingen aan de pelletketel te verrichten. Aitec is dus investeringen blijven doen voor een goed functionerende pelletketel. [eiser] heeft daarop ook steeds aangestuurd, door meldingen te blijven doen bij Aitec wanneer de pelletketel niet goed functioneerde. Partijen hebben dus niet gehandeld alsof de overeenkomst ontbonden was. Tegen die achtergrond had het bovendien op de weg van [eiser] gelegen om nader te onderbouwen dat hij zich bij de bespreking op 21 mei 2013 op de ontbinding is blijven beroepen en hoe dat zich dan verhoudt tot de diverse contacten met Aitec vanaf dat moment tot oktober 2014. [eiser] heeft echter enkel gesteld dat de ontbinding tijdens die bespreking in stand gelaten. De kantonrechter acht die stelling gelet op het voorgaande onvoldoende gemotiveerd. 4.3. Op grond van de hiervoor genoemde omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het ontbinden van de overeenkomst op 3 mei 2013, heeft [eiser] zich gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van zijn recht. Zelfs als er veronderstellenderwijs vanuit wordt gegaan dat [eiser] zich op 3 mei 2013 gerechtvaardigd op ontbinding van de overeenkomst heeft mogen beroepen, is er aldus sprake van bijzondere omstandigheden die meebrengen dat [eiser] zich thans niet meer erop kan beroepen dat de overeenkomst toen is ontbonden. 4.4. Subsidiair stelt [eiser] dat de tussen partijen gesloten overeenkomst op 1 oktober 2014 buitengerechtelijk is ontbonden. Ook hier voert Aitec als meest verstrekkend verweer dat [eiser] zich niet op die ontbinding kan beroepen, omdat [eiser] de pelletketel daarna is blijven gebruiken en contact met Aitec is blijven zoeken wanneer er zich gebreken voordeden. 4.5. Dit verweer slaagt niet. Hoewel er ook na de brief van 1 oktober 2014 contact is blijven bestaan tussen partijen over het functioneren van de pelletketel, in ieder geval tot 29 december 2014, is de kantonrechter van oordeel dat hiermee bij Aitec niet het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt is kunnen worden dat [eiser] zijn aanspraak op ontbinding van de overeenkomst niet (meer) geldend zou maken. Daarbij is van belang dat gesteld noch gebleken is dat dit contact uit meer heeft bestaan dan uit het sturen van e-mails. Bovendien is [eiser] kort na de brief van 1 oktober 2014 overgegaan tot het dagvaarden van Aitec in deze procedure en blijkt uit die dagvaarding ook expliciet dat hij zich beroept op de ontbinding van de overeenkomst. Ook in de e-mails van 20 oktober en van 29 december 2015 verwijst [eiser] specifiek naar de ontbinding van de overeenkomst, zodat Aitec op basis daarvan ook heeft moeten begrijpen dat de meldingen van [eiser] met betrekking tot storingen aan de pelletketel niet gericht waren op het ongedaan maken van de ontbinding. [eiser] heeft zich hiermee dus niet gedragen op een wijze die niet te verenigen is met het geldend maken van zijn recht. 4.6. In het tussenvonnis van 22 april 2015 is al overwogen dat sprake is van consumentenkoop. De kantonrechter zal de zaak daarom op grond van artikel 7:6 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) beoordelen aan de hand van de dwingendrechtelijke bepalingen van afdelingen 1 tot en met 7 van titel 1 van boek 7 van het BW. Dat betekent dat voor het beroep dat [eiser] doet op de ontbinding van de overeenkomst per 1 oktober 2014, achtereenvolgens moet worden ingegaan op de vraag of sprake is van non-conformiteit in de zin van artikel 7:17, eerste en tweede lid, van het BW en – indien dat het geval is – op de vraag of Aitec heeft voldaan aan haar verplichtingen tot het door [eiser] geëiste herstel. Voor de vaststelling of sprake is van non-conformiteit is bepalend of de pelletketel aan de koopovereenkomst beantwoordt. Dat betekent dat deze de eigenschappen dient te bezitten die [eiser] als koper op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. Hierbij zijn tevens van belang de aard van de zaak en de mededelingen die Aitec als verkoper heeft gedaan. 4.7. [eiser] heeft gesteld dat de beoogde nieuwe situatie met de pelletketel – die werd ingepast in de bestaande installatie, waarbij één van de bestaande hoogrendementsketels werd behouden – tot stand is gekomen op basis van advies daarover van Aitec. Verder is niet in geschil dat Aitec de oude situatie bij [eiser] in de woning heeft gezien voordat de pelletketel werd geïnstalleerd. In de conclusie van antwoord heeft Aitec naar voren gebracht dat zij geen garanties heeft gegeven over de werking van de pelletketel binnen het bestaande systeem in de woning van [eiser] en dat zij hoogstens de mededeling heeft gedaan dat de pelletketel op het bestaande systeem kon worden aangesloten. Op basis hiervan en in het licht van de stellingen van [eiser] , staat het vast dat Aitec die mededeling inderdaad heeft gedaan. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] , gelet op deze mededeling die Aitec als verkoper heeft gedaan, mocht verwachten dat de pelletketel na de installatie ervan goed zou functioneren binnen het bestaande systeem in zijn woning en dat het totale systeem vervolgens goed zou functioneren om de woning te verwarmen. Dat Aitec geen algehele inspectie van het bestaande systeem, inclusief de leidingen, heeft uitgevoerd doet hieraan niet af. Gesteld noch gebleken is immers dat Aitec bij het doen van de mededeling dat de pelletketel op het systeem kon worden aangesloten het voorbehoud heeft gemaakt dat dit afhankelijk is van de wijze waarop dat systeem is ingeregeld, terwijl van [eiser] als consument niet kan worden verwacht dat hij zelf volledig op de hoogte is van de specificaties en (on)mogelijkheden van dat systeem. Ook de omstandigheid dat een derde de daadwerkelijke installatie van de pelletketel heeft verricht maakt niet dat Aitec daarmee niet gebonden is aan haar mededeling over het functioneren van de pelletketel binnen het bestaande systeem in de woning. Daarbij is van belang dat Aitec niet heeft betwist dat [naam installatiebedrijf] de installatie heeft afgestemd met Aitec en dat Aitec haar fiat heeft gegeven aan het door [naam installatiebedrijf] gemaakte installatieschema. Ook deze betrokkenheid die Aitec aldus toonde bij de installatie van de pelletketel bevestigt de stelling van [eiser] dat een goede werking van de pelletketel in de bestaande installatie onderdeel uitmaakte van de tussen partijen gesloten overeenkomst. 4.8. Verder is niet in geschil dat het na de ingebruikname van de pelletketel voor een goed functioneren daarvan noodzakelijk was dat de thermostaat werd vervangen, zoals Aitec ook heeft gedaan. Vervolgens heeft Aitec vanwege aanhoudende temperatuurschommelingen in de woning aanpassingen verricht in de software van de pelletketel, heeft zij een mengklep vervangen in het cv-circuit en heeft zij aanpassingen verricht aan de instellingen van de bestaande hoogrendementsketel. De kantonrechter volgt Aitec niet in haar standpunt dat zij niet verplicht was die werkzaamheden te verrichten: op grond van het oordeel in overweging 4.7. kon [eiser] herstel eisen, ook als dat zag op noodzakelijke aanpassingen in de aansluiting van de pelletketel op het bestaande systeem of op het functioneren van het totale systeem na de installatie van de pelletketel. Dat Aitec die werkzaamheden, zoals zij stelt, heeft verricht met de intentie om onverplicht te assisteren bij het optimaliseren van de gehele verwarmingsinstallatie in de woning maakt dat niet anders. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de pelletketel en/of en het functioneren daarvan binnen het verwarmingssysteem in de woning op de hiervoor omschreven momenten waarop aanpassingen noodzakelijk waren, niet voldeed aan de tussen partijen gesloten overeenkomst. 4.9. Tussen partijen is niet in geschil dat zich vervolgens ook in de periode na de bespreking op 21 mei 2013 problemen voordeden in het functioneren van de pelletketel, vooral omdat de brander meerdere keren vervuild bleek te zijn. Evenmin is in geschil dat [eiser] de pellets voor de pelletketel in deze periode heeft betrokken bij een leverancier die daartoe gecertificeerd is. Partijen verschillen echter van mening over de vraag of de oorzaak van deze problemen moet worden gezocht in het gebruik van een verkeerde brandstof. De kantonrechter overweegt dat het aan Aitec is om te stellen en zo nodig te bewijzen dat dit inderdaad het geval is. Aitec heeft in dat kader slechts aangevoerd dat het gelet op de vervuiling van de brander niet anders kan zijn dan dat [eiser] pellets heeft gebruikt die niet voldoen aan de Europese kwaliteitseisen. De kantonrechter begrijpt die stelling zo, dat de vervuiling in de brander volgens Aitec niet op andere wijze kan zijn ontstaan. [eiser] op zijn beurt betwist dat hij verkeerde brandstof heeft gebruikt voor de pelletketel. Hij wijst hierbij op het certificaat van de leverancier van de pellets en hij heeft het resultaat overgelegd van een analyse van een monster van een partij houtpellets, waaruit blijkt dat die voldeed aan de Europese norm. Aitec brengt terecht naar voren dat met de certificering van de leverancier niet is gegarandeerd dat de specifieke partij pellets die door [eiser] is gebruikt voor de pelletketel ook voldoet aan de Europese norm en dat uit de analyse niet blijkt dat die betrekking heeft op de door [eiser] gebruikte pellets. De kantonrechter is echter van oordeel dat het gelet op de gemotiveerde en met documenten onderbouwde betwisting van [eiser] op de weg van Aitec had gelegen om haar stelling dat [eiser] verkeerde brandstof heeft gebruikt nader te onderbouwen. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat niet in geschil is dat [eiser] speciale houtpellets heeft gebruikt en niet zomaar een willekeurige brandstof, terwijl gesteld noch gebleken is dat deze houtpellets in het algemeen gemakkelijk tot problemen in het functioneren van pelletketels kunnen leiden. De enkele stelling dat het niet anders kan zijn dan dat er een verkeerde brandstof is gebruikt acht de kantonrechter in dit kader onvoldoende. Daarmee wordt niet toegekomen aan bewijslevering op dit punt aan de zijde van Aitec. Nu hiermee niet is komen vast te staan dat de vervuiling van de brander van de pelletketel te wijten is aan het gebruik van een verkeerde brandstof en Aitec de stellingen van [eiser] op dit punt niet anderszins heeft betwist, komt de kantonrechter tot het oordeel dat de pelletketel ook in de periode vanaf 21 mei 2013 niet voldeed aan de tussen partijen gesloten overeenkomst. Verder staat vast dat dit gebrek heeft voortgeduurd tot aan de ingebrekestelling van 1 oktober 2014 en ook daarna niet is verholpen, gelet op de discussie die partijen bleven voeren over het testen van houtpellets. Uit die discussie blijkt bovendien dat Aitec – anders dan zij stelt – op de hoogte was van de aard van het gebrek, dat zag op de brander van de pelletketel. 4.10. Sinds de ingebruikname van de pelletketel op 17 december 2012 heeft deze aldus op meerdere momenten niet voldaan aan de tussen partijen gesloten overeenkomst, dan wel heeft het functioneren van de pelletketel binnen het verwarmingssysteem in de woning niet aan die overeenkomst voldaan. Daarmee is steeds sprake van non-conformiteit in de zin van de wet. Aitec is meerdere malen in de gelegenheid gesteld de gebreken te verhelpen, daartoe ook gesommeerd door [eiser] . Hoewel Aitec zich heeft ingespannen om de gebreken te verhelpen en dat in een aantal gevallen ook is gelukt, bleven de gebreken terugkomen, dan wel deden nieuwe gebreken zich voor. Verder waren de gebreken noch op 1 oktober 2014, noch na afloop van de door [eiser] op die datum gestelde hersteltermijn verholpen. Aitec heeft nog het verweer gevoerd dat [eiser] haar niet de mogelijkheid heeft geboden om kennis te nemen van het gebrek, omdat zij geen monster mocht nemen van de voorraad houtpellets. Dit verweer slaagt niet, omdat ook hier geldt dat vast staat dat [eiser] de houtpellets van een gecertificeerde leverancier heeft betrokken en dat hij aldus heeft gehandeld volgens de gebruiksaanwijzing van de pelletketel. [eiser] heeft bovendien later willen meewerken aan het samen met Aitec testen van houtpellets, die hij zelf wenste te bestellen. Nu Aitec daaraan enkel wilde meewerken onder de voorwaarde dat zij zelf de houtpellets zou bestellen, kan niet worden gezegd dat [eiser] Aitec niet in staat heeft gesteld om kennis te nemen van het gebrek. 4.11. De kantonrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat Aitec op 1 oktober 2014 niet heeft voldaan aan haar verplichting tot herstel en dat [eiser] nadien Aitec niet opnieuw de gelegenheid tot herstel heeft te hoeven geven. Daarbij heeft de kantonrechter de omstandigheden in overweging genomen dat diverse malen sprake was van disfunctioneren van de pelletketel en/of van de pelletketel binnen het verwarmingssysteem, afgezet tegen de lange periode waarbinnen de problemen zich steeds bleven voordoen en de aard van het product: een systeem bedoeld voor de verwarming en warmwatervoorziening van een woning. Aitec is dus tekort geschoten in de nakoming van haar verplichting tot herstel, zoals bedoeld in artikel 7:21, derde lid, van het BW. De kantonrechter is verder van oordeel, gelet op de omstandigheden genoemd in overweging 4.10., dat geen sprake is van een geringe betekenis van de gebreken die ontbinding van de overeenkomst niet rechtvaardigt. 4.12. Aitec heeft nog aangevoerd dat [eiser] niet bevoegd was de overeenkomst te ontbinden, omdat hij zelf in verzuim was nu hij niet de gehele overeengekomen prijs aan Aitec heeft voldaan. Dat verweer slaagt niet. [eiser] is in dit kader gelet op het bepaalde in artikel 6:58 van het BW als schuldeiser pas in verzuim, als de nakoming van de overeenkomst door Aitec verhinderd wordt door een aan de kant van [eiser] opkomend beletsel. Gesteld noch gebleken is dat het aan [eiser] ligt dat de pelletketel niet goed functioneerde en dat de gebreken aan de pelletketel hun oorzaak vinden in het niet ontvangen van het door [eiser] achtergehouden geldbedrag van € 2.000,-. Verder is gesteld noch gebleken dat Aitec de nakoming van de overeenkomst heeft opgeschort omdat [eiser] een gedeelte van de koopprijs niet heeft betaald. Aitec heeft immers juist gesteld dat zij haar verplichtingen steeds is blijven nakomen. Artikel 6:59 van het BW geeft daarom evenmin een grondslag voor het door Aitec ingeroepen schuldeisersverzuim. 4.13. Het voorgaande leidt ertoe dat [eiser] op 1 oktober 2014 op grond van artikel 7:22 van het BW bevoegd was de tussen partijen gesloten overeenkomst te ontbinden. Met de ontvangst door Aitec van de brief van de raadsman van [eiser] van 1 oktober 2014, die door Aitec in redelijkheid kon worden opgevat als een ontbindingsverklaring in de zin van artikel 6:267 van het BW, is de overeenkomst tussen partijen buitengerechtelijk ontbonden. De in overweging 3.1. onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.