RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/661903-15 (P) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 3 mei 2016 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1995] te [geboorteplaats] , Turkije, thans gedetineerd te HvB Almere Binnen. 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter openbare terechtzitting dat heeft plaatsgevonden op 19 april 2016. Verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. C.H.J. van Dooijeweert, advocaat te Veenendaal. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht. De zaak van verdachte is gelijktijdig, maar niet gevoegd behandeld met de zaak van medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummer 16/661902-15) en [medeverdachte 2] (parketnummer 16/661901-15). 2Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: in vereniging een diefstal met (bedreiging met) geweld tegen heeft gepleegd op 22 december 2015 te Bilthoven; in vereniging twee wapens van de derde categorie voorhanden heeft gehad op 22 december 2015 te Bilthoven. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde, nu het dossier onvoldoende bewijs bevat dat de aangetroffen wapens ook de wapens zijn die zijn gebruikt bij de overval. De officier van justitie acht het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangifte, de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] en het feit dat verdachte kort na de overval is aangehouden, waarbij gestolen goederen zijn aangetroffen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten, nu het dossier – kort gezegd – onvoldoende bewijs bevat dat verdachte betrokken is geweest bij de overval. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. [slachtoffer] heeft aangifte gedaan van diefstal met geweld, gepleegd op 22 december 2015 in Bilthoven, gemeente De Bilt. [slachtoffer] heeft verklaard dat hij als chauffeur werkzaam is voor [naam] bv en dat hij die dag werd ingehuurd door [naam] . Hij kwam tussen 10:30 uur en 10:45 uur aan bij winkelcentrum De Kwinkelier in Bilthoven en parkeerde zijn bus daar. [slachtoffer] heeft verklaard dat hij uitstapte, naar de achterkant van de bus liep en daar de laadruimte instapte. Hij werd daar vervolgens besprongen door twee jongens. De jongens sprongen de bus in en duwden [slachtoffer] tegen de lading aan. [slachtoffer] heeft verklaard dat, op het moment dat hij om hulp schreeuwde, een derde jongen de bus in kwam en dat hij ineens twee vuurwapens zag. Hij heeft de wapens in een flits gezien en vermoedt dat die wapens in de zakken van de kleding zaten voordat de jongens de vuurwapens tevoorschijn haalden. [slachtoffer] heeft verklaard dat zijn gezicht werd weggeduwd en dat hij een hand voor zijn mond kreeg. Ze duwden zo hard op zijn mond dat hij echt naar adem moest happen. Kort daarop kreeg hij iets van stof over zijn gezicht heen, waardoor hij niks meer kon zien. [slachtoffer] vermoedde dat het een bivakmuts was. [slachtoffer] heeft verklaard dat één van de jongens om de sleutels vroeg en dat hij de sleutels toen heeft afgegeven. Eén van de jongens stapte uit en is voorin de bus gaan zitten. [slachtoffer] voelde dat de bus ging rijden. Toen de bus stopte bleef er één jongen bij [slachtoffer] . [slachtoffer] hoorde de andere twee jongens buiten zeggen: ‘snel overladen’. [slachtoffer] hoorde dat er dozen werden overgeladen. [slachtoffer] heeft verklaard dat daarna werd gezegd dat hij moest blijven zitten, dat de muts van zijn hoofd werd getrokken en dat de deur van de bus werd dichtgegooid. [slachtoffer] hoorde dat het andere voertuig waar de goederen ingegooid waren verzet werd. [slachtoffer] is direct uit de bus gesprongen, zag aan beide kanten garageboxen en zag aan het einde een witte bus, hij vermoedt dezelfde bus als die hij weg hoorde rijden, linksaf slaan de Leeuweriklaan op. Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij werkzaam is voor [naam] . Hij heeft de indruk dat er elf dozen ontbreken sinds de overval. [getuige 3] herkent de stickers op de dozen die bij de verdachten achter in de laadruimte zijn aangetroffen, als afkomstig van [naam]. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 22 december 2015 uitkeek op de parkeerplaats bij het winkelcentrum De Kwinkelier in Bilthoven. [getuige 1] zag dat er drie jongens uit twee auto’s stapten. De drie jongens liepen naar de bushalte op de Sperwerlaan. Kort daarna kwam er een witte bestelbus met het opschrift ‘ [naam] ’ aanrijden, die net voorbij de bushalte stopte. [getuige 1] heeft verklaard dat de chauffeur van de bestelbus uitstapte, naar de achterzijde van de bestelbus liep en de laadruimte openmaakte. [getuige 1] zag vervolgens dat de drie jongens achter in de bestelbus sprongen en de deur dichttrokken. Een minuut later stapt één van de jongens uit, gaat op de bestuurdersplek zitten en rijdt weg. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op 22 december 2015 bij de garageboxen op de Leeuweriklaan te Bilthoven een witte bestelbus met opdruk ‘ [naam] ’ zag staan. [getuige 2] zag daarnaast een andere witte bestelbus geparkeerd staan. [getuige 2] zag dat er in ieder geval twee manspersonen op een haastige manier dozen aan het transporteren waren. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben verklaard dat zij op 22 december 2015 rond 10:30 uur op de Koperwieklaan in Bilthoven reden en aan het einde van de straat een witte bus uit de laatste zijstraat aan de linkerzijde, de Leeuwerikstraat, zagen komen. De bus reed in de richting van de Boslaan en sloeg rechtsaf de Boslaan op. [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zijn de bus gevolgd de Boslaan op en zagen de bus net voor de kruising van de Boslaan met de Sperwerlaan rijden. [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zagen dat een ander politievoertuig achter de bus ging rijden en dat zij linksaf de Soestdijkseweg Zuid op gingen. [verbalisant 1] en [verbalisant 2] horen dat een andere eenheid op de Soestdijkseweg Zuid achter de witte bus rijdt en dat deze eenheid de bus op de Anne Franklaan staande houdt. In de bus zien zij diverse dozen en een afleverbon met de tekst ‘ [naam] ’ liggen. In de laadruimte ligt ook een pakbon waar ‘ [naam] ’ op staat en een logo met ‘ [naam] ’. Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hebben verklaard dat zij op 22 december 2015 op de Boslaan te Bilthoven een witte bus zagen rijden met daarin drie manspersonen. De bus kwam vanuit de richting van de Sperwerlaan. [verbalisant 3] en [verbalisant 4] zijn gekeerd en zagen dat de bus linksaf sloeg. Bij de kruising met de Leijnseweg sloeg de bus rechtsaf. [verbalisant 3] zag dat het raam van het bijrijdersportier geheel open stond. De bus sloeg vervolgens linksaf de Anne Franklaan op. [verbalisant 3] en [verbalisant 4] hebben een stopteken gegeven en de inzittenden van de bus aangesproken. De bestuurder was medeverdachte [medeverdachte 1] . De bijrijder in het midden betrof medeverdachte [medeverdachte 2] . De andere bijrijder was verdachte. Bij de aanhouding van verdachte is een telefoon aangetroffen, welke na onderzoek voorzien bleek te zijn van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit de historische verkeersgegevens van dit nummer blijkt dat het nummer op maandag 21 december 2015 tot 14:02 uur in de omgeving van de paallocatie Marijkelaan 1 te Langbroek is. Tussen 14:03 uur en 15:44 uur verplaatst het nummer zich via Doorn, Amerongen en Overberg naar Veenendaal. Daarna verplaatst het nummer zich via Amerongen (om 16:55 uur) weer terug naar Langbroek. Het nummer verplaatst zich de avond van 21 december 2015 via Driebergen (22:22 uur) naar Bilthoven. Daar straalt het tussen 23.00 en 23:49 uur verschillende paallocaties aan. Uiteindelijk verplaatst het zich naar Amerongen. Verdachte heeft verklaard dat hij de enige is die die telefoon gebruikt. Hij heeft verder verklaard dat hij op 22 december 2015 met een witte bus met drie zitplekken is opgehaald, volgens verdachte dezelfde bus als waarin hij later is aangehouden. Het telefoonnummer van [A] bevindt zich op 21 december 2015 tussen 16:06 uur en 16:29 uur in Veenendaal. [A] heeft verklaard dat hij op 21 december 2015 een busje heeft gehuurd in Veenendaal voor een vriend. De vriend heet ‘ [B] ’ en woont op de [adres] in [woonplaats] . De broer van [B] heet [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] ging met [A] mee naar Veenendaal. [A] heeft verklaard dat het kan kloppen dat het verdachte is geweest die mee is geweest naar Veenendaal. [medeverdachte 1] heeft de (gehuurde) bestelbus naar Amerongen gereden en [A] is met verdachte en een ander nog even in de coffeeshop geweest. Op 22 december 2015 is rond 11:15 uur is een zwart wapen gevonden op de kruising van de Soestdijkseweg Zuid en de Boslaan te Bilthoven. Dit wapen is van origine een start-/alarmpistool van het merk BBM, model 315 Auto. De loop is vervangen door een nieuwe volledig open loop met trekken en velden en de gasuitlaat is afgedicht, waardoor er projectielen kaliber 6,35mm door de loop kunnen worden verschoten. Het pistool is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 gelet op artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie. Diezelfde dag is rond 11.20 uur ook een zilverkleurig pistool gevonden bij de voetgangersoversteekplaats nabij de kruising Leijnseweg/Soestdijkseweg Zuid te Bilthoven. Dit wapen is van origine een gas-/alarmpistool, merk Ekol, model Tuna. De sper is verwijderd en een nieuwe loop is geplaatst, waardoor het wapen voorzien is van een volledig open loop en er projectielen met kaliber 6,35mm kunnen worden verschoten. Het pistool is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 gelet op artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft als getuige verklaard dat hij ( [medeverdachte 2] ) met de gehuurde bus vanuit Amerongen naar Bilthoven is gereden, samen met medeverdachten [medeverdachte 2] en [verdachte] . [medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat hij de bus heeft neergezet bij de garageboxen en dat hij vanaf daar naar de plaats van de overval is gegaan. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft als getuige verklaard dat ze met de bus bij de garageboxen gestopt zijn en dat [verdachte] er op dat moment ook bij was. Ook [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij vanaf de garageboxen naar de plaats van de overval is gegaan. De hierboven weergegeven bewijsmiddelen zijn elk slechts gebruikt voor het bewijs van het feit waarop zijn blijkens hun inhoud betrekking hebben. Gelet op voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte beide ten laste gelegde feiten heeft begaan. Verdachte is vanuit Amerongen in een witte bestelbus naar Bilthoven gereden. De overval is vervolgens gepleegd, waarna het slachtoffer een witte bestelbus heeft zien wegrijden. Verdachte is daarna – zeer kort na de overval – aangetroffen met de medeverdachten in de witte bestelbus. In die bus lagen dozen die waren weggenomen bij de overval. Verdachte heeft ontkend betrokken te zijn geweest bij de overval. Hij heeft verklaard dat hij op 22 december 2015 is opgehaald door de twee medeverdachten in een wit busje. Ze zouden iemand gaan helpen met verhuizen. Verdachte heeft verklaard dat hij op enig moment uit de bus is gestapt, dat hij een sigaretje heeft gerookt en na ongeveer 10 minuten weer werd opgehaald. Hij is weer ingestapt en enkele minuten daarna werden ze aangehouden door de politie. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van verdachte niet aannemelijk is geworden. Verdachte heeft niet concreet kunnen verklaren waar hij zou zijn uit- en ingestapt. De rechtbank acht verder onaannemelijk dat de medeverdachten naar Bilthoven rijden om een overval te plegen, dat zij verdachte uit de bestelbus zouden laten stappen, dat de medeverdachten vervolgens met een onbekende derde een overval plegen en daarna verdachte weer ophalen. Bovendien verklaart verdachte ook onjuist of onduidelijk over zaken die feitelijk kunnen worden vastgesteld. Zo heeft verdachte ontkend dat hij op 21 december 2015 is meegegaan naar het verhuurbedrijf om de bestelbus op te halen. [A] – de persoon die het busje heeft opgehaald in Veenendaal – heeft uiteindelijk verklaard dat verdachte daar wel bij was. Uit de opgevraagde historische verkeersgegevens blijkt dat het telefoonnummer van verdachte op 21 december 2015 om 15:44 uur een paallocatie in Veenendaal aanstraalt. Verdachte is kennelijk in Veenendaal op het moment dat de bestelbus wordt opgehaald bij het verhuurbedrijf. Verder weet verdachte niet meer of hij de avond voor de overval naar Zeist en Bilthoven is geweest. Uit de opgevraagde historische verkeersgegeven blijkt dat het telefoonnummer van verdachte in de avond van 21 december 2015 gedurende vijftig minuten in Zeist en Bilthoven is geweest. Nu verdachte heeft verklaard zijn telefoon niet uit te lenen, gaat de rechtbank ervan uit dat hij de avond voor de overval ook in Bilthoven is geweest. De rechtbank is van oordeel dat verdachte ook betrokken is geweest bij de voorbereiding en de feitelijke uitvoering van de overval. De rechtbank stelt vast dat verdachte een dag voor de overval mee is geweest om de bestelbus op te halen en dat er de avond voor de overval een voorverkenning heeft plaatsgevonden. Op de dag van de overval is de gehuurde bus kort achtergelaten, hebben verdachte en zijn medeverdachten de te overvallen bestelbus op een andere plek opgewacht en overvallen, verplaatst en zijn de goederen in de gehuurde bus overgeladen. Op grond van alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, is geen andere conclusie mogelijk dan dat verdachte en zijn medeverdachten volgens een vooropgezet plan hebben gehandeld. Aldus is dan ook sprake van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het plegen van de overval. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met de medeverdachten op 22 december 2015 een diefstal met geweld heeft gepleegd. De rechtbank acht, anders dan de officier van justitie en de verdediging, ook het onder twee ten laste gelegde feit bewezen. Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat hij bij de overval twee vuurwapens heeft gezien. De verdediging heeft aangevoerd dat de gevonden wapens mogelijk niet bij de overval gebruikt zijn. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de op straat gevonden wapens een andere herkomst hebben. Er zijn twee wapens bij de overval gebruikt en vervolgens, kort daarna, zijn er ook twee wapens aangetroffen door wandelaars die op de route liepen die de witte bus van verdachte heeft gereden en waarvan het raam aan de bijrijderskant was geopend. De rechtbank acht het buiten alle redelijke twijfel dat precies op dat moment twee andere wapens op die route gevonden zouden worden. Op grond van alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien, is geen andere conclusie mogelijk dan dat de gevonden wapens ook zijn gebruikt bij de gepleegde overval. Nu deze overval in vereniging is gepleegd door verdachte en de medeverdachten, volgens een vooropgezet plan en met gebruikmaking van de gevonden wapens, is verdachte zich bewust geweest van de aanwezigheid van beide wapens en had hij daar met de medeverdachten de beschikking over. Zodoende is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het voorhanden hebben van de vuurwapens. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte 1. hij op of omstreeks 22 december 2015 te Bilthoven, gemeente De Bilt, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen althans een of meer, dozen met goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam] en/of [naam] bv, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.