RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling StrafrechtZittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/706083-14 (ontneming) Vonnis van de rechtbank d.d. 11 juli 2016 in de ontnemingszaak tegen [veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] op [1995] , wonende te [woonplaats] , [adres] , hierna aan te duiden als: veroordeelde. 1Deprocedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: - de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt; - het strafdossier onder parketnummer 16/706083-14, waaruit blijkt dat veroordeelde op 11 juli 2016 door de rechtbank Midden-Nederland is veroordeeld ter zake van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod en ter zake van diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, tot de in die uitspraak vermelde straf; - het aan de strafzaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer PL0900 2015040359 Z (pagina 1 tot en met 180); - de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting zijn de officier van justitie en de raadsman van veroordeelde mr. K.H.T. van Gijssel gehoord. Veroordeelde is niet verschenen. 2De beoordeling 2.1 De vordering van de officier van justitie Blijkens het verhandelde ter terechtzitting ziet de aanhangig gemaakte ontnemingsvordering op twee feiten, te weten cocaïnehandel en winkeldiefstal. De officier van justitie heeft ter terechtzitting de ontnemingsvordering gewijzigd, en verminderd van € 140.390,80 naar € 126.293,-. Voor die wijziging is ervan uitgegaan dat veroordeelde in cocaïne heeft gehandeld. De diefstal is bij de ter terechtzitting aangepaste vordering niet betrokken. Bij de berekening van de vordering zoals gewijzigd is uitgegaan van 245 afnemers, een periode van 12,9 weken per afnemer, een gemiddelde van 3,33 transacties per afnemer per week en een opbrengst per transactie van € 24,- (waarbij geldt dat 0,5 gram € 20,- kost en per keer gemiddeld 0,6 gram is verkocht). De officier van justitie baseert zich daarbij op het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 25 november 2015, met dien verstande dat het totaal aantal afnemers is afgeleid van het gebruik van telefoonnummer [telefoonnummer] als deallijn. Verder is voor zowel de periode als de frequentie uitgegaan van een middeling van de drugsaankopen zoals is verklaard door drie getuigen, te weten [A] , [B] en [C] . 2.2 Het standpunt van de verdediging Nu er meerdere personen bij eventuele drugshandel betrokken waren, kan volgens de verdediging mede bij gebreke van telefoontaps niet worden uitgesloten dat er meer dan een persoon schuilgaat onder de naam ‘ [naam] ’, of dat een ander dan veroordeelde de opbrengsten heeft geïnd. Ook acht de verdediging het niet reëel dat elk in- en uitgaand telefonisch gesprek op nummer [telefoonnummer] , vermeld op de lijst met historische verkeersgegevens, een deal oplevert. 2.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank gaat bij de beoordeling van de vordering uit van de in het vonnis bewezen verklaarde strafbare feiten, te weten -kort gezegd- de verkoop van cocaïne en een winkeldiefstal. De omstandigheid dat de conclusie van de officier van justitie tot vrijspraak voor winkeldiefstal leidde tot vermindering van de ontnemingsvordering, laat onverlet de mogelijkheid dat ook ter zake van dit feit de ontnemingsmaatregel wordt opgelegd. Hiertegen is geen verweer gevoerd. Voor de schatting van de hoogte van het uit dat feit verkregen wederrechtelijk voordeel zal de rechtbank aansluiten bij het “Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict”, d.d. 25 november 2015 van politie Midden-Nederland, Divisie Recherche (hierna: rapport). De rechtbank ziet geen aanleiding om van de hierin opgenomen wijze van berekening af te wijken en neemt deze dan ook over. Uitgaande van een totaalwaarde van de weggenomen parfumerieartikelen van € 5.281,23 en rekening houdend met een gebruikelijke helingwaarde van 20%, resulteert dit in een voordeel van € 1.056,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.