← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2016:4079

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/994023-13 (ontneming) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 20 mei 2016 in de ontnemingszaak tegen [veroordeelde] B.V., gevestigd te [adres] , [postcode] te [vestigingsplaats] , (hierna te noemen: [veroordeelde] ). 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: de schriftelijke vordering van de officieren van justitie, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt; het strafdossier onder parketnummer 16/994023-13, waaruit blijkt dat [veroordeelde] bij vonnis van 20 mei 2016 van deze rechtbank is veroordeeld ter zake van onder meer valsheid in geschrift en gewoontewitwassen; de overige stukken, en de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 30 november 2015 (regie), 21, 22, 24 (inhoudelijke behandeling) en 29 maart 2016 (requisitoir), 4 (pleidooi) en 7 april 2016 (repliek, dupliek en laatste woord verdachte) en 9 mei 2016 (sluiting onderzoek). De ontnemingsvordering is gelijktijdig ter terechtzitting behandeld met de strafzaak tegen [veroordeelde] , bekend onder hetzelfde parketnummer. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie en van wat namens [veroordeelde] door haar bestuurder de heer [medeveroordeelde 1] en haar advocaat, mr. E.A.M. Mannheims, naar voren is gebracht. 2De beoordeling 2.1 De vordering van de officieren van justitie De schriftelijke vordering van de officieren van justitie strekt tot het aan [veroordeelde] opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 1.069.762,- (inclusief btw). Ter terechtzitting hebben de officieren van justitie de vordering gewijzigd, in die zin dat het bedrag van € 1.069.762,- (inclusief btw) van [medeveroordeelde 1] zelf ontnomen dient te worden. Betoogd is dat dit voordeel op basis van de vereenzelvigingsjurisprudentie moet worden toegerekend aan de natuurlijke persoon en niet aan zijn vennootschap(pen). De officieren van justitie hebben daarom primair verzocht de vordering af te wijzen. Subsidiair moet het voordeel dat per vennootschap is ontvangen daar worden ontnomen. De vordering betreft een bedrag inclusief btw omdat fiscale perikelen bij de bepaling van de hoogte buiten beschouwing moeten blijven. Indien nodig kan daarmee in de executiefase rekening worden gehouden. 2.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft primair gepleit voor afwijzing van de ontnemingsvordering, gelet op de bepleite integrale vrijspraak in de onderliggende strafzaak. Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat als er al voordeel is verkregen, dit is verkregen door de vennootschap die het betreffende bedrag heeft ontvangen. Als de vordering tot dat bedrag wordt toegewezen dient dit te gebeuren exclusief btw. 2.3 Het oordeel van de rechtbank Bij vonnissen van deze rechtbank van 20 mei 2016 zijn [medeveroordeelde 1] en zijn vennootschappen [medeveroordeelde 2] BV (hierna: [medeveroordeelde 2] ) en [veroordeelde] veroordeeld ter zake van onder meer niet‑ambtelijke omkoping, valsheid in geschrift en gewoontewitwassen. De rechtbank stelt vast dat [medeveroordeelde 1] en/of zijn vennootschappen door middel van en/of uit de baten van deze feiten wederrechtelijk voordeel hebben verkregen, zijnde de gefactureerde, ontvangen en witgewassen betalingen. De berekening van de hoogte hiervan en de gebezigde bewijsmiddelen worden hieronder nader uitgewerkt. Daadwerkelijke ontvanger De betalingen zijn gefactureerd en ontvangen door de vennootschappen van [medeveroordeelde 1] . Gelet op het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel is het uitgangspunt dat bij de bepaling van het voordeel aangesloten wordt bij wat de veroordeelden in de concrete omstandigheden daadwerkelijk hebben genoten. De rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken en het voordeel (enkel) bij de betrokken natuurlijke persoon te ontnemen, op basis van de door het Openbaar Ministerie aangehaalde vereenzelvigingsjurisprudentie. Allereerst omdat wordt vastgesteld dat de ontvangsten in eerste instantie bij de vennootschappen terecht zijn gekomen. Ten tweede omdat niet kan worden vastgesteld waar het geld zich -geheel of ten dele- bevindt en of dit direct of indirect ten goede kon komen of is gekomen aan [medeveroordeelde 1] . Ten slotte omdat ontneming van voordeel bij een ander dan de initiële ontvanger in dit geval kan leiden tot fiscale complicaties (nog los van de hierna nader te noemen omzetbelasting). Anders dan de officieren van justitie is de rechtbank van dan ook oordeel dat dit voordeel dient te worden ontnomen daar waar het feitelijk is ontvangen. Immers, de ontnemingsmaatregel is gericht op herstel van de rechtmatige toestand in financiële zin. Wederrechtelijk verkregen voordeel De rechtbank gebruikt als grondslag voor de schatting van de hoogte van het wederrechtelijk voordeel het onder 1 genoemde strafdossier. Op de bankrekeningen van [medeveroordeelde 2] en [veroordeelde] is -afgerond- een totaalbedrag van € 785.849,- (exclusief btw) ontvangen. Dit totaalbedrag betreft de door [medeveroordeelde 1] gefactureerde ontvangsten met aftrek van de geldbedragen die door [medeveroordeelde 1] zijn doorbetaald. Deze betaalstroom is anders tussen [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 7] . De facturen verzonden door [medeveroordeelde 7] aan [medeveroordeelde 1] zijn verrekend met de facturen van [medeveroordeelde 1] aan [medeveroordeelde 7] , met uitzondering van één betaling van € 798,

  1. [medeveroordeelde 2] Ontvangen van Betaald aan [medeveroordeelde 3] € 66.990,- - [medeveroordeelde 4] € 137.165,- - [A] € 116.812,50 - [B] € 151.500,- - [medeveroordeelde 5] € 147.975,- € 45.762,50 [medeveroordeelde 6] € 148.721,25 € 22.961,27 [medeveroordeelde 7] € 116.396,11 € 798,75 [medeveroordeelde 8] - € 187.429,64 [medeveroordeelde 9] - € 53.062,50 Totaal € 885.559,86 € 310.014,66 Totaal ontvangen: € 885.559,86 Doorbetaald: € 310.014,66 Afgerond saldo € 575.545,- In juni 2012 is door [veroordeelde] in totaal € 40.000,- overgemaakt naar de bankrekening van [medeveroordeelde 8] , met de omschrijving “lening volgens afspraak”. [medeveroordeelde 1] verklaart dat de lening door [medeveroordeelde 8] is terugbetaald door elke maand een bedrag in mindering te brengen op het deel dat hij van [medeveroordeelde 1] zou krijgen. [medeveroordeelde 8] heeft middels de lening in juni 2012 dus € 40.000,- verkregen zonder facturatie vanuit [bedrijf] . [veroordeelde] Ontvangen van Betaald aan [medeveroordeelde 3] € 117.950,- - [medeveroordeelde 4] € 118.090,- - [A] € 59.175,- - [B] € 131.362,50 - [medeveroordeelde 5] € 80.475,- € 36.712,50 [medeveroordeelde 6] € 141.187,50 € 17.416,89 [medeveroordeelde 7] € 115.289,98 - [medeveroordeelde 8] - € 177.497,51 (incl. lening) [medeveroordeelde 9] - € 321.599,- Totaal € 763.529,98 € 553.225,90 Totaal ontvangen: € 763.529,98 Doorbetaald: € 553.225,90 Afgerond saldo € 210.304,- De saldo’s zijn dan ook op de volgende bankrekeningen ontvangen, beide exclusief btw: - [medeveroordeelde 2] : € 575.545,- - [veroordeelde] : € 210.304,- Uit onderzoek is niet gebleken dat [medeveroordeelde 1] of zijn vennootschappen kosten hebben gemaakt die in directe relatie staan tot de voltooiing van voornoemde delicten. Er worden dan ook geen kosten in mindering gebracht bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat wederrechtelijk voordeel is verkregen van in totaal € 785.849,- (exclusief btw). Voordeel exclusief btw Volgens de wetgever is het uitgangspunt dat de strafrechter bij het vaststellen van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel geen rekening houdt met belastingheffing. Het “fiscale mechanisme” maakt dit zo nodig weer ongedaan (ECLI:NL:1998:ZD0947). Echter, hierbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen verschillende soorten belastingheffing. Bij belasting die wordt geheven ongeacht het resultaat is immers geen sprake van een fiscaal mechanisme dat eventuele -achteraf door de ontnemingsmaatregel onverschuldigde- belastingheffing weer ongedaan maakt (ECLI:NL:HR:2015:3264). In dit geval heeft de ontvangende vennootschap haar omzetbelasting reeds voldaan. Op deze belastingheffing is het voornoemde fiscale mechanisme niet van toepassing. Eenmaal berekende en gefactureerde btw kan slechts in bijzondere gevallen worden gecorrigeerd, bijvoorbeeld als de belaste levering ongedaan is gemaakt. Daarvan is in dit geval geen sprake. Omdat de vennootschap de btw heeft ontvangen maar deze vervolgens meteen weer heeft afgedragen, heeft de btw niet daadwerkelijk tot voordeel van de vennootschap gestrekt. Gelet op het voornoemde reparatoire karakter van de maatregel stelt de rechtbank daarom, anders dan gevorderd door de officieren van justitie, het wederrechtelijk verkregen vast op het totaal van de ontvangen bedragen exclusief btw. Conclusie De rechtbank stelt vast dat door middel van en/of uit de baten van de bewezenverklaarde feiten wederrechtelijk voordeel is verkregen van in totaal € 785.849,- (exclusief btw). Dit voordeel wordt uitgesplitst naar de daadwerkelijke ontvanger en wordt ook daar ontnomen, namelijk: - [medeveroordeelde 1] : € 0,- - [medeveroordeelde 2] : € 575.545,- - [veroordeelde] : € 210.304,- Gelet op al het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [veroordeelde] in totaal € 210.304,- wederrechtelijk voordeel heeft verkregen en legt voor dit bedrag de betalingsverplichting op. De vordering wordt voor het overige afgewezen. 3Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. 4De beslissing De rechtbank: stelt het bedrag van het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel vast op een bedrag van € 210.304,- (zegge: tweehonderdtienduizend driehonderdvier euro en nul eurocent); legt aan de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 210.304,- (zegge: tweehonderdtienduizend driehonderdvier euro en nul eurocent); wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Maanen, voorzitter, mr. drs. S.M. van Lieshout en mr. A.M.M.E. Doekes-Beijnes, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. M.C. van Reenen en K.M. Strijbos, griffiers, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 mei
  2. In de hierna volgende voetnoten wordt telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende FIOD dossier, nummer 51693, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (onderzoek Mount Nepal, inhoudende 28 ordners). Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. AH staat voor ambtshandeling. V staat voor verhoor van verdachte. AH-042, pagina 3 AH-042, pagina 4 AH-042, pagina 25 AH-042, pagina 7 AH-042, pagina 10 AH-042, pagina 16 AH-042, pagina 18 AH-042, pagina 12 (ontvangen) en 13 (betaald), waarbij een bedrag van € 9.075,- is gefactureerd door [veroordeelde] , maar ontvangen door [medeveroordeelde 2] (zie p. 12) AH-042, pagina 20 (ontvangen) en 21 (betaald) AH-042, pagina 24 (ontvangen) en 25 (betaald), AH-042, pagina 28 AH-042, pagina 32 AH-042, pagina 29 V04-08, pagina 8 AH-042, pagina 29 AH-042, pagina 7 AH-042, pagina 10 AH-042, pagina 16 AH-042, pagina 18 AH-042, pagina 12 (ontvangen) en 13 (betaald), waarbij een bedrag van € 9.075,- is gefactureerd door [veroordeelde] , maar ontvangen door [medeveroordeelde 2] (zie p. 12) AH-042, pagina 20 (ontvangen) en 21 (betaald) AH-042, pagina 28 en 29 (inclusief de lening) AH-042, pagina 32

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.