RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling straf-, familie- en jeugdrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/706166-15 Verkort vonnis van de meervoudige kamer van 9 juni 2016 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 2] (Marokko) op [1981] , thans gedetineerd in het Huis van Bewaring “De Schie” te Rotterdam. 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 24 februari 2016 (zittingslocatie Lelystad), 29 maart 2016 (zittingslocatie Lelystad), 10, 11, 12 en 26 mei 2016 (zittingslocatie Utrecht). De verdachte is met uitzondering van 29 maart 2016 en 26 mei 2016 telkens in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. M. Grinwis-Veldman, advocaat te Utrecht. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. Op de zitting van 10 mei 2016 is het onder feit 3, 5 en 10 tenlastegelegde gewijzigd. De tekst van de – gewijzigde - tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich (al dan niet samen met anderen) schuldig heeft gemaakt aan een groot aantal bedrijfsinbraken, aan woninginbraken en aan deelname aan een criminele organisatie. 3Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie acht de onder 1, 2, 3 subsidiair, 4, 6 primair, 7, 8, 9, 10 primair, 11 primair, 12 primair, 13, 14, 15, 16 primair en 17 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Voor het onder 5 ten laste gelegde feit vordert de officier van justitie vrijspraak. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt verdachte wegens gebrek aan bewijs vrij te spreken van de onder 1, 2, 6 en 11 ten laste gelegde feiten. Voor het onder 3 tenlastegelegde is onvoldoende bewijs aanwezig om te komen tot een bewezenverklaring van medeplichtigheid, zodat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. Voor het onder 4 tenlastegelegde dient eveneens vrijspraak te volgen, omdat uit het dossier niet kan worden afgeleid dat verdachte daadwerkelijk de inbraak heeft gepleegd. Met de officier van justitie is de verdediging van mening dat voor feit 5 vrijspraak moet volgen. Volgens de verdediging is verdachte hooguit medeplichtig aan het onder 14 ten laste gelegde feit. Nu dit niet is tenlastegelegd dient verdachte te worden vrijgesproken. Ook voor het onder 17 ten laste gelegde feit behoort verdachte volgens de verdediging te worden vrijgesproken, omdat geen sprake is van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Vrijspraak van het onder 3 en 5 tenlastegelegde De rechtbank acht niet bewezen wat onder 3 en 5 is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 4.3.2 Het oordeel over het onder ten laste gelegde De rechtbank acht de onder 1, 2, 4, 6 primair, 7, 8, 9 10 primair, 11 primair, 12 primair, 13, 14, 15, 16 primair en 17 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de redengevende feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit vonnis zullen worden opgenomen. Nadere bewijsoverwegingen Criminele organisatie Voor het bestaan van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht is naar vaste rechtspraak vereist dat er sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen, dat tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Volgens de rechtbank is aan voornoemd vereiste voldaan. Alleen al op grond van de aanzienlijke hoeveelheid en de frequentie van de tapgesprekken die zijn gevoerd tussen de verdachten in het onderzoek en die bijna zonder uitzondering betrekking hebben op het voorbereiden en vervolgens plegen van (bedrijfs- en woning)inbraken, kan worden vastgesteld dat er gedurende enige tijd een intensieve samenwerking bestond gericht op het plegen van misdrijven, te weten bedrijfs- en woninginbraken. De inbraken waren gericht op het binnenhalen van grote hoeveelheden goederen - vaak met tienduizenden euro’s aan schade voor de gedupeerden - die vervolgens snel en gemakkelijk konden worden verkocht. Er was sprake van een doordachte planning en een uitvoering van de inbraken met meegebrachte apparatuur en vervoersmiddelen. Dit alles werd gevolgd door (van tevoren geregelde) afzet van de gestolen goederen en het verdelen van de criminele opbrengst. Zo hebben de feiten met enige regelmaat plaatsgevonden. Soms zaten er slechts enkele dagen tussen de feiten. In de organisatie was een zekere structuur zichtbaar. Er vond veelal vooraf overleg, planning en concrete taakverdeling en inbreng plaats, waarbij de te plegen strafbare feiten daadwerkelijk als werk werden gezien en als zodanig werden benoemd. Ook worden enkele verdachten met enige regelmaat samen gezien en/of op heterdaad aangehouden door de politie, wat wijst op de hechtheid van de groep. De verdachten maakten soms gebruik van uitvoerders, pleegden de delicten vaak samen, in wisselende samenstelling, hielden elkaar op de hoogte van te plegen of gepleegde delicten en kwamen op afgesproken, min of meer vaste, plaatsen samen, waren elkaar behulpzaam en deelden inbrekerswerktuigen. Van deelname aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht in de zin van die bepaling is slechts dan sprake, indien de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk. Deelneming aan de misdrijven waarop het oogmerk van de organisatie is verricht is niet nodig. Voor deelneming in de zin van voormeld artikel is voldoende dat betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven en hij dit oogmerk op enigerlei wijze ondersteunt. Nu ten aanzien van verdachte een rol bewezen kan worden verklaard die hij heeft vervuld in de organisatie, gelet op het aantal inbraken waaraan hij zich samen met de andere deelnemers schuldig heeft gemaakt, is daarmee reeds zijn deelname aan de organisatie aangetoond. De rechtbank wijst er daarbij op dat uit de taps onder meer valt af te leiden dat verdachte veelvuldige telefonische contacten met medeverdachten had over te plegen dan wel gepleegde diefstallen, alsmede dat hij rond die diefstallen ontmoetingen had met (enkele van) de medeverdachten. 5Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht de rechtbank ten laste van verdachte bewezen dat 1. hij in de periode van 21 juni 2015 tot en met 26 juni 2015 te Hilversum, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres] , heeft weggenomen -de bij een personenauto (merk: BMW, type 520i, kenteken [kenteken] ) behorende sleutel(s), en -een filmcamera (merk: Sony Handycam, type HDR-CX115E) , en -een zilveren ring, en -een 14 karaats gouden trouwring, en -twee zilveren oorbellen met kristallen steentjes, en -een tafelklok, en -een polshorloge, en -een creditcard, en -twee mobiele telefoons (merk: Nokia, type: C2-01), toebehorende aan [benadeelde 1] en/of zijn echtgenote, althans aan [bedrijf 1] B.V., waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak; 2. hij in de periode van 21 juni 2015 tot en met 26 juni 2015 te Hilversum, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk: BMW, type 520i, kenteken [kenteken] ), toebehorende aan [benadeelde 1] en/of [bedrijf 1] B.V., waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van een valse sleutel, te weten een autosleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en zijn mededaders niet waren gerechtigd; 4. hij in de periode van 2 juni 2015 tot en met 3 juni 2015 te Weesp, tezamen en in vereniging met een anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning, gelegen aan de [adres] , heeft weggenomen -diverse ((wit)gouden en/of goud, diamanten en/of saffieren en/of briljanten en/of parels bevattende) sieraden, waaronder een blauwe saffier en/of vijf halskettingen en/of acht kettingen en/of vier (bedel)armbanden en/of zes broches en/of negen (paar) oorbellen en/of tien (paar) ringen en/of vier hangers en/of vijf moonstones en/of een choker, en -een Duits rijbewijs, en -een Nederlands paspoort, en -drie creditcards, en -voor een bedrag van EUR 4.600,- aan contant geld, en -twee kentekenbewijzen, en -twee autosleutels, en -twee scootersleutels, en -een kluisje, en -twee externe harde schijven, en -een USB-flashdrive, en -twee horloges (merk: Rolex), en -een horloge (merk: Citizen), en -een hangsculptuur en ei (merk: Jade), en -twee paar manchetknopen, en -tennis-attributen, en -zilveren ovenschalen, en -twaalf (zilveren) onderzetters en/of veertien placemets en/of twaalf onderborden van Mexicaans zilver, en -Portugees aardewerk, en -een set antieke zilveren lepels, en -een Chinese porseleinen vaas, en -een leren reistas, en -ongeveer 25 (ongeopende) flessen parfum (Yves Sant Laurent en/of Dior en/of Chanel), en -een antiek zilveren toilettafel, en -acht handtassen, en -diverse avondtasjes, en -overige tassen, toebehorende aan [benadeelde 2] en/of zijn echtgenote, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak; 6. primair hij op 26 juni 2015 te Lexmond (gemeente Zederik), ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres] ) weg te nemen goederen en/of geld van zijn gading, toebehorende aan [bedrijf 2] en/of [benadeelde 3] , en zich daarbij de toegang tot dat bedrijfspand te verschaffen door middel van braak, - een raam van dat bedrijfspand heeft opengebroken, en - een (klein) kruiwagen(tje) vanaf het binnenterrein naar het opengebroken raam heeft gebracht, en - ( vervolgens) met een breekijzer, althans een scherp en/of puntig voorwerp een gat in de monitor van een computer heeft geslagen en - ( vervolgens) de plank waarop zich een (aan die plank vastgemonteerde) kluis bevindt heeft geprobeerd weg te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet werd voltooid; 7. hij in de periode van 28 juni 2015 tot en met 29 juni 2015 te Diemen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen -een contant geldbedrag ten bedrage van 5.000 euro, en -50 trays water en -60 trays frisdrank, toebehorende aan [bedrijf 3] en/of [benadeelde 4] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door braak; 8. hij in de periode van 28 juni 2015 tot en met 29 juni 2015 te Diemen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen 4.000 pakken babypoeder van de merken Nutrilon en/of Aptamil, toebehorende aan [bedrijf 4] en/of [benadeelde 5] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door braak; 9. hij in de periode van 10 september 2015 tot en met 11 september 2015 te Hoofddorp (gemeente Haarlemmermeer), tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen 1 pak Hero Baby Standaard babyvoeding, toebehorende aan [bedrijf 5] en/of [benadeelde 6] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door braak; 10. primair hij in de periode van 12 september 2015 tot en met 13 september 2015 te Hoofddorp (gemeente Haarlemmermeer), tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid Hero Baby Standaard babyvoeding, toebehorende aan [bedrijf 5] en/of [benadeelde 6] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door braak; 11. primair hij in de periode van 21 juli 2015 tot en met 22 juli 2015 te Zoetermeer, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen 896 bussen babymelkpoeder, toebehorende aan [bedrijf 6] en/of [benadeelde 7] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door braak; 12. primair hij in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 4 oktober 2015 te Oude Meer (gemeente Haarlemmermeer), tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen 1.000 dozen Aptamil babymelkpoeder (handelswaarde: 60.000 tot 100.000 euro), toebehorende aan [bedrijf 7] en/of [benadeelde 8] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door braak; 13. hij in de periode van 15 juli 2015 tot en met 16 juli 2015 te Weesp, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres] te Weesp) heeft weggenomen 250 pakken Hero Baby babymelkpoeder en 250 pakken Nutrilon babymelkpoeder (totale waarde 6.000 euro), toebehorende aan [benadeelde 9] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door braak; 14. hij op 29 augustus 2015 te Almere, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen 450 pallets, toebehorende aan [bedrijf 8] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door braak; 15. hij op 14 juli 2015 te 's-Gravenhage, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres] ) heeft weggenomen 20 dozen babyvoeding/melkpoeder, toebehorende aan [bedrijf 9] en/of [benadeelde 10] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door braak; 16. primair hij op 20 augustus 2015 te Bussum, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 400 kratten, toebehorende aan [bedrijf 10] 17. hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2015 tot en met 11 november 2015 te Almere en Brielle en Bussum en Diemen en Haarlem en 's-Gravenhage en Hilversum en Hoofddorp en Hoornaar (gemeente Giessenlanden) en Lexmond (gemeente Zederik) en Maasbree (gemeente Peel en Maas) en Oude Meer (gemeente Haarlemmermeer) en Uden en Vleuten en Weesp en Zoetermeer, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een duurzaam samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte geb. 1988] te [geboorteplaats 1] ), [medeverdachte geb. 1987] te [geboorteplaats 1] ), [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk - diefstal in vereniging, door middel van braak, verbreking en/of inklimming (zoals bedoeld in art 311 sub 3, 4 en 5 en art 310 van het Wetboek van Strafrecht). Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 6De strafbaarheid van de feiten Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op. Ten aanzien van het onder 1, 4, 8, 9, 10 primair, 11 primair, 12 primair, 13 en 14 bewezenverklaarde: Telkens: Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak; Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde: Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels; Ten aanzien van het onder 6 primair bewezenverklaarde: Poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak; Ten aanzien van het onder 7 en 15 bewezenverklaarde: Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak; Ten aanzien van het onder 16 primair bewezenverklaarde: Diefstal, door twee of meer verenigde personen; Ten aanzien van het onder 17 bewezenverklaarde: Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.1. De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door de officier van justitie bewezen geachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar met aftrek van het voorarrest. 8.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging voert aan dat de eis van de officier van justitie hoog is. Gelet op het feit dat vrijspraak wordt bepleit voor een groot aantal feiten, dient volgens de verdediging de straf te worden gematigd. De verdediging verzoekt een deel voorwaardelijk op te leggen met de bijzondere voorwaarden zoals verwoord in het rapport van de reclassering. 8.3 Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft binnen het tijdsbestek van enkele maanden zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een groot aantal bedrijfsinbraken, waarbij ter waarde van grote geldbedragen goederen zijn weggenomen. Dit heeft geleid tot schade en overlast voor de gedupeerde ondernemer. Niet alleen is financiële schade aan de bedrijfspanden veroorzaakt, ook zijn er voor behoorlijke bedragen goederen ontvreemd waarmee de ondernemers ook in hun bedrijfsvoering zijn getroffen. Verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan woninginbraken. Dit is een ingrijpende gebeurtenis voor de slachtoffers die dit doorgaans nog lang na de inbraak met zich mee dragen. Verdachte heeft alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin. Ten laste van verdachte is ook bewezen verklaard dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich bezig hield met het in vereniging plegen van diefstallen. De rechtbank rekent verdachte het voorgaande zwaar aan. De rechtbank stelt vast dat verdachte een nagenoeg blanco strafblad heeft en dat de feiten waarvoor verdachte thans wordt vervolgd zijn eerste contacten met politie en justitie sinds lange tijd zijn geweest. De rechtbank houdt ook rekening met het feit dat verdachte een deels bekennende verklaring heeft afgelegd en hiermee openheid van zaken heeft gegeven in de wijze waarop een aantal inbraken zijn gepleegd. Het reclasseringsadvies van 28 april 2016 meldt dat het recidiverisico als gemiddeld tot hoog wordt ingeschat en dat behandeling en intensieve hulp bij verdachte met betrekking tot zijn praktische problemen dit kan verminderen. De reclassering adviseert een deels voorwaardelijke straf op te leggen met de bijzondere voorwaarden dat verdachte zich moet melden bij de reclassering, dat hij wordt verplicht mee te werken aan ambulante behandeling, en een contactverbod en een locatiegebod met elektronische controlemiddelen krijgt. Rekening houdend met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht, zoals deze door strafrechters landelijk tot stand zijn gekomen en alle hierboven genoemde omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is, gelet ook op de hoeveelheid en de ernst van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 38 maanden met aftrek van het voorarrest passend en geboden is. De straf die de rechtbank oplegt is lager dan de officier van justitie heeft gevorderd, omdat de rechtbank verdachte van meer feiten vrijspreekt dan de officier van justitie reeds heeft gevorderd en de door de rechtbank bij de straftoemeting gehanteerde richtlijnen afwijken van de richtlijnen die de officier van justitie heeft gehanteerd. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank aanleiding een deel van de op te leggen straf voorwaardelijk op te leggen. Deze voorwaardelijke straf, voor de duur van 12 maanden, maakt een verplichte begeleiding door de reclassering mogelijk. Ook wordt hiermee beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden verbinden die de reclassering heeft geadviseerd. In het opleggen van een contactverbod met de medeverdachten en in een locatiegebod ziet de rechtbank geen meerwaarde, nu veel van de medeverdachten ook in Weesp wonen en handhaving daarvan reeds daarom op problemen zal stuiten. 9Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel 9.1 De vordering van [benadeelde 2] De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft een schadevergoeding gevorderd ten bedrage van € 49.070,00 aan materiële schade. De verdediging heeft gelet op de bepleite vrijspraak verzocht de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. De officier van justitie acht de vordering voor toewijzing vatbaar. Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank gebleken dat de behandeling van de vordering niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 49.070,00. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2015 tot aan de dag van algehele voldoening. Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. In het belang van [benadeelde 2] voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2015 tot aan de dag van algehele voldoening. 9.2 De vordering van [benadeelde 11] De benadeelde partij [benadeelde 11] heeft een schadevergoeding gevorderd ten bedrage van € 35.233,00. Nu aan verdachte - zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - geen straf of maatregel is opgelegd, is de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk. Nu de benadeelde partij niet ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering, zal de benadeelde partij in de kosten van de verdachte worden veroordeeld. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. 10Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57, 140, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. 11Beslissing De rechtbank: - verklaart het onder 3 en 5 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; - verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 4, 6 primair, 7, 8, 9 10 primair, 11 primair, 12 primair, 13, 14, 15, 16 primair en 17 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart niet bewezen wat aan verdachte telkens meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; - verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 6 genoemde strafbare feiten oplevert; - verklaart verdachte daarvoor strafbaar; - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 38 maanden; - beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden; - beveelt dat een gedeelte, groot 12 maanden van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast; - stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast; - de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt; - stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; - stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde: 1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; 2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; 3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; - de tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft; - stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde: 4. zich binnen vijf dagen volgend op het onherroepelijk worden van het vonnis tussen 13.00 uur en 16.30 uur persoonlijk meldt bij Reclassering Nederland op het adres Vivaldiplantsoen 200 te Utrecht. Hierna moet veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; 5. wordt verplicht om zich te laten behandelen bij de forensisch psychiatrische kliniek De Waag Utrecht en/of bij Victas GGZ of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven; - geeft opdracht aan Reclassering Nederland om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; - wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 49.070,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2015 tot aan de dag van algehele voldoening; - veroordeelt verdacht tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde 2] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald; - veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil. - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] , € 49.070,00, aan de Staat te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2015 tot aan de dag van algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 280 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op; - bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen; - verklaart [benadeelde 11] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; - veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn, voorzitter, mrs. E.M. de Stigter en M. Ferschtman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.A. van Wageningen, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 juni 2016. BIJLAGE: de tenlastelegging Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat 1. hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 juni 2015 tot en met 26 juni 2015 te Hilversum, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres] , heeft weggenomen -de bij een personenauto (merk: BMW, type 520i, kenteken [kenteken] ) behorende sleutel(s), en/of -een filmcamera (merk: Sony Handycam, type HDR-CX115E) , en/of -een zilveren ring, en/of -een 14 karaats gouden trouwring, en/of -twee zilveren oorbellen met kristallen steentjes, en/of -een tafelklok, en/of -een polshorloge, en/of -een creditcard, en/of -twee mobiele telefoons (merk: Nokia, type: C2-01), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of zijn echtgenote, althans van [bedrijf 1] B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.