← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2016:4279

Rechtbank Midden-Nederland rechter-commissaris in strafzaken beslissing (afwijzig op vordering opname in het Pieter Baan Centrum zoals bedoeld in artikel 196 Wetboek van Strafvordering) Parketnummer: 16/652465-16 RC-nummer: 16/3486 De rechter-commissaris heeft het dossier gezien in de strafzaak tegen: [verdachte] geboren op [1994] in [geboorteplaats] gedetineerd: PI Nieuwegein - HvB loc. Nieuwegein in Nieuwegein De rechter-commissaris heeft gelet op: De vordering van de officier van justitie, het rapport van de gedragsdeskundige in het kader van een voorgeleidingsconsult en de rapportages van de reclassering die over de verdachte zijn opgemaakt; Het verhoor van verdachte, waarbij de verdachte heeft verklaard niet mee te werken aan een psychiatrisch en psychologisch onderzoek. OVERWEGINGEN De rechter-commissaris heeft een bevel tot bewaring van deze verdachte gegeven; Aan verdachte is nog geen dagvaarding of kennisgeving van verdere vervolging betekend; Uit het dossier komt naar voren dat er een ernstig vermoeden is van diverse problemen op psychiatrisch en neurologisch gebied, waardoor verdachte een gevaar voor zichzelf en zijn omgeving vormt. Verdachte heeft aangegeven niet te willen meewerken aan enig onderzoek naar zijn geestvermogens in het kader van het strafrecht en ook zal trachten zich zoveel mogelijk aan de observatie te onttrekken. Gebleken is dat de wachttijd voor een plaatsing in het PBC 10 weken bedraagt. De observatie en verslaglegging zullen nog eens 14 weken duren. Dus in totaal 24 weken. Gelet op de relatief beperkte ernst van de verdenkingen brengt dit met zich mee dat er geen of een zeer beperkt voorwaardelijk strafdeel zal resteren, nadat de observatie is beëindigd. Uit het dossier is af te leiden dat verdachte niet bereid of in staat is zich aan enige vorm van ambulante behandeling en begeleiding te houden. Voor een mogelijk uit beveiligings- en behandelingsopzicht wenselijke klinische opname in het kader van een voorwaardelijk strafdeel zal naar de inschatting van de rechter-commissaris dan ook geen ruimte zijn. De inschatting van de rechter-commissaris is dat enige maatregel, in het kader van het strafrecht niet opgelegd zal worden. De conclusie is dan ook dat de mogelijk noodzakelijk behandeling niet in het strafrecht haalbaar is en de rechter-commissaris zal de vordering dan ook afwijzen. De rechter-commissaris heeft hiervoor reeds geconstateerd dat er een ernstig vermoeden is dat er bij verdachte diverse problemen op psychiatrisch en neurologisch gebied spelen, waardoor verdachte een gevaar voor zichzelf en zijn omgeving vormt. De officier van justitie heeft gedurende het verhoor op deze vordering aangegeven dat de reguliere GGZ -al dan niet in het kader van een machtiging op grond van de BOPZ- waarschijnlijk een te laag beveiligingsniveau kan bieden voor verdachte. De rechter-commissaris geeft de officier van justitie echter nadrukkelijk in overweging te doen onderzoeken of een maatregel in het kader van de BOPZ passend is, waarbij zij op de mogelijkheid van plaatsing op de Van der Hoeven Kliniek KIB (kliniek voor intensieve Behandeling) wijst. Een dergelijke kliniek biedt immers een hoog beveiligingsniveau en plaatsen voor betrokkenen met een BOPZ-machtiging. De rechter-commissaris heeft gelet op de artikelen 196, 197 en 198 van het Wetboek van Strafvordering. BESLISSING De rechter-commissaris wijst af de vordering van de officier van justitie dat de verdachte ter observatie zal worden overgebracht naar het Pieter Baan Centrum in Utrecht. Utrecht, 27 juli 2016. De rechter-commissaris, mr E.E.A. van Kalveen Een kopie van dit bevel is verzonden aan de Officier van Justitie, mr. T. Tanghe, en aan de advocaat van de verdachte, mr. J.C.Reisinger, op woensdag 27 juli 2016.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.