← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2016:4654

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/659658-15; 16/159878-14 (tul) en 13/689175-13 (tul) (P) vonnis van de meervoudige strafkamer van 23 augustus 2016 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1992] , ingeschreven in de basisadministratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 augustus

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vorderingen van de officier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. R.A. Korver, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: op 20 september 2015 te Huizen [slachtoffer] heeft mishandeld. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en heeft gevorderd verdachte vrij te spreken. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen zodat verdachte dient te worden vrijgesproken. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en zal hem dan ook vrijspreken. Het dossier bevat weliswaar aanwijzingen dat verdachte ruzie heeft gehad met aangeefster [slachtoffer] , waarbij mogelijk ook geweld is gebruikt. Aangeefster heeft dit immers verklaard, een aantal buren hebben geschreeuw gehoord en een buurman heeft verklaard dat hij aangeefster “Klootzak, blijf van mij af!” heeft horen roepen. Dit strookt niet met de verklaring van verdachte dat er niets zou zijn gebeurd. Over wat er wél is voorgevallen de avond daarvoor en de ochtend zelf verklaart verdachte vaag en tegenstrijdig. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar verspreid over een aantal uren, meerdere keren met gebalde vuisten in haar gezicht heeft geslagen en haar meermalen met kracht heeft proberen te wurgen. Verbalisanten hebben bij haar echter, naast een klein sneetje bij de neusvleugel, geen bloeduitstortingen of bulten waargenomen. Nadat aangeefster de binnenzijde van haar boven- en onderlip heeft laten zien hebben de verbalisanten daar wel nog een aantal kleine rode vlekjes geconstateerd. Ook hebben zij op de slaap een (niet duidelijk voelbare) bult en op het scheenbeen van aangeefster twee kleine bultjes onder de huid gevoeld. De rechtbank is van oordeel dat dit letsel niet past bij de verklaring van aangeefster over het gebruikte geweld. Omdat zich in het dossier ook verder geen verklaringen van getuigen bevinden die de mishandeling hebben waargenomen, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. 5De vordering van de benadeelde partij Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt van het ten laste gelegde, verklaart zij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt zij dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter. 6De vorderingen tot tenuitvoerlegging Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt van het ten laste gelegde, wijst zij de vorderingen tot tenuitvoerlegging onder de parketnummers 16/159878-14 en 13/689175-13 af. 7De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde; Vordering benadeelde partij - verklaart [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; - compenseert de kosten van partijen aldus dat ieder de eigen kosten draagt; Vorderingen tot tenuitvoerlegging - wijst af de vorderingen tot tenuitvoerlegging onder parketnummers 16/159878-14 en 13/689175-
  2. Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Mehilal, voorzitter, mrs. P. Bender en A.J.P. Schotman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Elk, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 augustus
  3. Mr. M.S. Mehilal is buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen. BIJLAGE : De tenlastelegging Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat hij op of omstreeks 20 september 2015 in de gemeente Huizen, in elk geval in Nederland, opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer] , meermalen, in ieder geval éénmaal (met kracht) - in/op/tegen het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of op/tegen een/de be(e)n(en), in ieder geval op/tegen het lichaam heeft gestompt/geslagen en/of - ( met beide handen) bij de hals/keel heeft (vast)gegrepen en/of (vervolgens) de hals/keel heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen gehouden en/of - aan de haren heeft vastgepakt en/of vastgepakt gehouden en/of getrokken; art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.