← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2016:5337

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familierecht Locatie Utrecht zaak/rekestnr.: C/16/423173 / FA RK 16-5960 Machtiging tot voortzetting inbewaringstelling Beschikking van 15 september 2016 op het verzoek van de officier van justitie van 14 september 2016 tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van: [betrokkene] , geboren op [1983] , wonende te [woonplaats] , [adres] , verblijvende in [instelling] locatie [locatie] , te [vestigingsplaats] . De rechtbank heeft kennisgenomen van de bij het verzoek overgelegde stukken, waaronder afschriften van de beschikking van de burgemeester van de gemeente [gemeente] van 13 september 2016 en van de geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). De rechtbank heeft gehoord: - de betrokkene; - mr. B. van Nimwegen, raadsman van betrokkene; - mevrouw [A] , afdelingsarts; - mevrouw [B] , arts-assistent. Door het horen van de hierboven genoemde personen, in samenhang met de overgelegde stukken, acht de rechtbank zich in voldoende mate voorgelicht. De raadsman van betrokkene heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek, omdat niet is voldaan aan de wettelijke criteria tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling nu er geen onmiddellijk dreigend gevaar aanwezig is. De afdelingsarts heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek. Zij geeft hierbij aan dat er sprake is van een lastige situatie waarbij het moeilijk is om goed contact te krijgen met betrokkene om hieruit te kunnen beoordelen of er nog sprake is van suïcidaliteit. Mogelijkerwijs is een psychiatrische stoornis aanwezig. Er is het vermoeden van suïcidaliteit en dit kan komen door een onderliggende psychiatrische stoornis. Het is onzeker of er nog sprake is van onmiddellijk dreigend gevaar voor betrokkene, maar een acuut gevaar op suïcide kan ook niet worden uitgesloten. Betrokkene heeft die ochtend gezegd dat hij geen plannen had maar wel GHB zou kunnen nemen. Betrokkene heeft eerder niet open gestaan voor ambulante behandeling en dat maakt het maakt om een vinger aan de pols te houden. Een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling is volgens de afdelingsarts noodzakelijk om betrokkene verder te kunnen behandelen. Voor het toewijzen van het verzoek om machtiging van de voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk dat er een ernstig vermoeden is dat een stoornis van de geestvermogens de betrokkene gevaar doet veroorzaken en dat dit gevaar zo onmiddellijk dreigend is dat een voorlopige machtiging niet kan worden afgewacht. Voor het afwenden van het gevaar moet opname noodzakelijk zijn. De rechtbank zal het verzoek afwijzen, nu zij op grond van de verkregen informatie niet tot de overtuiging is gekomen dat het ernstige vermoeden bestaat dat een stoornis van de geestvermogens de betrokkene onmiddellijk dreigend gevaar doet veroorzaken. Daarvoor is redengevend dat met name onvoldoende is komen vast te staan dat betrokkene nog suïcidaal is. Daarbij is van belang dat suïcidaliteit na de opname niet meer lijkt te zijn gebleken, Ook uit de onderliggende problematiek zou wellicht kunnen worden afgeleid dat eerdere suïcidale uitlatingen ook nu nog serieus moeten worden genomen. Om daarop een acuut dreigend gevaar te kunnen baseren is echter onvoldoende onderbouwing gegeven. De rechtbank wijst het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling af. Deze beslissing is gegeven door mr. A.A.T. van Rens, rechter, in bijzijn van D. van Wijk als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 september 2016.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.