← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2016:5943

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/706683-14 (P) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 8 november

  1. in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1979] , ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres] [woonplaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 30 augustus 2016 en 25 oktober
  2. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. A. van Voorthuizen, advocaat te Ede. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1 in de periode van 13 augustus 2008 tot en met 13 augustus 2014 het Leger des Heils heeft opgelicht voor een bedrag van totaal € 858.479,57, door het Leger des Heils te bewegen om fictieve facturen te voldoen op een rekeningnummer van verdachte; Feit 2 in dezelfde periode valsheid in geschrift heeft gepleegd, door onder andere fictieve declaraties op te stellen en daarvan gebruik te maken; Feit 3 in de periode van 1 augustus 2014 tot en met 30 september 2014 valsheid in geschrift heeft gepleegd, door een valse handtekening van zijn vrouw onder een kredietaanvraag te plaatsen en opzettelijk gebruik heeft gemaakt van die valse aanvraag; Feit 4 in de periode van 8 september 2014 tot en met 7 oktober 2014 valsheid in geschrift heeft gepleegd, door een valse handtekening van zijn vrouw onder een kredietaanvraag te plaatsen en opzettelijk gebruik heeft gemaakt van die valse aanvraag. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op grond van de aangifte, de daarbij behorende bijlagen en de bekennende verklaring van verdachte op het standpunt gesteld dat alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich ten aanzien van alle feiten, mede gelet op de bekennende verklaring van verdachte, aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan. Verdachte heeft deze feiten bekend en er is door de verdediging geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen. Ten aanzien van de feiten 1 en 2: - de aangifte van [A] , namens het Leger des Heils; - de aanvullende verklaring van [A] ; - de verklaring van [B] ; - bevindingen stortingen op rekeningen verdachte; - bevindingen met betrekking tot het totaalbedrag; - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 oktober
  3. Ten aanzien van de feiten 3 en 4: - de aangifte van [C] , met bijlagen; - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 oktober
  4. De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek
  5. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
  6. op tijdstippen in de periode van 13 augustus 2008 tot en met 13 augustus 2014 te Utrecht met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen het Leger des Heils heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van in totaal 858.479,57 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk listiglijk telkens - een fictieve declaratie opgesteld en - een naam van een pupil en/of zorgverlener verzonnen of valselijk gebruikt en - zijn eigen rekeningnummer onderaan die fictieve declaratie vermeld en - die fictieve declaratie ter betaling ingeleverd aan de algemeen directeur, samen met juiste declaraties zodat het hierop vermelde bedrag op zijn rekening zou worden gestort, waardoor het Leger des Heils werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
  7. hij op tijdstippen in de periode van 13 augustus 2008 tot en met 13 augustus 2014 te Utrecht meermalen, betaalbaarstellingen en declaraties - zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken, immers heeft verdachte telkens valselijk - een fictieve declaratie opgesteld en - een naam van een pupil en zorgverlener verzonnen en - zijn eigen rekeningnummer onderaan de declaratie vermeld en - deze fictieve declaraties met een betaalbaarstelling ingeleverd bij de algemeen directeur samen met niet fictieve declaraties, en opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse betaalbaarstellingen en declaraties, - zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die geschriften telkens echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat - hij die fictieve declaraties ter betaling heeft ingeleverd samen met juiste declaraties, zodat het hierop vermelde bedrag op zijn rekening zou worden gestort en bestaande die valsheid hierin dat hij verdachte telkens - een fictieve declaratie heeft opgesteld en - een naam van een pupil en/of zorgverlener heeft verzonnen en - zijn eigen rekeningnummer onderaan de declaratie heeft vermeld en - deze fictieve declaraties met een betaalbaarstelling heeft ingeleverd samen met niet valse declaraties;
  8. hij in de periode van 1 augustus 2014 tot en met 30 september 2014 te Ede een aanvraag voor een doorlopend krediet ter waarde van 20.000 euro (bij ING Bank) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken, immers heeft verdachte valselijk - die aanvraag voorzien van een handtekening die de handtekening van zijn vrouw moest voorstellen en - ( hierbij) een kopie van de identiteitskaart van zijn vrouw, met die aanvraag ingediend, en opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse of vervalste aanvraag voor een doorlopend krediet ter waarde van 20.000 euro (bij ING bank), - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij - die aanvraag met een vervalste handtekening (gelijkend op de handtekening van zijn vrouw) heeft ingediend bij ING bank, en - een kopie van de identiteitskaart van zijn vrouw bij de aanvraag heeft ingediend bij ING bank, teneinde een lening van 20.000 euro te bemachtigen en bestaande die valsheid hierin dat zijn vrouw, geen handtekening heeft gezet en niet heeft ingestemd met de aanvraag voor dat doorlopend krediet en niet op de hoogte was van die aanvraag;
  9. hij op tijdstippen in de periode van 8 september 2014 tot en met 7 oktober 2014 te Ede een aanvraag voor een doorlopend krediet ter waarde van 20.000 euro en een aanvraag voor een doorlopend krediet ter waarde van 35.000 euro - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen telkens - valselijk heeft opgemaakt, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken, immers heeft verdachte valselijk - die aanvraag voorzien van een handtekening die de handtekening van zijn vrouw moest voorstellen en - hierbij een kopie van de identiteitskaart van zijn vrouw, althans van een ander, met die aanvraag ingediend, en opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse of vervalste aanvraag voor een doorlopend krediet ter waarde van 35.000 euro, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij - die aanvragen met een vervalste handtekening (gelijkend op de handtekening van zijn vrouw) heeft ingediend bij de Interbank en/of bij de Advies Unie, en - een kopie van de identiteitskaart van zijn vrouw bij die aanvragen heeft ingediend bij de Interbank en/of bij de Advies Unie, teneinde een lening van 35.000 euro te bemachtigen en bestaande die valsheid telkens hierin dat zijn vrouw geen handtekening heeft gezet en niet heeft ingestemd met de aanvragen voor die leningen en niet op de hoogte was van die aanvragen. 6De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als feit 1 oplichting, meermalen gepleegd; feit 2 valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd; feit 3 valsheid in geschrift en opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst; feit 4 valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, en opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.1 De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door de officier bewezen geachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Aan deze voorwaardelijke straf dienen bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld, zoals ook door de reclassering geadviseerd. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft bepleit aan verdachte een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist en daarvoor aangevoerd dat verdachte de feiten niet heeft gepleegd om een luxe leven te leiden, maar om in zijn gokverslaving te voorzien. Nadat de oplichting naar buiten was gekomen, heeft hij volledig openheid van zaken gegeven en is hij ook in behandeling gegaan voor die gokverslaving. Die behandeling heeft hij goed afgerond. Verdachte schaamt zich voor hetgeen is gebeurd. 8.3 Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft gedurende zes jaar zijn werkgever opgelicht, door valse declaraties op te stellen en te zorgen dat deze werden uitbetaald op rekeningen die op zijn naam stonden. Ook heeft hij een valse handtekening van zijn vrouw gezet onder kredietaanvragen. De rechtbank weegt in het nadeel van verdachte mee dat de oplichting gedurende vele jaren is doorgegaan en in intensiteit toenam. Bij verdachte is nimmer op enig moment het besef doorgebroken om op eigen initiatief bij zijn werkgever aan te geven waar hij zich aan schuldig maakte. Totaal is de werkgever voor een enorm bedrag, te weten ruim € 850.000,-, benadeeld. Hij heeft hiermee het in hem gestelde vertrouwen ernstig geschaad. Bovendien deinsde hij er niet voor terug om ook zijn vrouw mee te slepen in de gevolgen van zijn gokverslaving. Voor het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank, nu het in deze zaak gaat om een aanzienlijk verduisterd geldbedrag, acht geslagen op de oriëntatiepunten die landelijk voor de straftoemeting ten aanzien van fraude zijn vastgesteld. In de onderhavige zaak is sprake van een benadelingsbedrag van ruim € 850.000,-. Als oriëntatiepunt bij een benadelingsbedrag tussen € 500.000,- en € 1.000.000,- wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van achttien tot vierentwintig maanden gehanteerd. De rechtbank houdt bij haar beslissing rekening met het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 9 september
  10. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest. De rechtbank houdt verder in het voordeel van de verdachte rekening met het tijdsverloop in deze zaak. In zijn nadeel werkt echter weer dat verdachte die periode niet heeft gebruikt om met zijn ex-werkgever te spreken over de terugbetaling van (een deel) van het schadebedrag, afgezien van een e-mailbericht van verdachte vlak na de ontdekking welke hij niet heeft nagebeld, laat staan dat hij enig bedrag heeft terugbetaald. Voor wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank ook acht geslagen op de inhoud van de opgestelde reclasseringsrapporten, opgemaakt door een reclasseringswerker van Victas, d.d. 16 oktober 2015 en 26 augustus
  11. Hieruit volgt dat verdachte in behandeling is gegaan voor zijn gokverslaving en deze met goed gevolg heeft afgerond. Behandeling voor onderliggende problematiek wordt nog wel noodzakelijk geacht. Geadviseerd wordt dit als bijzondere voorwaarde op te leggen bij een voorwaardelijk strafdeel. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de duur, de aard, de omvang en de impact van de strafbare feiten, alsmede de genoemde oriëntatiepunten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk passend en geboden. Het voorwaardelijk deel wordt opgelegd om verdachte er in de toekomst van te weerhouden opnieuw in de fout te gaan. Aan deze voorwaardelijke straf zullen de bijzondere voorwaarden worden gekoppeld, zoals door de reclassering geadviseerd, met uitzondering van de bepaling dat het verdachte verboden wordt werkzaamheden uit te voeren waarbij hij financiële verantwoording heeft. Daarvoor ziet de rechtbank geen noodzaak. 9Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel 9.1 Het standpunt van de officier van justitie en van de verdediging De officier van justitie is van oordeel dat de vordering kan worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging deelt dit standpunt niet voor wat betreft de schadevergoedingsmaatregel. Dit zou immers tot gevolg hebben dat verdachte, nadat hij de gevangenisstraf heeft uitgezeten zal worden geconfronteerd met betalingsverplichtingen aan het CJIB waaraan hij, gelet op de hoogte van het bedrag, nimmer zal kunnen voldoen. Hierdoor zal hij na enige tijd opnieuw in detentie worden genomen. Verdachte krijgt daardoor niet de kans na het uitzitten van de straf zijn leven weer op te bouwen en ook de benadeelde partij staat, na de executie van de vervangende hechtenis, alsnog met lege handen. 9.2 Het oordeel van de rechtbank De behandeling van de vordering van Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg, levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 en 2 bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 854.479,57 (achthonderdvierenvijftigduizend vierhonderdnegenenzeventig euro en zevenenvijftig eurocent), te weten materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. De rechtbank zal niet overgaan tot het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel. Deze maatregel is vooral bedoeld om een burger de inning van het verschuldigde bedrag uit handen te nemen. In de onderhavige zaak is de benadeelde een rechtspersoon, die over diverse mogelijkheden beschikt om de schade te incasseren. Daarbij komt dat in het geval de rechtbank de maatregel wel zou opleggen vrijwel vaststaat dat de ‘vervangende’ hechtenis geëxecuteerd zal worden, omdat verdachte niet aan zijn volledige verplichtingen zal kunnen voldoen. Dit zou resulteren in een jaar extra vrijheidsbeneming, hetgeen de kans dat verdachte tot enige terugbetaling van de schade komt, niet zal vergroten. 10Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 225, 326 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 11Beslissing De rechtbank: Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: feit 1 oplichting, meermalen gepleegd; feit 2 valsheid in geschrift, meermalen gepleegd en opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd; feit 3 valsheid in geschrift en opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst; feit 4 valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, en opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Bepaalt dat een gedeelte, te weten 8 (acht) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren navolgende algemene en bijzondere voorwaarden niet is nagekomen: Algemene voorwaarden dat de veroordeelde:
  12. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  13. en medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen. Bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde: zich na zijn veroordeling binnen twee dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis meldt bij GGZ Victas op het adres A.B.C.-straat 5 te Utrecht. Hierna moet hij zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk vindt. verplicht meewerkt aan een persoonlijkheidsonderzoek en aan onderzoek naar stoornissen in het autismespectrum en zich zo nodig daarvoor ambulant laat behandelen bij de forensische polikliniek van De Hoop GGZ of een vergelijkbare instelling, ter beoordeling van de reclassering, indien en voor zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht. De veroordeelde zal zich dan houden aan de regels die door of namens de leiding van de polikliniek zullen worden gegeven; Geeft opdracht aan Victas, afdeling Reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Wijst de vordering van Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg toe tot een bedrag van € 854.479,57 (achthonderdvierenvijftigduizend vierhonderdnegenenzeventig euro en zevenenvijftig eurocent), vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 13 augustus 2014 tot de dag van de volledige betaling. Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan benadeelde voornoemd. Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, voorzitter, mrs. A.J.P. Schotman en V.H. Hammerstein, rechters, in tegenwoordigheid van D.G.W. van de Haar-Kleijer, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 08 november
  14. BIJLAGE : De tenlastelegging
  15. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 augustus 2008 tot en met 13 augustus 2014 te Utrecht, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en / of van een valse hoedanigheid en / of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en / of door een samenweefsel van verdichtsels, het Leger des Heils heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van in totaal 858.479,57 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en / of listiglijk en / of bedrieglijk en / of in strijd met de waarheid (telkens) - een fictieve factuur/declaratie opgesteld en/of - een naam van een pupil en/of zorgverlener verzonnen en/of valselijk gebruikt en/of - zijn eigen rekeningnummer onderaan die fictieve factuur/declaratie vermeld en/of - die fictieve factuur/declaratie ter betaling ingeleverd aan de algemeen directeur, samen met juiste facturen/declaraties zodat deze betaald zouden worden en/of zodat het hierop vermelde bedrag op zijn rekening zou worden gestort, waardoor het Leger des Heils werd bewogen tot bovenomschreven afgifte; art 326 Wetboek van Strafrecht
  16. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 augustus 2008 tot en met 13 augustus 2014 te Utrecht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) betaalbaarstelling(en) en/of factu(u)r(en) en/of declaratie(s) - zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, zulks met het oogmerk om dat /die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers heeft verdachte (telkens) valselijk - een fictieve factuur/declaratie opgesteld en/of - een naam van een pupil en/of zorgverlener verzonnen en/of - zijn eigen rekeningnummer onderaan de factuur/declaratie vermeld en/of - deze fictieve factuur/declaraties met een betaalbaarstelling ingeleverd bij de algemeen directeur samen met juiste/niet fictieve facturen/declaraties, en/of opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) vals(e) of vervalst(e) betaalbaarstelling(en) en/of factu(u)r(en) en/of declaratie(s), - zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat - hij die fictieve facturen/declaraties ter betaling heeft ingeleverd samen met juiste facturen/declaraties, zodat deze betaald zouden worden en/of zodat het hierop vermelde bedrag op zijn rekening zou worden gestort en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat hij verdachte (telkens) - een fictieve factuur/declaratie heeft opgesteld en/of - een naam van een pupil en/of zorgverlener heeft verzonnen en/of - zijn eigen rekeningnummer onderaan de factuur/declaratie heeft vermeld en/of - deze fictieve factuur/declaraties met een betaalbaarstelling heeft ingeleverd samen met juiste/niet valse facturen/declaraties; art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht
  17. hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2014 tot en met 30 september 2014 te Ede, althans in Nederland, een aanvraag voor een lening/doorlopend krediet ter waarde van 20.000 euro (bij ING Bank) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers heeft verdachte valselijk - die aanvraag voorzien van een handtekening die de handtekening van zijn vrouw moest voorstellen en/of - ( hierbij) een kopie van de identiteitskaart van zijn vrouw, althans van een ander, met die aanvraag ingediend, en/of opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals(e) of vervalst(e) aanvraag voor een lening/doorlopend krediet ter waarde van 20.000 euro (bij ING bank), - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij - die aanvraag met een vervalste handtekening (gelijkend op de handtekening van zijn vrouw, althans van een ander) heeft ingediend bij ING bank, en/of - een kopie van de identiteitskaart van zijn vrouw, althans van een ander, bij de aanvraag heeft ingediend bij ING bank, teneinde een lening van 20.000 euro te bemachtigen en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat zijn vrouw, althans die ander, geen handtekening heeft gezet en niet heeft ingestemd met de aanvraag voor die lening/dat doorlopend krediet en/of niet op de hoogte was van die aanvraag; art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht
  18. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 08 september 2014 tot en met 7 oktober 2014 te Ede, althans in Nederland, een aanvraag voor een lening/doorlopend krediet ter waarde van 20.000 euro en/of een aanvraag voor een lening/doorlopend krediet ter waarde van 35.000 euro - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen (telkens) - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, immers heeft verdachte valselijk - die aanvraag voorzien van een handtekening die de handtekening van zijn vrouw moest voorstellen en/of - ( hierbij) een kopie van de identiteitskaart van zijn vrouw, althans van een ander, met die aanvraag ingediend, en/of opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals(e) of vervalst(e) aanvraag voor een lening/doorlopend krediet ter waarde van 20.000 euro en/of een aanvraag voor een lening/doorlopend krediet ter waarde van 35.000 euro, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij - die aanvra(a)g(en) met een vervalste handtekening (gelijkend op de handtekening van zijn vrouw, althans van een ander) heeft ingediend bij de Interbank en/of bij de Advies Unie, en/of - een kopie van de identiteitskaart van zijn vrouw, althans van een ander, bij die aanvra(a)gen heeft ingediend bij de Interbank en/of bij de Advies Unie, teneinde een lening van 20.000 euro en/of een lening van 35.000 euro te bemachtigen en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat zijn vrouw, althans die ander, geen handtekening heeft gezet en niet heeft ingestemd met de aanvra(a)g(en) voor die lening(en) en/of niet op de hoogte was van die aanvra(a)g(en); art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier, dossiernummer PL0900-2015026558 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Proces-verbaal van aangifte van [A] , pag. 12 tot en met 14 Proces-verbaal van verhoor van [A] , met bijlage, pag. 15 t/m 17 Proces-verbaal van verhoor van [B] , pag. 18 tot en met 22 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant] , pag. 79 tot en met 81 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant] , met bijlage, pag. 109 t/m 113 Proces-verbaal terechtzitting (nader op te maken bij appel) Proces-verbaal van aangifte van [C] , pag. 25 tot en met 28 Zie voetnoot 7

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.