RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Lelystad Parketnummer: 16.707914-15 Vonnis van de meervoudige kamer van 18 november 2016 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1996] te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] . 1HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter openbare terechtzitting op 4 november 2016, waarbij de verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. B. Molleman, advocaat te Amersfoort. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Lousberg en van hetgeen door de raadsvrouw en verdachte naar voren is gebracht. 2DE TENLASTELEGGING De verdachte is ten laste gelegd dat: Primair hij op of omstreeks 14 oktober 2015 te Huizen, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan het [adres] te Huizen weg te nemen goederen en/of geld van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, hebbende verdachte - met een breekijzer, althans een breekvoorwerp getracht het keukenraam aan de voorzijde van de woning open te wrikken en/of open te breken, althans te forceren om aldus een opening te maken en/of - twee stroken (duct)tape op een bij die woning behorende ruit geplakt en (vervolgens) een steen door, althans tegen die ruit gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Subsidiair hij op of omstreeks 14 oktober 2015 te Huizen, althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een kozijn en/of een glazen ruit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en / of beschadigd en / of onbruikbaar gemaakt 3DE VOORVRAGEN De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4VRIJSPRAAK De rechtbank is, evenals de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is om te komen tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde. 5BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak - verklaart niet bewezen hetgeen primair en subsidiair aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; Dit vonnis is gewezen door mr. P.K. van Riemsdijk, voorzitter, mrs. R.C.J. Hamming en A. Wolfsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Mosterd, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 november 2016. Mr. A. Wolfsen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.