RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling StrafrechtZittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/659182-16 Verkort vonnis van de meervoudige kamer van 24 november 2016 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1986], wonende aan de [adres] te [woonplaats]. 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2016. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. J.M. Tason Avila, advocaat te Leiden. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 17 juni 2015 tot en met 29 juni 2015 te Soesterberg bij zeventien militairen in opleiding, die hij als medewerker van het Kleding en Persoonsgebonden Uitrustingsbedrijf moest kleden, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het – kort gezegd – betasten en/of aanraken van de genitaliën, billen, handen en vingers van die militairen. 3Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen en baseert zich op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging betoogt dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het feit heeft begaan waarvoor hij is gedagvaard en dat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken. De verdediging voert daartoe aan dat er geen kledingprotocol bestond met voorschriften over hoe verdachte de desbetreffende militairen diende aan te kleden, waarbij van belang is dat de aard van de werkzaamheden met zich brengt dat hij klanten aanraakt. Ook blijkt volgens de verdediging dat de militairen onderling contact hadden over het aangeraakt worden door verdachte alvorens te starten met het kledingproces. Zij zijn met een bepaalde tunnelvisie het kleedproces ingegaan en hebben van alles gemeend te voelen en dit meteen gekoppeld aan een ontuchtige handeling. Zij hebben elkaar mogelijk opgejut. De militairen hebben onderling niet van elkaar gezien dat zij zijn betast door verdachte. Pas nadat ze als groepjes uitgebreid over verdachte hebben gesproken, is er door de militairen aangifte gedaan, hetgeen de geloofwaardigheid van hun verklaringen niet ten goede komt. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de redengevende feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, zijn vervat, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit vonnis zullen worden opgenomen. Bewijsoverweging De rechtbank heeft geen aanleiding te veronderstellen dat de verklaringen van de in de tenlastelegging genoemde personen door beïnvloeding van buitenaf tot stand zijn gekomen en dus onbetrouwbaar zijn. Het grote aantal verklaringen, de gedetailleerdheid daarvan en het feit dat de militairen, afkomstig van verschillende Defensieonderdelen, in drie groepen en op drie verschillende data, zich door verdachte hebben laten kleden, staan in schril contrast met de ontkenning van verdachte ooit bij het kleden iemand bij diens geslachtsdeel te hebben aangeraakt en maken deze verklaring onaannemelijk. De bewezen verklaarde handelingen van verdachte hebben – in onderling verband en samenhang bezien – naar het oordeel van de rechtbank onmiskenbaar een seksuele strekking en zijn in strijd met de sociaal-ethische norm. Zij passen niet bij het kleden van, in dit geval, militairen. Dat er geen kledingprotocol is, doet daar niet aan af. Dat verdachte de militairen per ongeluk aanraakte, acht de rechtbank gelet op de aard, hoeveelheid en combinatie van de aanrakingen onaannemelijk. 5Bewezenverklaring Door wettige bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht de rechtbank ten laste van verdachte bewezen dat hij: in de periode van 17 juni 2015 tot en met 29 juni 2015 te Soesterberg, gemeente Soest, door een andere feitelijkheid * [slachtoffer 1] en * [slachtoffer 2] en * [slachtoffer 3] en * [slachtoffer 4] en * [slachtoffer 5] en * [slachtoffer 6] en * [slachtoffer 7] en * [slachtoffer 8] en * [slachtoffer 9] en * [slachtoffer 10] en * [slachtoffer 11] en * [slachtoffer 12] en * [slachtoffer 13] en * [slachtoffer 14] en * [slachtoffer 15] en * [slachtoffer 16] en * [slachtoffer 17] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande die ontuchtige handelingen uit het meermalen, in ieder geval eenmaal, - strelen/aaien/wrijven en/of duwen/drukken en/of vastpakken en/of optillen van/op/over de penis en/of het scrotum van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en - strelen/aaien/wrijven van/over een/de bil(len) en/of de bilnaad van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en - strelen/aaien/wrijven en/of vastpakken en/of vasthouden, van/over een/de hand(
- en)en/of vinger(
- s)van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en - strelen/aaien/wrijven en/of vastpakken en/of vasthouden van/over een arm en (richting) een hand en de rug en (richting) de bil van die [slachtoffer 5] en bestaande die andere feitelijkheid (telkens) hierin dat hij, verdachte, als medewerker bij het Kleding & Persoonsgebonden Uitrustingbedrijf (KPU) bovengenoemde handelingen plotseling en onverhoeds uit heeft gevoerd bij bovengenoemde personen, welke militairen in opleiding en/of cadetten waren, terwijl deze personen kleding aan het passen waren (in een ruimte met stellingen opgesteld in een U-opstelling) waar hij voornoemde personen assisteerde/hielp met het passen van kleding en/of het kiezen van de juiste maat kleding. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 6De strafbaarheid van het feit Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op: feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.1. De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden voorwaardelijk, onder de bijzondere voorwaarden zoals genoemd in het rapport van de reclassering, met een proeftijd van twee jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis. 8.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt de rechtbank – indien zij tot een veroordeling komt – rekening te houden met het feit dat verdachte first offender is, dat hij door de gebeurtenissen zijn baan is kwijtgeraakt en dat de aangiftes en de strafzaak hem psychologisch erg hebben geraakt. De verdediging bepleit daarom een geheel voorwaardelijke straf op te leggen. 8.3 Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid, op de manier zoals in de bewezenverklaring is omschreven. Hij heeft zijn functie als medewerker fysieke distributie misbruikt om militairen in opleiding bij het uitreiken en passen van kleding plotseling en onverhoeds ontuchtig te betasten. Blijkens zijn handelwijze heeft hij zich niets gelegen laten liggen aan het recht van de militairen die hij kleedde om verschoond te blijven van dergelijke inbreuken op hun lichamelijke integriteit. Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op de inhoud van het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij een nagenoeg blanco justitiële voorgeschiedenis heeft. De rechtbank heeft ook kennis genomen van de inhoud van het rapport van Reclassering Nederland van 21 juni 2016. Daaruit blijkt dat de reclassering vanwege verdachtes ontkennende houding geen inschatting heeft kunnen maken van het recidiverisico. De rechtbank zal aan verdachte een taakstraf opleggen van 240 uur, waarvan 80 uur voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaar. Deze straf is lager dan de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank weegt mee dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest en dat het contract door zijn werkgever als gevolg van dit feit niet is verlengd. De rechtbank weegt ook mee dat de impact voor de slachtoffers beperkt is gebleven; de handelingen van verdachte zijn blijkens de door de slachtoffers afgelegde verklaringen door hen niet als heel heftig ervaren. Van ernstige inbreuken op de lichamelijke integriteit als bedoeld in art. 22b, eerste lid onder a, Sr is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Dat betekent dat het Wetboek van Strafrecht zich in deze zaak niet verzet tegen het opleggen van een taakstraf. De rechtbank ziet in het advies van de reclassering geen aanleiding de bijzondere voorwaarden op te leggen die daarin zijn geadviseerd. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 246 van het Wetboek van Strafrecht. 10Beslissing De rechtbank: - verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; - verklaart dat het bewezenverklaarde het onder 6 genoemde strafbare feit oplevert; - verklaart verdachte daarvoor strafbaar; - veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren; - beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen; - beveelt dat een gedeelte van deze straf, groot 80 uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij verdachte zich voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit; - beveelt dat, als de verdachte het voorwaardelijk deel van de taakstraf bij tenuitvoerlegging niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. G. Perrick, voorzitter, mrs. K.J. Veenstra en R.G.A. Beaujean, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.A. van Wageningen, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 november 2016. Mr. Beaujean is buiten staat dit vonnis te ondertekenen. BIJLAGE: de tenlastelegging Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat hij in of omstreeks de periode van 17 juni 2015 tot en met 29 juni 2015 te Soesterberg, gemeente Soest, althans in het arrondissement Midden-Nederland, door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid * [slachtoffer 1] en/of * [slachtoffer 2] en/of * [slachtoffer 3] en/of * [slachtoffer 4] en/of * [slachtoffer 5] en/of * [slachtoffer 6] en/of * [slachtoffer 7] en/of * [slachtoffer 8] en/of * [slachtoffer 9] en/of * [slachtoffer 10] en/of * [slachtoffer 11] en/of * [slachtoffer 12] en/of * [slachtoffer 13] en/of * [slachtoffer 14] en/of * [slachtoffer 15] en/of * [slachtoffer 16] en/of * [slachtoffer 17] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande die ontuchtige handelingen (telkens) uit het meermalen, in ieder geval eenmaal, - strelen/aaien/wrijven en/of duwen/drukken en/of vastpakken en/of optillen, in ieder geval betasten/aanraken, van/op/over de penis en/of het scrotum van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en/of - strelen/aaien/wrijven, in ieder geval betasten/aanraken, van/over een/de bil(len) en/of de bilnaad van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of - strelen/aaien/wrijven en/of vastpakken en/of vasthouden, in ieder geval betasten/aanraken, van/over een/de hand(
- en)en/of vinger(
- s)van die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en/of - strelen/aaien/wrijven en/of vastpakken en/of vasthouden, in ieder geval betasten/aanraken, van/over een arm en/of (richting) een hand en/of de rug en/of (richting) een/de bil(len) van die [slachtoffer 5] en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of die andere feitelijkheid (telkens) hierin dat hij, verdachte, als medewerker bij het Kleding & Persoonsgebonden Uitrustingbedrijf (KPU) bovengenoemde handelingen plotseling en/of onverhoeds uit heeft gevoerd bij bovengenoemde personen, welke militairen in opleiding en/of cadetten waren, terwijl deze personen kleding aan het passen waren (in een ruimte met stellingen opgesteld in een U-opstelling) waar hij voornoemde personen assisteerde/hielp met het passen van kleding en/of het kiezen van de juiste maat kleding.