Beslissing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Locatie: Utrecht Zaaknummer/rekestnummer: 427302 / HA RK 16-275 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 1 december 2016 op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , (verder te noemen: verzoeker). 1De procedure en het verzoek 1.
- Op 11 november 2016 heeft bij deze rechtbank, afdeling straf-, familie- en jeugdrecht, een zitting plaatsgevonden in de zaak van verzoeker met nummer 426118 / FA RK 16-
- De behandelend rechter was mr. J.R. van Es-de Vries. Het ging in die zaak om een (deels) aangehouden verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een voorlopige machtiging om verzoeker te doen opnemen en te doen verblijven in een psychiatrisch ziekenhuis. 1.
- Van genoemde zitting is proces-verbaal opgemaakt. Hierin is, voor zover van belang, het volgende vermeld: “De rechter sluit de behandeling en doet uitspraak. Nadat de rechter uitspraak heeft gedaan, verklaart de betrokkene: Schandalig. Ik ben het niet eens met de toewijzing van de rechterlijke machtiging mevrouw de rechter. Kan ik u wraken? Ik wil u graag wraken. Desgevraagd naar de reden van wraking zegt de betrokkene: dat hoort u wel. Ik wil een andere rechter hebben. Daarop heeft de rechter de zitting beëindigd.” 1.
- De uitspraak op het wrakingsverzoek is bepaald op heden. 2De beoordeling 2.
- Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. 2.
- De wrakingskamer ziet aanleiding om in de onderhavige zaak, in afwijking van het in artikel 39 lid 2 Rv neergelegde uitgangspunt, uitspraak te doen over het door verzoeker ingediende wrakingsverzoek zonder dat dit verzoek ter zitting wordt behandeld. Hiertoe wordt als volgt overwogen. 2.
- De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een eindbeslissing, wraking te verzoeken van de rechter die deze uitspraak heeft gedaan. Een wraking moet immers beletten dat de gewraakte rechter (nog langer) bemoeienis met die specifieke zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter al een eindbeslissing heeft gegeven. Uit het proces-verbaal van de op 11 november 2016 gehouden zitting blijkt dat mr. J.R. van Es-de Vries (mondeling) uitspraak heeft gedaan en dat verzoeker daarná het wrakingsverzoek heeft ingediend. 2.
- Gelet op het voorgaande kan verzoeker niet worden ontvangen in zijn verzoek tot wraking. Daarom zal de wrakingskamer het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk verklaren. 3De beslissing De wrakingskamer: 3.
- verklaart het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk; 3.
- draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, mr. J.R. van Es-de Vries, alsmede aan de voorzitter van de afdeling straf-, familie- en jeugdrecht en de president van deze rechtbank. Deze beslissing is gegeven door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, en mr. G. Perrick en mr. M.J. Slootweg als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. A. van der Landen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 december
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.