← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2016:7244

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingslocatie Utrecht Strafrecht Parketnummer: 16/705278-16 Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken van 6 januari 2017, op tegenspraak gewezen in de zaak tegen: [verdachte] , geboren op [1967] te [geboorteplaats] , thans gedetineerd in PI Nieuwegein – HvB locatie Nieuwegein te Nieuwegein. 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 10 juni 2016, 2 september 2016, 25 november 2016, 2 december 2016 en 6 december 2016. Op 23 december 2016 is het onderzoek gesloten. Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting verschenen mr. A.T. van Rhijn, advocaat te Veenendaal. Tevens zijn ter terechtzitting verschenen: de heer [minderjarige 1] , benadeelde partij; de heer [minderjarige 2] , benadeelde partij; de ouders van [minderjarige 3] , benadeelde partij; de ouders van [minderjarige 4] en [minderjarige 5] , benadeelde partij; mr. F.A. ten Berge, namens de benadeelden voornoemd; mevrouw E.J. Muller, psycholoog, getuige-deskundige; mevrouw M.D. Beijer, psycholoog, getuige-deskundige; en de heer [getuige] , getuige. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is op de terechtzitting van 25 november 2016 nader omschreven zoals bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er – verkort en feitelijk weergegeven – op neer dat verdachte: feit 1 bij [minderjarige 1] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft verricht die (mede) hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige 1] , op één of meer tijdstippen in de periode van 12 april 2000 tot en met 11 april 2001 te Mijdrecht; en/of bij [minderjarige 1] , die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt handelingen heeft verricht die (mede) hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige 1] , op één of meer tijdstippen in de periode van 12 april 2001 tot en met 11 april 2002 te Mijdrecht; en/of met [minderjarige 1] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, op één of meer tijdstippen in de periode van 12 april 2000 tot en met 11 april 2002 te Mijdrecht; en/of met de minderjarige [minderjarige 1] , die toen aan verdachtes zorg, opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, op één of meer tijdstippen in de periode van 12 april 2000 tot en met 11 april 2002 te Mijdrecht; feit 2 met de minderjarige [minderjarige 2] , die toen aan verdachtes zorg, opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, op één of meer tijdstippen in de periode van 18 maart 2001 tot en met 31 december 2002 te Mijdrecht; en/of met [minderjarige 2] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, op één of meer tijdstippen in de periode van 18 maart 2001 tot en met 17 maart 2002 te Mijdrecht; feit 3 met [minderjarige 6] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, in de periode van 1 juni 2001 tot en met 30 september 2001 te Ouddorp; en/of met de minderjarige [minderjarige 6] , die toen aan verdachtes zorg, opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, in de periode van 1 juni 2001 tot en met 30 september 2001 te Ouddorp; feit 4 met [minderjarige 7] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, in de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2002 te Mijdrecht; en/of met de minderjarige [minderjarige 7] , die toen aan verdachtes zorg, opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, in de periode van 1 januari 2001 tot en met 31 december 2002 te Mijdrecht; feit 5 [minderjarige 8] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, op 21 september 2013 te Mijdrecht; feit 6 met [minderjarige 3] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, via internet buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, op één of meer tijdstippen in de periode van 8 september 2014 tot en met 23 april 2015 te Schiedam en/of Mijdrecht; en/of de minderjarige [minderjarige 3] heeft verleid tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen door zich voor te doen als een minderjarig meisje en/of door (naakt)foto’s toe te sturen en/of te beloven, op één of meer tijdstippen in de periode van 8 september 2014 tot en met 23 april 2015 te Schiedam en/of Mijdrecht; feit 7 telkens: [minderjarige 4] en [minderjarige 5] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, via internet heeft verleid tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen met een derde, op één of meer tijdstippen in de periode van 4 november 2015 tot en met 26 februari 2016 te Maarssen en/of Mijdrecht; en/of telkens: met [minderjarige 4] en [minderjarige 5] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, via internet buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, op één of meer tijdstippen in de periode van 4 november 2015 tot en met 26 februari 2016 te Maarssen en/of Mijdrecht; en/of telkens: de minderjarige [minderjarige 4] en [minderjarige 5] heeft verleid tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen door zich voor te doen als een minderjarig meisje en/of door (naakt)foto’s toe te sturen en/of te beloven, op één of meer tijdstippen in de periode van 4 november 2015 tot en met 26 februari 2016 te Maarssen en/of Mijdrecht; feit 8 met [minderjarige 9] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, via internet buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, op 12 november 2015 te Assen en/of Mijdrecht; en/of de minderjarige [minderjarige 9] heeft verleid tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen door zich voor te doen als een minderjarig meisje en/of door (naakt)foto’s toe te sturen en/of te beloven, op 12 november 2015 te Assen en/of Mijdrecht; feit 9 met [minderjarige 10] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, via internet buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, op één of meer tijdstippen in de periode van 26 oktober 2015 tot en met 17 februari 2016 te Rotterdam en/of Mijdrecht; en/of de minderjarige [minderjarige 10] heeft verleid tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen door zich voor te doen als een minderjarig meisje en/of door (naakt)foto’s toe te sturen en/of te beloven, op één of meer tijdstippen in de periode van 26 oktober 2015 tot en met 17 februari 2016 te Rotterdam en/of Mijdrecht; feit 10 met [minderjarige 11] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, via internet buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, op één of meer tijdstippen in de periode van 2 februari 2016 tot en met 12 februari 2016 te Overasselt en/of Mijdrecht; en/of de minderjarige [minderjarige 11] heeft verleid tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen door zich voor te doen als een minderjarig meisje en/of door (naakt)foto’s toe te sturen en/of te beloven, op één of meer tijdstippen in de periode van 2 februari 2016 tot en met 12 februari 2016 te Overasselt en/of Mijdrecht; en/of afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaren, aan [minderjarige 11] , die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond, op één of meer tijdstippen in de periode van 2 februari 2016 tot en met 12 februari 2016 te Overasselt en/of Mijdrecht; feit 11 afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaren, aan [minderjarige 12] , die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond, op één of meer tijdstippen in de periode van 7 oktober 2015 tot en met 27 januari 2016 te Dokkum en/of Mijdrecht; feit 12 met [minderjarige 13] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, via internet buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, op één of meer tijdstippen in de periode van 19 november 2015 tot en met 8 februari 2016 te Waalwijk en/of Mijdrecht; en/of de minderjarige [minderjarige 13] heeft verleid tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen door zich voor te doen als een minderjarig meisje en/of door (naakt)foto’s toe te sturen en/of te beloven, op één of meer tijdstippen in de periode van 19 november 2015 tot en met 8 februari 2016 te Waalwijk en/of Mijdrecht; en/of afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaren, aan [minderjarige 13] , die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond, op één of meer tijdstippen in de periode van 19 november 2015 tot en met 8 februari 2016 te Waalwijk en/of Mijdrecht; feit 13 heeft geprobeerd met [minderjarige 14] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, via internet buiten echt ontuchtige handelingen te plegen, op één of meer tijdstippen in de periode van 6 december 2015 tot en met 18 februari 2016 te Ulft en/of Mijdrecht; en/of heeft geprobeerd de minderjarige [minderjarige 14] te verleiden tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen door zich voor te doen als een minderjarig meisje en/of door het toesturen van een afbeelding van een seksuele gedraging, terwijl verdachte ondertussen een seksueel getint gesprek met die [minderjarige 14] heeft gevoerd, op één of meer tijdstippen in de periode van 6 december 2015 tot en met 18 februari 2016 te Ulft en/of Mijdrecht; en/of afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaren, aan [minderjarige 14] , die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond, op 16 januari 2016 te Ulft en/of Mijdrecht; feit 14 heeft geprobeerd met [minderjarige 15] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, via internet buiten echt ontuchtige handelingen te plegen, op één of meer tijdstippen in de periode van 30 januari 2016 tot en met 9 februari 2016 te Volendam en/of Mijdrecht; en/of heeft geprobeerd de minderjarige [minderjarige 15] te verleiden tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen door zich voor te doen als een minderjarig meisje en/of door het toesturen van een afbeelding van een seksuele gedraging, terwijl verdachte ondertussen een seksueel getint gesprek met die [minderjarige 15] heeft gevoerd, op één of meer tijdstippen in de periode van 30 januari 2016 tot en met 9 februari 2016 te Volendam en/of Mijdrecht; en/of afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaren, aan [minderjarige 15] , die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond, op één of meer tijdstippen in de periode van 20 januari 2016 tot en met 9 februari 2016 te Volendam en/of Mijdrecht; feit 15 met [minderjarige 16] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, via internet buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, op één of meer tijdstippen in de periode van 21 januari 2016 tot en met 27 februari 2016 te Groningen en/of Mijdrecht; en/of de minderjarige [minderjarige 16] heeft verleid tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen door zich voor te doen als een minderjarig meisje en/of door (naakt)foto’s toe te sturen en/of te beloven, op één of meer tijdstippen in de periode van 21 januari 2016 tot en met 27 februari 2016 te Groningen en/of Mijdrecht; feit 16 met [minderjarige 17] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, via internet buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, op één of meer tijdstippen in de periode van 22 november 2015 tot en met 28 januari 2016 te Rotterdam en/of Mijdrecht; en/of de minderjarige [minderjarige 17] heeft verleid tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen door zich voor te doen als een minderjarig meisje en/of door (naakt)foto’s toe te sturen en/of te beloven, op één of meer tijdstippen in de periode van 22 november 2015 tot en met 28 januari 2016 te Rotterdam en/of Mijdrecht; feit 17 er een gewoonte van heeft gemaakt kinderpornoafbeeldingen te verspreiden per e-mail, aan te bieden, openlijk ten toon te stellen via postimagelinks, te verwerven en in het bezit te hebben, op één of meer tijdstippen in de periode van 3 februari 2015 tot en met 29 februari 2016 te Mijdrecht; en feit 18 er een gewoonte van heeft gemaakt kinderpornoafbeeldingen te vervaardigen en/of in bezit te hebben, op één of meer tijdstippen in de periode van 12 november 2015 tot en met 29 februari 2016 te Mijdrecht. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. Ten aanzien van het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt. In artikel 164 van het Wetboek van Strafvordering is bepaald dat pas nadat een klacht tot vervolging is ingediend, gerichte opsporingshandelingen kunnen worden uitgevoerd. In dit geval zijn zonder voorafgaande klacht opsporingshandelingen verricht en heeft het slachtoffer vervolgens aangifte gedaan. Voor zover het tenlastegelegde de periode vóór 1 oktober 2002 betreft, had alsnog een daartoe strekkende klacht moeten worden ingediend. Uit de jurisprudentie blijkt echter dat het ontbreken van de klacht niet tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie hoeft te leiden als uit bewoordingen in de aangifte voldoende duidelijk is dat de aangever (alsnog) vervolging van de dader beoogt. De rechtbank stelt vast dat hiervan sprake is, zodat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is. 4Waardering van het bewijs en bewezenverklaring Ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hetgeen onder 1. ten laste is gelegd in het geheel wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. De officier van justitie verwijst daartoe naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen, waaronder de aangifte van [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ). Deze aangifte wordt ten aanzien van de seksuele handelingen grotendeels door verdachte bevestigd. Ten aanzien van de tijdsperiode noemt de officier van justitie dat verdachte heeft aangegeven dat hij zijn herinneringen niet goed in de tijd kan plaatsen, maar dat hij nog wel weet dat hetgeen met [minderjarige 7] (onder 4. ten laste gelegd) is voorgevallen, heeft plaatsgevonden jaren na de handelingen met [minderjarige 1] . Teruggerekend betekent dit, volgens de officier van justitie, dat hetgeen verdachte heeft verklaard over [minderjarige 7] , past in de tijdsperiode zoals deze door [minderjarige 1] is uiteengezet. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de verklaringen van [minderjarige 1] niet onomstotelijk kan worden vastgesteld dat [minderjarige 1] ten tijde van het onder 1., eerste alinea, ten laste gelegde jonger dan twaalf jaar was. Verdachte dient derhalve van dit deel van de tenlastelegging te worden vrijgesproken. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. Op 9 december 2015 doet [minderjarige 1] , geboren op [1989] , aangifte van seksueel misbruik gepleegd te Mijdrecht. [minderjarige 1] doet aangifte tegen [verdachte] . [minderjarige 1] verklaart dat het eerste seksuele contact heeft plaatsgevonden bij hem (de rechtbank begrijpt: verdachte) boven in huis. [minderjarige 1] mocht eerst een computerspelletje doen en tijdens het spelen van het spelletje begon hij (de rechtbank begrijpt: verdachte) met aanraken. Hij deed zijn hand in de broek van [minderjarige 1] , deed [minderjarige 1] broek open en begon [minderjarige 1] te masturberen (de rechtbank begrijpt aftrekken). Vlak daarna ook oraal, pijpen, terwijl [minderjarige 1] aan het computeren was. [minderjarige 1] zat toen op de basisschool in groep 8. Hij is blijven zitten in groep 5. Later is [minderjarige 1] weer meegegaan. Het begon weer: een computerspelletje, met zijn hand over [minderjarige 1] kruis en in [minderjarige 1] broek. [minderjarige 1] moest hem ook penetreren. Ze zijn een keer op zijn bed gaan liggen. Hij ging voor [minderjarige 1] op zijn linkerzij liggen, pakte glijmiddel uit zijn kastje en bracht [minderjarige 1] penis bij hem naar binnen in zijn anus. [minderjarige 1] verklaart voorts dat hij hem (de rechtbank begrijpt: verdachte) meerdere keren oraal heeft bevredigd. Ook heeft [minderjarige 1] verklaard dat hij hem heeft afgetrokken. De handelingen hebben een keer of dertig/veertig plaatsgevonden. Het is gestopt toen [minderjarige 1] halverwege/eind twaalf jaar was. [minderjarige 1] is er voor het laatst geweest toen hij twaalf jaar was en daarna nooit meer. Op [2000] is [minderjarige 1] elf jaar geworden. Op [2002 ] is [minderjarige 1] dertien jaar geworden. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [minderjarige 1] heeft afgetrokken en gepijpt toen [minderjarige 1] ongeveer veertien à vijftien jaar was. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij een aantal jaren later door [minderjarige 1] anaal is gepenetreerd. Partiële vrijspraak De rechtbank oordeelt dat hoewel in het dossier een aantal aanknopingspunten voor de leeftijd van [minderjarige 1] ten tijde van het misbruik wordt gegeven, hieruit niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat [minderjarige 1] ten tijde van het plegen van de handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen jonger dan twaalf jaar was. In het dossier wordt zowel de leeftijd van elf als van twaalf jaar genoemd en wordt verklaard dat [minderjarige 1] in groep 7, dan wel groep 8 zat. Gelet op de verjaardag van [minderjarige 1] , [geboortedag] , het gegeven dat hij heeft verklaard dat hij in groep 5 een keer is blijven zitten en de gebruikelijke leeftijd van kinderen in bepaalde schoolgroepen, is [minderjarige 1] hoogstwaarschijnlijk in groep 7 twaalf jaar geworden en in groep 8 dertien jaar. Een en ander betekent dat [minderjarige 1] , ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde handelingen (mede bestaande uit seksueel binnendringen), mogelijk niet elf jaar maar twaalf jaar was. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken voor hetgeen hem onder 1., eerste alinea, ten laste is gelegd, te weten het seksueel binnendringen bij een minderjarige beneden de leeftijd van twaalf jaar. Bewijsoverwegingen De rechtbank merkt op dat de verklaringen van [minderjarige 1] en verdachte qua tijdsbepaling uiteenlopen. Voor wat betreft de seksuele handelingen bestaande uit het aftrekken en pijpen verklaren zowel [minderjarige 1] als verdachte dat deze handelingen hebben plaatsgevonden in de periode dat [minderjarige 1] nog niet de leeftijd van zestien jaren had bereikt. Ten aanzien van de anale penetratie heeft verdachte verklaard dat dit is gebeurd toen [minderjarige 1] meerderjarig was. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van [minderjarige 1] dat de anale penetratie in dezelfde periode heeft plaatsgevonden als de periode waarin de overige seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, mede gelet op de verklaring van [minderjarige 1] dat hij na zijn twaalfde jaar niet meer bij verdachte is geweest. De rechtbank oordeelt voor het overige dat [minderjarige 1] op de momenten dat hij bij verdachte thuis was, mede gelet op de leeftijd die [minderjarige 1] toen had, aan de zorg en waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd. Behoudens de hiervoor genoemde partiële vrijspraak, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1. ten laste gelegde heeft begaan. Bewezenverklaring hij op meer tijdstippen gelegen in de periode van 12 april 2001 tot en met 11 april 2002 te Mijdrecht met [minderjarige 1] (geboren op [1989] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, telkens buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [minderjarige 1] , immers heeft verdachte, onder andere terwijl die [minderjarige 1] bij verdachte thuis achter de computer zat, - meermalen over en onder de kleding de penis van die [minderjarige 1] aangeraakt/betast en - meermalen vervolgens de penis van die [minderjarige 1] in zijn hand genomen en vervolgens zijn hand heen en weer bewogen en aldus die [minderjarige 1] afgetrokken en - meermalen de penis van die [minderjarige 1] in zijn, verdachtes, mond genomen/gehouden/heen en weer bewogen en aldus die [minderjarige 1] gepijpt en - de penis van die [minderjarige 1] in zijn, verdachtes, anus geduwd/gebracht/gehouden en heen en weer bewogen en aldus zich anaal laten penetreren door die [minderjarige 1] en - meermalen zijn, verdachtes, penis in de hand van die [minderjarige 1] gebracht/gehouden en heen en weer bewogen en aldus zich laten aftrekken en - meermalen zijn, verdachtes, penis in de mond van die [minderjarige 1] gebracht/geduwd/gehouden en heen en weer bewogen en aldus zich laten pijpen door die [minderjarige 1] ; EN hij op meer tijdstippen gelegen in de periode van 12 april 2000 tot en met 11 april 2002 te Mijdrecht met [minderjarige 1] (geboren op [1989] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, telkens, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte, onder andere terwijl die [minderjarige 1] bij verdachte thuis achter de computer zat, - meermalen over en onder de kleding de penis van die [minderjarige 1] aangeraakt/betast en - meermalen vervolgens de penis van die [minderjarige 1] in zijn hand genomen en vervolgens zijn hand heen en weer bewogen en aldus die [minderjarige 1] afgetrokken en - meermalen de penis van die [minderjarige 1] in zijn, verdachtes, mond genomen/gehouden/heen en weer bewogen en aldus die [minderjarige 1] gepijpt en - de penis van die [minderjarige 1] in zijn, verdachtes, anus geduwd/gebracht/gehouden en/of heen en weer bewogen en aldus zich anaal laten penetreren door die [minderjarige 1] en - meermalen zijn, verdachtes, penis in de hand van die [minderjarige 1] gebracht/gehouden en heen en weer bewogen en aldus zich laten aftrekken; EN hij op meer tijdstippen gelegen in de periode van 12 april 2000 tot en met 11 april 2002 te Mijdrecht ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [minderjarige 1] (geboren op [1989] ), immers heeft hij, verdachte, onder andere terwijl die [minderjarige 1] bij verdachte thuis achter de computer zat, - meermalen over en onder de kleding de penis van die [minderjarige 1] aangeraakt/betast en - meermalen vervolgens de penis van die [minderjarige 1] in zijn hand genomen en vervolgens zijn hand heen en weer bewogen en aldus die [minderjarige 1] afgetrokken en - meermalen de penis van die [minderjarige 1] in zijn, verdachtes, mond genomen/gehouden/heen en weer bewogen en aldus die [minderjarige 1] gepijpt en - de penis van die [minderjarige 1] in zijn, verdachtes, anus geduwd/gebracht/gehouden en heen en weer bewogen en aldus zich anaal laten penetreren door die [minderjarige 1] en - meermalen zijn, verdachtes, penis in de hand van die [minderjarige 1] gebracht/gehouden en heen en weer bewogen en aldus zich laten aftrekken. Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hetgeen onder 2. ten laste is gelegd in het geheel wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard en verwijst daartoe naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. Voorts benoemt de officier van justitie dat voor de bewezenverklaring van het onder 2. ten laste gelegde gebruik kan worden gemaakt van schakelbewijs nu de overige ten laste gelegde feiten, die naar de mening van de officier van justitie bewezen kunnen worden verklaard, (deels) soortgelijk zijn. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het hem onder 2. ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Hoewel verdachte toegeeft dat [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ) en hij hebben gestoeid, betekent dit nog niet dat er ook ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden. Tevens kan het niet zo zijn dat wordt aangenomen dat het met [minderjarige 2] ook wel gebeurd zal zijn, nu het ook met [minderjarige 1] is gebeurd. Daardoor is niet voldaan aan alle bestanddelen van de artikelen 247 en 249 van het Wetboek van Strafrecht. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. Op 7 januari 2016 doet [minderjarige 2] , geboren op [1986] , aangifte van seksueel misbruik gepleegd te Mijdrecht. [minderjarige 2] verklaart dat het om [verdachte] gaat die een bepaalde tijd zijn basketbalcoach is geweest. Het was ongeveer een periode van een half jaar waarin [minderjarige 2] bij hem over de vloer kwam. In die tijd waren er momenten dat hij (de rechtbank begrijpt: verdachte) naast [minderjarige 2] zat en [minderjarige 2] op zijn schoot trok. [minderjarige 2] kan zich goed herinneren dat dat vaker voorkwam, [minderjarige 2] bij hem op schoot en [minderjarige 2] achter de computer. Hij betastte [minderjarige 2] dan bij zijn kruis en benen. Het is ook eenmalig voorgekomen dat hij (de rechtbank begrijpt: verdachte) op een bed in de computerkamer op [minderjarige 2] terecht kwam. Met zijn lijf op [minderjarige 2] lijf. Hij zoende [minderjarige 2] toen in zijn nek. De kleren zijn nooit uitgegaan. [minderjarige 2] schat het aantal keren dat het is gebeurd op een keer of tien. Als het vijf keer zou zijn geweest, dan zou hij zich dat ook kunnen voorstellen. [minderjarige 2] verklaart dat het gebeurde op momenten dat hij iets op de computer ging doen. [minderjarige 2] verklaart dat hij eerder veertien à vijftien jaar zou zijn geweest dan dertien à veertien jaar. Op 26 januari 2016 verklaart de heer [A] dat [minderjarige 2] een goede vriend van hem is. De heer [A] vertelde [minderjarige 2] wat zijn zoon [minderjarige 1] (over verdachte) aan hem had verteld. Hierop zag de heer [A] een fysieke reactie bij [minderjarige 2] . [minderjarige 2] werd helemaal wit en zei ‘stop maar, het is met mij ook gebeurd’. De heer [B] verklaart op 16 maart 2016 dat [minderjarige 2] een jaar of drie à vier geleden vertelde dat er dingen tussen hem en [verdachte] waren gebeurd die niet juist waren. Dat hij betast was. [minderjarige 2] heeft omschreven dat hij bij [verdachte] op schoot werd getrokken en werd betast toen hij een computerspelletje deed. En dat het meerdere keren is gebeurd. Op [2001] is [minderjarige 2] vijftien jaar geworden. Op [2002 ] is [minderjarige 2] zestien jaar geworden. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [minderjarige 2] computerspelletjes bij hem kwam spelen en dat hij en [minderjarige 2] wel een keer op het bed in de computerkamer hebben gezeten. Bewijsoverweging De rechtbank oordeelt dat [minderjarige 2] op de momenten dat hij bij verdachte thuis was, mede gelet op de leeftijd die [minderjarige 2] toen had, aan de zorg en waakzaamheid van verdachte was toevertrouwd. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2. ten laste gelegde heeft begaan. Bewezenverklaring hij op tijdstippen gelegen in de periode van 18 maart 2001 tot en met 31 december 2002 te Mijdrecht ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [minderjarige 2] (geboren op [1986] ), immers heeft hij, verdachte, terwijl die [minderjarige 2] bij verdachte thuis zat, - meermalen die [minderjarige 2] op schoot genomen/laten plaatsnemen en - vervolgens meermalen met zijn, verdachtes, hand over de kleding rondom de penis/de bovenbenen van die [minderjarige 2] betast/aangeraakt en erover gewreven en - die [minderjarige 2] een zoen in zijn nek/hals gegeven, al dan niet terwijl hij bovenop die [minderjarige 2] lag; EN hij op tijdstippen gelegen in de periode van 18 maart 2001 tot en met 17 maart 2002 te Mijdrecht met [minderjarige 2] (geboren op [1986] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, telkens, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte, terwijl die [minderjarige 2] bij verdachte thuis zat, - meermalen die [minderjarige 2] op schoot genomen/laten plaatsnemen en - vervolgens meermalen met zijn, verdachtes, hand over de kleding rondom de penis/de bovenbenen van die [minderjarige 2] betast/aangeraakt en erover gewreven en - die [minderjarige 2] een zoen in zijn nek/hals gegeven, al dan niet terwijl hij bovenop die [minderjarige 2] lag. Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hetgeen onder 3. ten laste is gelegd in het geheel wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard en verwijst daartoe naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. Voorts benoemt de officier van justitie dat voor de bewezenverklaring van het onder 3. ten laste gelegde gebruik kan worden gemaakt van schakelbewijs nu de overige ten laste gelegde feiten (deels) soortgelijk zijn. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder 3. ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Hoewel verdachte toegeeft [minderjarige 6] (hierna: [minderjarige 6] ) naar zich toe te hebben getrokken, betekent dit niet dat er ook ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden. Hierdoor is niet voldaan aan alle bestanddelen van de artikelen 247 en 249 van het Wetboek van Strafrecht. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. Op 28 april 2016 doet [minderjarige 6] , geboren op [1985] , aangifte. [minderjarige 6] doet aangifte tegen [verdachte] die meerdere jaren zijn trainer/coach was. [minderjarige 6] verklaart dat [verdachte] aan hem heeft gezeten in de slaapkamer van het vakantiehuisje in Port Zélande in Zeeland. Dit is gebeurd in de zomer van 2001. [minderjarige 6] was toen vijftien jaar. Het was een teamweekend. Het was op initiatief van het team. [minderjarige 6] verklaart dat hij wakker werd en iets voelde bij zijn onderbroek. [verdachte] zat met zijn hand te frunniken in de onderbroek van [minderjarige 6] . Hij frunnikte aan de band en de onderkant van de onderbroek. Het was een beetje proberen om onder het elastiek te komen. [minderjarige 6] verklaart dat hij bij zijn penis is aangeraakt. Hij ging er langs. De zijkant, bovenkant. Het was friemelen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij eenmaal in Port Zélande is geweest. Dit was met het basketbalteam waar [minderjarige 6] onderdeel van uit maakte. Bewijsoverwegingen Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij tijdens het teamweekend [minderjarige 6] naar zich toe heeft getrokken, dat [minderjarige 6] toen viel en schrok en dat er verder niets is gebeurd. De rechtbank acht deze verklaring niet aannemelijk. Verdachte en [minderjarige 6] zijn samen maar één keer in Port Zélande geweest en beiden spreken over één incident, zij het met een andere lezing. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de aangifte van [minderjarige 6] en acht de onder 3. ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van het bestanddeel ‘aan de zorg of waakzaamheid toevertrouwd’ oordeelt de rechtbank dat het tijdelijk overdragen van de feitelijke zorgplicht onder dit bestanddeel valt. Immers op het moment dat de minderjarige [minderjarige 6] met zijn basketbalteam (van wie mag worden uitgegaan dat zij ongeveer de leeftijd van [minderjarige 6] zijn) een weekend weg is onder leiding van hun volwassen coach, te weten: verdachte, is op dat moment de feitelijke zorgplicht voor deze minderjarige(

  1. n)tijdelijk aan verdachte overgedragen. Bewezenverklaring hij in de periode van 1 juni 2001 tot en met 30 september 2001 te Ouddorp met [minderjarige 6] (geboren op [1985] ), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte - met zijn hand/vingers de onderbroek en de schaamstreek aangeraakt en betast van die [minderjarige 6] en - met zijn hand/vingers (onder de onderbroek) de penis van die [minderjarige 6] aangeraakt/betast; EN hij in de periode van 1 juni 2001 tot en met 30 september 2001 te Ouddorp ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [minderjarige 6] (geboren op [1985] ), immers heeft hij, verdachte - met zijn hand/vingers de onderbroek en de schaamstreek aangeraakt en betast van die [minderjarige 6] en - met zijn hand/vingers (onder de onderbroek) de penis van die [minderjarige 6] aangeraakt/betast. Ten aanzien van het onder 4. ten laste gelegde Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hetgeen onder 4. ten laste is gelegd in het geheel wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard en verwijst daartoe naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft benoemd dat verdachte volgens diens verklaring met [minderjarige 7] (hierna: [minderjarige 7] ) heeft gestoeid. Deze handeling had echter geen ontuchtig karakter. De raadsman noemt tevens dat het niet zeker is of [minderjarige 7] ten tijde van het ten laste gelegde jonger was dan zestien jaar of dat hij al zestien jaar was. Het standpunt van de rechtbank De rechtbank overweegt dat hetgeen onder 4. ten laste is gelegd zich volgens de schriftelijke verklaring van de moeder van [minderjarige 7] op pagina 355 van het dossier waarschijnlijk zou hebben afgespeeld in oktober/november 2001. Dat is derhalve vóór de wetswijziging van 1 oktober 2002, bij welke wetswijziging het klachtvereiste bij zedendelicten is komen te vervallen. Ten aanzien van het hier ten laste gelegde is nimmer een klacht ingediend of aangifte gedaan. De rechtbank kan niet uitsluiten dat het ten laste gelegde zich daadwerkelijk voor 1 oktober 2002 heeft afgespeeld, zodat in dat geval een klacht vereist is. Nu deze niet aanwezig is, zal het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk worden verklaard. Ten aanzien van het onder 5. ten laste gelegde Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hetgeen onder 5. ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard en verwijst daartoe naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de kant van verdachte geen sprake is geweest van het plegen van geweld of het bedreigen met geweld waardoor [minderjarige 8] (hierna: [minderjarige 8] ) werd gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, zodat niet aan alle bestanddelen van het tenlastegelegde artikel is voldaan. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. Op 21 september 2013 worden er meerdere politie-eenheden gestuurd naar de [adres] te [woonplaats] alwaar de bewoner zou zijn aangevallen. De bewoner bleek te zijn [verdachte] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] ) [verdachte] . [verdachte] verklaart dat hij die avond wat is gaan drinken in een café en dat hij vervolgens met een jongen naar huis is gegaan. De jongen is in de woning van [verdachte] op de bank gaan liggen en [verdachte] is naast de jongen op de bank gaan zitten. Op een gegeven moment heeft [verdachte] een hand op de buik van de jongen geplaatst. Hierdoor is de jongen boos geworden. De jongen, [minderjarige 8] , werd aangetroffen in zijn woning. Hij verklaart dat hij een man in de kroeg had ontmoet, dat hij bij de man op de bank lag en dat de man hem toen over zijn buik, piemel en ballen begon te kriebelen. Hij is daardoor boos geworden. [minderjarige 8] heeft op 30 augustus 2016 verklaard dat hij (de rechtbank begrijpt: verdachte) met zijn hand op het been van [minderjarige 8] ging en dat hij toen naar zijn kruis ging. Toen ging hij hoger, onder [minderjarige 8] shirt. [verdachte] heeft geprobeerd om in de broek van [minderjarige 8] te komen, maar dat is hem niet gelukt. Hij ging naar boven met zijn hand, onder [minderjarige 8] shirt, om zo in [minderjarige 8] broek te komen. [minderjarige 8] is toen opgestaan. [minderjarige 8] is op [1996] geboren. Op 21 september 2013 was [minderjarige 8] zeventien jaar oud. Verdachte was toen 46 jaar oud. Bewijsoverweging De rechtbank overweegt dat seksueel contact tussen twee personen die een aanzienlijk verschil in leeftijd hebben in de regel ontuchtig is, te meer als een van deze personen minderjarig is. Tussen verdachte en [minderjarige 8] bestond een leeftijdsverschil van 29 jaar. Hierbij komt dat zij elkaar, voorafgaande aan de handelingen, niet kenden en er dus ook geen sprake was van een relatie. De rechtbank overweegt voorts dat het onverhoeds plaatsen van de hand van verdachte op de buik van [minderjarige 8] ertoe heeft geleid dat [minderjarige 8] deze en de overige tenlastegelegde ontuchtige handelingen heeft moeten dulden. Het onverhoedse karakter van het plaatsen van de hand op de buik blijkt uit het gegeven dat [minderjarige 8] , naar eigen zeggen, aan het relaxen was op de bank in het huis van een persoon, bij wie hij nog een paar biertjes ging drinken. Er was volgens hem niets aan de hand. Dat hij niet wilde dat er seksueel getinte handelingen zouden plaatsvinden, blijkt, terugkijkend, uit zijn aangifte. Doordat deze seksueel getinte handelingen toch, onverhoeds, hebben plaatsgevonden, is hij er door een feitelijkheid toe gedwongen deze handelingen te dulden. De rechtbank acht het ten laste gelegde feit derhalve wettig en overtuigend bewezen. Bewezenverklaring hij op 21 september 2013 te Mijdrecht door een feitelijkheid [minderjarige 8] (geboren op [1996] ) heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, immers heeft hij, verdachte, onverhoeds met zijn hand/vingers (over de kleding) het (boven)been en de schaamstreek en de penis en de blote buik van die [minderjarige 8] betast en aangeraakt. Ten aanzien van het onder 6 .tot en met 16. ten laste gelegde Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard en verwijst daartoe naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen en de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangegeven geen verweer te zullen voeren op deze ten laste gelegde feiten. Het oordeel van de rechtbank Overweging Door verdachte is ter terechtzitting naar voren gebracht dat hij weliswaar afbeeldingen van seksuele gedragingen aan de personen zoals genoemd onder het onder 6. tot en met 16. ten laste gelegde heeft verzonden, maar dat dit geen afbeeldingen waren waarop een meisje die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, stond. Immers, zo verklaart verdachte, heeft hij de foto’s van een 18+ website gehaald, hetgeen volgens hem betekent dat de persoon op de foto achttien jaar of ouder is. Wel was het volgens verdachte de bedoeling dat het meisje dat op de afbeeldingen stond er jonger dan achttien jaar uitzag en vond hij zelf ook dat zij er uitzag als een veertienjarige. Immers moest zij door kunnen gaan voor [bijnaam] , een meisje van veertien jaar. Uit het dossier is naar voren gekomen dat de slachtoffers dachten dat zij daadwerkelijk met een meisje van rond de leeftijd van veertien jaar aan het chatten waren. In het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 7 september 2016 met bijlagen wordt beschreven dat de leeftijd van het meisje op de foto’s wordt geschat op zestien jaar. Naar het oordeel van de rechtbank staat, gelet daarop, vast dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen heeft verzonden. Verdachte heeft de feiten 6 tot en met 16 behoudens bovengenoemd aspect bekend en de verdediging heeft geen vrijspraak bepleit. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank is van oordeel dat het debat met betrekking tot het toezenden van (kinder)pornografisch materiaal in het geheel van de tenlastelegging een ondergeschikt en met voorgaande overweging afgerond deel betreft, zodat onder deze omstandigheden met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering zal worden volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen. Ten aanzien van het onder 6. ten laste gelegde - het proces-verbaal beschrijving aangetroffen kinderpornografische beelden van 10 juli 2015; - het proces-verbaal van verhoor aangever [C] van 14 maart 2016; - het proces-verbaal onderzoek chatgesprekken Gmail en uitwisseling beelden van 10 juli 2016 met bijlagen; - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 december 2016. Bewezenverklaring hij op tijdstippen in de periode van 8 september 2014 tot en met 23 april 2015 te Schiedam en Mijdrecht met [minderjarige 3] , geboren op [2000] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, telkens buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande hieruit dat hij, verdachte - via internet contact heeft gezocht en onderhouden met die [minderjarige 3] en - meermalen die [minderjarige 3] via internet ontuchtige handelingen heeft laten plegen, bestaande die ontuchtige handelingen hieruit dat * die [minderjarige 3] meermalen zijn (deels) ontblote lichaam en zijn ontblote penis en zijn ontblote billen in beeld bracht/toonde en hiervan een foto's maakte en die foto's verzond aan verdachte en - meermalen een afbeelding van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het met een voorwerp anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt en het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarna de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van deze persoon en de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, aan die [minderjarige 3] heeft verzonden via internet en - meermalen ondertussen een seksueel getint(
  2. e)gesprek/mailwisseling met die [minderjarige 3] heeft gevoerd via internet en daarin opdrachten en aanwijzingen heeft gegeven en vragen heeft gesteld met betrekking tot welke ontuchtige handelingen gepleegd moesten worden en wat in beeld moest worden gebracht; EN hij op tijdstippen in de periode van 8 september 2014 tot en met 23 april 2015 te Schiedam en Mijdrecht door giften of beloften van goed of door misleiding, te weten - door zich voor te doen als een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') en - door in ruil voor de ontuchtige handelingen (naakt)foto's van een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') toe te sturen en te beloven, [minderjarige 3] , geboren op [2000] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen van verdachte, bestaande die ontuchtige handelingen meermalen hieruit dat - die [minderjarige 3] zijn (deels) ontblote lichaam en zijn ontblote penis en zijn ontblote billen in beeld bracht/toonde en hiervan foto's maakte en die foto’s verzond aan verdachte en - hij, verdachte, een afbeelding van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het met een voorwerp anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt en het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarna de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van deze persoon en de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, aan die [minderjarige 3] verzond via internet. Ten aanzien van het onder 7. ten laste gelegde - het proces-verbaal vaststellen identiteit [minderjarige 5] en [minderjarige 4] van 30 april 2016 met bijlagen; - het proces-verbaal bevindingen film [minderjarige 5] en [minderjarige 4] van 10 mei 2016; - het proces-verbaal uitwerken chat van 4 mei 2016 met bijlagen; - het proces-verbaal verhoor getuige [minderjarige 5] van 12 mei 2016 - het proces-verbaal verhoor getuige [minderjarige 4] van 12 mei 2016; - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 december 2016. Bewezenverklaring hij op tijdstippen in de periode van 4 november 2015 tot en met 26 februari 2016, in ieder geval op 11 november 2015 en 23 november 2015, te Maarssen en Mijdrecht [minderjarige 4] , geboren op [2000] , en [minderjarige 5] , geboren op [2002 ] , die toen elk de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, elk telkens buiten echt, heeft verleid, door - zich voor te doen als een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') en - die [minderjarige 4] en [minderjarige 5] via internet te vragen/zeggen nagenoemde ontuchtige handelingen te plegen en opdrachten en aanwijzingen te geven en vragen te stellen met betrekking tot welke ontuchtige handelingen gepleegd moesten worden en wat in beeld moest worden gebracht en - in ruil voor genoemde ontuchtige handelingen (naakt)foto's van een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') toe te sturen en te beloven, tot het plegen en dulden van een of meer ontuchtige handelingen met een derde, te weten die [minderjarige 4] met die [minderjarige 5] en die [minderjarige 5] met die [minderjarige 4] en die [minderjarige 5] met [minderjarige 18] , geboren op [2008] , bestaande die ontuchtige handelingen meermalen telkens hieruit dat in zicht voor de webcam - die [minderjarige 5] en die [minderjarige 4] hun (eigen) broek en onderbroek uittrokken en hun ontblote penis in beeld brachten/toonden en - die [minderjarige 5] en die [minderjarige 4] elkaar aftrokken en - die [minderjarige 5] zijn ontblote billen toonde en - die [minderjarige 5] en die [minderjarige 4] elkaar pijpten en - die [minderjarige 4] zichzelf aftrok en - die [minderjarige 5] met zijn ontblote billen op de penis van die [minderjarige 4] ging zitten/plaats nam en die [minderjarige 4] met diens penis anaal liet binnendringen en die [minderjarige 4] diens penis tegen de billen van [minderjarige 5] liet brengen/houden/bewegen en die [minderjarige 4] zijn penis in de anus en tegen de billen van die [minderjarige 5] duwde/bewoog/hield/liet komen en - die [minderjarige 5] die [minderjarige 18] aftrok; EN hij op tijdstippen in de periode van 4 november 2015 tot en met 26 februari 2016 te Maarssen en Mijdrecht telkens met [minderjarige 4] , geboren op [2000] , en [minderjarige 5] , geboren op [2002 ] , die toen elk de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, telkens buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande hieruit dat hij, verdachte, meermalen telkens - via internet contact heeft gezocht en onderhouden met die [minderjarige 5] en die [minderjarige 4] en - die [minderjarige 5] en die [minderjarige 4] via internet in zicht voor de webcam ontuchtige handelingen heeft laten plegen, bestaande die ontuchtige handelingen hieruit dat * die [minderjarige 5] en die [minderjarige 4] hun (eigen) broek en onderbroek uittrokken en hun ontblote penis in beeld brachten/toonden en * die [minderjarige 5] en die [minderjarige 4] elkaar aftrokken en * die [minderjarige 5] zijn ontblote billen toonde en * die [minderjarige 5] en die [minderjarige 4] elkaar pijpten en * die [minderjarige 5] en die [minderjarige 4] zichzelf aftrokken en * die [minderjarige 5] met zijn ontblote billen op de penis van die [minderjarige 4] ging zitten/plaats nam en die [minderjarige 4] met diens penis anaal liet binnendringen en die [minderjarige 4] diens penis tegen de billen van [minderjarige 5] liet brengen/houden/bewegen en die [minderjarige 4] diens penis in de anus en tegen de billen van die [minderjarige 5] duwde/bewoog/hield/liet komen en * die [minderjarige 5] [minderjarige 18] , geboren op [2008] , aftrok en - een foto van een vagina en een anus met daarin een voorwerp, in ieder geval seksueel getinte afbeeldingen van een minderjarig meisje (' [bijnaam] '), aan die [minderjarige 5] en die [minderjarige 4] heeft verzonden via interne) en - ondertussen een seksueel getint gesprek met die [minderjarige 5] en die [minderjarige 4] heeft gevoerd via internet en daarin opdrachten en aanwijzingen heeft gegeven en vragen heeft gesteld met betrekking tot welke ontuchtige handelingen gepleegd moesten worden en wat in beeld moest worden gebracht; EN hij op tijdstippen in de periode van 4 november 2015 tot en met 26 februari 2016 te Maarssen en Mijdrecht door giften of beloften van goed of door misleiding, te weten - door zich voor te doen als een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') en - door in ruil voor de ontuchtige handelingen (naakt)foto's van een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') toe te sturen en te beloven, telkens [minderjarige 4] , geboren op [2000] , en [minderjarige 5] , geboren op [2002 ] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen van verdachte, bestaande die ontuchtige handelingen meermalen telkens hieruit dat in zicht, voor de webcam - die [minderjarige 5] en die [minderjarige 4] hun (eigen) broek en onderbroek uittrokken en hun ontblote penis in beeld brachten/toonden en - die [minderjarige 5] en die [minderjarige 4] elkaar aftrokken en - die [minderjarige 5] zijn ontblote billen toonde en - die [minderjarige 5] en die [minderjarige 4] elkaar pijpten en - die [minderjarige 5] en die [minderjarige 4] zichzelf aftrokken en - die [minderjarige 5] met zijn ontblote billen op de penis van die [minderjarige 4] ging zitten/plaats nam en die [minderjarige 4] met diens penis anaal liet binnendringen en die [minderjarige 4] diens penis tegen de billen van [minderjarige 5] liet brengen/houden/bewegen en die [minderjarige 4] diens penis in de anus en tegen de billen van die [minderjarige 5] duwde/bewoog/hield/liet komen en - die [minderjarige 5] [minderjarige 18] , geboren op [2008] , aftrok - hij, verdachte, een foto van een vagina en een anus/billen met daarin een voorwerp, in ieder geval seksueel getinte afbeeldingen van een minderjarig meisje (' [bijnaam] '), aan die [minderjarige 5] en die [minderjarige 4] verzond via internet. Ten aanzien van het onder 8. ten laste gelegde - het proces-verbaal van bevindingen chat met [minderjarige 9] van 30 mei 2016 met bijlagen; - het proces-verbaal vaststellen identiteit [minderjarige 9] van 30 april 2016; - het proces-verbaal bevindingen [minderjarige 9] ; - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 december 2016. Bewezenverklaring hij op 12 november 2015 te Assen en Mijdrecht met [minderjarige 9] , geboren op [2000] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande hieruit dat hij, verdachte, - via internet contact heeft gezocht met die [minderjarige 9] en - meermalen die [minderjarige 9] via internet in zicht voor de webcam ontuchtige handelingen heeft laten plegen, bestaande die ontuchtige handelingen hieruit dat * die [minderjarige 9] zijn shirt uittrok en aldus zijn bovenlijf ontblootte en zijn onderbroek uittrok en zijn ontblote penis in beeld bracht/toonde en * die [minderjarige 9] speeksel op zijn penis aanbracht en vervolgens zichzelf aftrok en klaarkwam en * die [minderjarige 9] zijn blote billen en anus en scrotum in beeld bracht/toonde en - een foto van een vagina van een minderjarig meisje (' [bijnaam] '), aan die [minderjarige 9] heeft verzonden via internet en - ondertussen een seksueel getint gesprek met die [minderjarige 9] heeft gevoerd via internet en daarin opdrachten en aanwijzingen heeft gegeven en vragen heeft gesteld met betrekking tot welke ontuchtige handelingen gepleegd moesten worden en wat in beeld moest worden gebracht; EN hij op 12 november 2015 te Assen en Mijdrecht door giften of beloften van goed of door misleiding, te weten - door zich voor te doen als een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') en - door in ruil voor de ontuchtige handelingen (naakt)foto's van een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') toe te sturen en te beloven, [minderjarige 9] , geboren op [2000] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen van verdachte, bestaande die ontuchtige handelingen hieruit dat in zicht voor de webcam * die [minderjarige 9] zijn shirt uittrok en aldus zijn bovenlijf ontblootte en zijn onderbroek uittrok en zijn ontblote penis in beeld bracht/toonde en * die [minderjarige 9] speeksel op zijn penis aanbracht en vervolgens zichzelf aftrok en klaarkwam en * die [minderjarige 9] zijn blote billen en anus en scrotum in beeld bracht/toonde en - hij, verdachte, een foto van een vagina van een minderjarig meisje (' [bijnaam] '), aan die [minderjarige 9] verzond via internet. Ten aanzien van het onder 9. ten laste gelegde - het proces-verbaal vaststellen identiteit [minderjarige 10] van 25 april 2016 met bijlage; - het proces-verbaal bevindingen [minderjarige 10] van 19 april 2016 met bijlagen; - het proces-verbaal bevindingen chat [minderjarige 10] van 9 mei 2016; - het proces-verbaal van verhoor getuige [minderjarige 10] van 30 mei 2016 met bijlagen; - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 december 2016. Bewezenverklaring hij op tijdstippen in de periode van 26 oktober 2015 tot en met 17 februari 2016 te Rotterdam en Mijdrecht met [minderjarige 10] , geboren op [2001] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, telkens buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande hieruit dat hij, verdachte, - via internet contact heeft gezocht en onderhouden met die [minderjarige 10] en - meermalen die [minderjarige 10] via internet in zicht voor de webcam ontuchtige handelingen heeft laten plegen, bestaande die ontuchtige handelingen hieruit dat * die [minderjarige 10] zijn ontblote lichaam en zijn ontblote penis in beeld bracht/toonde en * die [minderjarige 10] speeksel op zijn handen en penis aanbracht en (vervolgens) zichzelf aftrok en klaarkwam en - meermalen seksueel getinte afbeeldingen van een minderjarig meisje (' [bijnaam] '), aan die [minderjarige 10] heeft verzonden via internet en - ondertussen een seksueel getint gesprek met die [minderjarige 10] heeft gevoerd via internet en daarin opdrachten en aanwijzingen heeft gegeven en vragen heeft gesteld met betrekking tot welke ontuchtige handelingen gepleegd moesten worden en wat in beeld moest worden gebracht; EN hij op tijdstippen in de periode van 26 oktober 2015 tot en met 17 februari 2016 te Rotterdam en Mijdrecht, door giften of beloften van goed of door misleiding, te weten - door zich voor te doen als een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') en - door in ruil voor de ontuchtige handelingen (naakt)foto's van een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') toe te sturen en te beloven, [minderjarige 10] , geboren op [2001] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen van verdachte, bestaande die ontuchtige handelingen hieruit dat - in zicht, voor de webcam * die [minderjarige 10] zijn ontblote lichaam en zijn ontblote penis in beeld bracht/toonde en * die [minderjarige 10] speeksel op zijn handen en penis aanbracht en (vervolgens) zichzelf aftrok en klaarkwam en - hij, verdachte, meermalen een seksueel getinte afbeelding van een minderjarig meisje (' [bijnaam] '), aan die [minderjarige 10] verzond via internet. Ten aanzien van het onder 10. ten laste gelegde - het proces-verbaal onderzoek [minderjarige 11] van 2 mei 2016; - het proces-verbaal vaststellen identiteit [minderjarige 11] van 29 mei 2016; - het proces-verbaal bevindingen film [minderjarige 11] van 11 mei 2016; - het proces-verbaal bevindingen chat van 31 mei 2016 met bijlagen; - het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 7 september 2016 met bijlagen; - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 december 2016. Bewezenverklaring hij op tijdstippen in de periode van 2 februari 2016 tot en met 12 februari 2016, in ieder geval op 7 februari 2016, te Overasselt en Mijdrecht met [minderjarige 11] , geboren op [2001] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, telkens buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande hieruit dat hij, verdachte - via internet contact heeft gezocht en onderhouden met die [minderjarige 11] en - die [minderjarige 11] via internet in zicht voor de webcam ontuchtige handelingen heeft laten plegen, bestaande die ontuchtige handelingen hieruit dat * die [minderjarige 11] zijn deels ontblote lichaam en zijn ontblote penis in beeld bracht/toonde en * die [minderjarige 11] zichzelf aftrok en klaarkwam en - meermalen een afbeelding van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt is betrokken, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarbij deze persoon zich vervolgens in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en waarna door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose van deze persoon en de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, aan die [minderjarige 11] heeft verzonden via internet (Bestand 1, 7, 2, 6, 4, 5, 3, 8 behorend bij PV 20160502.0915.3727.BEV) en - ondertussen een seksueel getint gesprek met die [minderjarige 11] heeft gevoerd (via internet en daarin opdrachten en aanwijzingen heeft gegeven en vragen heeft gesteld met betrekking tot welke ontuchtige handelingen gepleegd moesten worden en wat in beeld moest worden gebracht); EN hij op tijdstippen in de periode van 2 februari 2016 tot en met 12 februari 2016, in ieder geval op 7 februari 2016, te Overasselt en Mijdrecht door giften of beloften van goed of door misleiding, te weten - door zich voor te doen als een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') en - door in ruil voor de ontuchtige handelingen (naakt)foto's van een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') toe te sturen en te beloven, [minderjarige 11] , geboren op [2001] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen van verdachte, bestaande die ontuchtige handelingen hieruit dat - in zicht, voor de webcam * die [minderjarige 11] zijn deels ontblote lichaam en zijn ontblote penis in beeld bracht/toonde en * die [minderjarige 11] zichzelf aftrok en klaarkwam en - hij, verdachte, meermalen een afbeelding(
  3. en)van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt is betrokken, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarbij deze persoon zich vervolgens in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en waarna door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose van deze persoon en de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, aan die [minderjarige 11] verzond (via internet) (Bestand 1, 7, 2, 6, 4, 5, 3, 8 behorend bij PV 20160502.0915.3727.BEV); EN hij op tijdstippen in de periode van 2 februari 2016 tot en met 12 februari 2016 te Overasselt en Mijdrecht meermalen telkens aan [minderjarige 11] , geboren op [2001] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt, - een afbeelding van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt is betrokken, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarbij deze persoon zich vervolgens in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en waarna door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose van deze persoon en de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, heeft verstrekt, aangeboden en vertoond via internet (Bestand 1, 7, 2, 6, 4, 5, 3, 8 behorend bij PV 20160502.0915.3727.BEV). Ten aanzien van het onder 11. ten laste gelegde - het proces-verbaal onderzoek [minderjarige 12] van 9 mei 2016 met bijlage; - het proces-verbaal bevindingen chat [minderjarige 12] van 1 juni 2016 met bijlagen; - het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 7 september 2016 met bijlagen; - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 december 2016. Bewezenverklaring hij op tijdstippen in de periode van 7 oktober 2015 tot en met 27 januari 2016 te Dokkum en Mijdrecht meermalen aan [minderjarige 12] , geboren op [2000] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt, afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarbij deze persoon zich vervolgens in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en waarna door de onnatuurlijke pose nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, heeft verstrekt, aangeboden en vertoond via internet (Bestand 1,2 behorend bij PV 20160509.1330.3727.BEV). Ten aanzien van het onder 12. ten laste gelegde - het proces-verbaal Skype met [minderjarige 13] van 18 mei 2016; - het proces-verbaal chat [minderjarige 13] van 21 juni 2016 met bijlagen; - het proces-verbaal van verhoor getuige [minderjarige 13] van 19 juli 2016; - het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 7 september 2016 met bijlagen; - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 december 2016. Bewezenverklaring hij op tijdstippen in de periode van 19 november 2015 tot en met 8 februari 2016 te Waalwijk en Mijdrecht met [minderjarige 13] , geboren op [2001] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, telkens buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande hieruit dat hij, verdachte, meermalen telkens - via internet contact heeft gezocht en onderhouden met die [minderjarige 13] en - die [minderjarige 13] via internet in zicht voor de webcam ontuchtige handelingen heeft laten plegen, bestaande die ontuchtige handelingen hieruit dat * die [minderjarige 13] zijn (deels) ontblote lichaam en zijn ontblote penis in beeld bracht/toonde en * die [minderjarige 13] zichzelf aftrok en - een afbeelding van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarna door de onnatuurlijke pose en de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, aan die [minderjarige 13] heeft verzonden via internet (Bestand 4, 5, 2, 3, 1, 6, 7 behorend bij PV 20160518.1435.3727.BEV) en - ondertussen een seksueel getint gesprek met die [minderjarige 13] heeft gevoerd via internet en daarin opdrachten en aanwijzingen heeft gegeven en vragen heeft gesteld met betrekking tot welke ontuchtige handelingen gepleegd moesten worden en wat in beeld moest worden gebracht; EN hij op tijdstippen in de periode van 19 november 2015 tot en met 8 februari 2016 te Waalwijk en Mijdrecht door giften of beloften van goed of door misleiding, te weten - door zich voor te doen als een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') en - door in ruil voor de ontuchtige handelingen (naakt)foto's van een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') toe te sturen en te beloven, [minderjarige 13] , geboren op [2001] , van wie verdachte wist deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen, bestaande die ontuchtige handelingen meermalen hieruit dat - in zicht, voor de webcam * die [minderjarige 13] zijn (deels) ontblote lichaam en zijn ontblote penis in beeld bracht/toonde en * die [minderjarige 13] zichzelf aftrok en - hij, verdachte, een afbeelding van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarna door de onnatuurlijke pose en de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, aan die [minderjarige 13] verzond via internet (Bestand 4, 5, 2, 3, 1, 6, 7 behorend bij PV 20160518.1435.3727.BEV); EN hij op tijdstippen in de periode van 19 november 2015 tot en met 8 februari 2016 te Waalwijk en Mijdrecht meermalen telkens aan [minderjarige 13] , geboren op [2001] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt, een afbeelding van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarna door de onnatuurlijke pose en de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, heeft verstrekt, aangeboden en vertoond via internet (Bestand 4, 5, 2, 3, 1, 6, 7 behorend bij PV 20160518.1435.3727.BEV). Ten aanzien van het onder 13. ten laste gelegde - het proces-verbaal onderzoek [minderjarige 14] van 6 juni 2016; - het proces-verbaal chat [minderjarige 14] /vakantietijd van 20 juni 2016 met bijlagen; - het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 7 september 2016 met bijlagen; - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 december 2016. Bewezenverklaring hij op tijdstippen in de periode van 6 december 2015 tot en met 18 februari 2016 te Ulft en Mijdrecht ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met [minderjarige 14] , geboren op [2004] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen te plegen, - via internet contact heeft gezocht en onderhouden met die [minderjarige 14] en - een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarna door de onnatuurlijke pose nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, aan die [minderjarige 14] heeft verzonden via internet (Bestand 1 behorend bij PV 20160509.1230.3727.BEV) en - ondertussen een seksueel getint gesprek met die [minderjarige 14] heeft gevoerd via internet en daarin heeft gevraagd/voorgesteld om te webcammen en of die [minderjarige 14] iets moois wilde laten zien/sturen (in ruil voor voornoemde afbeelding) en opdrachtjes te doen en te geven en om meer foto's toe te sturen aan die [minderjarige 14] middels links, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; EN hij op tijdstippen in de periode van 6 december 2015 tot en met 18 februari 2016 te Ulft en Mijdrecht ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door giften of beloften van goed of door misleiding, [minderjarige 14] , geboren op [2004] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk te bewegen tot het plegen van ontuchtige handelingen van verdachte, - zich heeft voorgedaan als een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') en - een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarna door de onnatuurlijke pose nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, aan die [minderjarige 14] heeft verzonden via internet (Bestand 1 behorend bij PV 20160509.1230.3727.BEV) en - ondertussen een seksueel getint gesprek met die [minderjarige 14] heeft gevoerd via internet en daarin heeft gevraagd/voorgesteld om te webcammen en of die [minderjarige 14] iets moois wilde laten zien/sturen (in ruil voor voornoemde afbeelding) en opdrachtjes te doen en te geven en om meer foto's toe te sturen aan die [minderjarige 14] middels links, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; EN hij op 16 januari 2016 te Mijdrecht aan [minderjarige 14] , geboren op [2004] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt, een afbeelding van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarna door de onnatuurlijke pose nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, heeft verstrekt, aangeboden en vertoond via internet (Bestand 1 behorend bij PV 20160509.1230.3727.BEV). Ten aanzien van het onder 14. ten laste gelegde - het proces-verbaal Skype gesprek [minderjarige 15] van 30 mei 2016; - het proces-verbaal bevindingen chat [minderjarige 15] van 16 juni 2016 met bijlagen; - het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 8 oktober 2016; - het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 7 september 2016 met bijlagen; - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 december 2016. Bewezenverklaring hij op tijdstippen in de periode van 30 januari 2016 tot en met 9 februari 2016 te Volendam en Mijdrecht ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om met [minderjarige 15] , geboren op [2001] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen te plegen, - via internet contact heeft gezocht en onderhouden met die [minderjarige 15] en - afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarna door de onnatuurlijke pose nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, aan die [minderjarige 15] heeft verzonden via internet (Bestand 1, 2, 3 behorend bij PV 20160530.1530.3727.BEV) en - ondertussen een seksueel getint gesprek met die [minderjarige 15] heeft gevoerd via internet en daarin opdrachten en aanwijzingen heeft gegeven en vragen heeft gesteld met betrekking tot welke (ontuchtige) handelingen gepleegd moesten worden en wat in beeld moest worden gebracht en gevraagd of [minderjarige 15] meer wilde laten zien en dat buikje en broekje wilde laten zien en om opdrachtjes te doen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; EN hij op tijdstippen in de periode van 30 januari 2016 tot en met 9 februari 2016 te Volendam en Mijdrecht ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door giften of beloften van goed of door misleiding, [minderjarige 15] , geboren op [2001] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk te bewegen tot het plegen van ontuchtige handelingen van verdachte, - zich heeft voorgedaan als een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') en - afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarna door de onnatuurlijke pose nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, aan die [minderjarige 15] heeft verzonden via internet (Bestand 1, 2, 3 behorend bij PV 20160530.1530.3727.BEV) en - ondertussen een seksueel getint gesprek met die [minderjarige 15] heeft gevoerd via internet en daarin opdrachten en aanwijzingen heeft gegeven en vragen heeft gesteld met betrekking tot welke (ontuchtige) handelingen gepleegd moesten worden en hoe die in beeld moesten worden gebracht en gevraagd of [minderjarige 15] meer wilde laten zien en dat buikje en broekje wilde laten zien en om opdrachtjes te doen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; EN hij in de periode van 20 januari 2016 tot en met 9 februari 2016 te Volendam en Mijdrecht aan [minderjarige 15] , geboren op [2001] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van 16 jaar nog niet had bereikt, afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een erotisch getinte houding op een wijze die niet bij haar leeftijd past en waarna door de onnatuurlijke pose nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, heeft verstrekt, aangeboden en vertoond via internet (Bestand 1, 2, 3 behorend bij PV 20160530.1530.3727.BEV). Ten aanzien van het onder 15. ten laste gelegde - het proces-verbaal van 9 augustus 2016; - het proces-verbaal aangifte van [D] namens [minderjarige 16] van 9 augustus 2016 met bijlagen; - het proces-verbaal van 25 augustus 2016; - het proces-verbaal bevindingen chat [minderjarige 16] van 1 september 2016 met bijlagen; - het proces-verbaal onderzoek chat laptop [minderjarige 16] van 11 september 2016; - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 december 2016. Bewezenverklaring hij op tijdstippen in de periode van 21 januari 2016 tot en met 27 februari 2016 te Groningen en Mijdrecht met [minderjarige 16] , geboren op [2004] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, telkens buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande hierin dat hij, verdachte - via internet contact heeft gezocht en onderhouden met die [minderjarige 16] en - die [minderjarige 16] via internet, in zicht voor de webcam ontuchtige handelingen heeft laten plegen, bestaande die ontuchtige handelingen hieruit dat * die [minderjarige 16] meermalen zijn (deels) ontblote lichaam en zijn ontblote penis in beeld bracht/toonde en een foto/filmpje daarvan maakte en die foto/dat filmpje verzond aan verdachte en - meermalen een afbeelding van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het met de vinger vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt en het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, aan die [minderjarige 16] verzond en toonde via internet - ondertussen een seksueel getint gesprek met die [minderjarige 16] heeft gevoerd via internet en daarin opdrachten en aanwijzingen heeft gegeven en vragen heeft gesteld met betrekking tot welke ontuchtige handelingen gepleegd moesten worden en/of wat in beeld moest worden gebracht; EN hij op tijdstippen in de periode van 21 januari 2016 tot en met 27 februari 2016 te Groningen en Mijdrecht door giften of beloften van goed of door misleiding, te weten - door zich voor te doen als een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') en - door in ruil voor de ontuchtige handelingen (naakt)foto's/films van een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') toe te sturen en te beloven, [minderjarige 16] , geboren op [2004] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen van verdachte, bestaande die ontuchtige handelingen meermalen hieruit dat - in zicht, voor de webcam * die [minderjarige 16] zijn (deels) ontblote lichaam en zijn ontblote penis in beeld bracht/toonde en foto’s/filmpjes daarvan maakte en die foto's/filmpjes verzond aan verdachte en - hij, verdachte, een afbeelding van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit het met de vinger vaginaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt en het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling, aan die [minderjarige 16] verzond en toonde via internet. Ten aanzien van het onder 16. ten laste gelegde - het proces-verbaal bevindingen van 29 april 2016; - het proces-verbaal vaststellen identiteit [minderjarige 17] van 29 mei 2016 met bijlage; - het proces-verbaal bevindingen film jongen in [x] shirt van 11 mei 2016; - het proces-verbaal van 25 mei 2016 met bijlagen; - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 december 2016. Bewezenverklaring hij op tijdstippen in de periode van 22 november 2015 tot en met 28 januari 2016, in ieder geval op 29 november 2015, te Rotterdam en Mijdrecht met [minderjarige 17] , geboren op [2002 ] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, telkens buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande hierin dat hij, verdachte - via internet contact heeft gezocht en onderhouden met die [minderjarige 17] en - meermalen die [minderjarige 17] via internet in zicht, voor de webcam ontuchtige handelingen heeft laten plegen, bestaande die ontuchtige handelingen hieruit dat * die [minderjarige 17] zijn (deels) ontblote lichaam en zijn ontblote penis in beeld bracht/toonde en * die [minderjarige 17] zichzelf aftrok en - ondertussen een seksueel getint gesprek met die [minderjarige 17] heeft gevoerd via internet en daarin opdrachten en aanwijzingen heeft gegeven en vragen heeft gesteld met betrekking tot welke ontuchtige handelingen gepleegd moesten worden en wat in beeld moest worden gebracht; EN hij op tijdstippen in de periode van 22 november 2015 tot en met 28 januari 2016 te Rotterdam en Mijdrecht door giften of beloften van goed of door misleiding, te weten - door zich voor te doen als een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') en - door in ruil voor de ontuchtige handelingen (naakt)foto's van een minderjarig meisje (' [bijnaam] ') toe te sturen en te beloven, [minderjarige 17] , geboren op [2002 ] , van wie verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen van verdachte, bestaande die ontuchtige handelingen hieruit dat - ( in zicht, voor de webcam) * die [minderjarige 17] meermalen zijn (deels) ontblote lichaam en zijn ontblote penis in beeld bracht/toonde en * die [minderjarige 17] zichzelf aftrok. Ten aanzien van het onder 17. en 18. ten laste gelegde Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard en verwijst daartoe naar de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen en de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangegeven geen verweer te zullen voeren op deze ten laste gelegde feiten. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan. Verdachte heeft dit feit bekend en de verdediging heeft geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen. Ten aanzien van het onder 17. ten laste gelegde - het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 24 mei 2016 met bijlagen; - het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal goed nr. MDRBC15167_311207 van 20 juli 2016 met bijlagen; - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 december 2016. Bewezenverklaring hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 februari 2015 tot en met 29 februari 2016 te Mijdrecht meermalen telkens afbeeldingen, te weten foto's, en gegevensdragers, te weten een computer (Apple) en een Macbook (Apple) en een externe Hard Disc en twee USB-sticks, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken, heeft verworven en in bezit gehad , welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit: het met de penis oraal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt en het met een voorwerp vaginaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt (foto 5 behorend bij PV 20160524.1400.9509 en foto 11 behorend bij PV20160628.1130.9509) en het met de vinger(s)/hand betasten en aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt (foto 1 behorend bij PV 20160524.1400.9509 en foto 5 behorend bij PV20160628.1130.9509) en het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon poseert in een (erotisch getinte) houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd pasten waarna door de (onnatuurlijke) pose van deze persoon nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten of billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling (foto 15 behorend bij PV20160524.1400.9509) en het masturberen boven/bij het gezicht en het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt (foto 11 behorend bij PV 20160524.1400.9509) en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt. Ten aanzien van het onder 18. ten laste gelegde - het proces-verbaal van bevindingen film [minderjarige 5] en [minderjarige 4] van 10 mei 2016; - het proces-verbaal bevindingen [minderjarige 9] ; - het proces-verbaal bevindingen [minderjarige 10] van 19 april 2016 met bijlagen; - het proces-verbaal bevindingen film [minderjarige 11] van 11 mei 2016; - het proces-verbaal bevindingen film jongen in [x] shirt van 11 mei 2016; - het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal goed nr. MDRBC15167_311207 van 20 juli 2016 met bijlagen; - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 december 2016. Bewezenverklaring hij op tijdstippen in de periode van 12 november 2015 tot en met 29 februari 2016 te Mijdrecht meermalen telkens afbeeldingen - te weten 8 films/video's, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, te weten - [minderjarige 4] , geboren op [2000] en - [minderjarige 5] , geboren op [2002 ] en - [minderjarige 9] , geboren op [2000] en - [minderjarige 10] , geboren op [2001] en - [minderjarige 11] , geboren op [2001] en - [minderjarige 17] , geboren op [2002 ] , is betrokken, heeft vervaardigd en in bezit gehad, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit: het met de penis oraal en anaal penetreren van het lichaam van die [minderjarige 4] en [minderjarige 5] ( [bestandsnaam] (p. 517)) en het met de penis en/of hand/vingers betasten en aanraken van het geslachtsdeel en/of de billen van die [minderjarige 4] en [minderjarige 5] en [minderjarige 9] en [minderjarige 10] en [minderjarige 11] en [minderjarige 17] en het met de penis en hand/vingers betasten en aanraken van het geslachtsdeel, de billen van een ander persoon door die [minderjarige 4] en [minderjarige 5] ( [bestandsnaam] (p. 517) en [bestandsnaam] (p. 599) en [bestandsnaam] (p. 631) en [bestandsnaam] (p. 690) en [bestandsnaam] (p. 928) en [bestandsnaam] (p. 80) en [bestandsnaam] ) (p. 81) en [bestandsnaam] (p. 82)) en het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door die [minderjarige 4] en [minderjarige 5] en [minderjarige 9] en [minderjarige 10] en [minderjarige 11] en [minderjarige 17] , waarna door het camerastandpunt en de pose van die [minderjarige 4] en [minderjarige 5] en [minderjarige 9] en [minderjarige 10] en [minderjarige 11] en [minderjarige 17] nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel en/of billen van die [minderjarige 4] en [minderjarige 5] en [minderjarige 9] en [minderjarige 10] en [minderjarige 11] en [minderjarige 17] , waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling ( [bestandsnaam] (p. 517) en [bestandsnaam] (p. 599) en [bestandsnaam] (p. 631) en/of [bestandsnaam] (p. 690) en/of [bestandsnaam] (p. 928)) en het masturberen bij en/of ejaculeren op het lichaam van die [minderjarige 4] en [minderjarige 5] en [minderjarige 9] en [minderjarige 10] en [minderjarige 11] en [minderjarige 17] en het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van die [minderjarige 4] en [minderjarige 5] en [minderjarige 9] en [minderjarige 10] en [minderjarige 11] en [minderjarige 17] (waarbij op dat lichaam van die [minderjarige 9] een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is), waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling ( [bestandsnaam] (p. 517) en [bestandsnaam] (p. 599) en [bestandsnaam] (p. 631) en [bestandsnaam] (p. 690) en [bestandsnaam] (p. 928)) en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 5De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als feit 1 met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd; met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd; ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd; feit 2 ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige; met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen; feit 3 met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen; ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige; feit 5 feitelijke aanranding van de eerbaarheid; feit 6 met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd; door giften of beloften van goed en misleiding een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd; feit 7 telkens: iemand beneden de leeftijd van zestien jaren verleiden tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen buiten echt met een derde; telkens: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd; telkens: door giften of beloften van goed en misleiding een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd; feit 8 met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen; door giften of beloften van goed en misleiding een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen; feit 9 met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd; door giften of beloften van goed en misleiding een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd; feit 10 met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd; door giften of beloften van goed en misleiding een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd; een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie hij weet dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd; feit 11 een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie hij weet dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd; feit 12 met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd; door giften of beloften van goed en misleiding een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd; een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie hij weet dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd; feit 13 poging tot met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd; poging tot door giften of beloften van goed en misleiding een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd; een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie hij weet dat deze jonger is dan zestien jaar; feit 14 poging tot met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd; poging tot door giften of beloften van goed en misleiding een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd; een afbeelding, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie hij weet dat deze jonger is dan zestien jaar, meermalen gepleegd; feit 15 met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd; door giften of beloften van goed en misleiding een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd; feit 16 met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd; door giften of beloften van goed en misleiding een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd; feit 17 een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, aanbieden en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt; en feit 18 een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 6De strafbaarheid van verdachte De rechtbank heeft kennisgenomen van een Pro Justitia-rapportage van 3 mei 2016 betreffende de persoon van verdachte, opgesteld door M.D. Beijer-Holtman, GZ-psycholoog, onder supervisie van E.J. Muller, klinisch psycholoog. Deze rapportage is opgemaakt naar aanleiding van hetgeen – thans – (deels) onder 1., 2. en 17. ten laste is gelegd. In deze rapportage wordt – kort samengevat – vermeld dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in de zin van een seksuele stoornis niet anderszins omschreven (NAO) en een gebrekkige ontwikkeling in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven (NAO) met schizotypische en ontwijkende trekken. Beide stoornissen waren aanwezig ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten gezien de structurele/duurzame aard van de problematiek. In hun rapportage hebben de onderzoekers overwogen of de ernst en omvang van de problematiek een verminderde toerekeningsvatbaarheid rechtvaardigt, echter een sterkere vermindering dan enigszins verminderd kan niet worden onderbouwd. Dit mede omdat verdachte slechts erkent het onder 17. ten laste gelegde te hebben begaan. Op 30 november 2016 is door bovengenoemde deskundigen aanvullend gerapporteerd, ditmaal ten aanzien van de definitieve – volledige – tenlastelegging. Dit aanvullend onderzoek heeft niet volledig kunnen plaatsvinden omdat verdachte tweemaal weigerde in gesprek te gaan. Ten aanzien van de tenlastegelegde feiten heeft er geen verdiepend onderzoek kunnen plaatsvinden omdat verdachte zich hier maar eenmaal en in algemene termen over heeft uitgelaten. De deskundigen zien derhalve geen aanleiding om af te wijken van de diagnostische conclusies die zij in de eerdere rapportage hebben getrokken. De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van een Pro Justitia-rapportage van 28 november 2016 betreffende de persoon van verdachte, opgesteld door H.A. Gerritsen, forensisch psychiater. Hieruit is naar voren gekomen dat verdachte heeft geweigerd mee te werken aan het opstellen van deze rapportage, waardoor de vraagstelling niet kon worden beantwoord. De raadsman heeft ter terechtzitting meermalen aangegeven dat geen sprake is van een weigerrapportage. Dit omdat verdachte wil meewerken aan het opstellen van de rapportage. De rechtbank oordeelt echter dat uit het kennelijke gegeven dat verdachte heeft geweigerd om feitelijk in gesprek te gaan met de psychiater en (daarmee) mee te werken aan het opstellen van de psychiatrische rapportage blijkt dat wel degelijk sprake is van een weigerrapportage. De rechtbank neemt voormelde conclusies over en maakt die tot de hare. De rechtbank is dan ook van oordeel dat alle bewezenverklaarde feiten in verminderende mate aan verdachte kunnen worden toegerekend. Dit mede gezien de samenhang van de feiten waarover is gerapporteerd met de overige feiten wat betreft de aard en ernst en voorts de hiervoor ten aanzien van verdachte vastgestelde stoornissen, inclusief hun duurzame karakter. Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 7Motivering van de straffen en maatregelen 7.1. De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. 7.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de eis van de officier van justitie gelet op hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen disproportioneel is. Te meer omdat het enkel opsluiten van verdachte geen oplossing biedt voor het onderliggende probleem. De raadman benoemt dan ook dat oplegging van een deels voorwaardelijke straf met een behandeling in het kader van bijzondere voorwaarde(
  4. n)passender is. 7.3. Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en maatregel en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Vanaf 2001 tot het begin van het jaar 2016 heeft verdachte zich op meerdere momenten en soms langdurig achter elkaar ernstig onzedelijk gedragen. In de jaren 2000 tot en met 2002 heeft verdachte als basketbalcoach met [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 6] fysiek ontucht gepleegd. Met [minderjarige 1] heeft verdachte tevens handelingen verricht die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Verdachte heeft met zijn handelen de lichamelijke en psychische integriteit van deze destijds minderjarigen ernstig geschonden en hun normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, doorkruist. Dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van dit ontucht daadwerkelijk negatieve gevolgen hebben ondervonden en nog steeds ondervinden, is uit hun slachtofferverklaringen naar voren gekomen die ter terechtzitting zijn voorgelezen. Als basketbalcoach had verdachte een vertrouwensband met [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 6] . Het was dit vertrouwen dat maakte dat de jongens bij verdachte thuis kwamen en met hem op teamweekend gingen. Op deze momenten waren de jongens, gelet op hun minderjarigheid, aan de zorg en waakzaamheid van verdachte toevertrouwd en was er dus sprake van een afhankelijke relatie. Als volwassen persoon, maar zeker ook als basketbalcoach, had verdachte een natuurlijk overwicht. Het is derhalve des te ernstiger dat verdachte dit overwicht heeft misbruikt en van het vertrouwen van de jongens (en ouders) misbruik heeft gemaakt. Door in 2013 de minderjarige [minderjarige 8] aan te randen en door in de periode van 2014 tot en met 2016 de minderjarigen [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 5] , [minderjarige 9] , [minderjarige 10] , [minderjarige 11] , [minderjarige 12] , [minderjarige 13] , [minderjarige 14] , [minderjarige 15] , [minderjarige 16] en [minderjarige 17] via internet (te pogen) aan te zetten tot het plegen van ontuchtige handelingen, al dan niet gepleegd bij een derde, heeft verdachte er geen blijk van gegeven dat hij in de periode van tien jaar gelegen na het misbruiken van zijn basketbalpupillen heeft geleerd zijn seksuele behoeften op een geaccepteerde manier tot uiting te brengen. Wederom heeft verdachte van jonge jongens het vertrouwen misbruikt, ditmaal doordat hij zich op de chats heeft voorgedaan als een minderjarig meisje. Voor zijn eigen genot heeft verdachte bovendien filmpjes gemaakt van de ontuchtige handelingen die de minderjarigen bij zichzelf, en in het geval van [minderjarige 5] en [minderjarige 4] : bij elkaar, hebben verricht. Verdachte heeft bovendien hiermee een bepaalde hoeveelheid kinderpornografische films en afbeeldingen vervaardigd en in zijn bezit gehad. De persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers is hiermee in ernstige mate aangetast. Door gedurende een lange periode op een dergelijke wijze zoals hierboven omschreven te handelen heeft verdachte zijn eigen seksuele behoeften telkens laten prevaleren boven de lichamelijke en geestelijke integriteit van de vele slachtoffers. Het is algemeen bekend dat slachtoffers van dergelijke delicten ernstige psychische gevolgen kunnen ondervinden. De rechtbank rekent verdachte dit handelen ernstig aan. De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de feiten in beginsel een gevangenisstraf van aanmerkelijke duur rechtvaardigen. Echter, ziet de rechtbank aanleiding om van de eis van de officier van justitie af te wijken, het volgende in aanmerking genomen. Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van 14 oktober 2016 blijkt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. De rechtbank heeft daarnaast gelet op de onder 6. genoemde psychologische Pro Justitia-rapportages waaruit volgt dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in de zin van een seksuele stoornis niet anderszins omschreven (NAO) en een gebrekkige ontwikkeling in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis niet anderszins omschreven (NAO) met schizotypische en ontwijkende trekken. Ter terechtzitting van 6 december 2016 hebben de psychologen hun rapportages nader toegelicht. Door hen is ter terechtzitting naar voren gebracht dat indien het zo blijkt te zijn dat alle of een groot deel van de tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard, er sprake is van een ernstig, langdurig en bovendien strafbaar patroon van problemen met de seksualiteit. Doordat verdachte een groot deel van de ten laste gelegde feiten heeft ontkend en/of geen inzicht in zijn handelen heeft kunnen of willen geven, kon hier door de deskundigen geen onderzoek naar worden verricht. Deze feiten zijn niet meegenomen in de risicotaxatie. De deskundigen benoemen echter dat indien deze feiten, inclusief de langdurige problematiek met de seksualiteit, wel in de risicotaxatie waren meegenomen, dit een ongunstig effect hierop zou hebben gehad, in die zin dat er dan sprake is van een hoger recidiverisico. Een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden is in dit geval niet afdoende voor het behandelen van verdachtes problematiek en als gevolg daarvan het verminderen van het risico. Zeker niet indien deze behandeling ambulant plaatsvindt. De rechtbank neemt de conclusie van voornoemde deskundigen ten aanzien van het recidiverisico – op de daarvoor in het rapport en ter terechtzitting genoemde gronden – over en maakt die tot de hare. Hoewel de deskundigen hebben aangegeven niet tot het advies van een terbeschikkingstelling met dwangverpleging te zijn gekomen, oordeelt de rechtbank dat, gelet op hetgeen ten aanzien van de risicotaxatie door de deskundigen ter terechtzitting naar voren is gebracht, het noodzakelijk is dat de maatschappij tegen verdachte wordt beveiligd en dat verdachte een behandeling ondergaat. De rechtbank zal daartoe de maatregel van terbeschikkingstelling opleggen. Gelet op de ernst van de feiten, de ernst van de problematiek en het gevaar dat verdachte voor anderen oplevert is dwangverpleging noodzakelijk en tevens in het belang van de verdachte. De rechtbank is van oordeel dat een minder vergaand kader of een ambulant behandelingskader onvoldoende waarborgen biedt. De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat voldaan wordt aan de eisen die de wet aan het opleggen van een terbeschikkingstelling met dwangverpleging stelt, te weten: bij verdachte bestond ten tijde van het plegen van het bewezen verklaarde een ziekelijke stoornis van de geestvermogens; op de gepleegde misdrijven is een gevangenisstraf van vier jaar of meer gesteld; de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist oplegging van die maatregel. De maatregel van terbeschikkingstelling wordt opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan. Gelet op voornoemde, reeds langdurig aanwezige pathologie en op de door de deskundigen beschreven moeite die het kost om met verdachte in gesprek te komen, acht de rechtbank de kans aanwezig dat behandeling in het kader van de maatregel tot terbeschikkingstelling geruime tijd in beslag zal nemen. De ernst van de feiten in ogenschouw nemend is de rechtbank echter ook van oordeel dat niet kan worden volstaan met (enkel) oplegging van deze maatregel. In de weging tussen het belang van afstraffing van verdachte en de behandelnoodzaak wijkt de rechtbank af van de eis van de officier van justitie ten gunste van de behandelnoodzaak, en zal zij aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 42 maanden (zijnde 3,5 jaar). 8Ten aanzien van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel Ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel kan worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De raadsman heeft de vordering van de materiële schadepost betreffende de reis naar en het verblijf in Zuid Afrika betwist, stellende dat deze schadepost onvoldoende is onderbouwd. Dit deel van de vordering dient volgens hem te worden afgewezen. Ten aanzien van de immateriële schade stelt de raadsman dat het gevorderde bedrag dient te worden gematigd. In het algemeen benoemt de raadsman dat het niet zo kan zijn dat alle problemen die [minderjarige 1] ervaart, kunnen worden teruggevoerd op de handelingen van verdachte. De rechtbank overweegt als volgt. Vast is komen te staan dat de benadeelde partij [minderjarige 1] als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. Tijdens behandeling door Spoor 6 is naar voren gekomen dat gevoelens van onmacht, boosheid en verdriet naar aanleiding van het misbruik zoals gepleegd door verdachte hebben geleid tot zelfdestructief gedrag. Om zich te verdoven is [minderjarige 1] verslaafd geraakt aan soft- en harddrugs. Dit leidde uiteindelijk tot het niet kunnen afronden van meerdere opleidingen. Om af te kicken is [minderjarige 1] in 2015 naar een kliniek in Zuid Afrika gestuurd voor een detox-opname. De rechtbank waardeert de schade op € 23.176,84 (zegge drieëntwintigduizendhonderdzesenzeventig euro en vierentachtig cent), bestaande uit € 18.176,84 aan materiële schade en een voorschot van € 5.000,00 aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2016, zijnde de zittingsdatum waarop de vordering is ingediend, tot aan de dag van algehele voldoening. De rechtbank verklaart de [minderjarige 1] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat dit gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. In het belang van [minderjarige 1] wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd. Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel kan worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen nu verdachte van het onder 2. ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij [minderjarige 2] als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 1.500,00 (zegge vijftienhonderd euro), bestaande uit immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2016, zijnde de zittingsdatum waarop de vordering is ingediend, tot aan de dag van algehele voldoening. De rechtbank verklaart de [minderjarige 2] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat dit gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. In het belang van [minderjarige 2] wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd. Ten aanzien van het onder 6. ten laste gelegde De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel kan worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De raadsman heeft de vordering niet betwist. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij [minderjarige 3] als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 3.586,16 (zegge drieduizendvijfhonderdzesentachtig euro en zestien cent), bestaande uit € 1.586,16 aan materiële schade en € 2.000,00 aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2016, zijnde de zittingsdatum waarop de vordering is ingediend, tot aan de dag van algehele voldoening. Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. In het belang van [minderjarige 3] wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd. Ten aanzien van het onder 7. ten laste gelegde De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen in zijn geheel kunnen worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De raadsman heeft de vorderingen niet betwist. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij [minderjarige 4] als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 3.587,00 (zegge drieduizendvijfhonderdzevenentachtig euro), bestaande uit € 587,00 aan materiële schade en € 3.000,00 aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2016, zijnde de zittingsdatum waarop de vordering is ingediend, tot aan de dag van algehele voldoening. Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. In het belang van [minderjarige 4] wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij [minderjarige 5] als gevolg van het hiervoor bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 3.587,00 (zegge drieduizendvijfhonderdzevenentachtig euro), bestaande uit € 587,00 aan materiële schade en € 3.000,00 aan immateriële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2016, zijnde de zittingsdatum waarop de vordering is ingediend, tot aan de dag van algehele voldoening. Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. In het belang van [minderjarige 5] wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 37a, 37b, 45, 55, 56, 57, 240a, 240b, 245, 246, 247, 248a en 249 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 10Beslissing De rechtbank: Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte ter zake van het onder 4. ten laste gelegde. Vrijspraak De rechtbank spreekt verdachte vrij van het onder 1., eerste alinea, ten laste gelegde. Bewezenverklaring Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5. is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Strafbaarheid Het bewezen verklaarde levert op: feit 1 met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd; met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd; ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd; feit 2 ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige; met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen; feit 3 met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen; ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige; feit 5 feitelijke aanranding van de eerbaarheid; feit 6 met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd; door giften of beloften van goed en misleiding een perso

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.