vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/397249 / HA ZA 15-648 Vonnis van 20 april 2016 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , wonende te [woonplaats] , 2. [eiseres sub 2], wonende te [woonplaats] , eisers, advocaat mr. E.W.M. Aalsma te Zaandam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B.V. EIGEN HUIS BOUWKUNDIG ADVIES, gevestigd te Amersfoort, gedaagde, advocaat mr. R.S. Ariëns te Amsterdam. Partijen zullen hierna [eisers c.s.] en Eigen Huis genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 7 oktober 2016 de akte wijziging eis van [eisers c.s.] van 16 december 2015 met producties het proces-verbaal van comparitie van 16 december 2015 de akte overlegging producties van [eisers c.s.] van 17 december 2015 de antwoordakte van Eigen Huis van 27 januari 2016 met producties de antwoordakte van [eisers c.s.] van 24 februari 2016. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Eigen Huis houdt zich hoofdzakelijk bezig met het bemiddelen bij het laten uitvoeren van bouwkundige keuringen en het geven van adviezen voor/aan leden van de Vereniging Eigen Huis door bij haar aangesloten zelfstandige bouwkundigen. 2.2. Tussen partijen is in augustus 2013 een bemiddelingsovereenkomst tot stand gekomen, die heeft geleid tot een overeenkomst van opdracht tussen [eisers c.s.] en de bij Eigen Huis aangesloten bouwkundig adviseur [A] . [A] (hierna [A] ), voor een bouwtechnische keuring van een woning te [woonplaats] die [eisers c.s.] wenste te kopen (aankoopkeuring). 2.3. Nadat [A] zijn rapport had uitgebracht, heeft [eisers c.s.] de woning gekocht en is deze aan [eisers c.s.] geleverd in oktober 2013. 2.4. Nadien - in februari 2014 - zijn ernstige gebreken aan de fundering van die woning (en de naastgelegen woning) aan het licht gekomen, welke niet in het keuringsrapport van [A] zijn vermeld. 2.5. [eisers c.s.] heeft Eigen Huis bij brief van 9 oktober 2014 in gebreke gesteld ter zake van de aankoopkeuring door [A] . 2.6. Eigen Huis bij brief van 6 november 2014 aan [eisers c.s.] bericht dat de heer [A] geen aansprakelijkheid aanvaardt. 3Het geschil 3.1. [eisers c.s.] vordert na wijziging van eis samengevat - veroordeling van Eigen Huis tot betaling van € 71.120,75, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. Eigen Huis voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Dit vonnis wordt gewezen door een andere rechter dan de rechter die zaak tot en met de comparitie na antwoord heeft behandeld, vanwege het vertrek van laatstbedoelde rechter naar een andere rechtbank. 4.2. [eisers c.s.] heeft zijn vordering aanvankelijk gegrond op het toerekenbaar tekort schieten van Eigen Huis door een onzorgvuldig onderzoek uit te voeren. Na het verweer van Eigen Huis dat niet tussen partijen maar tussen [eisers c.s.] en [A] een overeenkomst van opdracht ter zake van de aankoopkeuring tot stand is gekomen, waarbij Eigen Huis slechts heeft bemiddeld, heeft [eisers c.s.] de grondslag van zijn vordering gewijzigd. Zijn standpunt luidt thans, zo begrijpt de rechtbank, dat Eigen Huis als tussenpersoon tekort is geschoten in de nakoming van de bemiddelingsovereenkomst, door een ondeskundige derde aan [eisers c.s.] voor te dragen. 4.3. Volgens artikel 7:725 van het burgerlijk wetboek (BW) is een bemiddelingsovereenkomst een bijzondere vorm van de overeenkomst van opdracht waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich tegenover de andere partij, de opdrachtgever, verbindt tegen loon als tussenpersoon werkzaam te zijn bij het tot stand brengen van een of meer overeenkomsten tussen de opdrachtgever en derden. Volgens artikel 7:401 BW moet een opdrachtnemer bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht nemen. Deze zorgplicht brengt met zich dat een bemiddelaar dient te handelen zoals een redelijk en bekwaam handelend vakgenoot in vergelijkbare gevallen te werk zou zijn gegaan. Wat dit concreet inhoudt is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. 4.4. Van een redelijk en bekwaam handelende bemiddelaar mag worden verwacht dat hij, alvorens hij een derde aan de opdrachtgever voordraagt, een deugdelijk onderzoek doet naar de geschiktheid van die derde voor het doel waarvoor de opdrachtgever een overeenkomst met die derde wenst aan te gaan. 4.5. [eisers c.s.] stelt na wijziging van de grondslag van zijn vordering dat Eigen Huis zich niet aan haar zorgplicht jegens [eisers c.s.] heeft gehouden en hij betwist dat [A] deskundig is. Hij leidt dat af uit het feit dat [A] bij het uitvoeren van de keuring van de woning diverse gebreken, ook andere dan die aan de fundering, niet heeft opgemerkt. Tenslotte betwist [eisers c.s.] dat Eigen Huis voldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij het onderzoek naar de bekwaamheid van [A] en wijst er op dat bewijsstukken van het gestelde daarover door Eigen Huis ontbreken. 4.6. Zonder een standpunt in te nemen over de vraag of [A] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst van opdracht (aankoopkeuring), stelt de rechtbank voorop dat indien een door de opdrachtnemer voorgedragen derde in de uitvoering van de na de bemiddeling tot stand gekomen overeenkomst fouten maakt, dit zonder meer niet kan leiden tot aansprakelijkheid van de bemiddelaar. Dit kan anders zijn indien die fouten het gevolg zijn van de ondeskundigheid van die derde of diens ongeschiktheid om de opdracht uit te voeren en de bemiddelaar dit bij de controle in het kader van zijn zorgplicht had moeten of had kunnen ontdekken. 4.7. Eigen Huis heeft onder randnummers 13 tot en met 17 van haar antwoordakte van 27 januari 2016 uit de doeken gedaan welke eisen zij stelt aan haar bouwkundigen en heeft aan de hand van het c.v. van [A] gesteld dat deze aan die eisen voldoet. 4.8. De rechtbank is van oordeel dat de door Eigen Huis geschetste procedure en de daarbij gehanteerde criteria die een bouwkundige moet doorlopen/waaraan een bouwkundige moet voldoen, voordat hij keuringen mag gaan uitvoeren door bemiddeling van Eigen Huis, op zich een juiste invulling is van de op haar rustende zorgplicht. Dit geldt ook voor de controles die na de toelating nog plaatsvinden. De rechtbank is met [eisers c.s.] van oordeel dat voor het bewijs dat ook [A] deze procedure met succes heeft doorlopen en nog steeds voldoet aan alle criteria het overgelegde c.v. van [A] onvoldoende is. Eigen Huis zal daarom worden opgedragen tot nadere bewijslevering van haar stelling dat [A] de door Eigen Huis geschetste procedure met succes heeft doorlopen, [A] voldoet aan alle door Eigen Huis gestelde eisen en onderdeel is van de controles van Eigen Huis. Meer specifiek betekent dit dat Eigen Huis dient te bewijzen; - dat zij, aan de hand van door [A] overgelegde diploma’s heeft vastgesteld dat [A] een of meerdere bouwkundige opleiding(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.