RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/703285-13 (P) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 12 januari 2016 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1992] te [geboorteplaats] , wonende [adres] , [postcode] [woonplaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter openbare terechtzitting dat laatstelijk heeft plaatsgevonden op 12 januari 2016, waarbij is verschenen mr. E.D. van Elst, advocaat te Veenendaal en raadsvrouw van verdachte. Verdachte is niet verschenen. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: in de periode van 31 oktober 2012 tot en met 2 november 2012 te Houten, Leeuwaren en/of Heerenveen in vereniging een bedrag van € 30.501,- heeft witgewassen, subsidiair zich heeft schuldig gemaakt aan de opzetheling van dat bedrag; in de periode van 26 april 2012 tot en met 29 mei 2012 te Houten en/of Leeuwaren zich in vereniging heeft schuldig gemaakt aan de opzetheling van een bedrag van € 3.571,-, subsidiair medeplichtigheid aan de opzetheling van dat bedrag. 3Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak. 3.1 De ontvankelijkheid van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hij in zijn vervolging van verdachte niet-ontvankelijk is, gelet op de dagvaarding die reeds is uitgegaan in het arrondissement Rotterdam. De officier van justitie stelt dat hij verdachte niet voor deze rechtbank zou hebben gedagvaard, had hij geweten van de dagvaarding uit Rotterdam. De raadsvrouw heeft zich ook op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu verdachte in het arrondissement Rotterdam voor exact dezelfde feiten wordt vervolgd. De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van verdachte. Verdachte is reeds gedagvaard in het arrondissement Rotterdam voor onder meer de feiten waarvoor hij ook voor deze rechtbank is gedagvaard. Hoewel in de zaak uit Rotterdam nog geen uitspraak is gedaan – en het ne bis in idem beginsel van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht daarom (nog) niet aan de orde is – volgt de rechtbank de officier van justitie in zijn standpunt dat het onbehoorlijk en onzorgvuldig is om verdachte voor deze rechtbank te dagvaarden, terwijl er al een dagvaarding is uitgegaan om te verschijnen voor de rechtbank in Rotterdam. 4De beslissing De rechtbank: - verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P Schotman, voorzitter, mr. P. Bender en mr. S.B. Smit-Colenbrander, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.M. van de Kamp, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 januari 2016. Mr. Bender is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE: de tenlastelegging Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat 1. Primair hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 oktober 2012 tot en met 2 november 2012 te Houten en/of Leeuwarden en/of Heerenveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) (van) (een) voorwerp(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.