RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling StrafrechtZittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/659168-16 Vonnis van de meervoudige kamer van 10 februari 2017 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1972] te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] [woonplaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 18 november 2016 en 27 januari 2017. De verdachte heeft zich ter terechtzitting laten vertegenwoordigen door mr. A.H. Tiemens, advocaat te Haarlem. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat de raadsvrouw naar voren heeft gebracht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: 1. zich op 14 februari 2016 in vereniging heeft schuldig gemaakt aan afpersing van [aangever 1] ; 2. zich in de periode van 14 februari 2016 tot en met 17 februari 2016 in vereniging heeft schuldig gemaakt aan poging tot afpersing van [aangever 2] en/of [aangever 1] . 3Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4Vrijspraak 4.1. Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie acht beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en verwijst naar de aangiftes van de aangevers [aangever 1] en [aangever 2] . De officier van justitie is van mening dat dit wettig bewijs ook overtuigend bewijs is en dat de alternatieve verklaring van verdachte hier niet tegenop weegt. 4.2. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft ten aanzien van beide feiten vrijspraak bepleit. De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat de aangiftes op zichzelf staan en verder in geen enkel ander bewijsmiddel ondersteuning vinden. Integendeel, de door de politie uitgelezen sms-gesprekken bevestigen veeleer de lezing van verdachte, dat de aangevers nog geld moesten betalen en dat verdachte daar op aandrong zonder daarbij enige bedreiging te uiten. 4.3. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft begaan en zal hem daarvan vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. De rechtbank stelt vast dat zich in het dossier twee aangiftes bevinden van twee personen die stellen dat zij door verdachte zijn afgeperst, dan wel dat verdachte dat geprobeerd heeft. Aangevers verwijzen ter ondersteuning van hun aangiftes naar de in het dossier opgenomen inhoud van de sms-gesprekken en het door de politie meegeluisterde telefoongesprek op 17 februari 2016 tussen verdachte en aangever [aangever 2] . De rechtbank is van oordeel dat de inhoud van deze berichten en het telefoongesprek van 17 februari 2016 evenwel ook (kunnen) passen bij de door verdachte afgelegde verklaring, dat aangevers hem nog geld verschuldigd waren en hij op de betaling daarvan aandrong. De rechtbank stelt voorts vast dat uit genoemde berichten en gesprekken niet letterlijk blijkt van enige bedreiging jegens de aangevers. Nu de beide aangiftes geen verdere ondersteuning vinden in een andere, objectieve, bron, is de rechtbank op grond van het bewijs niet tot de overtuiging gekomen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de hem ten laste gelegde feiten. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken. 5Ten aanzien van de benadeelde partij Nu aan verdachte geen straf of maatregel is opgelegd - en verdachte evenmin schuldig is verklaard zonder oplegging van straf of maatregel - is [aangever 2] in de vordering niet-ontvankelijk. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 6Beslissing De rechtbank: Vrijspraak Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Benadeelde partij Verklaart [aangever 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter. Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.M. Collombon, voorzitter, mrs. H.A. Gerritse en R.P. den Otter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Gardenier, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 februari 2017. BIJLAGE : De tenlastelegging 1. hij op of omstreeks 14 februari 2016 te Baarn en/of Huizen en/of Blaricum en/of Hilversum en/of Amersfoort, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.