vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/406894 / HA ZA 16-2 Vonnis van 26 april 2017 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat mr. E.R. Jonkman te Utrecht, tegen 1 [gedaagde sub 1] , zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats, 2. [gedaagde sub 2], wonende te [woonplaats] , gedaagden, advocaat aanvankelijk mr. H. Kroon te Hilversum, thans zonder advocaat. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de rolbeslissing van 18 januari 2017 de akte van [eiser] van 15 februari 2017. 1.2. Kort voordat in deze zaak de comparitie zou plaatsvinden (9 november 2016) heeft mr. Kroon zich als advocaat van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] onttrokken. Hierna heeft zich schriftelijk bij de rechtbank gemeld oud-advocaat mr. [X] (hierna: mr. [X] ), met de mededeling dat hij optreedt als gemachtigde van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] en dat hij zou proberen een nieuwe advocaat voor [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] te vinden. De zaak is toen aangehouden tot 4 januari 2017 voor het stellen van een nieuwe advocaat. Op 4 januari 2017 heeft zich geen nieuwe advocaat gesteld voor [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] . 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [gedaagde sub 2] is de vader van [gedaagde sub 1] . [eiser] en [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] zijn ieder werkzaam geweest als zelfstandig klusjesman. Zij hebben jarenlang samengewerkt (hierna: het samenwerkingsverband). Daarbij verzorgde [gedaagde sub 1] de offertes aan potentiële opdrachtgevers en schakelde als dat nodig was onderaannemers in. Voor zover in verband met een opdracht materialen moesten worden aangeschaft, kocht [gedaagde sub 2] deze in. Dakreparaties en onderhoudswerkzaamheden werden gezamenlijk uitgevoerd door [eiser] en [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] . Voor zover werkzaamheden aan opdrachtgevers werden gefactureerd, werden de facturen gemaakt en verstuurd door [gedaagde sub 1] en/of [gedaagde sub 2] . Contante betalingen van opdrachtgevers werden in ontvangst genomen door [gedaagde sub 1] /of [gedaagde sub 2] . Van elke opdracht werd de opbrengst na aftrek van de kosten door hen drieën gedeeld. Naast verdeling van de netto-opbrengst in contanten kwam het ook voor dat [eiser] voor zijn aandeel in de werkzaamheden behorend bij een opdracht een factuur stuurde aan [gedaagde sub 1] . Die facturen werden afwisselend betaald door [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] . 2.2. [eiser] en [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] zijn gezamenlijk eigenaar van een aantal zaken die zij bij de uitvoering van hun werkzaamheden hebben gebruikt, zoals aanhangwagens, luchtcompressors, aggregaten, steigers en dergelijke (hierna: de gemeenschappelijke materialen). 2.3. Mede namens [eiser] en [gedaagde sub 2] heeft [gedaagde sub 1] op 11 oktober 2010 een schriftelijke offerte uitgebracht aan mevrouw [Y] (hierna: [Y] ), woonachtig aan de [straatnaam] in [woonplaats] (hierna: de woning van [Y] ). In deze offerte is aangeboden om een aantal werkzaamheden uit te voeren tegen een prijs van € 142.000 inclusief btw. 2.4. In 2011 hebben [eiser] en [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] werkzaamheden uitgevoerd aan de woning van [Y] . 2.5. In 2012 hebben [eiser] en [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] werkzaamheden uitgevoerd aan de [straatnaam] in [woonplaats] , de [straatnaam] in [woonplaats] en de [straatnaam] in [woonplaats] (hierna: de werkzaamheden uit 2012). 2.6. In mei 2013 is [eiser] gestopt met zijn werkzaamheden als klusjesman. 2.7. Op 5 september 2013 heeft [eiser] voor zijn aandeel in de werkzaamheden aan de woning van [Y] een factuur gestuurd aan [gedaagde sub 1] voor een bedrag van € 15.000 inclusief btw, met een betalingstermijn van 14 dagen. 2.8. Op 5 september 2013 heeft [eiser] voor zijn aandeel in de werkzaamheden uit 2012 een factuur gestuurd en [gedaagde sub 1] voor een bedrag van € 5.000 inclusief btw, met een betalingstermijn van 14 dagen. 2.9. In een brief van [gedaagde sub 1] aan de advocaat van [eiser] van 14 juli 2014 (hierna: de brief van 14 juli 2014) staat dat het (1/3) aandeel van [eiser] in de gemeenschappelijke materialen op dat moment € 7.213 waard was. Ook staat in deze brief dat [eiser] diverse kosten, waaronder kosten voor de werkzaamheden aan de woning van [Y] , moet betalen. 2.10. In een document gedateerd 16 november 2015, met als titel ‘schuldverklaring’, staat dat de heer [Z] (hierna: [Z] ), woonachtig in [woonplaats] , Zwitserland, de echtgenoot is van [Y] , dat [Y] voor de werkzaamheden aan haar woning een restschuld heeft van € 135.000 aan ‘ [bedrijfsnaam] ’ en dat [Z] dat bedrag voor [Y] in één keer of in termijnen zal betalen zodra hij daartoe, vanwege nakoming van derden jegens hem, in staat is. Dit document is, behalve door [Z] , ook ‘ter legalisatie’ en ‘voor ondersteuning’ ondertekend door mr. [X] . 2.11. Bij brief van 2 januari 2017 aan de rechtbank heeft mr. [X] meegedeeld dat het hem nog niet was gelukt een nieuwe advocaat te vinden voor [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] . Ook staat in deze brief : ‘[…] 3. Het is mij bekend, dat [Z] op 23 december onderweg was en vanwege gelijktijdige lekkage van twee voorbanden van zijn Mercedes, in een probleem terechtkwam met noodzaak tot terugkeer naar [woonplaats] Zwitserland. 4. Hij heeft mij laten weten dit ongeluk te hebben overleefd, in dank daarvoor, en komende week naar Nederland te zullen afreizen met de geldmiddelen die [achternaam] in diens garantie van € 15.000 jegens [eiser] behoeft. […]’ 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert na eiswijziging samengevat - hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] , uitvoerbaar bij voorraad: tot betaling aan [eiser] van € 20.000 inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente hierover met ingang van 20 september 2013 primair tot betaling van € 7.213 aan [eiser] als vergoeding voor de waarde van zijn aandeel in de gemeenschappelijke materialen, subsidiair tot medewerking aan de verdeling van die gemeenschap van goederen, zodanig dat [eiser] materialen ontvangt met een totale waarde van zijn aandeel in die gemeenschap, of dat hij een geldbedrag ontvangt ter hoogte van de waarde van zijn aandeel in die gemeenschap tot vergoeding van de proceskosten, waaronder de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente als niet binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis voldoening daarvan heeft plaatsgevonden. 3.2. Aan vordering onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.