vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling civielrecht Zittingsplaats Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/408036 / HA ZA 16-56 Vonnis van 25 januari 2017 in de zaak van 1 [eiser sub 1] , wonende te [woonplaats] , 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres sub 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eisers in conventie, verweerders in reconventie, advocaat mr. M.J. Faro te Amsterdam, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde sub 1] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde sub 2] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , 3. [gedaagde sub 3], wonende te [woonplaats] , gedaagden in conventie, eisers in reconventie, advocaat mr. E.R. Jonkman te Utrecht. Partijen zullen hierna [eiser sub 1] (eiser sub 1), [eiseres sub 2] (eiseres sub 2), [eiser sub 1] c.s. (eisers gezamenlijk), [gedaagde sub 1] (gedaagde sub 1), [gedaagde sub 2] (gedaagde sub 2), [gedaagde sub 3] (gedaagde sub 3) en [gedaagde sub 3] c.s. (gedaagden gezamenlijk) worden genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 13 april 2016 het proces-verbaal van comparitie van 17 augustus 2016. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser sub 1] en [gedaagde sub 3] zijn neven van elkaar. [eiser sub 1] is bestuurder en aandeelhouder van [eiseres sub 2] . [gedaagde sub 3] is bestuurder en aandeelhouder van [bedrijf] B.V. ( [bedrijf] ). [bedrijf] is bestuurder en aandeelhouder van [gedaagde sub 1] . [eiseres sub 2] en [bedrijf] houden ieder 50% van de aandelen in het kapitaal van [gedaagde sub 2] en zijn de gezamenlijk bevoegde bestuurders van die vennootschap. 2.2. [gedaagde sub 3] heeft in de periode van 1 december 2009 tot 19 maart 2013 onder de naam “ [gedaagde sub 1] ” een onderneming gedreven die hoofdzakelijk luxe [...] aan particulieren en organisaties verhuurde (hierna: de onderneming). De onderneming is vanaf 19 maart 2013 ondergebracht in het op die datum door [gedaagde sub 3] (via [bedrijf] ) opgerichte [gedaagde sub 1] . [eiser sub 1] en [gedaagde sub 3] hebben vanaf 2010 in de onderneming samengewerkt. 2.3. [eiser sub 1] heeft op 19 oktober 2010 een bedrag van € 5.000,00 overgemaakt op de bankrekening van [gedaagde sub 3] onder vermelding van “voor beleggen en trading”, op 6 december 2010 een bedrag van € 24.000,00 op de bankrekening van [gedaagde sub 3] onder vermelding van “trading [gedaagde sub 3] ” en op 15 december 2011 een bedrag van € 25.000,00 op de bankrekening van [gedaagde sub 3] onder vermelding van “voor beleggingsrekening [gedaagde sub 3] ”. 2.4. [eiseres sub 2] heeft op 12 maart 2012 een bedrag van € 20.000,00 overgemaakt op de bankrekening van [gedaagde sub 1] onder vermelding van “lening [gedaagde sub 1] aankoop safaritenten”, op 25 mei 2012 een bedrag van € 30.000,00 op de bankrekening van [gedaagde sub 1] onder vermelding van “Lening [gedaagde sub 1] ”, op 16 oktober 2013 een bedrag van € 12.000,00 op de bankrekening van [gedaagde sub 2] onder vermelding van “lening [gedaagde sub 2] ”, op 24 december 2013 een bedrag van € 12.500,00 op de bankrekening van [gedaagde sub 3] onder vermelding van “Lening [gedaagde sub 2] tbv [gedaagde sub 1] ” en op 19 februari 2014 een bedrag van € 8.000,00 onder vermelding van “Storting naaiatelier en diversen”. 2.5. Op 14 augustus 2013 heeft een medewerker van een administratiekantoor het volgende aan [eiser sub 1] geschreven: “Heb jij voor het ingestoken bedrag in [...] ad € 95.000,-; aandelen voor gekregen? Zo ja graag een notariële akte hiervan. Indien het een lening betreft gaarne de leningsovereenkomst en welke rente berekend dient te worden over dit bedrag. Graag meer gegevens over wie en wat nu [...] is!!” 2.6. Vervolgens heeft [eiser sub 1] aan [gedaagde sub 3] gevraagd hoe op de vraag moet worden gereageerd, waarop [gedaagde sub 3] op 15 augustus 2013 het volgende heeft geantwoord: “(…) Lijkt mij handigste om het tot 1 jan 2013 als lening op te nemen, dan kunnen we over 2013 bepalen welke structuur we gaan kiezen. (…)” 3Het geschil in conventie 3.1. [eiser sub 1] vordert, samengevat, veroordeling van [gedaagde sub 3] c.s. tot betaling van € 54.000,00, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. [eiseres sub 2] vordert, samengevat, veroordeling van [gedaagde sub 3] c.s. tot betaling van € 82.500,00, vermeerderd met rente en kosten. 3.3. [eiser sub 1] c.s. legt aan de vorderingen in hoofdsom, samengevat, het volgende ten grondslag. De door [eiser sub 1] overgemaakte bedragen, € 54.000,00 in totaal (zie 2.3), en de door [eiseres sub 2] overgemaakte bedragen, € 82.500,00 in totaal (zie 2.4), zijn aan [gedaagde sub 3] c.s. verstrekt op basis van een overeenkomst van geldlening. Die overeenkomst is beëindigd, waardoor de totaalbedragen opeisbaar zijn en bijgevolg [gedaagde sub 3] c.s. zijn verplichting tot terugbetaling van de ter leen verstrekte bedragen moet nakomen. 3.4. [gedaagde sub 3] c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.5. [gedaagde sub 3] vordert, samengevat, veroordeling van [eiser sub 1] dan wel [eiseres sub 2] tot betaling van € 193.659,86, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, vermeerderd met rente en kosten. 3.6. [gedaagde sub 3] legt aan zijn vordering in hoofdsom, samengevat, het volgende ten grondslag. De door [eiser sub 1] overgemaakte bedragen, € 54.000,00 in totaal (zie 2.3), zijn aan [gedaagde sub 3] verstrekt op basis van een overeenkomst van opdracht. [eiser sub 1] heeft aan [gedaagde sub 3] de opdracht gegeven om die bedragen te beleggen. [gedaagde sub 3] heeft beleggings- en tradingsactiviteiten verricht, waarvoor [eiser sub 1] een redelijk loon verschuldigd is. Dat redelijke loon is € 60.000,00 (exlusief btw), te weten 400 uren, de uren die [gedaagde sub 3] aan de opgedragen beleggings- en tradingsactiviteiten heeft besteed, maal € 150,00 per uur (exclusief btw). 3.7. Verder heeft [gedaagde sub 3] in opdracht van [eiser sub 1] werkzaamheden verricht in het kader van een mogelijke overdracht van [gedaagde sub 1] aan [eiser sub 1] of [eiseres sub 2] . Met die werkzaamheden waren ook 400 uren gemoeid, zodat [eiser sub 1] , op basis van het hiervoor genoemde uurtarief, € 60.000,00 (exclusief btw) aan redelijk loon aan [gedaagde sub 3] verschuldigd is. Ook heeft [gedaagde sub 3] 200 uren besteed aan mogelijke activiteiten van [gedaagde sub 2] en 40 uren aan een zaak die de vennootschap onder firma [naam vennootschap onder firma] tegen [gedaagde sub 1] had aangespannen. [eiser sub 1] dient die uren aan [gedaagde sub 3] te vergoeden, zijnde, bij het hiervoor genoemde uurtarief, € 36.000,00 (exclusief btw) in totaal. Tot slot hebben de kosten van de advocaat in die zaak € 4.049,47 (exclusief btw) bedragen. [eiser sub 1] dient naar de opvatting van [gedaagde sub 3] ook die kosten aan hem te vergoeden. Het totaal van de bedragen € 60.000,00, € 60.000,00, € 36.000,00 en € 4.049,47 is € 160.049,47, zodat, na vermeerdering met btw, de totale vordering € 193.659,86 bedraagt. 3.8. [eiser sub 1] c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie 4.1. [eiser sub 1] en [gedaagde sub 3] hebben ieder ter comparitie verklaard dat het steeds hun bedoeling is geweest dat de door [eiser sub 1] c.s. overgemaakte bedragen zouden worden geïnvesteerd in de onderneming en zouden gelden als (een voorschot
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.