beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Familierecht Zittingsplaats: Utrecht zaakgegevens : C/16/440918 / JE RK 17-1281 datum uitspraak: 13 juli 2017 beschikking machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van Raad voor de Kinderbescherming Midden-Nederland, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Utrecht, betreffende [naam van minderjarige] , geboren op [2013] te [geboorteplaats] , hierna te noemen [voornaam van minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [A] , hierna te noemen de moeder, wonende op een geheim adres. Het procesverloop Voor het eerdere procesverloop wordt verwezen naar de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 29 juni 2017. Op 11 juli 2017 zijn ter griffie aanvullende stukken van de zijde van de moeder ingekomen. Op 13 juli 2017 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder, bijgestaan door mr. J. Zevenboom, - dhr. [B] en mw. [C] , beide werkzaam bij het landelijke [team X] (hierna: [team X] ), namens de Raad, - twee zittingsvertegenwoordigers namens Samen Veilig Midden-Nederland (hierna te noemen de GI), welke niet onder hun eigen naam aanwezig wensten te zijn. Op de zitting heeft de GI een kopie overgelegd van de voorwaarden voor terugplaatsing aan de moeder. De advocaat van de moeder heeft nog een kopie overgelegd van zijn brieven van 10 juli en 12 juli 2017 met bijlagen, waaronder de email van 11 juli 2017 van [D] , werkzaam bij het [team Y] (hierna: [team Y] ) van Save. De feiten Het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. Bij beschikking van 20 juni 2017 is [voornaam van minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 16 september 2017. De kinderrechter heeft bij deze beschikking ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] in een pleeggezin verleend voor de duur van vier weken, en de beslissing voor het overige aangehouden. Bij beschikking van 29 juni 2017 heeft de kinderrechter de beslissing op het resterende deel van het verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing, te weten tot 16 september 2017 aangehouden tot de zitting van 13 juli 2017. Het standpunt van verzoeker Namens de Raad is naar voren gebracht dat er veel zorgen zijn over de ontwikkeling van [voornaam van minderjarige] en over zijn leefomgeving. Het is niet duidelijk in hoeverre het gedrag dat [voornaam van minderjarige] laat zien uit hemzelf voortkomt, of dat zijn gedrag (mede) komt door de omgeving waarin hij opgroeit. Dat moet worden uitgezocht. [voornaam van minderjarige] heeft een aanzienlijke ontwikkelingsachterstand. Verder kan de Raad niet negeren dat [voornaam van minderjarige] signalen afgeeft die er op wijzen dat hij getuige was van huiselijk geweld. Hij doet zijn handen voor zijn ogen of oren bij harde geluiden en hij doet gekke uitspraken. De moeder herkent deze zorgen maar voor een deel. Verder vertelt de moeder tegenstrijdige verhalen aan de verschillende hulpverleners. Het klopt dat de moeder zelf het onderzoek in het [naam ziekenhuis] heeft geïnitialiseerd. Dat gaat binnenkort plaatsvinden. De moeder heeft connecties met leden van een broederschap, genaamd [naam] . Tegen dit broederschap loopt een strafrechtelijk onderzoek op dit moment, vanwege een verdenking van criminele activiteiten. Voorafgaand aan deze zitting heeft de Raad overleg gehad met het OM vanwege het lopende strafrechtelijke onderzoek. Het OM heeft besloten dat niet alle informatie over de broederschap in deze zaak kan worden gedeeld. De informatie die wel kan worden gedeeld is door het OM gefiatteerd. De Raad verklaart dat volgens het OM [E] , de buurman van de moeder, wel degelijk banden heeft met de broederschap. Volgens het OM was [E] de afgelopen periode bij de moeder in huis om haar te beschermen. De moeder heeft een relatie gehad met [F] , die ook bij de broederschap zit. Moeder zegt dat zij haar relatie met [F] heeft verbroken en geen contact meer heeft met [F] of de broederschap, maar ergens is er nog een lijntje, omdat [E] tot voor kort regelmatig bij de moeder in huis kwam. Volgens de Raad is de broederschap een organisatie, waar je niet zo maar uit kunt stappen. De moeder bagatelliseert deze contacten, maar het OM schat in dat de leefomgeving van [voornaam van minderjarige] (mede) daardoor onveilig is. Verder verklaart de Raad dat het wapen, dat bij de moeder afgelopen najaar in de woning is gevonden wel degelijk doorgeladen was. Het [team X] van de Raad heeft de zaak inmiddels overgenomen en zal het raadsonderzoek over [voornaam van minderjarige] voortzetten. De insteek is dat [voornaam van minderjarige] weer teruggeplaatst zal worden bij de moeder. Daarvoor is het noodzakelijk om zicht te hebben op het handelen van de moeder en de mensen in haar netwerk. Ook is belangrijk wat de uitkomst zal zijn van het onderzoek dat [voornaam van minderjarige] moet ondergaan in het [naam ziekenhuis] . De Raad handhaaft het verzoek. De standpunten van belanghebbenden Door en namens de moeder is verklaard dat er al lange tijd geen zorgmeldingen zijn geweest over huiselijk geweld. De laatste meldingen waren van de inval in haar woning door de politie in het najaar van 2016 en haar val op 27 mei dit jaar van het balkon. In deze periode was geen sprake van huiselijk geweld. De moeder benadrukt dat zij geen problemen heeft met de mensen van het broederschap. Het broederschap bestaat bijna niet meer, nu [F] in de gevangenis zit. Hij was de oprichter van de broederschap. Ze heeft geen contact meer met deze mannen. Haar relatie met [F] heeft ze begin dit jaar verbroken omdat ze niet wil dat [voornaam van minderjarige] denkt dat het normaal is om naar de gevangenis te gaan. [E] was haar buurman, maar hij is kort geleden verhuisd. Zij weet niet waar [E] nu woont. De moeder vindt het wel storend dat deze mannen elke keer aangehaald worden terwijl ze geen rol meer spelen in haar leven. De aanleiding voor de uithuisplaatsing van [voornaam van minderjarige] was dat zij na haar val om medische redenen niet voor [voornaam van minderjarige] kon zorgen. Die zorg is er niet meer omdat het thuis nu veilig is en zij fysiek weer sterk genoeg is. De moeder heeft op de zitting een verklaring van de arts getoond over haar fysieke gesteldheid. De moeder verklaart dat zij al langere tijd zorgen had over de ontwikkeling van [voornaam van minderjarige] . Daarom heeft zijzelf geregeld dat er verwijzing is voor onderzoek naar het [naam ziekenhuis] . Verder heeft zij altijd meegewerkt met het consultatiebureau en met het dorpsteam. Ook heeft zijzelf geregeld dat [voornaam van minderjarige] vier dagen naar het kinderdagverblijf kan gaan. De bedoeling van de aanmelding was om [voornaam van minderjarige] meer sociale vaardigheden bij te brengen, omdat hij enig kind is. Daar wordt hem structuur geboden. Het door de Raad geschetste beeld van het gedrag dat [voornaam van minderjarige] vertoont als gevolg van huiselijk geweld, herkent de moeder niet. Ze snapt wel dat [voornaam van minderjarige] is geschrokken van het gedrag van zijn oma (mz). Dat komt omdat de oma psychische problemen heeft. Het contact met oma is nu verbroken. Ook kan het te maken hebben met de ervaringen van langer geleden, toen de moeder en [voornaam van minderjarige] in een […] verbleven. Na de vorige zitting zou er gewerkt worden aan een concreet plan, maar dat is niet gebeurd. Samen Veilig herhaalt de zorgen die grotendeels al eerder bekend waren en eerder niet hebben geleid tot een ondertoezichtstelling. Verder heeft de moeder zich aan alle voorwaarden die zijn gesteld door Samen Veilig gehouden. Het is daarom niet noodzakelijk dat [voornaam van minderjarige] uithuisgeplaatst blijft. [voornaam van minderjarige] moet thuis komen en had eigenlijk al thuis moeten zijn. De moeder vertelt dat zij afgelopen dinsdag [voornaam van minderjarige] weer heeft gezien. Het ging goed met [voornaam van minderjarige] en het was fijn om bij hem te zijn. Het afscheid was wel zwaar, omdat [voornaam van minderjarige] niet wilde dat ze wegging. De GI heeft naar voren gebracht dat moeder een andere kijk heeft dan de GI. Zo heeft moeder zich niet gehouden aan de afspraak dat er geen mensen betrokken mogen zijn die bekend zijn bij de politie of jeugdzorg. Na de val van moeder is besloten dat [voornaam van minderjarige] met oma (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.