Beslissing RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND WRAKINGSKAMER Zaaknummer/rekestnummer: 443277 / HA RK 17-162 Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 27 juli 2017 op het verzoek in de zin van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv) van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verder te noemen: verzoeker. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de beslissing van de politierechter van 20 juli 2017; - de e-mail van verzoeker van 21 juli
- 1.
- De uitspraak is bepaald op heden. 2Het wrakingsverzoek 2.
- Het verzoek tot wraking is gericht tegen mr. J.A. Spee als behandelend politierechter (hierna te noemen: de rechter), in de zaak met het parketnummer 16/660501-
- In deze zaak was verzoeker gedagvaard als verdachte. Deze zaak werd gelijktijdig behandeld met de zaak met het parketnummer 16/660502-16 tegen verdachte [verdachte] . In die zaak was verzoeker het slachtoffer alsmede de benadeelde partij. Verzoeker voert aan dat er door de rechter tijdens de mondelinge behandeling van 20 juli 2017 woorden in de mond zijn gelegd van [verdachte] en dat de rechter vooringenomen bleek te zijn. Ook constateert de verzoeker enorme minachting voor het slachtoffer (naar de wrakingskamer begrijpt: verzoeker zelf). Verzoeker meent dat de rechter vooringenomen en minachtend naar het slachtoffer is geweest en wraakt daarom de rechter. 3De ontvankelijkheid van het verzoek 3.
- De wrakingskamer stelt voorop dat de wet niet voorziet in de mogelijkheid van wraking nadat reeds uitspraak is gedaan. 3.
- De rechter heeft op 20 juli 2017 mondeling uitspraak gedaan in aanwezigheid van verzoeker. Het verzoek tot wraking is gedaan op 21 juli 2017, dit was nadat in de desbetreffende zaak mondeling uitspraak was gedaan. Gelet op het voorgaande moet verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn ingediende wrakingsverzoek. Aan een inhoudelijke behandeling van dit wrakingsverzoek wordt daarom niet toegekomen. Nu sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid doet de wrakingskamer het verzoek buiten zitting af; 4De beslissing De wrakingskamer: 4.
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek; 4.
- draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de gewraakte rechter, alsmede aan de voorzitter van de afdeling Straf-, Familie- en Jeugdrecht en de president van deze rechtbank; Deze beslissing is gegeven door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, en mr. G. Perrick en mr. H.A. Brouwer als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. F.G.T. Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 juli
- de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.