RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/695515-16 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 31 januari 2017 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1994] , ingeschreven te [woonplaats] , gedetineerd in PI Nieuwegein te Nieuwegein. 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 juli 2016, 6 september 2016, 29 november 2016 en 17 januari
(20)jaren. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel ten aanzien van feit 1 Benadeelde partij mw. [benadeelde partij 1]: Wijst de vordering van mw. [benadeelde partij 1] toe tot het bedrag van € 23.109,59, bestaande uit € 3.109,59 materiële schade en € 20.000 immateriële schade) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 1] , behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald. Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 514,95. Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter. Legt verdachte de verplichting op, ten behoeve van [benadeelde partij 1] , € 23.109,59 (zegge: drieëntwintigduizend honderdnegen euro en negenenvijftig eurocent) aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 150 dagen. Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen. Benadeelde partij [getuige 2] Wijst de vordering namens [getuige 2] toe tot het bedrag van € 25.535,00 (bestaande uit € 535,00 materiële schade en € 25.000 immateriële schade) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [getuige 2] , behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald. Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op € 250,00. Legt verdachte de verplichting op, ten behoeve van [getuige 2] , € 25.535,00 (zegge: vijfentwintigduizend vijfhonderdvijfendertig euro) aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 162 dagen. Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen. Benadeelde partijen [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] Wijst de vordering van [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] toe tot voor ieder het bedrag van € 535,00, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] , behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald. Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden voor ieder begroot op € 250,00. Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter. Legt verdachte de verplichting op, ten behoeve van [benadeelde partij 2] en ten behoeve van [benadeelde partij 3] , voor ieder € 535,00 (zegge: vijfhonderd vijfendertig euro) aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 dagen per bedrag van € 535,00. De bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen. Benadeelde partij [benadeelde partij 4] Wijst de vordering van [benadeelde partij 4] toe tot het bedrag van € 893,66, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 4] , behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald. Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil. Legt verdachte de verplichting op, ten behoeve van [benadeelde partij 4] , € 893,66 (zegge: achthonderd drieënnnegentig euro en zesenzestig eurocent) aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 17 dagen. Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen. Benadeelde partij [benadeelde partij 6] Wijst de vordering van [benadeelde partij 6] toe tot het bedrag van € 6.494,98, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 6] , behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald. Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil. Legt verdachte de verplichting op, ten behoeve van [benadeelde partij 6] , € 6.494,98 (zegge: zesduizend vierhonderdvierennegentig euro en achtennegentig eurocent) aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 67 dagen. Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen. Benadeelde partij [benadeelde partij 5] Wijst de vordering van [benadeelde partij 5] toe tot het bedrag van € 5.283,62, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij 5] , behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald. Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil. Legt verdachte de verplichting op, ten behoeve van [benadeelde partij 5] , € 5.283,62 (zegge: vijfduizend tweehonderd drieëntachtig euro en tweeënzestig eurocent) aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 61 dagen. Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. Schotman, voorzitter, mrs. J. Ebbens en R.L.M. van Opstal, rechters, in tegenwoordigheid van D.G.W. van de Haar, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 januari 2017. Mr. Van Opstal is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen BIJLAGE : De tenlastelegging Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat 1. hij op of omstreeks 17 april 2016 te IJsselstein, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en/of met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(
- s)opzettelijk en/of na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer vuurwapen(
- s)één of meerdere kogel(
- s)in en/of door en/of in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] geschoten/afgevuurd, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden; art 287 Wetboek van Strafrecht art 289 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht 2. hij op of omstreeks 17 april 2016 te IJsselstein, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapen(
- s)van categorie II en/of categorie III, en/of munitie van categorie II en/of categorie III, te weten - een automatisch vuurwapen (merk Zastava) van categorie II en/of - twee vuurwapens (semi-automatisch, merk Walther, model P99 AS) van categorie III en/of - 42 scherpe patronen (van het kaliber 9 mm Luger) van categorie III en/of - 61 scherpe patronen (kaliber 7.62 x 39
- mm)van categorie II, voorhanden heeft gehad; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; art 26 lid 1 Wet wapens en munitie Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende einddossier d.d. 29 augustus 216 in het onderzoek 09Ster16 bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Dit dossier bestaat uit twee onderdelen, te weten het algemeen dossier en het forensisch dossier. De paginanummering van beide onderdelen begint bij 1. Indien wordt verwezen naar een paginanummer in het algemeen dossier, zal uitsluitend de pagina genoemd worden. Indien wordt verwezen naar een pagina in het forensisch dossier, zal deze verwijzing worden voorafgegaan met de vermelding: FO-dossier. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen Proces-verbaal van verhoor, d.d. 17 april 2016, p. 1028 Voornoemd proces-verbaal, p. 1029 Proces-verbaal bevindingen d.d. 17 april 2016, p. 506, 3e, 4e en 5e alinea Proces-verbaal verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] , FO-dossier p. 191 NFI-rapport d.d. 27 mei 2016, FO-dossier p. 332 NFI-rapport d.d. 27 mei 2016, FO-dossier p. 334 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 april 2016, p. 503, 2e en 3e alinea. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 april 2016, FO-dossier p. 37 tot en met 41 en Proces verbaal aanvraag benoeming deskundige, FO dossier, p. 506 en 507. Proces verbaal aanvraag benoeming deskundige, FO dossier, p. 506 en 507. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 april 2016, FO-dossier p. 37 tot en met 41 Proces-verbaal sporenonderzoek verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 11] , FO-dossier p. 224 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 april 2016, FO-dossier p. 399 en 400 NFI-rapport d.d. 20 juni 2016, FO-dossier p. 524 Voornoemd rapport, FO-dossier p. 530 en 531 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , d.d. 22 april 2016, p. 1044 Voornoemd proces-verbaal, p. 1045 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] , d.d. 17 april 2016, p. 1014 Voornoemd proces-verbaal, p. 1015 1e en 2e alinea Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] , d.d. 17 april 2016, p. 1009 Voornoemd proces-verbaal, p. 1010 4e alinea Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] , d.d. 22 april 2016, p. 1053 Voornoemd proces-verbaal, p. 1054 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] , d.d. 21 april 2016, p. 1071 Voornoemd proces-verbaal, p. 1074 Voornoemd proces-verbaal, p. 1076 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] , d.d. 22 april 2016, p. 1079 Voornoemd proces-verbaal, p. 1080 Voornoemd proces-verbaal, p. 1081 Voornoemd proces-verbaal, p. 1082 Voornoemd proces-verbaal, p. 1081 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8] , d.d. 17 april 2016, p. 969 en 970 Voornoemd proces-verbaal, p. 971 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 9] , d.d. 17 april 2016, p. 955 Voornoemd proces-verbaal, p. 956 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 10] , d.d. 17 april 2016, p. 1021 Voornoemd proces-verbaal, p. 1022 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 11] , d.d. 23 april 2016, p. 1065 Voornoemd proces-verbaal, p. 1066 Voornoemd proces-verbaal, p. 1067 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 12] , d.d. 21 april 2016, p. 1059 Voornoemd proces-verbaal, p. 1060, 1e en 2e alinea Voornoemd proces-verbaal, p. 1060, laatste alinea Voornoemd proces-verbaal, p. 1061. Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 13] , d.d. 23 november 2016, afgelegd tegenover de rechter-commissaris, p. 2 Voornoemd proces-verbaal, p. 4 Proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 5] , p. 494 Voornoemd proces-verbaal, p. 495 Proces-verbaal van aanhouding opgemaakt door verbalisant [verbalisant 5] , d.d. 17 april 2016, p. 72 Voornoemd proces-verbaal, p. 496 Proces-verbaal van bevindingen verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , d.d. 19 april 2016, FO-dossier p. 104 Voornoemd proces-verbaal, FO-dossier p. 106, 3e alinea Voornoemd proces-verbaal, FO- dossier p. 105 Voornoemd proces-verbaal, FO-dossier p. 106 Proces-verbaal van bevindingen verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , d.d. 21 april 2016, FO-dossier p. 125 NFI-rapport opgemaakt door [A] , d.d. 20 april 2016, FO-dossier p. 267 Proces-verbaal terechtzitting 17 januari 2017 NFI- rapport opgemaakt door [B] , d.d. 24 juni 2016, FO-dossier p. 473 NFI- rapport opgemaakt door [B] , d.d. 24 juni 2016, FO-dossier p. 480 NFI-rapport opgemaakt door [B] , d.d. 16 september 2016 (geen onderdeel van het FO-dossier, afzonderlijk verstrekt) Bijlage bij proces-verbaal onderzoek tas, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , d.d. 19 april 2016, FO-dossier p. 116 Proces-verbaal verbalisant [verbalisant 12] , 2e aanvullend proces-verbaal, p. 1828 Proces-verbaal verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 6] , d.d. 9 mei 2016, FO-dossier p. 384 en 385 Proces-verbaal verbalisant [verbalisant 12] , 3e aanvullend proces-verbaal, p. 1829. Proces-verbaal verbalisant [verbalisant 13] , d.d. 26 april 2016, FO-dossier p. 350 en 351 Proces-verbaal verbalisant [verbalisant 12] , FO-dossier p. 543 en 544 Voornoemd proces-verbaal, p. 545 en 546 Proces-verbaal [verbalisant 10] , d.d. 20 april 2016, FO-dossier p. 226 en 227 Proces-verbaal [verbalisant 12] , d.d. 12 januari 2017, los verspreid