← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2017:5427

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/800233-12 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 27 oktober 2017 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1987] te [geboorteplaats] (Bulgarije), wonende te [woonplaats] (Bulgarije), [...] , [adres] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 10 oktober 2013, 7 januari 2014, 27 maart 2014, 21 augustus 2014, 10 oktober 2016, 11 oktober 2016, 18, 19, 21 en 22 september 2017 en 13 oktober 2017. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. drs. M.R.A van IJzendoorn en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. J. Peters, advocaat te Amersfoort, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is op de zitting van 10 oktober 2016 op vordering van de officier van justitie aangepast. De aangepaste tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1 op 14 april 2012 en op 15 februari 2013 te Eindhoven, [woonplaats] gemeente Zevenaar, Bulgarije en/of Duitsland samen met (een) ander(

  1. en)ten aanzien van [A] (hierna te noemen: “ [A] ”) zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel, door haar vanuit een ander land mede te nemen om haar in Nederland ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling; feit 2 in de periode van 14 april 2012 tot en met 13 juli 2013 te Utrecht, Eindhoven, ’s-Gravenhage en/of elders in Nederland, Bulgarije of Duitsland samen met (een) ander(
  2. en)ten aanzien van [A] , [B] (hierna te noemen: “ [B] ”), [C] (hierna te noemen: “ [C] ”), [D] (hierna te noemen: “ [D] ”), [E] (hierna te noemen: “ [E] ”) en [F] (hierna te noemen: “ [F] ”) schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel door hen seksueel uit te buiten. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het feit 1 en feit 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, met uitzondering van het bestanddeel medeplegen onder feit 1 en feit 2 ten aanzien van [A] . 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de verdediging een andere lezing heeft van het dossier dan de officier van justitie en hij meent dat op grond van dit dossier de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten kan komen. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Wettelijk kader Aan de rechtbank ligt de vraag voor of bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel in de zin van artikel 273f, eerste lid, subonderdelen 1, 3, 4, 6 en 9 van het Wetboek van Strafrecht (hierna te noemen: “Sr”) van de in de tenlastelegging genoemde vrouwen [A] , [B] , [C] , [D] , [E] en [F] . Bij de beoordeling of sprake is van mensenhandel zoals bedoeld in artikel 273f, eerste lid, Sr wordt gekeken naar drie bestanddelen, te weten (een) dwangmiddel(en), (een) handeling(
  3. en)en het oogmerk van uitbuiting. Voor niet alle subonderdelen geldt dat de vaststelling van al deze bestanddelen nodig is om tot een bewezenverklaring te komen. Wezenlijk bestanddeel van diverse varianten van het delict mensenhandel is dat sprake is van uitbuiting en/of dat het oogmerk van verdachte daarop is gericht. Het bestanddeel ‘(oogmerk van) uitbuiting’ is in de wet niet gedefinieerd, anders dan door de (niet limitatieve) opsomming in artikel 273f, tweede lid, Sr van een aantal vormen van uitbuiting, waaronder uitbuiting van een ander in de prostitutie, andere vormen van seksuele uitbuiting en gedwongen of verplichte arbeid of diensten. De vraag of, en zo ja, wanneer, sprake is van ‘uitbuiting’ in de zin van de onderhavige bepaling, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van voornoemde vraag komt in elk geval betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat instemming met seksuele uitbuiting niet in de weg hoeft te staan aan bewezenverklaring van die uitbuiting, indien één van de in de wet omschreven dwangmiddelen is gebruikt. De beperking van de keuzevrijheid van het slachtoffer is voldoende om een gedwongen karakter van prostitutie aan te nemen. Er hoeft geen sprake te zijn geweest van een zodanige dwang of druk dat voor het slachtoffer geen andere keuze meer mogelijk was. Tot slot mag de rechter (mede) uit de omstandigheden afleiden dat er sprake is van misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misbruik van een kwetsbare positie. Daarbij geldt als criterium de "gemiddelde mondige prostituee in Nederland", die zelf bepaalt voor wie, maar ook waar, wanneer, met wie en onder welke omstandigheden zij werkt. Vereist is wel dat de verdachte zich bewust moet zijn geweest van de relevante feitelijke omstandigheden van de betrokkene, waaruit het overwicht voortvloeit. 4.3.2 Vaststeling bijnamen en gebruikers telefoonnummers In het onderzoek is veel gebruik gemaakt van tapgesprekken tussen de verdachten en de vrouwen genoemd in de tenlastelegging. De rechtbank zal hieronder eerst vaststellen wie de gebruikers van de verschillende telefoonnummers waren en vaststellen onder welke bijnamen de verdachten en de vrouwen bekend stonden. Stemherkenning en bijnamen verdachte en medeverdachten [verdachte] (hierna te noemen: “ [verdachte] ”) Vanaf 21 december 2012 wordt het telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij “ [naam] ” middels een machtiging van de rechter-commissaris getapt. Het IMEI-nummer [...] , in gebruik bij “ [naam] ”, wordt vanaf 18 januari 2013 middels een machtiging van de rechter-commissaris getapt. Door de Bulgaarse en Turkse tolk en de verbalisant is geluisterd naar tapgesprekken afkomstig van het bovengenoemde telefoonnummer en IMEI-nummer en daarbij zijn zij tot de conclusie gekomen dat het gaat om één en dezelfde manspersoon welke zowel “ [naam] ” als “ [verdachte] ” wordt genoemd. Gezien de grote overeenkomst in klank en toonhoogte van de stemmen alsmede de inhoud van de tapgesprekken concluderen de verbalisanten dat één en dezelfde manspersoon gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] en IMEI-nummer [...] . Tevens vermelden de verbalisanten dat op basis van de inhoud van de tapgesprekken de manspersoon zowel “ [naam] ” als “ [verdachte] ” wordt genoemd en zowel de Turkse als Bulgaarse taal spreekt. In het bijzonder wordt in het tapgesprek van 20 januari 2013 de naam [verdachte] wordt genoemd. Uit bovenstaande kan worden opgemaakt dat het hierbij gaat om [verdachte] , geboren op [1987] te [geboorteplaats] , Bulgarije. [G] (hierna te noemen: “ [G] ”) Zoals hierboven beschreven zijn de nummers die worden toegeschreven aan [verdachte] getapt. Daaruit is gebleken dat diverse afgeluisterde gesprekken zijn gevoerd met de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en de IMEI-nummers [...] en [...] . De stem van de manspersoon is één en dezelfde persoon . Deze manspersoon wordt na een uitgevoerde stemvergelijking [naam] genoemd. In de gesprekken wordt deze persoon ook wel genoemd “ [naam] ”, “ [naam] ”, “ [naam] ”, “ [naam] ” en “ [naam] ”. [H] (hierna te noemen: “ [H] ”) In het onderzoek is gebleken dat [verdachte] en [G] veelvuldig telefonisch contact hebben met een man genaamd “ [naam] ” (fonetisch), “ [naam] ” (fonetisch), “ [naam] ” (fonetisch), “ [naam] ” (fonetisch), “ [naam] ” (fonetisch) of “ [naam] ” (fonetisch). Na een stemvergelijking, met gebruikmaking van Bulgaarse en Turkse tolken, blijkt dat deze persoon gebruikt maakt van de Duitse telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] , de Bulgaarse telefoonnummers [telefoonnummer] , + [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] , het Nederlandse telefoonnummer [telefoonnummer] en het IMEI-nummers [...] . Op basis van een BPS-mutatie, een Blueview mutatie en tapgesprek van 11 mei 2013 waarin de naam [H] wordt genoemd, wordt opgemaakt dat het hier voortdurend betreft [H] , geboren op [1989] te [geboorteplaats] (Bulgarije). [I] (hierna te noemen: “ [I] ”) Tijdens het onderzoek zijn telefoonnummers en IMEI-nummers die worden gebruikt door [verdachte] middels een machtiging van de rechter-commissaris getapt. Uit de opgenomen, afgeluisterde en uitgewerkte tapgesprekken blijkt dat [verdachte] veelvuldig contact heeft met telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij een man genaamd “ [I] ”(fonetisch). De personen noemen elkaar tijdens de gesprekken “broer”. Door verbalisanten, een Bulgaarse tolk en een Turkse tolk is een aantal tapgesprekken van de manspersoon welke gebruikt maakt of heeft gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] en de IMEI-nummers [...] en [...] beluisterd. Zij zijn daarbij tot de conclusie gekomen dat het gaat om één en dezelfde manspersoon welke zowel “ [I] ” als “broer” wordt genoemd. Uit informatie afkomstig van Europol blijkt dat [I] de broer is van verdachte [verdachte] . Tijdens een observatie van 15 februari 2013 is [I] samen met [verdachte] aangetroffen in een groene Opel Corsa. Tijdens deze observatie is een IMSI-catcher ingezet waarbij de volgende gegevens naar voren zijn gekomen: IMEI [...] en IMEI [...] . Uit bovenstaande kan worden opgemaakt dat de manspersoon die in de afgeluisterde gesprekken “ [I] ” wordt genoemd de persoon [I] , geboren op [1988] te [geboorteplaats] , Bulgarije, betreft. Overweging van de rechtbank De rechtbank overweegt dat door verdachte en de raadsman niet is betwist dat het verdachte was die in de tapgesprekken te horen is en ook is niet betwist dat genoemde bijnamen namen zijn onder welke de verdachte ook wel bekend stond. Stemherkenning en bijnamen van de vrouwen [A] Het telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij [A] , werd tussen 28 november 2012 en 7 januari 2013, middels een machtiging van de rechter-commissaris, getapt. Doordat het vermoeden is gerezen dat [A] gebruik maakt van meerdere telefoonnummers heeft de verbalisant verschillende gesprekken van bovengenoemd telefoonnummer van [A] en van de twee aan [verdachte] gelinkte telefoonnummers opnieuw laten beluisteren door een beëdigde tolk. Na het beluisteren van de gesprekken deelde de tolk de verbalisant mede dat ze grote overeenkomsten hoorde in klank en toonhoogte van de stemmen. Hieruit kan worden opgemaakt dat één en dezelfde persoon, zijnde [A] ofwel “ [naam] ”, gebruik maakt van de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Uit diverse opgenomen en afgeluisterde telefoongesprekken welke zijn gevoerd met de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] , is gebleken dat de stem van [A] één en dezelfde persoon is. In de gesprekken wordt [naam] ook wel “ [naam] ” en “ [naam] ” genoemd. Uit de bevindingen kan worden opgemaakt dat deze persoon de Bulgaarse taal spreekt, verblijft op het [adres] te [woonplaats] , werkzaam is op het [straatnaam] te [vestigingsplaats] , zich bij het Prostitutie Controle Team op 15 juli 2012 heeft gelegitimeerd met haar paspoort en dat het gaat om [A] , geboren op [1990] te [geboorteplaats] , Bulgarije. [B] Het telefoonnummer [telefoonnummer] , opgegeven door [B] bij de KvK bij het oprichten van haar eenmanszaak en in gebruik bij haar, werd sinds 4 juni 2013 middels een machtiging van de rechter-commissaris getapt. Gedurende het onderzoek komen behalve het telefoonnummer [telefoonnummer] , ook de nummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] in de telefoontaps naar voren. Op deze telefoonnummers is, door tolken, een stemvergelijking toegepast om te beoordelen of deze telefoonnummers in gebruik zijn bij één en dezelfde persoon. De opgenomen, beluisterde en uitgewerkte tapgesprekken zijn hoofdzakelijk in de Bulgaarse taal gevoerd. Naar aanleiding van de bevindingen en de opgenomen, beluisterde en uitgewerkte tapgesprekken kan worden opgemaakt dat de gebruikster van de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] één en dezelfde vrouwspersoon is met dezelfde stem. Hieruit kan worden opgemaakt dat [B] , geboren op [1984] te [geboorteplaats] in Bulgarije, de gebruikster is van de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Uit opgenomen, beluisterde en verwerkte tapgesprekken is gebleken dat de gebruikster van de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] zichzelf ‘ [naam] ’ of ‘ [naam] ’ noemt of zo door anderen wordt genoemd. [C] Uit diverse opgenomen en afgeluisterde telefoongesprekken tussen de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] die met onder andere verdachte [verdachte] zijn gevoerd, is gebleken dat de opgenomen en afgeluisterde telefoongesprekken door één en dezelfde vrouwspersoon worden gevoerd in de Bulgaarse taal. De vrouw noemt zichzelf tijdens de gesprekken “ [naam] ” (fonetisch) en/of “ [naam] ” (fonetisch) en wordt tevens door anderen zo aangesproken. Gezien de grote overeenkomst in klank en toonhoogte van de stemmen alsmede de inhoud van de tapgesprekken, kan worden opgemaakt dat de vrouw genaamd “ [naam] ” en/of “ [naam] ” de gebruiker is van de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] en het IMEI-nummer [...] en één en dezelfde vrouw betreft, namelijk [C] , geboren op [1987] te [geboorteplaats] (Bulgarije). [D] Uit diverse opgenomen en afgeluisterde gesprekken van telefoonnummers in gebruik bij [verdachte] en [G] met de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en het IMEI-nummer [...] , is gebleken dat de opgenomen en afgeluisterde telefoongesprekken door één en dezelfde vrouwspersoon worden gevoerd in de Bulgaarse taal en dat deze vrouwspersoon zowel “ [naam] ”, “ [naam] ” als “ [naam] ” wordt genoemd. Op 19 maart 2013 wordt [D] gecontroleerd tijdens haar werk op boot [...] - [...] op het [straatnaam] , door het Prostitutie Controle Team. Zij verklaart gebruik te maken van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit de bevindingen kan opgemaakt worden dat de gebruiker van bovengenoemde telefoonnummers en IMEI-nummer [D] , geboren op [1987] te [geboorteplaats] , Bulgarije betreft. [E] Op 3 januari 2012 werd door de politie een auto gecontroleerd waarin [E] één van de inzittenden was. Zij gaf toen het volgende telefoonnummer op: [telefoonnummer] . Op 29 april 2012 is bij een zedencontrole door de Politie Utrecht gesproken met [E] . Zij verklaarde onder andere dat haar werknaam “ [naam] ” is. Op 6 februari 2013 is bij een reguliere controle op de rijksweg [...] de identiteit van [E] middels haar getoonde identiteitskaart vastgesteld. In het kader van het onderzoek zijn onder andere [J] en [A] getapt middels een machtiging van de rechter-commissaris. In de opgenomen gesprekken is veelal de Bulgaarse taal gebruikt. Een aantal gesprekken is dan ook door een tolk Bulgaars beluisterd en geanalyseerd. Naar aanleiding van de door de Bulgaarse tolk en verbalisanten beluisterde gesprekken kan worden opgemaakt dat de telefoonnummers [telefoonnummer] , [telefoonnummer] , [telefoonnummer] en [telefoonnummer] in gebruik zijn bij één en dezelfde vrouwspersoon met dezelfde stem, namelijk [E] , geboren op [1990] te [geboorteplaats] . Door middel van de gespreksnummers [...] en [...] van het getapte telefoonnummer [telefoonnummer] kon een stemherkenning van [E] worden opgemaakt, omdat ze bijna jarig was en over de genoemde telefoonlijn werd gefeliciteerd. Naar aanleiding van de bevindingen en beluisterde tapgesprekken kan worden opgemaakt dat [E] meerdere bijnamen en/of pseudoniemen heeft, waaronder: “ [naam] ” (fonetisch) of “ [naam] ” (fonetisch) en [naam]. [F] Vanaf 11 november 2013 werd na een machtiging van de rechter-commissaris de gevoerde telecommunicatie over het IMEI-nummer [...] afgeluisterd. Uit de opgenomen, afgeluisterde en verwerkte tapgesprekken is gebleken dat het IMEI-nummer [...] in combinatie met het telefoonnummer [telefoonnummer] wordt gebruikt, welke in het verleden tevens in gebruik was bij [F] . Middels een tolk heeft er een stemvergelijking van een aantal tapgesprekken plaatsgevonden en is er vastgesteld dat de gebruiker van het IMEI-nummer [...] en telefoonnummer [telefoonnummer] betreft. In het onderzoek zijn meerdere telefoonnummers en IMEI-nummers getapt, onder meer het IMEI-nummer [...] , dat in gebruik is bij [verdachte] en [I] . Onder meer is gebleken dat [verdachte] contact onderhoudt met een persoon die [H] wordt genoemd. [verdachte] krijgt van deze [H] instructies met betrekking tot het aansturen van de gebruiker van het nummer [telefoonnummer] . In gesprekken tussen [verdachte] en [H] wordt er gesproken over een prostituee “ [naam] ”, “ [naam] ” en “ [naam] ”. Op 28 februari 2013 te 20:06:05 uur wordt het IMEI-nummer [...] , in gebruik bij [verdachte] , gebeld door het Duitse telefoonnummer [telefoonnummer] . Daarin wordt tegen [verdachte] gezegd dat hij het nummer maar naar “ [naam] ” moet sturen. Op 28 februari 2012 te 20:13:08 uur wordt er vanaf IMEI-nummer [...] , in gebruik bij [verdachte] , naar het nummer [telefoonnummer] een sms-bericht gestuurd met de tekst: “ […] : [...] ”. De rechtbank leidt hieruit af dat het telefoonnummer [telefoonnummer] wordt gebruikt door de persoon die “ [naam] ” wordt genoemd. Op 20 april 2013 is er een gesprek, waarbij IMEI-nummer [...] wordt gebeld door telefoonnummer [telefoonnummer] , afgeluisterd. In dat gesprek wordt er door de vrouw gezegd dat zij net is gecontroleerd, dat zij documenten heeft moeten laten zien en dat ze moest zeggen wat ze aan het doen was en waar ze naar toe ging. Uit registratie [...] Amsterdam-Amstelland van 20 april 2014 blijkt dat twee agenten een vrouw zagen lopen op de [straatnaam] in [woonplaats] waarvan zij vermoedden dat het een prostituee was. Zij hebben haar staande gehouden. Het bleek te gaan om [F] , geboren op [1991] te [geboorteplaats] , Bulgarije. Uit het bovenstaande leidt de rechtbank af dat [F] degene is die gebruik maakt van het telefoonnummer [telefoonnummer] en door de verdachte(
  4. n)ook wel “ [naam] ”, “ [naam] ” en “ [naam] ” wordt genoemd. 4.3.3 Feit 1 en feit 2 [A] In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel van het vonnis uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Bewijsoverweging Het aanwerven of medenemen van iemand, met het oogmerk die ander in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 3 Sr) Uit de bewijsmiddelen volgt dat [A] op 14 april 2012 op Eindhoven Airport is aangekomen met een vlucht vanuit Sofia, Bulgarije. Zij reisde samen met [verdachte] . Bij de controle werd door [verdachte] verklaard dat [A] zijn vriendin was, dat hij in Haarlem woonde, dat hij bezig was om een schoonmaakbedrijf op te zetten en dat [A] bij hem kwam kijken hoe hij hier in Nederland woonde. [A] verklaarde echter dat zij op vakantiebezoek was, zij nog niet wist voor hoe lang en dat zij al ruim een jaar een relatie had met [verdachte] . Zij hebben dus wisselend verklaard over de reden van het bezoek aan Nederland. Uit de bewijsmiddelen volgt voorts dat [A] kort na aankomst in Nederland haar eenmanszaak heeft ingeschreven in het KvK, dat zij sinds 14 mei 2012 een peeskamer huurde bij [...] en dat zij sinds 27 april 2012 stond ingeschreven op het adres [adres] te [woonplaats] . Vanaf 24 december 2012 stond [A] ingeschreven op het [straatnaam] te [woonplaats] . Bij een controle op het [straatnaam] op 15 mei 2012 door het prostitutie-controleteam wordt geconstateerd dat [A] geen Nederlands en maar een klein beetje Engels spreekt, maar dat zij ondanks dat haar zaken goed geregeld heeft. Op 15 februari 2013 wordt gezien dat [verdachte] , [G] en [A] aankomen op de luchthaven van Dortmund. Daar worden ze opgewacht door [H] en [I] . Vanaf daar rijden zij in twee verschillende auto’s richting Nederland. Op diezelfde dag wordt een Opel Corsa, met als inzittende [verdachte] en [I] gecontroleerd. Uit een afgeluisterd telefoongesprek tussen [verdachte] en [A] , kort na deze controle, blijkt dat [verdachte] boos is op [A] omdat haar paspoort en kleding in zijn auto liggen en [verdachte] bang is dat dit bij de controle gevonden zou worden. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [A] op 15 februari 2013 alweer aan het werk is op het [straatnaam] . Tevens is in een afgeluisterd telefoongesprek te horen dat [verdachte] tegen [A] zegt dat hij haar niet op straat zal zetten, maar dat hij haar terug brengt naar waar hij haar vandaan heeft gehaald. Middelen (artikel 273f lid 1 sub 1, 4 en 9 Sr) De rechtbank is van oordeel dat op grond van de in bijlage 2 opgenomen bewijsmiddelen, in onderling verband en in nauwe samenhang bezien, blijkt dat verdachte gebruik heeft gemaakt van de middelen dwang, geweld, een andere feitelijkheid, dreiging met geweld, dreiging met een andere feitelijkheid, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie. Uit de verklaringen van [A] en [verdachte] volgt dat zij ten tijde van de ten laste gelegde periode een liefdesrelatie hadden. Zij was afkomstig uit Bulgarije, een land waar de economische omstandigheden slecht zijn, zij bevond zich in een voor haar onbekend land en niet blijkt dat zij de Nederlandse of Engelse taal voldoende sprak. Daarmee was [A] afhankelijk van [verdachte] en was er sprake van een ongelijkwaardige relatie. Kort na binnenkomst in Nederland is [A] gaan werken op het [straatnaam] . [verdachte] heeft [A] tijdens haar werkzaamheden als prostituee gecontroleerd en de gang van zaken daaromtrent bepaald. Zo bemoeide hij zich met de wijze waarop [A] zich kleedde terwijl zij haar prostitutiewerkzaamheden uitoefende. [A] had een (door verdachte betaalde) borst vergrotende operatie ondergaan en [verdachte] had haar gezegd dat zij wel dusdanig ondergoed moest dragen waarin dit goed te zien was, omdat zij “die siliconen toch niet voor niets hadden laten zetten”. [A] werd door [verdachte] gecontroleerd op hoeveel beweging er was (de rechtbank begrijpt: hoeveel klanten er waren) en er werd gecontroleerd op de werktijden van [A] . [verdachte] heeft ook gedreigd om [A] terug te brengen naar waar hij haar vandaan heeft gehaald. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat [A] niet alleen door [verdachte] werd bedreigd met geweld, maar dat hij ook daadwerkelijk geweld tegen haar heeft gebruikt. Handelingen (artikel 273 f lid 1 sub 1 Sr) De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen is komen vast te staan dat [verdachte] [A] heeft gehuisvest. In afgeluisterde telefoongesprekken is te horen dat [verdachte] met een onbekende man spreekt over sleutels. [A] heeft later contact met een vrouw genaamd [J] en zegt in dat gesprek dat zij een nieuwe woonruimte heeft. Tevens is de rechtbank van oordeel dat gelet op de bewijsmiddelen is komen vast te staan dat [verdachte] bemoeienis heeft gehad bij de werkruimte van [A] . Hij heeft met [A] gesproken over een werkruimte in Amsterdam, maar hij wilde niet dat zij op de tweede etage zou gaan werken. Er is ook een gesprek tussen [A] en [verdachte] waarin zij heeft verteld dat zij een nieuwe werkplek had en waarvan [verdachte] heeft gezegd dat dit geen goede plek is omdat dit tegenover de parkeerplaats ligt en hij zich afvraagt of zij dan voldoende werk zal hebben. Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat [verdachte] de boekhouding en administratie van [A] regelde of liet regelen. [verdachte] had de beschikking over het KvK-nummer van [A] . In de in beslag genomen administratie bij de boekhouder is te zien dat de naam van [verdachte] achter de naam van [A] genoteerd staat. En uit de verklaring van boekhouder [getuige] volgt dat [verdachte] vrouwen die werkzaam waren als prostituee naar hem mee nam om de boekhouding te laten doen. De rechtbank acht niet bewezen dat [A] door verdachte naar haar werkplek is gebracht of van haar werkplek is opgehaald, zodat verdachte voor dat gedeelte van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken. Oogmerk van uitbuiting / uitbuiting (artikel 273 f lid 1 sub 1, 6 Sr jo. artikel 273 f lid 2 Sr) De rechtbank stelt hierbij voorop dat het hebben van een oogmerk ten minste een noodzakelijkheidsbewustzijn ten aanzien van het gevolg veronderstelt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte [A] uitgebuit. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de aard van de werkzaamheden (prostitutie) en het geldelijke voordeel dat verdachte daardoor heeft behaald. Uit de tapgesprekken die tussen [verdachte] en [A] zijn gevoerd, maakt de rechtbank op dat verdachte voor ogen had om zoveel mogelijk geld te verkrijgen en te verzamelen uit de door [A] te verrichten prostitutiewerkzaamheden. Zoals al eerder besproken, blijkt uit tapgesprekken dat [A] werd gecontroleerd op beweging, dus of er klanten waren, en werd zij gecontroleerd op haar werktijden. Daaruit leidt de rechtbank af dat verdachte vooral bezig was met hoeveel geld er op een dag verdiend kon worden. Dwingen of bewegen zich beschikbaar te stellen (artikel 273 f lid 1 sub 4 Sr) De rechtbank is gelet op de bewijsmiddelen en gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat verdachte [A] heeft bewogen zich beschikbaar te (blijven) stellen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden. Zoals hierboven is overwogen, moet uitbuiting worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 4º, Sr. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven reeds onder sub 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uitbuiting kan worden bewezen. Voordeel trekken en dwingen of bewegen hem te bevoordelen (artikel 273 f lid 1 sub 6, 9 Sr) Op grond van hetgeen de rechtbank hiervoor reeds heeft overwogen, acht de rechtbank tevens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [A] alsmede dat verdachte door genoemde middelen, [A] heeft bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengst van [A] ’s seksuele handelingen. Uit de bewijsmiddelen volgt immers dat [verdachte] controleert hoeveel geld [A] op een dag al verdiend had en is door [A] zelf ook gezegd dat zij geld zal verdienen voor een auto. Daarnaast heeft verdachte als hij in Nederland was verbleven in de woning die door [A] werd betaald. Conclusie De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat verdachte [A] uit een ander land heeft medegenomen met het oogmerk haar in Nederland ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor (een) derde(
  5. n)tegen betaling als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, onder 3°, Sr. Tevens acht de rechtbank bewezen de onder 2 ten laste gelegde vorm van mensenhandel als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, onder 1°, 4°, 6° en 9° Sr. Het ten laste gelegde medeplegen ten aanzien van [A] kan op grond van de bewijsmiddelen niet worden bewezen en de rechtbank zal verdachte daar dan ook van vrijspreken. 4.3.4.2 [B] Bewijsoverwegingen Middelen (artikel 273f lid 1 sub 1, 4 en 9 Sr) De rechtbank is van oordeel dat op grond van de in bijlage 2 opgenomen bewijsmiddelen, in onderling verband en in nauwe samenhang bezien, blijkt dat de verdachte en zijn medeverdachte gebruik hebben gemaakt van de middelen dwang, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie. Uit de verklaringen van [G] en [B] volgt dat zij ten tijde van de ten laste gelegde periode een liefdesrelatie hadden. [B] was in de ten laste gelegde periode een vrouw van 29 oud. Zij was afkomstig uit Bulgarije, een land waar de economische omstandigheden slecht zijn, zij bevond zich in een voor haar onbekend land en niet blijkt dat zij de Nederlandse taal sprak. Daarmee was [B] afhankelijk van [G] en er was sprake van een ongelijkwaardige relatie. Bovendien werd [B] door [G] misleid, nu hij naast de relatie met [B] met nog een andere vrouw, [D] , een relatie had, terwijl [B] daar niet van op de hoogte was. Ook wist zij niet dat [G] in Bulgarije met weer een andere vrouw getrouwd was. [B] werd tijdens haar werkzaamheden als prostituee gecontroleerd. Zo bemoeide [G] zich met de wijze waarop [B] zich kleedde terwijl zij haar prostitutiewerkzaamheden uitoefende, werd er meerdere malen gecontroleerd of er voldoende beweging was en werd er gecontroleerd of [B] wel aan het werk was en niet te veel met haar telefoon bezig was of met andere dames aan het praten was. Verdachte en zijn medeverdachte hebben jegens [B] gebruik gemaakt van het dwangmiddel dwang nu de rechtbank uit de tapgesprekken concludeert dat verdachte en zijn medeverdachte in de gaten hielden, zij zich niet vrij kon bewegen, [G] haar vele malen per dag belde om te vragen naar haar verdiensten en de hoeveelheid klanten, zij moest sms-en over haar verdiensten, zij een groot aantal uren per dag en een groot aantal dagen per week als prostituee moest werken en een groot geldbedrag moest verdienen. Handelingen (artikel 273 f lid 1 sub 1 Sr) Uit de bewijsmiddelen volgt dat [B] inschreven stond op hetzelfde adres als [A] en uit de huurovereenkomst volgt dat zij de woning van [A] onderhuurde. De rechtbank is van oordeel dat daarmee bewezen is dat zowel [verdachte] , die de huisvesting van [A] heeft geregeld, als [G] betrokken zijn geweest bij de huisvesting van [B] . Tevens is de rechtbank van oordeel dat uit tapgesprekken blijkt dat [G] zich bemoeide met de kamer waarin [B] werkzaam is en dat hij opdracht geeft een andere kamer te regelen. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte of zijn medeverdachte de bagage van [B] onder zich hebben gehouden, zodat verdachte van dat deel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken. Oogmerk van uitbuiting / uitbuiting (artikel 273 f lid 1 sub 1, 6 Sr jo. artikel 273 f lid 2 Sr) De rechtbank stelt hierbij voorop dat het hebben van een oogmerk ten minste een noodzakelijkheidsbewustzijn ten aanzien van het gevolg veronderstelt. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachte en de medeverdachte [B] uitgebuit. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de aard van de werkzaamheden (prostitutie) en het geldelijke voordeel dat verdachte en zijn medeverdachte daardoor hebben behaald. Uit de tapgesprekken die tussen de [verdachte] en [B] en [G] en [B] zijn gevoerd, maakt de rechtbank op dat verdachte en zijn medeverdachte voor ogen hadden om zoveel mogelijk geld te verkrijgen en te verzamelen uit de door [B] te verrichten prostitutiewerkzaamheden. Zoals al eerder besproken, blijkt uit tapgesprekken dat [B] werd gecontroleerd op beweging, dus of er klanten waren. Daaruit leidt de rechtbank af dat verdachte en zijn medeverdachte vooral bezig waren met hoeveel geld er op een dag verdiend kon worden. Niet aannemelijk is geworden dat verdachte of de medeverdachte zelf een bron van inkomsten hadden. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [B] tegen [G] zegt dat zij alleen maar geld verdient zodat hij, zonder haar, naar Bulgarije kan gaan en dat hij een auto kan kopen. Daarnaast verbleef [G] als hij in Nederland was veelvuldig in de (mede) door [B] betaalde woning. De rechtbank stelt, gelet hierop, bovendien vast dat verdachte en zijn medeverdachte niet alleen het oogmerk van uitbuiting hebben gehad, maar ook dat zij [B] daadwerkelijk hebben uitgebuit. Dwingen of bewegen zich beschikbaar te stellen (artikel 273 f lid 1 sub 4 Sr) De rechtbank is gelet op de bewijsmiddelen en gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat verdachte en medeverdachte [B] hebben bewogen zich beschikbaar te (blijven) stellen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden. Zoals hierboven is overwogen, moet uitbuiting worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 4º, Sr. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven reeds onder sub 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uitbuiting kan worden bewezen. Voordeel trekken en dwingen of bewegen hem te bevoordelen (artikel 273 f lid 1 sub 6, 9 Sr) Op grond van hetgeen de rechtbank hiervoor reeds heeft overwogen, acht de rechtbank tevens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en zijn medeverdachte opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van [B] alsmede dat verdachte en zijn medeverdachte door genoemde middelen, [B] hebben bewogen hen te bevoordelen uit de opbrengst van [B] ’s seksuele handelingen. Medeplegen De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking en de onderlinge taakverdeling. Uit de bewijsmiddelen en hetgeen hierboven is overwogen, leidt de rechtbank af dat er een verdeling van taken is tussen [verdachte] en [G] . Zo was [verdachte] betrokken bij de huisvesting van [B] . [G] had een relatie met [B] . [G] had bemoeienis met de manier waarop [B] haar werkzaamheden als prostituee uitvoerde. [B] werd zowel door [G] als door [verdachte] (via [A] ) gecontroleerd. In zijn algemeenheid wijst de rechtbank ten aanzien van de werkwijze en de bewuste en nauwe samenwerking van verdachten op een tapgesprek dat is gevoerd tussen [I] en zijn oom op 24 mei 2013 (pagina 14252, map 17, bijgevoegd in de lijst van bewijsmiddelen). In dit gesprek zet [I] nauwgezet uiteen het groepsverband (het zijn allemaal vrienden van ons, Turken uit [woonplaats] ), de handelwijze (“tja ze moeten versierd worden begrijp je”),”de misleiding van de vrouwen (“je moet onthouden aan wie je wat gezegd hebt, ze weten het niet van elkaar”), in hoeverre er sprake is van meerdere vrouwen per verdachte (“hij heeft drie geweren, mijn broer heeft 1 geweer”), over het geld dat met de vrouwen wordt verdiend (“joh alles is voor hem joh”), over de controlerende taken (“ik ben een bewaker, dan laten zij mij maar heen en weer rijden oom, ga dit doen, ga dat doen, dit is nodig”) en over de kwetsbare positie van de vrouwen (“het meisje lijdt honger”). De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. De rechtbank acht het tenlastegelegde medeplegen dan ook bewezen. Conclusie De rechtbank is van oordeel dat de onder 2 ten laste gelegde vorm van mensenhandel als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, onder 1° 4°, 6° en 9° Sr kan worden bewezen. 4.3.4.3 [C] Bewijsoverwegingen Middelen (artikel 273f lid 1 sub 1,4 en 9 Sr) De rechtbank is van oordeel dat op grond van de in bijlage 2 opgenomen bewijsmiddelen, in onderling verband en in nauwe samenhang bezien, blijkt dat verdachte en zijn medeverdachte gebruik hebben gemaakt van de middelen dwang, geweld, een andere feitelijkheid, misleiding, dreiging met geweld, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie. Uit tapgesprekken volgt dat [C] in de veronderstelling was dat [G] haar vriend was. Gebleken is echter dat [G] met meerdere vrouwen tegelijkertijd een (seksuele) relatie, terwijl [C] daarvan niet op de hoogte was, zodat zij in zoverre door [G] werd misleid. [C] was in de ten laste gelegde periode een vijfentwintig jaar jonge vrouw. Zij was afkomstig uit Bulgarije, een land waar de economische omstandigheden slecht zijn, zij bevond zich in een voor haar onbekend land en niet blijkt dat zij de Nederlandse taal sprak. Verdachte en zijn medeverdachte beschikten tevens over het paspoort en de bankpas van [C] . Daarmee was [C] afhankelijk van [G] , was er sprake van een ongelijkwaardige relatie en hebben verdachte en medeverdachte misbruik gemaakt van de kwetsbare positie van [C] . Uit tapgesprekken tussen [C] en [G] volgt dat hij zeer denigrerend tegen haar heeft gesproken en haar heeft uitgescholden. Uit tapgesprekken tussen [C] en een onbekend gebleven dame blijkt dat [G] zou hebben gedreigd om zoutzuur over [C] te gooien en dat hij haar eens hard heeft geschopt. Tijdens de doorzoeking van de woning aan het [straatnaam] werd in de kamer waarin [verdachte] sliep een attachekoffer aangetroffen met daarin verzekeringspapieren, brieven van het CJIB en de Belastingdienst, alle op naam van [C] . Handelingen (artikel 273 f lid 1 sub 1 Sr) Uit de bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] met [C] heeft gesproken over een woonruimte die hij haar voor gevonden heeft. [verdachte] heeft tevens contact gehad met [G] hierover en heeft hem verteld dat hij voor [C] een woning had gevonden. In een gesprek met [C] laat [verdachte] weten dat [C] niet heeft getrakteerd voor hun hulp voor haar woning en de klussen. Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat [verdachte] de boekhouding en administratie van [C] regelde of liet regelen. Bij een observatie is gezien dat [verdachte] samen met [C] bij het [...] naar binnen gingen. In de in beslag genomen administratie is te zien dat de naam van [verdachte] achter de naam van [C] genoteerd staat. En uit de verklaring van boekhouder [getuige] volgt dat [verdachte] vrouwen die werkzaam waren als prostituee naar hem mee nam om de boekhouding te laten doen. Uit tapgesprekken tussen [verdachte] en [C] blijkt dat [verdachte] op enig moment de beschikking had over de bankpas en het paspoort van [C] . De rechtbank acht niet bewezen dat [C] verboden is gebruik te maken van internet middels haar mobiele telefoon. Het daartoe door de officier aangehaalde tapgesprek is daarvoor onvoldoende. Evenmin bevindt zich in het dossier onvoldoende bewijs dat [C] verantwoording diende af te leggen of werd gecontroleerd of geïnstrueerd. In zoverre zal verdachte worden vrijgesproken. Oogmerk van uitbuiting / uitbuiting (artikel 273 f lid 1 sub 1, 6 Sr jo. artikel 273 f lid 2 Sr) De rechtbank stelt hierbij voorop dat het hebben van een oogmerk ten minste een noodzakelijkheidsbewustzijn ten aanzien van het gevolg veronderstelt. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachte en de medeverdachte [C] uitgebuit. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de aard van de werkzaamheden (prostitutie) en het geldelijke voordeel dat verdachte en zijn medeverdachte daardoor hebben behaald. Niet aannemelijk is geworden dat verdachte of zijn medeverdachte zelf enige bron van inkomsten hadden. Bovendien blijkt uit de bewijsmiddelen dat [C] via Western Union geld heeft overgemaakt naar [G] . De rechtbank stelt, gelet hierop, bovendien vast dat verdachte en medeverdachte niet alleen het oogmerk van uitbuiting heeft gehad, maar ook dat [C] daadwerkelijk is uitgebuit. Dwingen of bewegen zich beschikbaar te stellen (artikel 273 f lid 1 sub 4 Sr) De rechtbank is gelet op de bewijsmiddelen en gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat verdachte en zijn medeverdachte met de door hen gebruikte middelen [C] hebben bewogen zich beschikbaar te (blijven) stellen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden. Zoals hierboven is overwogen, moet uitbuiting worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 4º, Sr. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven reeds onder sub 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uitbuiting kan worden bewezen. Voordeel trekken en dwingen of bewegen hem te bevoordelen (artikel 273 f lid 1 sub 6, 9 Sr) Op grond van hetgeen de rechtbank hiervoor reeds heeft overwogen, acht de rechtbank tevens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en zijn medeverdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [C] alsmede dat verdachte en zijn medeverdachte als gevolg van het door hen gemaakte misbruik, [C] heeft bewogen hen te bevoordelen uit de opbrengst van [C] ’s seksuele handelingen. Medeplegen De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit de bewijsmiddelen en hetgeen hierboven is overwogen, leidt de rechtbank af dat er een verdeling van taken is onder [verdachte] en [G] . Zo hield [verdachte] zich bezig met het vinden van een woonruimte voor [C] , waar hij overigens ook contact over had met [G] , en was hij betrokken bij haar boekhouding en administratie. [C] was in de veronderstelling dat zij een relatie had met [G] en gebleken is dat [C] ook (een deel van) haar verdiende geld naar [G] in Bulgarije stuurde. Daarmee is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. De rechtbank wijst daarbij tevens op het hiervoor aangehaalde gesprek tussen [I] en zijn oom. De rechtbank acht het tenlastegelegde medeplegen dan ook wettig en overtuigend bewezen. Verweren van de verdediging De verdediging heeft ten eerste aangevoerd dat de tapgesprekken waarin [C] deelnemer is dienen te worden uitgesloten van het bewijs. Daarbij heeft de raadsman zich aangesloten bij de raadsvrouw in de zaak [G] . Zij heeft verwezen naar een arrest van het Europees Hof van de Rechten van de Mens in de zaak Seton tegen het Verenigd Koninkrijk. De verdediging meent dat zij van de rechtbank niet de mogelijkheid heeft gekregen om [C] te horen en dat daarmee de verdediging in haar rechten op een eerlijk proces is geschaad en dit een inbreuk is op artikel 6 van het EVRM. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van schending van artikel 6 van het EVRM en overweegt daartoe als volgt. Verdachte is met de tapgesprekken geconfronteerd en heeft herhaaldelijk de kans gehad om zelf een verklaring te geven over hoe de tapgesprekken begrepen zouden moeten worden. De verdachte heeft er echter voor gekozen om geen verklaring hierover af te leggen. Daarnaast dient te gelden dat er ander bewijs is die de tapgesprekken ondersteunen, zoals de observaties en de in beslag genomen administratie. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de tapgesprekken niet van het bewijs dienen te worden uitgesloten. De verdediging heeft vervolgens het voorwaardelijk verzoek gedaan om [C] , indien de rechtbank de tapgesprekken waarin [C] te horen zou zijn wel voor het bewijs zal bezigen, alsnog als getuige te horen om de context van de gesprekken van [C] in kaart te brengen. De rechtbank is van oordeel dat er nog steeds een belang is voor de verdediging om [C] te horen. Het toewijzen van dit verzoek zou echter betekenen dat de zaak moet worden aangehouden. Bij een beslissing tot aanhouding moet volgens vaste jurisprudentie de rechter een afweging maken tussen alle daarvoor in aanmerking komende belangen, waaronder het belang van verdachte om een getuige te horen en het belang dat niet alleen de verdachte maar ook de samenleving heeft bij een spoedige berechting en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging. Bij deze belangenafweging heeft de rechtbank acht geslagen op het feit dat het gaat om een getuige die niet belastend heeft verklaard en dat er vanaf 2013 getracht is deze getuige te horen. Daarnaast is van belang dat deze zaken al vele jaren lopen en vorig jaar al een aanhouding heeft plaatsgehad, waarna bleek dat het zeer lastig was de zaken weer te plannen en er bijna een jaar tussen de laatste zitting en vandaag is verstreken. De rechtbank is daarom van oordeel dat het belang van een spoedige berechting en een doeltreffende rechtspleging zwaarder weegt dan het belang van verdachte [G] en [verdachte] om [C] te horen. De verzoeken zullen dan ook worden afgewezen. Conclusie De rechtbank is van oordeel dat de onder 2 ten laste gelegde vorm van mensenhandel als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, onder 1°, 4°, 6° en 9° Sr kan worden bewezen. 4.3.4.4 [D] Bewijsoverwegingen Middelen (artikel 273f lid 1 sub 1,4 en 9 Sr) De rechtbank is van oordeel dat op grond van de in bijlage 2 opgenomen bewijsmiddelen, in onderling verband en in nauwe samenhang bezien, blijkt dat verdachte en zijn medeverdachte gebruik hebben gemaakt van de middelen dwang, dreiging met geweld, een andere feitelijkheid, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie. [G] heeft ter terechtzitting van 19 september 2017 verklaard dat hij en [D] seks hadden met elkaar. [D] was in de ten laste gelegde periode een vrouw van 25 jaar oud. Zij was afkomstig uit Bulgarije, een land waar de economische omstandigheden slecht zijn, zij bevond zich in een voor haar onbekend land en niet blijkt dat zij de Nederlandse taal sprak. Daarmee was [D] afhankelijk van [G] en was er sprake van een ongelijkwaardige relatie. Van deze kwetsbare en afhankelijk positie is misbruik gemaakt. [D] werd ook misleid door [G] doordat hij naast haar nog met anderen een relatie had. [D] werd tijdens haar werkzaamheden als prostituee door [verdachte] en [G] gecontroleerd. Zo vroegen zowel [verdachte] als [G] of er voldoende beweging was en hoeveel zij al verdiend had. Bovendien gingen zij langs haar werkplek om haar te controleren en gaven zij aan hoe lang ze moest blijven werken. Ook moest zij sms-en over haar verdiensten en werd haar aangegeven hoe zij haar haar moest dragen. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat [D] door zowel [verdachte] als [G] op een uiterst grove wijze werd beledigd en bedreigd. Handelingen (artikel 273 f lid 1 sub 1 Sr) Uit de bewijsmiddelen volgt dat [verdachte] en [G] betrokken zijn geweest bij het huisvesten van [D] . Eerst op de [adres] te [woonplaats] , een adres waar overigens ook [A] gehuisvest is geweest, en later op de [adres] te [woonplaats] . Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat de boekhouding en administratie van [D] werd geregeld door [getuige] . In de in beslag genomen administratie bij de boekhouder is te zien dat de naam van [verdachte] achter de naam van [D] genoteerd staat. En uit de verklaring van boekhouder [getuige] volgt dat [verdachte] dames die werkzaam waren als prostituee naar hem toe mee nam om de boekhouding te laten doen. Verder is gebleken dat [D] een aantal keren contact heeft met [G] over een brief van de Belastingdienst waarin staat dat er een bedrag betaald moest worden en waarop door [G] werd gezegd dat hij [naam] (= [verdachte] ) zou sturen. De rechtbank acht niet bewezen dat voor [D] een werkplek door verdachte(
  6. n)is geregeld. Evenmin acht de rechtbank bewezen dat [D] door verdachte(
  7. n)gebracht is naar en gehaald is van haar werkplek. Voor dat gedeelte van de tenlastelegging zal verdachte worden vrijgesproken. Oogmerk van uitbuiting / uitbuiting (artikel 273 f lid 1 sub 1, 6 Sr jo. artikel 273 f lid 2 Sr) De rechtbank stelt hierbij voorop dat het hebben van een oogmerk ten minste een noodzakelijkheidsbewustzijn ten aanzien van het gevolg veronderstelt. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachte en de medeverdachte [C] uitgebuit. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de aard van de werkzaamheden (prostitutie) en het geldelijke voordeel dat verdachte en zijn medeverdachte daardoor hebben behaald. Uit de tapgesprekken die zijn gevoerd maakt de rechtbank op dat [verdachte] en [G] voor ogen hadden om zoveel mogelijk geld te verkrijgen en te verzamelen uit de door [D] te verrichten prostitutiewerkzaamheden. [D] werd door zowel [verdachte] als [G] gecontroleerd op hoeveel klanten zij had, zo moest zij sms’en zodra zij een klant binnen had. Ook werd er gevraagd naar hoeveel zij al verdiend had op een dag en zijn er vele sms-berichten verstuurd waarin zij aangeeft wat de ‘score’ is. Niet aannemelijk is geworden dat verdachte of zijn medeverdachte zelf enige bron van inkomsten hadden. Bovendien blijkt uit de bewijsmiddelen dat [G] tegen [D] heeft gezegd, terwijl zij op dat moment aan het werkt was, dat hij langs zou komen en het geld zou komen halen. De rechtbank stelt bovendien vast dat verdachte en zijn medeverdachte niet alleen het oogmerk van uitbuiting heeft gehad, maar ook dat [D] daadwerkelijk is uitgebuit. Dwingen of bewegen zich beschikbaar te stellen (artikel 273 f lid 1 sub 4 Sr) De rechtbank is gelet op de bewijsmiddelen en gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat verdachte en zijn medeverdachte [D] hebben bewogen zich beschikbaar te (blijven) stellen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden. Zoals hierboven is overwogen, moet uitbuiting worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 4º, Sr. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven reeds onder sub 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uitbuiting kan worden bewezen. Voordeel trekken en dwingen of bewegen hem te bevoordelen (artikel 273 f lid 1 sub 6, 9 Sr) Op grond van hetgeen de rechtbank hiervoor reeds heeft overwogen, acht de rechtbank tevens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en medeverdachte opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van [D] alsmede dat verdachte en medeverdachte door genoemde middelen, [D] hebben bewogen hen te bevoordelen uit de opbrengst van [D] ’s seksuele handelingen. Medeplegen De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit de bewijsmiddelen en hetgeen hierboven is overwogen, leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte en medeverdachte bij het tenlastegelegde af dat zowel [verdachte] als [G] betrokken zijn geweest bij het dwingen of bewegen van [D] zich beschikbaar te stellen als prostituee, bij de uitbuiting van [D] en dat zij dus beiden voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van [D] . Daarmee is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. De rechtbank acht het tenlastegelegde medeplegen dan ook bewezen. Daarbij wijst de rechtbank wederom ook op het eerder aangehaalde tapgesprek tussen [I] en zijn oom. Conclusie De rechtbank is van oordeel dat de onder 2 ten laste gelegde vorm van mensenhandel als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, onder 1°, 4°, 6° en 9° Sr kan worden bewezen. 4.3.4.5 [E] Bewijsoverwegingen Middelen (artikel 273f lid 1 sub 1,4 en 9 Sr) De rechtbank is van oordeel dat op grond van de in bijlage 2 opgenomen bewijsmiddelen, in onderling verband en in nauwe samenhang bezien, blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten gebruik hebben gemaakt van de middelen dwang, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [E] en [H] een relatie hebben, ook ten tijde van de ten laste gelegde periode. [H] had daarnaast een relatie met [F] , terwijl [E] daar niet van op de hoogte was. [E] was in de ten laste gelegde periode een tweeëntwintig jaar jonge vrouw. Zij was afkomstig uit Bulgarije, een land waar de economische omstandigheden slecht zijn, zij bevond zich in een voor haar onbekend land en niet blijkt dat zij de Nederlandse taal sprak. Daarmee was [E] afhankelijk van [H] en was er sprake van een ongelijkwaardige relatie. Verdachte en zijn medeverdachten hebben daarvan misbruik gemaakt. Zo werd [E] door [H] onder druk gezet om te werken als prostituee, ook als zij ongesteld was of zich anderszins niet lekker voelde. [E] werd tijdens haar werkzaamheden als prostituee door [A] , in opdracht van [verdachte] , en door [I] , in opdracht van [H] gecontroleerd op hoe druk het was, hoeveel klanten zij had en hoe zij erbij stond. Handelingen (artikel 273 f lid 1 sub 1 Sr) Uit de bewijsmiddelen volgt dat [E] door [verdachte] werd gehuisvest in een woning aan het [straatnaam] te [woonplaats] . Op datzelfde adres woonde ook de vriendin van [verdachte] , [A] . Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat de boekhouding en administratie van [E] werd geregeld door [getuige] . In de in beslag genomen administratie bij de boekhouder is te zien dat de naam van [verdachte] achter de naam van [E] genoteerd staat. En uit de verklaring van boekhouder [getuige] volgt dat [verdachte] de stukken kwam brengen voor [E] . De rechtbank acht niet bewezen dat [E] van en naar haar werkplek is gebracht door verdachte of zijn medeverdachten, zodat voor dat deel van de tenlastelegging verdachte zal worden vrijgesproken. Oogmerk van uitbuiting / uitbuiting (artikel 273 f lid 1 sub 1, 6 Sr jo. artikel 273 f lid 2 Sr) De rechtbank stelt hierbij voorop dat het hebben van een oogmerk ten minste een noodzakelijkheidsbewustzijn ten aanzien van het gevolg veronderstelt. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachte en de medeverdachten [E] uitgebuit. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de aard van de werkzaamheden (prostitutie) en het geldelijke voordeel dat verdachte en zijn medeverdachten daardoor hebben behaald. Uit de tapgesprekken die verdachte en/of zijn medeverdachten hebben gevoerd maakt de rechtbank op dat verdachte en zijn medeverdachten voor ogen hadden om zoveel mogelijk geld te verkrijgen en te verzamelen uit de door [E] te verrichten prostitutiewerkzaamheden. Zoals al eerder besproken, blijkt uit tapgesprekken dat [E] werd gecontroleerd door [verdachte] , via [A] , door [H] en door [I] , in opdracht van [verdachte] , op hoeveel klanten zij had, op hoeveel zij al had verdiend en op hoe zij erbij stond. Daaruit leidt de rechtbank af dat verdachte en zijn medeverdachten vooral bezig waren met hoeveel geld er op een dag verdiend kon worden. Niet aannemelijk is geworden dat verdachte en zijn medeverdachten zelf enige bron van inkomsten hadden. Uit tapgesprekken blijkt wel dat [H] [verdachte] opdracht geeft om bij [E] geld op te halen en op een ander moment geeft [verdachte] [I] juist weer opdracht om geld bij [E] op te halen. De rechtbank leidt daaruit af dat verdachte en zijn medeverdachten niet alleen het oogmerk van uitbuiting hebben gehad, maar ook dat [E] daadwerkelijk is uitgebuit. Dwingen of bewegen zich beschikbaar te stellen (artikel 273 f lid 1 sub 4 Sr) De rechtbank is gelet op de bewijsmiddelen en gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat verdachte en zijn medeverdachten [E] hebben bewogen zich beschikbaar te (blijven) stellen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden. Zoals hierboven is overwogen, moet uitbuiting worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 4º Sr. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven reeds onder sub 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uitbuiting kan worden bewezen. Voordeel trekken en dwingen of bewegen hem te bevoordelen (artikel 273 f lid 1 sub 6, 9 Sr) Op grond van hetgeen de rechtbank hiervoor reeds heeft overwogen, acht de rechtbank tevens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van [E] alsmede dat verdachte en zijn medeverdachten door toepassing van de hiervoor genoemde middelen, [E] hebben bewogen hen te bevoordelen uit de opbrengst van [E] ’s seksuele handelingen. Medeplegen De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit de bewijsmiddelen en hetgeen hierboven is overwogen, leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte en zijn medeverdachten bij het tenlastegelegde af dat zowel [H] , [verdachte] als [I] betrokken zijn geweest bij het dwingen of bewegen van [E] zich beschikbaar te stellen als prostituee, bij de uitbuiting van [E] en dat zij dus allen voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van [E] . [H] , [verdachte] en [I] voerden controles uit op het werk van [E] . [I] krijgt daar vaak opdracht toe van [H] maar ook van [verdachte] . Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Wederom verwijst de rechtbank eveneens naar het tapgesprek dat [I] heeft gevoerd met zijn oom. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen. Conclusie De rechtbank is van oordeel dat de onder 2 ten laste gelegde vorm van mensenhandel als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, onder 1°, 4°, 6° en 9° Sr kan worden bewezen. 4.3.4.6 [F] Bewijsoverwegingen Middelen (artikel 273f lid 1 sub 1,4 en 9 Sr) De rechtbank is van oordeel dat op grond van de in bijlage 2 opgenomen bewijsmiddelen, in onderling verband en in nauwe samenhang bezien, blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten gebruik hebben gemaakt van de middelen dwang, geweld, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie van [F] . Uit de bewijsmiddelen volgt dat [F] een relatie had met [H] . [F] was in de ten laste gelegde periode een eenentwintig jaar jonge vrouw. Zij was afkomstig uit Bulgarije, een land waar de economische omstandigheden slecht zijn, zij bevond zich in een voor haar onbekend land en niet blijkt dat zij de Nederlandse taal sprak. Daarmee was [F] afhankelijk van [H] en was er sprake van een ongelijkwaardige relatie waarvan misbruik werd gemaakt. Zij werd tevens misleid door [H] doordat deze naast haar ook nog een relatie had met [E] , terwijl zij daarvan niet op de hoogte was. [F] werd tijdens haar werkzaamheden als prostituee gecontroleerd. Zo werd haar gevraagd naar de hoeveelheid werk, werd bepaald met welke telefoon ze moest bellen, hebben verdachte en zijn medeverdachten de beschikkingsmacht over haar paspoort en bankpasje en is er geweld tegen haar gebruikt. Handelingen (artikel 273 f lid 1 sub 1 Sr) Uit de bewijsmiddelen volgt dat [F] vervoerd werd van en naar haar werk. Verdachte en zijn medeverdachten bepaalden ook wánneer zij werd opgehaald van haar werk. Tevens bemoeide [verdachte] zich met de werkplek van [F] . Zo gaf [verdachte] [F] opdracht contact op te nemen met een bepaald persoon bij wie zij moest vragen naar vrije kamers in [woonplaats] en moest vragen naar wat daarvoor de minimumleeftijd is. Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat [verdachte] de boekhouding en administratie van [F] regelde of liet regelen. In de in beslag genomen administratie is te zien dat de naam van [verdachte] achter de naam van [F] genoteerd staat. En uit de verklaring van boekhouder [getuige] volgt dat [verdachte] dames die werkzaam waren als prostituee naar hem mee nam om de boekhouding te laten doen. Uit tapgesprekken tussen [verdachte] en [F] volgt dat zij met [verdachte] spreekt over hoe zij een rekening die ze heeft ontvangen moet betalen. [verdachte] heeft haar gezegd dat zij via internetbankieren moet betalen, maar [F] weet niet of zij dat heeft, aangezien [verdachte] haar bankpasje heeft geregeld. De rechtbank acht niet bewezen dat [F] door verdachte of zijn medeverdachten in een woning is ondergebracht of dat voor haar woonruimte is geregeld, zodat voor dat deel van de tenlastelegging verdachte zal worden vrijgesproken. Oogmerk van uitbuiting / uitbuiting (artikel 273 f lid 1 sub 1, 6 Sr jo. artikel 273 f lid 2 Sr) De rechtbank stelt hierbij voorop dat het hebben van een oogmerk ten minste een noodzakelijkheidsbewustzijn ten aanzien van het gevolg veronderstelt. Naar het oordeel van de rechtbank hebben verdachte en de medeverdachten [F] uitgebuit. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de aard van de werkzaamheden (prostitutie) en het geldelijke voordeel dat verdachte en zijn medeverdachten daardoor hebben behaald. Uit de tapgesprekken die verdachte en/of zijn medeverdachten hebben gevoerd maakt de rechtbank op dat verdachte en zijn medeverdachten voor ogen hadden om zoveel mogelijk geld te verkrijgen en te verzamelen uit de door [F] te verrichten prostitutiewerkzaamheden. Zo blijkt uit tapgesprekken dat [H] controleerde hoeveel werk [F] had gehad. In een tapgesprek is te horen dat hij haar zegt dat hij blij is hoe zij de dag ervoor had gewerkt en dat hij hoopt dat het voortaan zo zal zijn. Op een andere dag heeft hij haar juist weer gezegd dat zij het beter moet gaan doen dan de twee dagen ervoor. Tot slot blijkt uit een tapgesprek tussen [H] en [I] dat [I] [F] is gaan controleren op haar werk, een half uur lang, om te checken of zij klanten had. De rechtbank stelt bovendien vast dat verdachte en zijn medeverdachten niet alleen het oogmerk van uitbuiting hebben gehad, maar ook dat zij [F] daadwerkelijk hebben uitgebuit. Niet aannemelijk is geworden dat verdachte of de medeverdachten zelf enige bron van inkomsten hadden. Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat [H] [verdachte] opdracht geeft om geld te halen bij [F] . Ook heeft [I] [F] gezegd dat zij klaar moest staan omdat hij geld zou komen halen. Dwingen of bewegen zich beschikbaar te stellen (artikel 273 f lid 1 sub 4 Sr) De rechtbank is gelet op de bewijsmiddelen en gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat verdachte en zijn medeverdachten [F] hebben bewogen zich beschikbaar te (blijven) stellen tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden. Zoals hierboven is overwogen, moet uitbuiting worden aangemerkt als een impliciet bestanddeel van artikel 273f, eerste lid aanhef en onder 4º, Sr. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven reeds onder sub 1 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uitbuiting kan worden bewezen. Voordeel trekken en dwingen of bewegen hem te bevoordelen (artikel 273 f lid 1 sub 6, 9 Sr) Op grond van hetgeen de rechtbank hiervoor reeds heeft overwogen, acht de rechtbank tevens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van [F] alsmede dat zij door toepassing van genoemde middelen, [F] hebben bewogen hen te bevoordelen uit de opbrengst van [F] ’s seksuele handelingen. Medeplegen De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit de bewijsmiddelen en hetgeen hierboven is overwogen, leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte en zijn medeverdachten bij het tenlastegelegde af dat zowel [H] , [verdachte] als [I] betrokken zijn geweest bij het dwingen of bewegen van [F] zich beschikbaar te stellen als prostituee, bij de uitbuiting van [F] en dat zij dus allen voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van [F] . [H] , [verdachte] en [I] voerden controles uit op het werk van [F] . [I] krijgt daar vaak opdracht toe van [H] maar ook van [verdachte] . Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Ook verwijst de rechtbank naar het tapgesprek dat [I] met zijn oom heeft gevoerd. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen. Conclusie De rechtbank is van oordeel dat de onder 2 ten laste gelegde vorm van mensenhandel als bedoeld in artikel 273f, eerste lid, onder 1°, 4°, 6° en 9° Sr kan worden bewezen. 4.3.4.7 Bewijsoverweging over de betrouwbaarheid van de verklaringen van de slachtoffers De vrouwen in dit onderzoek hebben zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris meerdere verklaringen afgelegd. Daarin hebben zij allen verklaard geen slachtoffer te zijn geweest van mensenhandel. De rechtbank is echter van oordeel dat aan deze verklaringen geen waarde kan worden gehecht , nu deze verklaringen aantoonbaar niet juist zijn. [A] heeft in haar verklaring bij de rechter-commissaris op 2 december 2013 ontkend slachtoffer te zijn van mensenhandel en dat haar man [verdachte] in eerste instantie boos was dat zij als prostituee ging werken. Zij doet bedreigingen van zijn kant af als grapjes en heeft een onduidelijk en niet te verifiëren verhaal over een liedje met cijfers als zij wordt geconfronteerd met de tapgesprekken waarin zij volgens de politie verantwoording aflegt over haar verdiensten. Verder doet zij het voorkomen dat [verdachte] haar op haar verzoek controleert tijdens haar werkzaamheden. Deze verklaring is dusdanig in strijd met de inhoud van de (aan haar voorgehouden) tapgesprekken dat de rechtbank ook haar verklaring als ongeloofwaardig bestempelt. [B] heeft op 12 december 2013 bij de rechter-commissaris verklaard dat zij niet is gedwongen of gecontroleerd door verdachte en/of zijn medeverdachten, maar naar het oordeel van de rechtbank is deze verklaring, gelet op de inhoud van de tapgesprekken, ongeloofwaardig. Verder verklaart [C] dat zij zowel [verdachte] als [G] niet kent, terwijl er tapgesprekken tussen hen plaatsvinden en [G] bovendien zelf erkent een seksuele relatie met haar te hebben gehad. [C] zegt zich ook niet te kunnen herinneren geld te hebben overgemaakt naar [G] . Verder zou [C] [verdachte] niet kennen terwijl [verdachte] zelf erkent een auto van [C] te hebben gekocht, haar te hebben geholpen met de woning, documenten van [C] op zijn slaapkamer zijn gevonden en hij erkent met haar naar de boekhouder te zijn geweest. [E] verklaart bij de rechter-commissaris op vrijwel alle vragen dat zij zich dit niet kan herinneren. Zo kan zij zich niets van de gesprekken herinneren die zij met [H] heeft gevoerd nadat [verdachte] en [G] zijn opgepakt. Zij beweert voorts dat zij niet tegen [B] en [A] heeft gezegd wat zij moesten doen. Verder ontkent zij dat [verdachte] zich bemoeide met haar administratie en kan zij zich niet herinneren dat ze bij [A] en [B] heeft gewoond. Gelet op de tapgesprekken en overige bewijsmiddelen in het dossier is de verklaring van [E] ongeloofwaardig. [F] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat zij geen van de vier verdachten kent, hetgeen gelet op de bewijsmiddelen aantoonbaar onjuist is. Ook de verklaring van [D] dat zij geen van de vier verdachten kent is gelet op de tapgesprekken, haar eigen verklaring bij een controle dat zij een vriendin was van [G] (pagina 02443, map 5.1) en de erkenning van [G] dat hij een seksuele relatie met haar had, aantoonbaar onjuist. Ook aan deze verklaringen zal de rechtbank, bij gebrek aan geloofwaardigheid, voorbij gaan. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: feit 1 op 14 april 2012 en/of 15 februari 2013 te Eindhoven en [woonplaats] , gemeente Zevenaar en Bulgarije en Duitsland een ander, te weten [A] (geboren op [1990] te [geboorteplaats] , Bulgarije), telkens vanuit Bulgarije en Duitsland heeft medegenomen met het oogmerk die [A] in een ander land (Nederland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van (een) seksuele handeling(
  8. en)met en/of voor (een) derde(
  9. n)tegen betaling; feit 2 op tijdstippen in de periode van 07 maart 2012 tot en met 13 juli 2013 te Utrecht en/of Eindhoven en/of ‘s-Gravenhage en/of Amsterdam en/of (elders) in Nederland en/of Bulgarije en/of Duitsland tezamen en in vereniging met een of meer anderen (ten aanzien van [F] , [D] , [C] , [E] en [B] ) dan wel alleen (ten aanzien van [A] ), anderen A. te weten [F] (geboren op [1991] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en [D] (geboren op [1987] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en [A] (geboren op [1990] te [geboorteplaats] , Bulgarije) [C] (geboren op [1987] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en [E] (geboren op [1990] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en [B] (geboren op [1984] te [geboorteplaats] , Bulgarije), (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
  10. en)en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
  11. en)en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie; - heeft vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [F] en [D] en [A] en [C] en [E] en [B] (sub 1°) en - heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder die omstandighe(i)d(
  12. en)enige handeling(
  13. en)heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(
  14. s)wist(
  15. en)of redelijkerwijs moest(
  16. en)vermoeden dat die [F] en [D] en [A] en [C] en [E] en [B] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) (sub 4°) en - heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(
  17. s)te bevoordelen uit de opbrengst van hun, [F] ’s en [D] ’s en [A] ’s en [C] ’s en [E] ’s [B] ’s, seksuele handelingen met en/of voor (een) derde(
  18. n)(sub 9°) en (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die anderen, te weten [F] (geboren op [1991] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en [D] (geboren op [1987] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en [A] (geboren op [1990] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en [C] (geboren op [1987] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en [E] (geboren op [1990] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en [B] (geboren op [1984] te [geboorteplaats] , Bulgarije) (sub 6°), hebbende verdachte en/of verdachtes mededader(
  19. s)(telkens) - met betrekking tot voornoemde [F] (in voornoemde periode): - met die [F] een liefdesrelatie onderhouden en/of die [F] ingepalmd en aldus emotioneel van verdachtes mededader, afhankelijk gemaakt en - voor die [F] (een) werkplek(ken)/cabine(
  20. s)gezocht en/of geregeld en/of laten zoeken en/of regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [F] naar haar werkplek(ken)/cabine(
  21. s)gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken)/cabine(
  22. s)opgehaald en/of laten ophalen en - die [F] als prostituee laten werken en/of verantwoording laten afleggen over (
  23. de)door haar verrichte werkzaamheden en/of haar verdiensten als prostituee en - toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (
  24. de)werktijd(
  25. en)(en daarmede (aan) (
  26. de)inkomsten) van die [F] als prostituee en/of die [F] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of laten controleren en/of geïnstrueerd en/of laten instrueren en (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [F] als prostituee ingeperkt en/of laten inperken en - de beschikking gehad over de bankpas van die [F] en/of die [F] begeleid en/of aangestuurd en/of laten begeleiden en/of aansturen bij bank- en/of administratieve zaken, en/of (het) door die [F] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [F] aan hen, verdachte en verdachtes mededaders, doen afstaan en/of doen afdragen en die [F] aldus in een (verder) van hen, verdachte en verdachtes mededaders, afhankelijke positie gebracht/gehouden en - die [F] geslagen en/of onder druk gezet en/of in (een) positie/situatie(
  27. s)gebracht waarin zij zich niet of (
  28. te)weinig kon onttrekken aan de van verdachte en verdachtes mededaders uitgaande (groeps)dwang en - met betrekking tot voornoemde [D] (in de periode van 21 februari 2013 tot en met 13 juli 2013): - met die [D] een liefdesrelatie onderhouden en/of die [D] ingepalmd en/of aldus (emotioneel) van hem, verdachtes mededader, afhankelijk gemaakt en - voor die [D] woonruimte/onderdak gezocht en/of geregeld en/of laten zoeken en/of regelen en - die [D] als prostituee laten werken en verantwoording laten afleggen over (
  29. de)door haar verrichte werkzaamheden en/of haar verdiensten als prostituee en - toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (
  30. de)werktijd(
  31. en)(en daarmede (aan) (
  32. de)inkomsten) van die [D] als prostituee en/of die [D] (verder) in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of laten controleren en/of geïnstrueerd en/of laten instrueren en aldus de keuze-/bewegingsvrijheid van die [D] als prostituee ingeperkt en/of laten inperken en - die [D] begeleid en/of aangestuurd en/of laten begeleiden en/of aansturen bij bank- en/of administratieve zaken, en (het) door die [D] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [D] aan hen, verdachte en verdachtes mededader, doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [D] aldus in een (verder) van hen, verdachte en verdachtes mededader, afhankelijke positie gebracht/gehouden en - die [D] onder druk gezet en/of dreigende/agressieve en/of beledigende/denigrerende taal jegens die [D] geuit en/of die [D] in (een) positie/situatie(
  33. s)gebracht waarin zij zich niet of (
  34. te)weinig kon onttrekken aan de van verdachte en verdachtes mededader uitgaande (groeps)dwang en - met betrekking tot voornoemde [A] (in de periode van 14 april 2012 tot en met 13 juli 2013): - met die [A] een liefdesrelatie onderhouden en/of die [A] ingepalmd en aldus (emotioneel) van hem, verdachte, afhankelijk gemaakt en - die [A] een borstvergrotende operatie laten ondergaan en - die [A] in een woning ondergebracht of laten onderbrengen en - voor die [A] (een) werkplek(ken)/cabine(
  35. s)gezocht en/of geregeld en/of laten zoeken en/of regelen waar zij als prostituee kon werken en - die [A] als prostituee laten werken en/of verantwoording laten afleggen over (
  36. de)door haar verrichte werkzaamheden en/of haar verdiensten als prostituee en - toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (
  37. de)werktijd(
  38. en)(en daarmede (aan) (
  39. de)inkomsten) van die [A] als prostituee en/of die [A] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of laten controleren en/of geïnstrueerd en/of laten instrueren en aldus de keuze-/bewegingsvrijheid van die [A] als prostituee ingeperkt en/of laten inperken en - (
  40. de)bank- en/of administratieve zaken van die [A] geregeld en/of laten regelen, en/of (het) door die [A] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [A] aan hem, verdachte, doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [A] aldus in een (verder) van hem, verdachte, afhankelijke positie gebracht/gehouden en - die [A] onder druk gezet en/of dreigende/agressieve taal jegens die [A] geuit en/of die [A] in (een) positie/situatie(
  41. s)gebracht waarin zij zich niet of (
  42. te)weinig kon onttrekken aan de van verdachte uitgaande dwang en - met betrekking tot voornoemde [C] (omstreeks de periode van 03 oktober 2012 tot en met 13 juli 2013): - met die [C] een liefdesrelatie onderhouden en/of die [C] ingepalmd en/of het paspoort, van die [C] onder zich gehad/gehouden en die [C] aldus (emotioneel) van hem, verdachtes mededader afhankelijk gemaakt en - voor die [C] woonruimte/onderdak gezocht en/of geregeld en/of laten zoeken en/of regelen en - die [C] als prostituee laten werken en - de beschikking gehad over de bankpas van die [C] en/of (
  43. de)bank- en/of administratieve zaken van die [C] geregeld en/of laten regelen, en/of (het) door die [C] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [C] aan hen, verdachte en verdachtes mededader, doen afstaan en/of doen afdragen en/of doen overmaken en/of die [C] aldus in een (verder) van hen, verdachte en verdachtes mededader, afhankelijke positie gebracht/gehouden en - die [C] geschopt en/of onder druk gezet en/of gedreigd (zwavel)zuur over haar heen te gieten/gooien en/of (verder) dreigende/agressieve en beledigende/denigrerende taal jegens die [C] geuit en/of die [C] in (een) positie/situatie(
  44. s)gebracht waarin zij zich niet of (
  45. te)weinig kon onttrekken aan de van verdachte en verdachtes mededaders uitgaande (groeps)dwang en - met betrekking tot voornoemde [E] (in de periode van 08 december 2012 tot en met 13 juli 2013): - met die [E] een liefdesrelatie onderhouden en/of die [E] ingepalmd en aldus (emotioneel) van hem, verdachtes mededader, afhankelijk gemaakt en - voor die [E] woonruimte/onderdak geregeld of laten regelen, en - die [E] - ook tijdens ongesteldheid - als prostituee laten werken en/of verantwoording laten afleggen over (
  46. de)door haar verrichte werkzaamheden en/of haar verdiensten als prostituee en - toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (
  47. de)werktijd(
  48. en)(en daarmede (aan) (
  49. de)inkomsten) van die [E] als prostituee en/of die [E] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of laten controleren en/of geïnstrueerd en/of laten instrueren en aldus de keuze-/bewegingsvrijheid van die [E] als prostituee ingeperkt en/of laten inperken en - (
  50. de)bank- en/of administratieve zaken van die [E] geregeld en/of laten regelen, en/of (het) door die [E] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk opgehaald en/of laten ophalen en/of onder zich genomen/gehouden en/of door die [E] aan hen, verdachte en verdachtes mededaders, doen afstaan en/of doen afdragen en die [E] aldus in een (verder) van hen, verdachte en verdachtes mededaders, afhankelijke positie gebracht/gehouden en - die [E] onder druk gezet en/of in (een) positie/situatie(
  51. s)gebracht waarin zij zich niet of (
  52. te)weinig kon onttrekken aan de van verdachte en verdachtes mededaders uitgaande (groeps)dwang en - met betrekking tot voornoemde [B] (in de periode van 26 maart 2013 tot en met 13 juli 2013): - met die [B] een liefdesrelatie onderhouden en/of die [B] ingepalmd en aldus (emotioneel) van hem, verdachtes mededader, afhankelijk gemaakt en - die [B] in een woning ondergebracht of laten onderbrengen, en - voor die [B] (een) werkplek(ken)/cabine(
  53. s)gezocht en/of geregeld en/of laten zoeken en/of regelen waar zij als prostituee kon werken en - die [B] als prostituee ]aten werken en verantwoording laten afleggen over (
  54. de)door haar verrichte werkzaamheden en/of haar verdiensten als prostituee en - toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (
  55. de)werktijd(
  56. en)(en daarmede (aan) (
  57. de)inkomsten) van die [B] als prostituee en/of die [B] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact en/of laten controleren en/of geïnstrueerd en/of laten instrueren en aldus de keuze-/bewegingsvrijheid van die [B] als prostituee ingeperkt en/of laten inperken en - ( het) door die [B] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [B] aan hen, verdachte en verdachtes mededader, doen afstaan en/of doen afdragen en die [B] aldus in een (verder) van hen, verdachte en verdachtes mededader, afhankelijke positie gebracht/gehouden en - die [B] onder druk gezet en/of dreigende/agressieve en/of beledigende/denigrerende taal jegens die [B] geuit en die [B] aldus in (een) positie/situatie(
  58. s)gebracht waarin zij zich niet of (
  59. te)weinig kon onttrekken aan de van verdachte en verdachtes mededader uitgaande (groeps)dwang. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: feit 1 mensenhandel, meermalen gepleegd; feit 2 mensenhandel en mensenhandel terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot: - een gevangenisstraf van 8 jaren, met aftrek van het voorarrest. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsman gevraagd, mocht de rechtbank wel tot een bewezenverklaring en een strafoplegging komen, om bij de strafmaat rekening te houden met de fors overschreden redelijke termijn. Tevens heeft de raadsman de rechtbank verzocht rekening ermee te houden dat verdachte thans in Bulgarije werkt om zijn oudere en ziekelijke ouders financiële bijstand te verlenen en te verzorgen. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Strafbepaling Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank acht voor de strafoplegging van mensenhandelzaken de volgende omstandigheden van belang: de periode waarin sprake is geweest van uitbuiting; het aantal slachtoffers dat is uitgebuit; de omstandigheid dat sprake is van een georganiseerd verband; de wijze (zoals de mate van geweld) waarop het slachtoffer is gedwongen/bewogen de prostitutiewerkzaamheden te doen; de leeftijd en/of kwetsbaarheid van het slachtoffer; het aantal dagen per week en het aantal uren per dag waarop er gewerkt moest worden; de werkzaamheden die verricht moesten worden; de werkomstandigheden (werken op straat of binnen, werken tijdens ziekte en zwangerschap, zonder condoom); de hoeveelheid geld die werd afgedragen; het percentage van de verdiensten dat moest worden afgedragen; overige omstandigheden zoals gedwongen abortus, tatoeages en borstvergrotingen; de rol van verdachte met betrekking tot die uitbuiting (vervulde hij een kernrol of was hij ‘slechts’ faciliterend); de houding van de verdachte (heeft hij inzicht getoond in het kwalijke van zijn gedrag); relevante recidive. Verdachte heeft zich deels samen met anderen schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van zes vrouwen. Hij heeft er door zijn handelwijze aan bijgedragen dat zij tegen betaling seks met anderen hebben gehad. De slachtoffers verkeerden tijdens de prostitutiewerkzaamheden in een uitbuitingssituatie, waarbij zij het door hen verdiende geld of een gedeelte daarvan moesten afstaan aan verdachte en/of zijn medeverdachten. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten nog gedurende lange tijd de psychische en emotionele schade ondervinden. Mensenhandel is een zeer vergaande manier van uitbuiting waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van vrouwen geheel ondergeschikt wordt gemaakt aan geldelijk gewin. Naar het oordeel van de rechtbank verdient mensenhandel een forse bestraffing, gelet op de inbreuk die daarbij wordt gemaakt op fundamentele rechten als de menselijke waardigheid en de persoonlijke vrijheid. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij de slachtoffers, die zich in een zeer kwetsbare positie bevonden, gedurende een lange periode vele dagen achter elkaar prostitutiewerkzaamheden heeft laten verrichten. Dit ging zelfs zo ver dat de vrouwen gepusht werden méér uren of zo veel mogelijk uren te blijven werken. Ook betrekt de rechtbank in haar strafoplegging dat verdachte de slachtoffers controleerde of liet controleren. Verdachte bekommerde zich daarbij niet om het welzijn van de slachtoffers. Het is de rechtbank niet gebleken dat verdachte gedurende die periode zelf werkte of inkomsten had. Voorts heeft de rechtbank meegewogen dat de manier van spreken tegen de slachtoffers commanderend, intimiderend, dreigend en beledigend was. Tot slot rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij op geen enkele wijze inzicht heeft getoond in het kwalijke van zijn gedrag. Verdachte heeft daarentegen een beeld van de gebeurtenissen gepresenteerd dat in schril contrast staat met hetgeen de rechtbank bewezen acht. Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het uittreksel justitiële documentatie van 20 juli 2017, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder in Nederland is veroordeeld. De rechtbank acht gelet op het bovenstaande een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur op zijn plaats. De rechtbank ziet evenwel aanleiding om in strafmatigende zin af te wijken van de eis van de officier van justitie gelet op overschrijding van de redelijke termijn en de omstandigheid dat verdachte in het merendeel van de gevallen niet de leidende rol heeft gehad. Redelijke termijn Bij de berechting van een zaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden, heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn. Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak sprake van bijzondere omstandigheden, te weten de ingewikkeldheid van de zaak en de omvang van het onderzoek. Het onderzoek zag op vier verdachten en meerdere slachtoffers. Zij hebben de Bulgaarse nationaliteit en zijn niet (meer) in Nederland woonachtig. Het traceren en horen van de verdachten en de slachtoffers zowel in Nederland als in het buitenland heeft tijd gekost. Omdat de zaak vroeg om een gelijktijdige berechting van de vier verdachten heeft dit eveneens aan een snellere afhandeling van de zaak in de weg gestaan. De rechtbank zal derhalve de redelijke termijn vaststellen op drie jaar. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De aanhouding van een verdachte kan als een zodanige handeling worden aangemerkt. De verdachte is in de onderhavige zaak op 13 juli 2013 aangehouden. Op deze datum is de redelijke termijn dus aangevangen. Tussen 13 juli 2013 en de datum van het eindvonnis ligt een periode van ruim 4 jaar. In de onderhavige zaak is er dan ook sprake van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM van vijftien maanden. Deze overschrijding dient naar het oordeel van de rechtbank gecompenseerd te worden door vermindering van de op te leggen straf met acht maanden. In het geval de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, zou de rechtbank een gevangenisstraf hebben opgelegd voor de duur van 72 maanden. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf van 64 maanden opleggen met aftrek van voorarrest. Voorlopige hechtenis In lijn met artikel 72, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering heft de rechtbank de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis op. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen aanleiding de schorsing van de voorlopige hechtenis te continueren. 9TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 27, 47, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 10BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 64 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht; Voorlopige hechtenis - heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. de Stigter, voorzitter, mrs. E. Akkermans en R.L.M. van Opstal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Passchier, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 oktober 2017. Mr. E. Akkermans is buiten staat dit vonnis te ondertekenen. Bijlage 1: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 14 april 2012 en/of 15 februari 2013 te Eindhoven en/of [woonplaats] , gemeente Zevenaar, en/of (elders) in Nederland en/of Bulgarije en/of Duitsland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [A] (geboren op [1990] te [geboorteplaats] , Bulgarije), (telkens) (vanuit Bulgarije en/of Duitsland) heeft medegenomen met het oogmerk die [A] in een ander land (Nederland) ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van (een) seksuele handeling(
  60. en)met en/of voor (een) derde(
  61. n)tegen betaling; art 273f lid 1 ahf/sub 3° Wetboek van Strafrecht art 273f lid 3 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht 2. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 07 maart 2012 tot en met 13 juli 2013 te Utrecht en/of Eindhoven en/of ‘s-Gravenhage en/of Amsterdam en/of (elders) in Nederland en/of Bulgarije en/of Duitsland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, A. een ander of anderen, te weten [F] (geboren op [1991] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en/of [D] (geboren op [1987] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en/of [A] (geboren op [1990] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en/of [C] (geboren op [1987] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en/of [E] (geboren op [1990] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en/of [B] (geboren op [1984] te [geboorteplaats] , Bulgarije), (telkens) door dwang en/of geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
  62. en)en/of door dreiging met geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(
  63. en)en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie en/of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van (een) perso(o)n(
  64. en)te verkrijgen die zeggenschap over die [F] en/of [D] en/of [A] en/of [C] en/of [E] en/of [B] had/hadden, - heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [F] en/of [D] en/of [A] en/of [C] en/of [E] en/of [B] (sub 1°) en/of - heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel onder die omstandighe(i)d(
  65. en)enige handeling(
  66. en)heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(
  67. s)wist(
  68. en)of redelijkerwijs moest(
  69. en)vermoeden dat die [F] en/of [D] en/of [A] en/of [C] en/of [E] en/of [B] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) (sub 4°) en/of - heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(
  70. s)te bevoordelen uit de opbrengst van hun/haar, [F] ’s en/of [D] ’s en/of [A] ’s en/of [C] ’s en/of [E] ’s en/of [B] ’s, seksuele handelingen met en/of voor (een) derde(
  71. n)(sub 9°) en/of B. (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die/een ander of anderen, te weten [F] (geboren op [1991] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en/of [D] (geboren op [1987] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en/of [A] (geboren op [1990] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en/of [C] (geboren op [1987] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en/of [E] (geboren op [1990] te [geboorteplaats] , Bulgarije) en/of [B] (geboren op [1984] te [geboorteplaats] , Bulgarije) (sub 6°), hebbende verdachte en/of verdachtes mededader(
  72. s)(telkens) - met betrekking tot voornoemde [F] (in of omstreeks voornoemde periode): - met die [F] een liefdesrelatie onderhouden en/of die [F] ingepalmd en/of (aldus) (emotioneel) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijk gemaakt en/of - die [F] in een woning ondergebracht of laten onderbrengen, althans voor die [F] woonruimte/onderdak geregeld of laten regelen, en/of - voor die [F] (een) werkplek(ken)/cabine(
  73. s)gezocht en/of geregeld en/of laten zoeken en/of regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [F] naar haar werkplek(ken)/cabine(
  74. s)gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken)/cabine(
  75. s)opgehaald en/of laten ophalen en/of - die [F] als prostituee laten werken en/of verantwoording laten afleggen over (
  76. de)door haar verrichtte werkzaamheden en/of haar verdiensten als prostituee en/of - toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (
  77. de)werktijd(
  78. en)(en daarmede (aan) (
  79. de)inkomsten) van die [F] als prostituee en/of die [F] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of laten controleren en/of geïnstrueerd en/of laten instrueren en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [F] als prostituee ingeperkt en/of laten inperken en/of - de beschikking gehad over de bankpas van die [F] en/of (
  80. de)bank- en/of administratieve zaken van die [F] geregeld en/of laten regelen, althans die [F] begeleid en/of aangestuurd en/of laten begeleiden en/of aansturen bij bank- en/of administratieve zaken, en/of (het) door die [F] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [F] aan hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [F] (aldus) in een (verder) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededaders, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - die [F] geslagen en/of onder druk gezet en/of in (een) positie/situatie(
  81. s)gebracht waarin zij zich niet of (
  82. te)weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of verdachtes mededader(
  83. s)uitgaande (groeps)dwang en/of - met betrekking tot voornoemde [D] (in of omstreeks voornoemde periode): - met die [D] een liefdesrelatie onderhouden en/of die [D] ingepalmd en/of (aldus) (emotioneel) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijk gemaakt en/of - die [D] in een woning ondergebracht of laten onderbrengen, althans voor die [D] woonruimte/onderdak gezocht en/of geregeld en/of laten zoeken en/of regelen en/of - voor die [D] (een) werkplek(ken)/cabine(
  84. s)gezocht en/of geregeld en/of laten zoeken en/of regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [D] naar haar werkplek(ken)/cabine(
  85. s)gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken)/cabine(
  86. s)opgehaald en/of laten ophalen en/of - die [D] als prostituee laten werken en/of verantwoording laten afleggen over (
  87. de)door haar verrichtte werkzaamheden en/of haar verdiensten als prostituee en/of - toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (
  88. de)werktijd(
  89. en)(en daarmede (aan) (
  90. de)inkomsten) van die [D] als prostituee en/of die [D] (verder) in de gaten gehouden of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of laten controleren en/of geïnstrueerd en/of laten instrueren en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [D] als prostituee ingeperkt en/of laten inperken en/of - (
  91. de)bank- en/of administratieve zaken van die [D] geregeld en/of laten regelen, althans die [D] begeleid en/of aangestuurd en/of laten begeleiden en/of aansturen bij bank- en/of administratieve zaken, en/of (het) door die [D] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [D] aan hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [D] (aldus) in een (verder) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededaders, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - die [D] onder druk gezet en/of dreigende/agressieve en/of beledigende/denigrerende taal jegens die [D] geuit en/of die [D] in (een) positie/situatie(
  92. s)gebracht waarin zij zich niet of (
  93. te)weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of verdachtes mededader(
  94. s)uitgaande(groeps)dwang en/of - met betrekking tot voornoemde [A] (in of omstreeks de periode van 14 april 2012 tot en met 13 juli 2013): - met die [A] een liefdesrelatie onderhouden en/of die [A] ingepalmd en/of (aldus) (emotioneel) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijk gemaakt en/of - die [A] een borstvergrotende operatie laten ondergaan en/of - die [A] in een woning ondergebracht of laten onderbrengen, althans voor die [A] woonruimte/onderdak geregeld of laten regelen, en/of - voor die [A] (een) werkplek(ken)/cabine(
  95. s)gezocht en/of geregeld en/of laten zoeken en/of regelen waar zij als prostituee kon werken en/of die [A] naar haar werkplek(ken)/cabine(
  96. s)gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken)/cabine(
  97. s)opgehaald en/of laten ophalen en/of - die [A] als prostituee laten werken en/of verantwoording laten afleggen over (
  98. de)door haar verrichtte werkzaamheden en/of haar verdiensten als prostituee en/of - toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (
  99. de)werktijd(
  100. en)(en daarmede (aan) (
  101. de)inkomsten) van die [A] als prostituee en/of die [A] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of laten controleren en/of geïnstrueerd en/of laten instrueren en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [A] als prostituee ingeperkt en/of laten inperken en/of - (
  102. de)bank- en/of administratieve zaken van die [A] geregeld en/of laten regelen, althans die [A] begeleid en/of aangestuurd en/of laten begeleiden en/of aansturen bij bank- en/of administratieve zaken, en/of (het) door die [A] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [A] aan hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [A] (aldus) in een (verder) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededaders, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - die [A] onder druk gezet en/of dreigende/agressieve taal jegens die [A] geuit en/of die [A] in (een) positie/situatie(
  103. s)gebracht waarin zij zich niet of (
  104. te)weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of verdachtes mededader(
  105. s)uitgaande(groeps)dwang en/of - met betrekking tot voornoemde [C] (in of omstreeks de periode van 03 oktober 2012 tot en met 13 juli 2013): - met die [C] een liefdesrelatie onderhouden en/of die [C] ingepalmd en/of het paspoort, althans enig(
  106. e)(identiteits)document(en), van die [C] onder zich gehad/gehouden en/of die [C] verboden gebruik te maken van internet middels haar mobiele telefoon en/of die [C] (aldus) (emotioneel) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(
  107. s)afhankelijk gemaakt en/of - die [C] in een woning ondergebracht of laten onderbrengen, althans voor die [C] woonruimte/onderdak gezocht en/of geregeld en/of laten zoeken en/of regelen en/of - die [C] als prostituee laten werken en/of verantwoording laten afleggen over (
  108. de)door haar verrichtte werkzaamheden en/of haar verdiensten als prostituee en/of - toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (
  109. de)werktijd(
  110. en)(en daarmede (aan) (
  111. de)inkomsten) van die [C] als prostituee en/of die [C] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact en/of Facebook gecontroleerd en/of laten controleren en/of geïnstrueerd en/of laten instrueren en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [C] als prostituee ingeperkt en/of laten inperken en/of - de beschikking gehad over de bankpas van die [C] en/of (
  112. de)bank- en/of administratieve zaken van die [C] geregeld en/of laten regelen, althans die [C] begeleid en/of aangestuurd en/of laten begeleiden en/of aansturen bij bank- en/of administratieve zaken, en/of (het) door die [C] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [C] aan hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen afstaan en/of doen afdragen en/of doen overmaken en/of die [C] (aldus) in een (verder) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededaders, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - die [C] geschopt en/of onder druk gezet en/of gedreigd (zwavel)zuur over haar heen te gieten/gooien en/of (verder) dreigende/agressieve en/of beledigende/denigrerende taal jegens die [C] geuit en/of die [C] in (een) positie/situatie(
  113. s)gebracht waarin zij zich niet of (
  114. te)weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of verdachtes mededader(
  115. s)uitgaande (groeps)dwang en/of - met betrekking tot voornoemde [E] (in of omstreeks de periode van 08 december 2012 tot en met 13 juli 2013): - met die [E] een liefdesrelatie onderhouden en/of die [E] ingepalmd en/of (aldus) (emotioneel) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijk gemaakt en/of - die [E] in een woning ondergebracht of laten onderbrengen, althans voor die [E] woonruimte/onderdak geregeld of laten regelen, en/of - die [E] - ook tijdens ongesteldheid - als prostituee laten werken en/of verantwoording laten afleggen over (
  116. de)door haar verrichtte werkzaamheden en/of haar verdiensten als prostituee en/of - die [E] naar haar werkplek(ken)/cabine(
  117. s)gebracht en/of laten brengen en/of van haar werkplek(ken)/cabine(
  118. s)opgehaald en/of laten ophalen en/of - toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (
  119. de)werktijd(
  120. en)(en daarmede (aan) (
  121. de)inkomsten) van die [E] als prostituee en/of die [E] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact gecontroleerd en/of laten controleren en/of geïnstrueerd en/of laten instrueren en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [E] als prostituee ingeperkt en/of laten inperken en/of - (
  122. de)bank- en/of administratieve zaken van die [E] geregeld en/of laten regelen, althans die [E] begeleid en/of aangestuurd en/of laten begeleiden en/of aansturen bij bank- en/of administratieve zaken, en/of (het) door die [E] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk opgehaald en/of laten ophalen en/of onder zich genomen/gehouden en/of door die [E] aan hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [E] (aldus) in een (verder) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededaders, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - die [E] onder druk gezet en/of in (een) positie/situatie(
  123. s)gebracht waarin zij zich niet of (
  124. te)weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of verdachtes mededader(
  125. s)uitgaande (groeps)dwang en/of - met betrekking tot voornoemde [B] (in of omstreeks de periode van 26 maart 2013 tot en met 13 juli 2013): - met die [B] een liefdesrelatie onderhouden en/of die [B] ingepalmd en/of (aldus) (emotioneel) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), afhankelijk gemaakt en/of - die [B] in een woning ondergebracht of laten onderbrengen, althans voor die [B] woonruimte/onderdak geregeld of laten regelen, en/of - voor die [B] (een) werkplek(ken)/cabine(
  126. s)gezocht en/of geregeld en/of laten zoeken en/of regelen waar zij als prostituee kon werken en/of - die [B] als prostituee ]aten werken en/of verantwoording laten afleggen over (
  127. de)door haar verrichtte werkzaamheden en/of haar verdiensten als prostituee en/of - toegezien en/of laten toezien op (een minimum aan) (
  128. de)werktijd(
  129. en)(en daarmede (aan) (
  130. de)inkomsten) van die [B] als prostituee en/of die [B] (verder) in de gaten gehouden en/of in de gaten laten houden en/of middels bel-/sms-contact en/of Facebook gecontroleerd en/of laten controleren en/of geïnstrueerd en/of laten instrueren en/of (aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [B] als prostituee ingeperkt en/of laten inperken en/of - ( het) door die [B] met/in de prostitutie verdiend geld geheel of gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/of door die [B] aan hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededader(s), doen afstaan en/of doen afdragen en/of die [B] (aldus) in een (verder) van hen/hem, verdachte en/of verdachtes mededaders, afhankelijke positie gebracht/gehouden en/of - die [B] onder druk gezet en/of dreigende/agressieve en/of beledigende/denigrerende taal jegens die [B] geuit en/of bagage van die [B] onder zich genomen/gehouden en/of die [B] (aldus) in (een) positie/situatie(
  131. s)gebracht waarin zij zich niet of (
  132. te)weinig kon onttrekken aan de van verdachte en/of verdachtes mededader(
  133. s)uitgaande (groeps)dwang; art 273f lid 1 ahf/sub 10 Wetboek van Strafrecht art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht art 273f lid 1 ahf/sub 9° Wetboek van Strafrecht art 273f lid 1 ahf/sub 6° Wetboek van Strafrecht art 273f lid 3 ahf/sub 10 Wetboek van Strafrecht Bijlage 2: de bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het procesdossier van de Koninklijke Marechaussee, District Landelijke en Buitenlandse Eenheden, Brigade Recherche, onderzoek [...] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. De bewijsmiddelen worden, ook in hun onderdelen, gebruikt ter bewijs van de slachtoffers waarop ze gezien hun inhoud betrekking hebben. Feit 1 en feit 2 met betrekking tot [A] 1. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [K] in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 11 september 2013, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: Pagina 01058 (map 4) “Op zaterdag 14 april 2012 heeft er in het kader van het project [...] op de Luchthaven van Eindhoven een observatie plaatsgevonden op de binnenkomende vlucht vanuit Sofia (Bulgarije). Tijdens deze observatie zijn twee personen waargenomen welke afkomstig waren van voornoemde vlucht. Na controle bleek het te gaan om [verdachte] en [A] . [verdachte] verklaarde in het kort het volgende: dat [A] zijn vriend was; dat hij bezig was om een schoonmaakbedrijf op te zetten; dat [A] bij hem kwam kijken hoe hij hier in Nederland woonde. [A] verklaarde in het kort het volgende.: dat zij hier op vakantiebezoek was; dat zij nog niet wist voor hoelang; dat zij samen met [verdachte] bij vrienden in Haarlem zou verblijven; dat zij al ruim een jaar een relatie had met [verdachte] . 2. Een geschrift, te weten online inzage uittreksel KvK, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01239 (map 4) KvK-nummer [...] Handelsnaam: [A] Rechtsvorm: eenmanszaak Startdatum onderneming: 1 mei 2012 Bezoekadres: [adres] , [postcode] [vestigingsplaats] Telefoonnummer: [telefoonnummer] Activiteiten: Overige dienstverlening n.e.g. Persoonlijke dienstverlening 3. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [L] in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 2 september 2013, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: Pagina 01249 (map 4) Uit de van [...] verkregen gegevens kan worden opgemaakt dat [A] vanaf week 20 van het jaar 2012 tot week 28 van het jaar 2013, met uitzondering van 6 weken, een peeskamer heeft gehuurd bij [...] . 4. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [Q] in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 14 mei 2013, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: Pagina 01203 (bijlage 3 bij het proces-verbaal, map 4) GBA-bevraging [A] Pagina 01204 (bijlage 3 bij het proces-verbaal, map 4) Verblijfplaats Ingangsdatum geldigheid: 24 december 2012 Straatnaam: [adres] Woonplaats: [vestigingsplaats] Verblijfplaats (historisch) Ingangsdatum geldigheid: 27 april 2012 Straatnaam: [adres] Woonplaats: [woonplaats] 5. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [Q] in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 14 mei 2013, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: Pagina 01174 (bijlage 2 bij het proces-verbaal, map 4) Controle datum 15 mei 2012 Pagina 01175 (bijlage 2 bij het proces-verbaal, map 4) Ook [A] is erg kwetsbaar, want ze spreekt naast Bulgaars maar een klein beetje Engels. 6. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [K] in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 11 september 2013, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: Pagina 01062 (map 4) Gebleken is dat [verdachte] en [A] op 15 februari 2013 zouden arriveren op de luchthaven te Dortmund in Duitsland komende vanuit Sofia in Bulgarije. Omstreeks 13:37 uur kwamen [verdachte] , [A] en [G] aan op de luchthaven Dortmund. Waargenomen werd dat het drietal werd opgewacht door [I] , [H] en [T] . Omstreeks 15:06 uur komen [verdachte] , [I] , [A] en een onbekende vrouw uit café [...] . Vervolgens stappen [verdachte] en [I] in de groene Opel Corsa. [A] en de onbekende vrouw stappen in een goudkleurige Audi A4 met Bulgaars kenteken. Beide voertuigen rijden vervolgens weg in de richting van de Nederlandse grens. Op 15 februari 2013 werd er omstreeks 16:25 uur een MTV-controle uitgevoerd door de Koninklijke marechaussee op de rijksweg [...] ter hoogte van [woonplaats] , gemeente Zevenaar. Daarbij werd de eerder genoemde groene Opel Corsa gecontroleerd waarin de volgende personen werden aangetroffen: - [verdachte] , geboren op [1987] te [geboorteplaats] / Bulgarije - [I] , geboren op [1988] te [geboorteplaats] / Bulgarije 7. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01272 (map 4) 15 februari 2013, 17:05:04 uur Beller: [verdachte] (M) Gebelde: [A] (B) M: (vloekt) En je paspoort is hier in de auto… Heb je niet gezien dat ze ons hebben gestopt. M: En als ze nu de bagage gaan doorzoeken, zal je zien wat er gebeurd. Waarom haal je dit paspoort niet uit de auto? 8. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01274 (map 4) 15 februari 2013, 17:07:39 uur Beller: [A] (B) Gebelde: [verdachte] (M) B: Waar is het paspoort – is het bij je? M: Als het niet bij je is, is het 100% bij mij, waar anders? B: Heb e het ergens verborgen? M: Waar moet ik het verbergen. Ik heb je 100 keer gezegd – in de Amsterdamse tas!!! (schreeuwen) 9. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01274 (map 4) 15 februari 2013, 17:09:14 uur Beller: [A] (B) Gebelde: [verdachte] (M) M: Baby, ben je debiel, of achterlijk (schreeuwen) – als zij de bagage doorzoeken, zijn ze niet gek om de koffers niet te openen. Dan vragen ze me – wat doe je met deze vrouwenkleren in je koffer. 10. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01377 (map 4) 4 februari 2013, 14:53:19 uur Beller: [verdachte] (M) Gebelde: [A] (B) Pagina 01378 (map 4) (…) B: Bedreig je me nu of wat? Jij zal me in Bulgarije dumpen of jij laat me hier op straat zoals jullie het normaal doen ... bravo! M: Ik zal jou niet op straat zetten. Ik breng jou terug daar waar ik jou vandaan heb gehaald. (...) Liefdesrelatie / afhankelijke positie 11. Een geschrift, te weten een trouwakte d.d. 28 mei 2013, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01237 (map 4) Trouwakte tussen [verdachte] en [A] van 28 mei 2013. 12. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [O] en [P] in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 13 juli 2013, inhoudende de verklaring van [A] , zakelijk weergegeven: Pagina 01537 (map 4): Het is mijn man en ik hou van hem. 13. De verklaring verdachte [verdachte] zoals afgelegd ter terechtzitting van 19 september 2017, inhoudende, zakelijk weergegeven: [A] is mijn echtgenote. 14. Het door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [Q] in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 14 mei 2013, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende: Pagina 01174 (bijlage 2 bij het proces-verbaal, map 4) Controle datum 15 mei 2012 Pagina 01175 (bijlage 2 bij het proces-verbaal, map 4) Ook [A] is erg kwetsbaar, want ze spreekt naast Bulgaars maar een klein beetje Engels. Borstvergrotende operatie 15. Een geschrift, te weten de uitwerking een patiëntkaart, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01435 en 01436 (map 4.1) Eurosilicone patiëntkaart op naam gesteld van [A] , geboren op [1990] . Geïmplanteerd op 13 september 2012 te [vestigingsplaats] in het medisch centrum “ [...] ”. 16. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01315 (map 4) 24 januari 2013, 23:50:34 uur Beller: [verdachte] (M) Gebelde: [A] (B) M: Ik weet een ding niet... Waarom hebben wij deze silicoon gezet, als die bedekt blijven of überhaupt niet te zien zijn... Ik wil dat je gaat naar die kamer [...] en kijkt met welke ondergoed dat meisje staat daar zodat je leert met wat voor ondergoed je moet aangekleed zijn zodat jouw lichaam te zien is.. En jij bedekt het en alles staat als op een kledingshouder. Ik heb jou gezegd als de ondergoedhandel aankomt dat je alleen een strookje neemt die jouw nippel bedekt ... ik wil dat jouw silicoon te zien is. Daarom heb je geen werk omdat jouw lichaam helemaal niet te zien is, mens! (…) Huisvesting 17. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01283 (map 4) 21 december 2012, 16:08:16 uur Beller: [...] (A) Gebelde: [...] (NG) A vraagt naar het huisnummer van [...] ’s kantoor. [...] zegt [...] , Bij Western Union . A komt eraan. 18. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01284 (map 4) 21 december 2012, 16:19:32 uur Beller: [...] (A) Gebelde: [verdachte] (NG) [...] : Ha [verdachte] , komt het meisje? [verdachte] : Ja, over twee-drie minuten ben ik daar. [...] : Ok, goed, toe, snel, ik ga. [verdachte] : tot ziens. 19. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01285 (map 4) 23 december 2012, 13:29:49 uur Beller: [verdachte] (M) Gebelde: [...] (A) M vraagt of A de sleutels heeft. M wil vandaag beginnen. A zegt dat hij de sleutels morgen wel zal geven aan M. M zegt dat het morgen te krap wordt A gaat straks M terugbellen hierover. 20. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01286 (map 4) 23 december 2012, 20:58:23 uur Beller: [verdachte] (M) Gebelde: [...] (A) A zegt dat hij niet kon komen M zegt dat hij morgen de minibus nodig heeft. Desgevraagd zegt a da men morgen om half tien de sleutels komen vervangen. M vraag hoe hij daarna hierin kan komen. A zal morgen de sleutel; niet aan [H] , maar aan de chauffeur van het busje meegeeft A heeft het busje morgen om twee uur weer nodig. M gaat hier mogen op het busje wachten. 21. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01287 (map 4) 24 december 2012, 09:37:42 uur Beller: [verdachte] (M) Gebelde: [...] (A) M zegt dat de registratie bij de gemeente niet is gelukt omdat het contract op de eerste van de maand is. A zegt dat hij al had gezegd dat de registratieprocedure op de eerste van de maand gedaan moest worden. M vraagt of het contract nu gewijzigd kan worden. A zegt dat het wel kan, maar dat de gemeente er een probleem van zal maken. A: ze zullen vanaf de eerste van de maand automatisch worden ingeschreven. M: zal ik vandaag weer bij je komen? A: Kom maar, dan zullen we het wijzigen. M: Ok, dan kom ik naar jou toe, dan wijzigen we het. De gemeente is vandaag tot twaalf uur open, dan kunnen ze er weer heen. A: Ok. 22. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01288 (map 4) Sms-bericht 24 december 2012, 20:28:42 uur Met nummer: [telefoonnummer] Tenaamstelling: [A] Vertaling: “ [...] ik ben in de nieuwe woning als je hier naar toe komt om mij op te halen, bel me.” 23. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01289 (map 4) Sms-bericht 26 december 2012, 06:24:11 uur Met nummer: [telefoonnummer] Tenaamstelling: [A] Inhoud: [adres] . Werkplek 24. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01291 (map 4) 3 februari 2013, 01:47:59 uur Beller: [A] (B) Gebelde: [verdachte] (M) (…) M: Kijk, ik wilde je iets zeggen over Amsterdam. Ik heb de onze gevraagd en ... (onv) gebeld, het is goed, baby, 4 en een half, 5, 7, 8. Als het zo is, wil ik dat we daar naar toe verplaatsten/verhuizen. B: Mooi, er is een kamer vrij per 15e, voor 2 weken, maar het is van die meid die veel praat, op de 2e verdieping. M: Nee, ik wil niet op de 2e verdieping. Beneden, 20m van waar je was, daar zijn vrije plaatsen. Ik moet het onderzoeken, moet in de avond daar naar toe gaan. (...) 25. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01291 (map 4) 26 februari 2013, 22:24:39 uur Beller: [A] (B) Gebelde: [verdachte] (M) B: Ik ben heel gelukkig! M: Omdat jouw doctor terug is? B: Nee, jij kan niet geloven! Ik en [...] ( [...] ) zullen permanent in [...] - [...] verhuizen. M: [...] - [...] . Waar is dit, mens? B: Daar was ik toen ik begon overdag te werken, achter de brug. M: Bij de brug. (…) M: Zal jij daar werk hebben? B wordt geïrriteerd en vraagt waarom hij altijd zo negatief is en waar wil hij dat zij staat. M: tegenover de parkeerplaats. B zegt dan men niet altijd krijgt wat men wil. B: Wat ben jij weer ontevreden. M: ik hoop dat het werk is. (…) Laten werken / verantwoording afleggen / controle 26. Een geschrift, te weten de uitwerking van een tapgesprek, inhoudende, zakelijk weergegeven: Pagina 01313 (map 4) 24 januari 2013 2013, 07:15:09 uur Beller: [verdachte] (M) Gebelde: [...] (V) V zegt dat zij 4 keer heeft gebeld. M heeft niet gehoord. V vraagt of hij komt haar ophalen. M: Ik heb jou gezegd dat ik niet kom. Wat zal ik doen als ik kom. Als het morgen en overmorgen zo doorgaat blijven wij zonder geld. (…) M: er is geen beweging daar? Er is niemand meer daar? V: er waren 2 auto’s die al 100 uren rond rijden. M: Goed. (Diepe zucht) Kom je naar huis? V: Ja. Ik heb al gezegd. M: Vandaag wil ik.. luister goed naar me eh? 8 uur, 8:40, 9 uur dat je op het werk ben omdat ik ben zat dat je pas om 10 uur naar jouw werk gaat... hoor je? V: Goed. M: En als het moet met een taxi zal je gaan. En of er werk is of niet.. tot het einde blijven.. Omdat ik geen raad meer weet... en ik begin en jij en wij zien wat gebeurt. Omdat wij zijn begonnen met een aanstellerij ... om 9:30 ga je van huis weg tot je daar bent is 10 uur geworden... V: ik stel me niet aan... zij komt me zo op deze dagen ophalen omdat zij dan gaat sporten... M: Luister even! Vanwege haar sportschool moet ik niet naar Bulgarije gaan, is dat goed? V: Nee (Na een pauze) Maar voor 9 uur kan ik niet met werk starten omdat ik in de kamer pas om 9:02 mag binnenkomen. M:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.