vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel rechtkantonrechter locatie Almere Vonnis van 12 juli 2017 in de zaak met zaaknummer / rolnummer 5669880 / MC EXPL 17-1031 van [eiseres] ,wonende te [woonplaats] ,eiseres, hierna ook te noemen: [eiseres] ,gemachtigde mr. A.P. Wasscher, tegen de stichtingSTICHTING FLEVOZIEKENHUIS,gevestigd te Almere,gedaagde, hierna ook te noemen: Flevoziekenhuis,gemachtigde mr. N. Sluis. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de conclusie tot onbevoegdheid tevens conclusie van antwoord conclusie van antwoord in het incident tussenvonnis in het incident de conclusie van repliek de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiseres] is geboren op [1960] en is van 12 maart 1990 tot 1 oktober 2011 bij (een rechtsvoorganger van) de stichting Stichting Flevoziekenhuis (hierna: het Flevoziekenhuis) op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst geweest. Zij was laatstelijk in dienst als […] en ontving toen voor een volledige werkweek een bruto salaris van € 6.521,- per maand, te vermeerderen met 7,33% eindejaarsuitkering en 8% vakantietoeslag. Op de arbeidsovereenkomst was op de einddatum van de arbeidsovereenkomst van toepassing de algemeen verbindend verklaarde CAO Ziekenhuizen 2011-2014 (hierna: de cao). 2.2. In verband met (de nasleep van) arbeidsongeschiktheid heeft [eiseres] in de periode vanaf 9 april 2010 tot en met 24 mei 2011 geen werk verzet op de afdeling [naam afdeling] . Tijdens de afwezigheid van [eiseres] heeft een organisatiewijziging plaatsgevonden binnen de afdeling [naam afdeling] . Omdat taken waren ontnomen heeft [eiseres] op 6 juli 2011 een datum voor een kort geding aan laten vragen om langs die weg haar eigen werk terug te krijgen. Hierop is op 20 juli 2011 namens het Flevoziekenhuis gereageerd met de indiening van een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De vorderingen van [eiseres] in kort geding zijn op 17 augustus 2011 afgewezen vanwege gebrek aan spoedeisendheid, omdat de voorzieningenrechter serieus rekening hield met een ontbinding van de arbeidsovereenkomst. 2.3. De arbeidsovereenkomst is vervolgens onder toepassing van artikel 7:685 BW (oud) op verzoek van het Flevoziekenhuis ontbonden per 1 oktober 2011 op grond van een verstoorde arbeidsrelatie en daarbij is aan [eiseres] een vergoeding van € 86.480,- bruto toegekend op basis van de kantonrechtersformule met correctiefactor C = 0,5. 2.4. Op 1 februari 2012 is door het UWV met ingang van 2 januari 2012 aan [eiseres] een werkloosheidsuitkering toegekend eindigend februari 2015. [eiseres] heeft in de periode van 12 oktober 2012 tot 1 februari 2013 een arbeidsovereenkomst gehad met Medisch Centrum Haaglanden. Verder heeft [eiseres] in de periode van 1 mei 2014 tot 1 november 2014 een dienstverband gehad bij de [naam kliniek] . [eiseres] is vanaf 1 november 2014 als zelfstandige werkzaam voor de [naam kliniek] . 2.5. [eiseres] heeft op 3 februari 2012 onder verwijzing naar de toekenning van de werkloosheidsuitkering het Flevoziekenhuis verzocht aan haar wachtgeld op basis van hoofdstuk 14 van de CAO toe te kennen, omdat sprake was van gehele of gedeeltelijke opheffing van de functie en/of reorganisatie waardoor werkzaamheden geheel of gedeeltelijk overbodig zijn geworden. Flevoziekenhuis heeft dit verzoek bij brief van 8 februari 2011 geweigerd, omdat grondslag voor de ontbinding van de overeenkomst een onherstelbare vertrouwensbreuk was en niet het vervallen van de functie. 2.6. Artikel 14.2. van de CAO luidt: Artikel 14.2. Werkingssfeer 1. Aan de werknemer wiens arbeidsovereenkomst niet op eigen verzoek eindigt, wordt met ingang van de dag volgend op de dag waarop de dienstbetrekking eindigt een wachtgeld toegekend indien deze beëindiging geschiedt wegens: • gehele of gedeeltelijke opheffing van zijn functie of formatieplaats; • reorganisatie waardoor zijn werkzaamheden geheel of gedeeltelijk overbodig zijn geworden; • fusie, liquidatie, gehele of gedeeltelijke sluiting van de instelling, • onbekwaamheid van de werknemer, welke niet aan zijn schuld of toedoen is te wijten De werknemer dient tenminste de leeftijd van vijftig jaar te hebben bereikt en vijftien jaar of langer hij de werkgever of diens rechtsvoorganger in dienst te zijn. 2. Het wachtgeld wordt toegekend als de werknemer een WW-uitkering is toegekend en hij overigens al datgene doet wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van de in artikel 14.1 genoemde uitkeringen. 3. Geniet de wachtgeldgerechtigde op de dag dat liet wachtgeld zou ingaan een ZW- of WIA uitkering, dan wordt deze aangevuld tot de hoogte en voor de duur van het wachtgeld. Wordt binnen twee jaar na de hiervoor genoemde dag geen WW-uitkering toegekend, dan eindigt het wachtgeld uiterlijk na twee jaar 4. Aan de werknemer aan wie door de werkgever schriftelijk wordt medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst op een van de gronden, genoemd in lid 1 zal worden beëindigd, wordt, indien hij voor de dag van het ontslag een andere dienstbetrekking aanvaardt, waaraan een lager salaris is verbonden, met ingang van de dag van indiensttreding een aanvulling op dat salaris tot de hoogte en voor de duur van het wachtgeld toegekend 2.7. Bij vonnis van 11 december 2013 heeft de kantonrechter Flevoziekenhuis veroordeeld om aan [eiseres] met ingang van 1 oktober 2011 op grond van de CAO Ziekenhuizen 2011-2014 wachtgeld toe te kennen en uit te betalen. Het vonnis van de kantonrechter is bij arrest van 22 december 2015 bekrachtigd. Het Hof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest, kort gezegd, overwogen dat er sprake was van een verstoorde arbeidsrelatie, waarin beide partijen een aandeel hadden, maar dat die een voldoende rechtstreeks gevolg was van de (gedeeltelijke) opheffing van de functie van [eiseres] . Flevoziekenhuis heeft naar aanleiding van het eindvonnis van de kantonrechter van 11 december 2013 bij brief van 27 januari mededeling gedaan dat alsnog wachtgeld aan [eiseres] zal worden uitbetaald, betreffende de periode 1 oktober 2011 tot en met december 2013 voor een bedrag van € 63.405,51 bruto. In die brief zijn tevens formulieren meegezonden voor PFZW ( Pensioenfonds Zorg en Welzijn ). 2.8. Artikel 14.5. CAO luidt: Artikel 14.5. Wachtgeld en pensioen 1. Gedurende de wachtgeldperiode blijven, indien en zolang de wachtgeldgerechtigde het deelnemerschap aan Pensioenfonds Zorg en Welzijn wenst voort te zetten, de pensioenaanspraken gerelateerd aan het salaris, zijnde de bijdragegrondslag ingevolge het Reglement van Pensioenfonds Zorg en Welzijn . De werkgever draagt zorg voor de afdracht van de premie die verschuldigd is. Het werknemers- aandeel van de wachtgeldgerechtigde is gerelateerd aan de hoogte van het wachtgeld, verminderd met de in het wachtgeld begrepen toeslagen die onder de bijdragegrondslag niet worden begrepen. 2 Indien en voor zolang de Regeling pensioenopbouw tijdens werkloosheid (R’P) op de wachtgeldgerechtigde van toepassing is, hetgeen in lid 1 is bepaald ten aanzien van de verschuldigde premie niet op de wachtgeldgerechtigde van toepassing. 3 Het in lid 1 bepaalde geldt niet indien de wachtgeldgerechtigde die jonger is dan vijftig jaar kan deelnemen aan de pensioenregeling die aan zijn eventuele nieuwe dienstbetrekking is verbonden 4 In het geval dat de aanvulling door de werkgever niet voldoende is om daaruit de door de wachtgeldgerechtigde verschuldigde premie te voldoen, dient betrokkene het ontbrekende gedeelte uit de wettelijke uitkering te voldoen. 5 De premie die verschuldigd is over het inkomen boven de in de Regeling pensioenopbouw tijdens werkloosheid genoemde bijdragegrens komt, onder aftrek van het procentuele werknemersaandeel, ten laste van de werkgever. 2.9. De aanvraag tot voortzetting van de pensioenopbouw is door het pensioenfonds bij brief van 6 mei 2014 niet gehonoreerd, omdat het pensioenfonds daaraan alleen haar medewerking had willen geven indien conform haar reglement door [eiseres] binnen zes maanden na einde dienstverband om voortzetting van pensioenopbouw is gevraagd. Het bezwaar van [eiseres] is bij brief van 8 augustus 2014 door het pensioenfonds afgewezen: De reden hiervoor is dat u aansluitend op uw ontslag een vrijwillige voortzetting in verband met een loongerelateerde uitkering had kunnen aanvragen. Het UWV heeft u met ingang van 2 januari 2012 immers een WW-uitkering toegekend. Het is uw eigen keus geweest om geen aanvraag vrijwillige voortzetting in te dienen en de beslissing van de rechter over het wachtgeld af te wachten, terwijl u op basis van uw WW-uitkering al een vrijwillige voortzetting had kunnen aanvragen. U verkeerde daardoor niet in de omstandigheid dat er voor u geen grond was om vrijwillige voortzetting aan te vragen omdat uw werkgever u geen wachtgeld had toegekend. 2.10. Het pensioenreglement 2012 bevat onder meer de volgende bepalingen: Artikel 1.6 Einde van de deelneming 1. De deelneming eindigt uiterlijk op de laatste dag van de maand voor de maand waarin de deelnemer 65 jaar wordt. 2. De deelneming eindigt eerder dan de datum genoemd in lid 1, en wel op de laatste dag voor de dag waarop: a. de deelnemer geen werknemer meer is; b. het Ouderdomspensioen ingaat, voor het deel van het Ouderdomspensioen dat ingaat; c. de verplichting tot deelneming op grond van de verplichtstelling vervalt. 3. De deelneming eindigt eveneens eerder dan de datum genoemd in lid 1 op de laatste dag voor de dag waarop de deelnemer gebruik maakt van verlof of werkloos wordt. In dat geval heeft de deel nemer onder voorwaarden recht op bescherming bij verlof en werkloosheid tegen de risico’s van arbeidsongeschiktheid en overlijden. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 2 van hoofdstuk 5. Artikel 1.7 Voortzetting van de deelneming 1. De deelneming eindigt niet zolang de deelnemer recht heeft op voortzetting van de pensioenopbouw: a. wegens arbeidsongeschiktheid; b. op grond van een bijdrage van FVP; c. tijdens het ontvangen van een OBU, Ruil-OBU of FLEX-pensioen. 2. De deelneming eindigt niet zolang deze vrijwillig wordt voortgezet. 3. De voortzetting vindt plaats op basis van het pensioenreglement dat geldt bij het begin van de voortzetting en zoals dat daarna wordt gewijzigd. Artikel 5.8 Vrijwillige Voortzetting 1. De deelnemer heeft na einde deelneming tot uiterlijk de eerste dag van de maand dat hij 65 jaar wordt, het recht de deelneming vrijwillig voort te zetten: a. tijdens de periode dat de deelnemer, in aansluiting op de periode dat hij werknemer is, een loongerelateerde werkloosheidsuitkering ontvangt of een loongerelateerde uitkering op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst of een periodieke uitkering ter vervanging van gederfd of te derven loon; 5. Het recht om de deelneming voort te zetten vervalt als de deelnemer niet binnen zes maanden nadat een van de in de eerste drie leden genoemde omstandigheden is ingetreden, een verzoek daartoe heeft ingediend. 2.11. Bij e-mail van 25 mei 2014 maakt [eiseres] jegens Flevoziekenhuis aanspraak op betaling van pensioenpremies in het kader van voortzetting van de pensioenopbouw na einde dienstverband. 2.12. Bij brief van 12 februari 2015 van de gemachtigde van [eiseres] wordt Flevoziekenhuis aansprakelijk gesteld voor de door [eiseres] geleden schade als gevolg van de wens van [eiseres] haar deelnemerschap aan het Pensioenfonds Zorg en Welzijn voort te zetten bestaande uit af te dragen pensioenpremies. 2.13. Bij brief van 15 februari 2016 deelt Pensioenfonds Zorg en Welzijn aan [eiseres] het volgende mede: Uw ouderdomspensioen ontvangt u vanaf de ingangsdatum van de AOW. Dit is voor u voorlopig per 27 augustus 2027. Het levenslange ouderdomspensioen bedraagt dan € 32.094 bruto per jaar. Vrijwillige voortzetting Van 1 oktober 2011 tot 1 januari 2017 heeft u recht op een wachtgelduitkering wegens beëindiging van uw dienstverband bij Flevoziekenhuis. De pensioenopbouw in deze periode is niet vrijwillig voortgezet waardoor u ouderdomspensioen misloopt. Op uw verzoek heb ik berekend hoe hoog uw ouderdomspensioen zou zijn geweest indien u de pensioenopbouw na ontslag vrijwillig Voortgezet zou hebben. Het ouderdomspensioen zou dan € 42.234 bruto per jaar zijn geweest. Dit is inclusief het voorwaardelijke pensioen dat u zou ontvangen als u tot de 55-jarige leeftijd deelnemer zou zijn geweest. Hieronder geef ik u de registratie en de kosten van de fictieve vrijwillige voortzetting. De periode van 12 oktober 2012 tot 1 februari 2013 was vrijwillige voortzetting niet mogelijk omdat u in deze periode werkzaam was bij Medisch Centrum Haaglanden. Door indexatie zijn de grondslagen vanaf 2014 verhoogd. 2.14. Bij brief van 8 april 2016 deelt Pensioenfonds Zorg en welzijn het volgende aan Flevoziekenhuis mede: Zijn de bedragen in de brief van 15 februari 2016 correct? De bedragen zoals vermeld in deze brief zijn correct, uitgaande van de geformuleerde uitgangspunten. Dus onder andere uitgaande van een wachtgelduitkering tot 1 januari 2017. In uw mail van 18 maart 2016 geeft u echter aan dat de wachtgeldverplichting is geëindigd per 1 mei 2014. Als dan ook de WW-uitkering is gestopt, had ook de vrijwillige voortzetting moeten eindigen. De totale pensioenpremie tot 1 mei 2014 bedraagt dan € 34.821,53. Omdat de pensioenopbouw in deze situatie eerder eindigt, en er ook geen recht is op het voorwaardelijk pensioen, bedraagt het pensioenverlies € 3.808 bruto per jaar vanaf de AOW-datum. Is er nog een mogelijkheid van vrijwillige voortzetting? Nee, helaas is er geen mogelijkheid meet voor vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw. Na beëindiging van het dienstverband met het Flevoziekenhuis was er eerst sprake van een fictieve opzegtermijn waarna er vanaf januari 2012 een WW-uitkering is toegekend. Los van de eventuele aanspraak op een wachtgelduitkering had mevrouw [A] op grond van de fictieve opzegtermijn en de daarop volgende WW-uitkering al een aanvraag kunnen indienen voor vrijwillige voortzetting. De aanvraagtermijn hiervoor was zes maanden na 1 oktober 2011 en is dus verstreken. Daarna is zij tijdelijk gaan werken bij Medisch Centrum Haaglanden. Na beëindiging van dit dienstverband had zij ook weer binnen zes maanden een aanvraag voor vrijwillige voortzetting kunnen indienen. Ook deze termijn is verstreken. Bent u verplicht tot compensatie? Hier kan ik geen oordeel over geven. Als er in de later toegekende wachtgeldregeling een tegemoetkoming in de pensioenpremie is afgesproken, dan lijkt het aannemelijk dat u als werkgever hier een verplichting in heeft. In de CAO Ziekenhuizen 2011-2014 staat dat de werkgever de pensioenpremie doorbetaald tijdens de wachtgelperiode, onder aftrek van een werknemersaandeel wat is gerelateerd aan de hoogte van het wachtgeld. Hier heeft PFZW geen inzage in. De tegemoetkoming in de pensioenpremie kan in ieder geval niet bij PFZW ondergebracht worden. 3. Het geschil 3.1. [eiseres] vordert samengevat - veroordeling van Flevoziekenhuis tot betaling van: 1. een bedrag van € 159.272,10 bruto als schadevergoeding wegens misgelopen pensioenopbouw; 2. de wettelijke rente hierover tot het moment van dagvaarden, zijnde € 3.464,44; 3. de wettelijke rente over € 162.636,54 vanaf de datum van dagvaarden; 4. € 2.459,- als vergoeding van buitengerechtelijke kosten 5. de kosten van de procedure. 3.2. [eiseres] stelt daartoe dat de arbeidsovereenkomst op verzoek van het Flevoziekenhuis ontbonden is per 1 oktober 2011. Met ingang van 2 januari 2012 is aan [eiseres] een werkloosheidsuitkering toegekend eindigend 1 februari 2015. [eiseres] heeft op 3 februari 2012 Flevoziekenhuis verzocht aan haar wachtgeld op basis van hoofdstuk 14 van de CAO toe te kennen. Na weigering heeft Flevoziekenhuis naar aanleiding van een vonnis van de kantonrechter Midden-Nederland van 11 december 2013, welk vonnis is bekrachtigd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 22 december 2015 uiteindelijk op of omstreeks 27 januari 2014 het wachtgeld met terugwerkende kracht vanaf 11 oktober 2011 alsnog uitbetaald. 3.3. Indien [eiseres] haar deelnemerschap in het Pensioenfonds Zorg & Welzijn wenst voort te zetten, dan wordt ook tijdens de wachtgeldperiode, dus voor 5 jaar en drie maanden, de pensioenopbouw voortgezet op basis van haar salaris, zijnde (aldus de cao) de bijdragegrondslag ingevolge het reglement van het pensioenfonds. Het Flevoziekenhuis blijft in dat geval verantwoordelijk voor de afdracht van het werkgevers- en werknemersdeel van de pensioenpremie (wederom artikel 14.5.1 cao). De aanvraag tot vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw is door het pensioenfonds niet gehonoreerd, omdat het verzoek conform haar reglement door [eiseres] binnen zes maanden na einde dienstverband had moeten worden ingediend. Flevoziekenhuis heeft op grond van de CAO de plicht voor de periode dat aanspraak bestaat op wachtgeld de pensioenprmie werkgevers- en werknemersaandeel af te dragen aan het pensioenfonds. Aangezien geen pensioenfaciliteit is gerealiseerd en het Flevoziekenhuis, geen pogingen heeft ondernomen om de pensioenregeling tijdens wachtgeld elders met terugwerkende kracht onder te brengen, staat vast dat het Flevoziekenhuis tekort schiet bij de uitvoering van de wachtgeldregeling en zich daarmee dus niet als een goed werkgever gedraagt. 3.4. [eiseres] heeft schade geleden doordat Flevoziekenhuis geen pensioenpremie heeft afgedragen. Flevoziekenhuis dient aan [eiseres] een bedrag gelijk aan het niet-afgedragen werkgeversdeel van de pensioenpremie te vergoeden. De totale pensioenpremie over de periode 1 januari 2011 tot 1 januari 2017 is een bedrag van € 76.450,61. Dit bedrag dient verloond te worden, waarbij uit dient te worden gegaan van een belastingtarief van 52%. De totale schadevergoeding bedraagt derhalve € 159.272,10 bruto. 3.5. Door de verstrekking van het formulier pensioenaanvraag heeft Flevoziekenhuis zich bereid getoond premie af te dragen. Dit brengt met zich mee dat het Flevoziekenhuis haar recht (voor zover zij dat al gehad zou hebben, hetgeen [eiseres] betwist) om betaling van schadevergoeding aan [eiseres] te weigeren, definitief heeft verwerkt. Flevoziekenhuis dient per de respectievelijke maandelijkse vervaldata de wettelijke rente te betalen en daarnaast ook vergoeding van kosten rechtsbijstand buiten rechte. 3.6. Flevoziekenhuis voert verweer. 3.7. Flevoziekenhuis betwist primair dat zij op enigerlei wijze gehouden zou zijn om aan [eiseres] schadevergoeding te betalen. Flevoziekenhuis is jegens [eiseres] niet toerekenbaar tekortgeschoten. Uitgangspunt is dat een (gewezen) deelnemer aan de pensioenregeling een verzoek aan het pensioenfonds dient te doen tot vrijwillige voortzetting van de deelname. Op de (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.