Beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Familierecht Zittingsplaats: Utrecht zaakgegevens: C/16/449017 / JE RK 17-2253 en C/16/450265 / JE RK 17-2393 datum uitspraak: 30 november 2017 beschikking ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing In de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming Midden-Nederland, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Utrecht. Betreffende [minderjarige 1] , geboren op [2005] te [geboorteplaats] , Rusland, hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [2006] te [geboorteplaats] , Rusland, hierna te noemen [minderjarige 2] . De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: NIDOS, gecertificeerde instelling (GI), hierna te noemen Nidos, gevestigd te Utrecht, [moeder] , hierna te noemen de moeder, verblijvende in Armenië, advocaten mr. P. Scholtes en mr. M.M. Menheere. 1Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 31 oktober 2017, ingekomen bij de griffie op 1 november 2017; - het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek van Nidos d.d. 7 november 2017, ingekomen op 8 november 2017; - het verweerschrift met bijlage tevens houdende zelfstandig verzoek van de moeder, ingekomen op 8 november 2017; - het e-mailbericht van de advocaten van de moeder van 8 november 2017 met als bijlage een rapport van Defence for Children. De minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben op 6 november 2017 met de voorzitter gesproken om hun mening te geven over de verzoeken. Op 9 november 2017 heeft de rechtbank de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de moeder (telefonisch gehoord), - mr. P. Scholtes en mr. M.M. Menheere, - mevrouw [A] en mevrouw [B] , namens de Raad, - mevrouw [C] en mevrouw [D] , voogden van Nidos, - mevrouw [E] , hoofd juridische afdeling van Nidos, - mevrouw [F] , hoofd afdeling gedragswetenschappen van Nidos, - mevrouw [G] , regiomanager van Nidos. 2De feiten In 2008 is de moeder met de kinderen naar Nederland gekomen en heeft zij asiel aangevraagd. Deze aanvraag is afgewezen. De moeder heeft vervolgens meerdere procedures gevoerd om rechtmatig in Nederland te kunnen verblijven. Op 14 augustus 2017 is de moeder, zonder [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , uitgezet naar Armenië. Bij beschikking van 14 augustus 2017 zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder voorlopige voogdij gesteld van Nidos. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn op 25 augustus 2017 in een netwerkpleeggezin geplaatst en vervolgens op 22 september 2017 in een opvanggroep. Vanaf 2 oktober 2017 wonen de kinderen in een neutraal pleeggezin. 3Het verzoek van de Raad De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verzocht voor de duur van zes maanden. Tevens wordt de uithuisplaatsing verzocht van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg voor de duur van drie maanden. De Raad heeft het volgende aan het verzoek ten grondslag gelegd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn kinderen met een belaste voorgeschiedenis die het op dit moment zonder de steun van hun moeder moeten doen. De Raad heeft zorgen over wat de jarenlange aanhoudende onzekerheid over hun verblijf in Nederland met de kinderen doet. Gelet op de sterke band tussen de moeder en de kinderen is het van belang om hen zo snel mogelijk te herenigen. De Raad twijfelt of de moeder in Armenië de kinderen voldoende zorg en veiligheid kan bieden. Er zijn zorgen over haar psychisch functioneren, ze heeft geen vaste woonruimte en voelt zich onveilig. De kinderen hebben vanuit hun verlieservaring door de uitzetting van hun moeder, hun voorgeschiedenis en eigen problematiek nog meer behoefte aan de steun van hun moeder dan voorheen. De Raad zou het zeer schadelijk voor de kinderen vinden als zij worden teruggeleid en dan niet bij de moeder geplaatst zouden worden. Dit zou de draag- en veerkracht van de kinderen overvragen. Voor de kinderen moet veiligheid en stabiliteit gecreëerd worden in de vorm van adequate huisvesting en zinvolle dagbesteding. Wanneer de hereniging in Armenië zal plaatsvinden dient er ook aandacht te zijn voor taalbeheersing en sociale contacten. Om te zorgen dat de moeder een goede invulling kan geven aan haar ouderrol is hulp nodig voor haar Posttraumatische Stressstoornis (PTSS), het vergroten van draagkracht en de acceptatie van hulp in Armenië. Bovendien zijn financiële middelen nodig om daar een bestaan op te bouwen. Een gedwongen kader is nodig omdat de moeder door de fysieke afstand, de onzekere situatie en haar persoonlijke problematiek niet in staat is om de ontwikkelingsbedreiging onder eigen verantwoordelijkheid weg te nemen. Bovendien heeft de moeder laten zien niet alle hulpverlening te accepteren. De Raad heeft ter zitting toegelicht dat er niet langer sprake is van een gezagsvacuüm. De moeder heeft altijd goed voor de kinderen gezorgd en zij is voldoende bereikbaar om te overleggen in gezagskwesties. De uithuisplaatsing wordt verzocht voor de duur van drie maanden, omdat de huidige situatie waarin de kinderen gescheiden zijn van hun moeder schadelijk is. Er moet binnen de ondertoezichtstelling dan ook met spoed gewerkt worden aan hereniging. De Raad gaat niet over de plek van hereniging, maar kijkt enkel naar wat de kinderen nodig hebben en dat is samen zijn met hun moeder. De Raad acht het wenselijk dat de kinderen binnen drie maanden worden herenigd met hun moeder. De laatste drie maanden van de ondertoezichtstelling zijn bedoeld voor nazorg om te monitoren hoe het gaat en zo nodig af te stemmen met hulpverleningsinstanties in Armenië. 4Het verweer en verzoek van Nidos Nidos heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad en verzocht om met de (zogenoemde tijdelijke) voogdij over de kinderen te worden belast. Subsidiair verzoekt Nidos om, indien een ondertoezichtstelling wordt uitgesproken, een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en daarnaast te bepalen dat het gezag inzake de aanmelding bij een onderwijsinstelling en het aanvragen van een verblijfsvergunning aan Nidos wordt toegekend. Nidos stelt zich op het standpunt dat er wel sprake is van een gezagsvacuüm. De moeder verblijft al ruim twee maanden in Armenië en zal daar - naar het lijkt - langdurig verblijven. Zij heeft nog geen voorzieningen getroffen voor de komst van haar kinderen. De moeder heeft geen vaste verblijfplaats, waardoor zij feitelijk niet tot uitoefening van het gezag kan overgaan. Fysieke nabijheid is wenselijk bij de uitoefening van het gezag. Contact via email of per telefoon wordt bemoeilijkt door technologische problemen. Telefonisch contact is bovendien enkel mogelijk als de moeder over voldoende financiële middelen beschikt. De gesprekken die Nidos moet voeren met de moeder lenen zich bovendien naar hun aard niet voor telefonische uitwisseling. Er is dan geen non-verbale communicatie waardoor het lastiger is om tot overeenstemming te komen. Het is Nidos bijvoorbeeld nog niet gelukt om de moeder te bewegen om identiteitspapieren en reisdocumenten voor de kinderen aan te vragen in Armenië. Daarnaast maakt Nidos zich zorgen over de geestelijke gesteldheid van de moeder. Omdat hereniging met en een legaal verblijf van de kinderen in Nederland niet haalbaar lijken, onderzoekt Nidos de mogelijkheid van hereniging met de moeder in Armenië. Nidos ziet zich hiermee tegenover de moeder geplaatst. Nidos verwacht dan ook niet dat de moeder zal meewerken aan de uitvoering van een ondertoezichtstelling. Bovendien kan Nidos de instrumenten die de maatregel biedt om medewerking af te dwingen niet inzetten, omdat de moeder niet in Nederland verblijft. Bij een ondertoezichtstelling zal Nidos voor elke formele handeling waar de toestemming van de moeder voor nodig is, de gang naar de rechtbank moeten maken. Nidos is daarom van mening dat er nog steeds sprake is van een gezagsvacuüm waarin moet worden voorzien door Nidos met de voogdij te belasten. Nidos voert verder verweer tegen het verzoek van de moeder tot de benoeming van een bijzondere curator. Er is geen strijd tussen het belang van Nidos en de minderjarigen. Nidos stelt het belang van de minderjarigen voorop. Dat Nidos op sommige punten verschilt van mening met de moeder, is niet aan te merken als een belangenconflict tussen de kinderen en de voogd. Bovendien zorgt een extra gezicht voor de kinderen voor nog meer verwarring over wie wat beslist. Ter zitting heeft Nidos toegelicht dat de komende periode wordt gebruikt om te onderzoeken of het perspectief van de kinderen in Nederland of in Armenië ligt. Nidos verwacht dat een nieuwe procedure omtrent het verblijf van de kinderen in Nederland op dit moment niet succesvol zal zijn. Direct inzetten op hereniging in Armenië is ook niet de insteek, omdat de moeder hiervoor eerst aan bepaalde voorwaarden moet voldoen waaronder een adequate opvang van de kinderen in Armenië. De Dienst Terugkeer en Vertrek doet hier ook onderzoek naar en onderhoudt contact met de Armeense autoriteiten. Pas als duidelijk is dat hereniging in Armenië niet haalbaar is, kan opnieuw een verblijfsvergunning voor de kinderen in Nederland worden aangevraagd. Tot dat moment moeten de kinderen op een neutrale plaats blijven. Nidos vreest dat wanneer wordt ingezet op een hereniging in Armenië, de moeder dit zal proberen tegen te houden door de kinderen te laten onderduiken met behulp van haar netwerk. Nidos vreest dat het netwerk hieraan zal meewerken vanuit hun loyaliteit naar de moeder. Nidos verwijst hierbij naar de reden van de beëindiging van de eerdere netwerkplaatsing van de kinderen. 5Het verweer en verzoek van de moeder De moeder is het eens met de ondertoezichtstelling en om daarbij Nidos aan te wijzen als de GI die de ondertoezichtstelling uitvoert. De moeder verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing af te wijzen tenzij de kinderen worden geplaatst bij mevrouw [H] , vriendin van de moeder. De moeder concludeert verder tot afwijzing van het verzoek om Nidos te belasten met de voogdij. Indien de rechtbank wel meent dat er sprake is van een gezagsvacuüm, verzoekt de moeder om mevrouw [H] te belasten met de voogdij. De moeder verzoekt voorts om een bijzondere curator te benoemen om de belangen van de kinderen te behartigen, indien de rechtbank Nidos belast met de voogdij. De moeder meent dat er sprake is van een wezenlijk conflict tussen Nidos en de belangen van de kinderen. De moeder verwijst onder meer naar de conclusie uit het rapport van Defence for Children en naar artikel 12 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) waarin is vastgelegd dat de kinderen het recht hebben om hun mening vrijelijk te uiten in alle aangelegenheden die hen treffen. Ter zitting is door en namens de moeder verklaard dat er geen sprake is van een gezagsvacuüm. De moeder is telefonisch goed bereikbaar. Het klopt wel dat de moeder nog geen documenten heeft aangevraagd in Armenië, maar zij stelt zich op het standpunt dat zij deze documenten niet kan aanvragen omdat haar werkelijke identiteit verschilt van die op papier. De moeder wil graag zelf de beslissingen over de kinderen nemen en wil de samenwerking met Nidos verbeteren. De kinderen hebben belang bij plaatsing binnen het netwerk. Nidos, zo stelt de moeder, handelt in strijd met het belang van de kinderen door niet in te zetten op een netwerkplaatsing. De kinderen moeten op een voor hen bekende en vertrouwde plek worden geplaatst, zodat zij hun gewone leven kunnen voortzetten. Het netwerk is beschikbaar en bereid om de kinderen op te vangen. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat de moeder de kinderen aan het zicht zal onttrekken door hen onder te laten duiken. De vrees van Nidos is nergens op gebaseerd. Mevrouw [H] heeft schriftelijk verklaard niets met de eerdere zogenoemde onderduiking te maken te hebben en hier ook niet aan mee te zullen gaan werken. Overigens wijst de moeder erop dat er geen sprake was van onderduiking. De kinderen waren gewoon uit logeren. Het onderzoek naar de haalbaarheid van hereniging in Armenië dan wel het starten van een nieuwe procedure voor een verblijf in Nederland, zal dusdanig veel tijd in beslagnemen dat dit de draagkracht van de kinderen te boven gaat als zij al die tijd in het neutrale pleeggezin moeten blijven. 6De beoordeling 6.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.