RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/661746-15 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 19 december 2017 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1946] te [geboorteplaats] ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 20 april 2017, 4 mei 2017 en 5 december
(1)roodlicht negatie te vinden was binnen het genoemde tijdsbestek te weten om 16:03:16:2 uur. Op het moment van deze roodlicht negatie straalden de verkeerslichten op richting 8, bij het verlaten van de koplus, al 14,2 seconden rood licht uit. Ongeveer 22 seconden na het tijdstip van het verlaten van de koplus op richting 8, en dus van deze roodlicht negatie, is verstoring in het verkeersbeeld te zien in de loggegevens. Doorgaans houdt dit in dat het overige verkeer reageert op een gebeurtenis op een kruispunt door stil te blijven staan. Gelet hierop is het volgens de verbalisant zeer aannemelijk dat het moment van het ongeval vlak voor de verstoring in de loggegevens lag. 4.3.2 Bewijsoverwegingen Verweren van de raadsman Door de raadsman is aangevoerd dat de verklaringen van de getuigen [getuige 2] en [getuige 1] niet met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht en dat aan hun waarnemingen zodanig moet worden getwijfeld, dat bewijsuitsluiting op zijn plaats is. De rechtbank volgt de raadsman daarin niet en is van oordeel dat de getuigen [getuige 2] , zowel tegenover de politie als tegenover de gedelegeerd rechter-commissaris, gedetailleerd, grotendeels gelijkluidend, consistent en overtuigend hebben verklaard. De rechtbank zal deze verklaringen dan ook niet uitsluiten van het bewijs. Voorts heeft de raadsman, kort gezegd, aangevoerd dat uit het technisch onderzoek niet is vast te stellen dat de roodlicht negatie die te zien is in de logfiles is veroorzaakt door verdachte. Daarbij is de raadsman van mening dat niet kan worden uitgegaan van het tijdstip van de roodlichtnegatie zoals genoemd in de verkeersongevallenanalyse en het proces-verbaal van onderzoek verkeersregelinstallatie nu nergens wordt vermeld of dit de atoomtijd is. Als namelijk van die tijd zou worden uitgegaan, brengt dat met zich mee dat verdachte niet door het rode licht kon zijn gereden, omdat het verkeerslicht op de rijrichting van verdachte op dat moment, volgens de logfiles, groen licht uitstraalde. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Zowel uit het technisch onderzoek als uit de verklaringen van de getuigen [getuige 2] en [getuige 1] volgt dat verdachte door rood licht is gereden. Uit de loggegevens volgt dat er in een tijdsbestek van 20 minuten, gelegen tussen 15:50 uur en 16:10 uur slechts één roodlicht negatie heeft plaatsgevonden op de rijrichting van verdachte en dat kort daarna een verstoring van het ‘normale’ verkeersbeeld te zien is. Deze verstoring vond plaats kort voor de melding van het ongeval (16:04 uur). De rechtbank gaat ervan uit dat de tijd weergegeven in de verkeersregelinstallatie correspondeert met de Atoomtijd, aangezien dat door de deskundigen als uitgangspunt is genomen. Ook als dat niet zo zou zijn geldt dat de volgende gebeurtenissen elkaar kort na elkaar zijn opgevolgd: één roodlicht negatie - verstoring van het verkeersbeeld dat volgens de deskundigen wijst op een gebeurtenis op het kruispunt – melding
- Er zijn geen aanwijzingen dat een ander dan verdachte door het rode licht heeft gereden, noch dat er een andere oorzaak is geweest voor de verstoring van het verkeersbeeld dan het ongeval. Het in eerste termijn door de raadsman van verdachte geschetste alternatieve scenario dat een ander dan verdachte door het rode licht is gereden wordt daarmee weersproken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte de kruising is opgereden terwijl op dat moment het verkeerslicht in zijn rijrichting al geruime tijd rood uitstraalde. De stellige ontkenning van verdachte, ondersteund door de verklaring van zijn (dementerende) vrouw, hebben de rechtbank geen aanleiding gegeven voor twijfel aan het technisch bewijs en de genoemde getuigenverklaringen. Schuld Vastgesteld kan worden dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor [slachtoffer] is overleden. Om tot een veroordeling voor artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 te kunnen komen, is vereist dat verdachte schuld heeft aan de aanrijding, hetgeen is tenlastegelegd als het zich roekeloos of zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam gedragen. Gelet op het standaardarrest van de Hoge Raad van 1 juni 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AO5822) zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 verschillende factoren van belang, zoals de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Voorts kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag, dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen het volgende is komen vast te staan. Verdachte reed als bestuurder van een personenauto met een constante snelheid richting het overzichtelijke kruispunt waar hij onbelemmerd zicht had en heeft vervolgens het reeds geruime tijd rood uitstralende verkeerslicht genegeerd en is zonder snelheid te minderen de kruising waarop het ongeval heeft plaatsgevonden, opgereden. Verdachte heeft daardoor het slachtoffer niet, in elk geval niet tijd opgemerkt waardoor het voertuig van verdachte en de scootmobiel met daarop het slachtoffer met elkaar in botsing zijn gekomen. Gelet op het voorgaande kan worden vastgesteld dat de ernst van de gedragingen van de verdachte en de overige omstandigheden van het geval zodanig zijn, dat op basis daarvan kan worden vastgesteld dat de verdachte schuld heeft aan het ongeval in de zin van artikel 6 WVW
- Verdachte kan immers worden verweten dat hij, zonder snelheid te minderen een kruising op is gereden en het voor hem rood uitstralende verkeerslicht heeft genegeerd. Verdachte heeft het slachtoffer niet, in ieder geval niet tijdig, opgemerkt en heeft pas te laat een poging gedaan het slachtoffer te ontwijken waardoor het voertuig van verdachte en de scootmobiel met daarop het slachtoffer met elkaar in botsing zijn gekomen. Aldus kan verdachte worden verweten dat hij daardoor een verkeersongeval heeft veroorzaakt. Dit gedrag dient te worden aangemerkt als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag dat verwijtbaar is. De rechtbank komt daarmee tot het oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder primair ten laste gelegde feit, in die zin dat de verdachte schuld heeft aan het veroorzaken van een verkeersongeval waardoor een persoon is gedood, waarbij de mate van schuld bestaat uit aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: Primair op 07 oktober 2015 te Amersfoort als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Bunschoterstraat, ter hoogte van de kruising van de Bunschoterstraat met de Maatweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend, terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt of werd gehinderd, met dat motorrijtuig, komende uit de richting Bunschoterstraat en gekomen bij de kruising van de Bunschoterstraat met de Maatweg niet is gestopt voor een in zijn richting geldend en al geruime tijd rood licht uitstralend verkeerslicht en met onverminderde snelheid genoemde kruispunt/kruising is opgereden en daarna in botsing is gekomen met een bestuurder van een scootmobiel, komende vanuit de Maatweg, welke bestuurder, bij voor hem bestemd groen licht, bezig was de Bunschoterstraat (ter hoogte van de oversteekplaats) over te steken, waardoor de bestuurder van dat scootmobiel (genaamd [slachtoffer] ) werd gedood. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: primair overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl dit een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot: - een taakstraf van 240 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 120 dagen hechtenis; - een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden. 8.2 Het standpunt van de verdediging Door de verdediging is ten aanzien van de strafmaat geen verweer gevoerd nu de raadsman vrijspraak van het tenlastegelegde heeft bepleit. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto aanmerkelijk onvoorzichtig gereden, op de manier zoals hiervoor in de bewezenverklaring is omschreven, waardoor hij een verkeersongeval heeft veroorzaakt. Door dit ongeval is de heer [slachtoffer] overleden. Het overlijden van [slachtoffer] heeft een enorme impact gehad op het leven van zijn familieleden en vrienden, zo blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring die ter terechtzitting is voorgelezen. Om te bevorderen dat landelijk voor dezelfde feiten door rechtbanken ongeveer dezelfde straf wordt opgelegd, zijn landelijke oriëntatiepunten voor strafoplegging ontwikkeld. Deze oriëntatiepunten adviseren in geval van het veroorzaken van een verkeersongeval met de dood als gevolg en waarbij sprake is van aanmerkelijke schuld, een taakstraf op te leggen van 240 uur en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van twaalf maanden. Deze oriëntatiepunten gaan uit van een blanco strafblad. Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van 13 september 2017 volgt dat verdachte ten tijde van het ongeval niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit. De eis van de officier van justitie is overeenkomstig genoemd oriëntatiepunt. De rechtbank is van oordeel dat er, gelet op het bovenstaande, geen aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. 9TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht en 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994; zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 10BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren; - beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis; - ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden; - bepaalt dat de duur van de ontzegging wordt verminderd met de tijd gedurende welke het rijbewijs vóór het tijdstip waarop de straf ingaat, ingevorderd is geweest; Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. de Stigter, voorzitter, mrs. D.C.P.M. Straver en J.W.B. Snijders Blok, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Passchier, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 december
- Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: Primair hij op of omstreeks 07 oktober 2015 te Amersfoort als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Bunschoterstraat, ter hoogte van de kruising van de Bunschoterstraat met de Maatweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, terwijl het zicht ter plaatse niet werd belemmerd, beperkt of werd gehinderd, met dat motorrijtuig, komende uit de richting Bunschoterstraat en gekomen bij de kruising van de Bunschoterstraat met de Maatweg niet is gestopt voor een in zijn richting geldend en al geruime tijd (13,7 seconden) rood licht uitstralend verkeerslicht en/of (vervolgens) met onverminderde snelheid genoemd(e) kruispunt/kruising is opgereden en/of is overgereden en/of (daarna) in botsing of aanrijding is gekomen met een bestuurder van een scootmobiel, komende vanuit de Maatweg, welke bestuurder, bij voor hem bestemd groen licht, bezig was de Bunschoterstraat (ter hoogte van de oversteekplaats) over te steken, waardoor de bestuurder van dat scootmobiel (genaamd [slachtoffer] ) werd gedood; art 6 Wegenverkeerswet 1994 Subsidiair hij, op of omstreeks 07 oktober 2015, te Amersfoort, als bestuurder van een motorrijtuig (een personenauto), heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Bunschoterstraat en naderende de met een verkeerslichteninstallatie geregelde kruising of splitsing van die Bunschoterstraat met de Maatweg geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers is verdachte niet gestopt voor een in zijn richting geldend en al geruime tijd (13,7 seconden) rood licht uitstralend verkeerslicht en/of (vervolgens) met onverminderde snelheid genoemd(e) kruispunt/kruising is opgereden en/of is overgereden en/of (daarna) in botsing of aanrijding is gekomen met een bestuurder van een scootmobiel (genaamd [slachtoffer] ), die bij voor hem bestemd groen licht, bezig was de Bunschoterstraat (ter hoogte van de oversteekplaats) over te steken, door welke gedraging(en) gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; art 5 Wegenverkeerswet 1994 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 31 maart 2016, genummerd PL0900-2015303433, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met
- Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Het proces-verbaal van bevindingen verbalisant [verbalisant 1] van 7 oktober 2015, pagina
- Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 7 oktober 2015, pagina
- Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 7 oktober 2015, pagina
- Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] bij de rechter-commissaris op 4 september 2017, pagina
- Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] bij de rechter-commissaris op 4 september 2017, pagina
- Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 7 oktober 2015, pagina
- Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 7 oktober 2015, pagina
- Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] bij de rechter-commissaris op 4 september 2017, pagina
- Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] bij de rechter-commissaris op 4 september 2017, pagina
- Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] bij de rechter-commissaris op 4 september 2017, pagina
- Het proces-verbaal van onnatuurlijke dood, opgesteld door verbalisant [verbalisant 3] van 19 oktober 2015, pagina
- Het proces-verbaal van onnatuurlijke dood, opgesteld door verbalisant [verbalisant 3] van 19 oktober 2015, pagina
- Het NFI rapport inzake Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood, opgesteld door M. Buiskool van 12 april 2016, pagina
- Verkeersongevallenanalyse opgesteld door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] van 24 december 2015, pagina
- Verkeersongevallenanalyse opgesteld door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] van 24 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van onderzoek verkeersregelinstallatie opgesteld door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] van 24 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van onderzoek verkeersregelinstallatie opgesteld door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] van 24 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van onderzoek verkeersregelinstallatie opgesteld door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] van 24 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van onderzoek verkeersregelinstallatie opgesteld door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] van 24 december 2015, pagina
- Aanvullend proces-verbaal opgesteld door [verbalisant 4] van 13 juni 2017