RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/652605-16 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 21 december 2017 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1999] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] te [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 december 2017. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R. Leuven en van hetgeen verdachte en mr. C.W. Dirkzwager, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: onder 1: op 17 december 2015 in Woerden een telefoon voorhanden heeft gehad die van diefstal afkomstig was, terwijl hij dat wist of had moeten vermoeden; onder 2: in de periode van 31 december 2015 tot en met 1 januari 2016 in Woerden openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen 5 voertuigen. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend te bewijzen. Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde acht de officier van justitie bewezen dat sprake is van opzetheling. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat het onder 1 tenlastegelegde kan worden bewezenverklaard, voor zover het schuldheling betreft. Het onder 2 tenlastegelegde kan niet worden bewezenverklaard, aangezien er onvoldoende bewijs is dat verdachte dit feit heeft gepleegd. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Bewijsmiddelen Ten aanzien van feit 1 [slachtoffer] heeft verklaard dat zij op 5 december 2015 in Woerden fietste en dat zij een groep jongens zag. Een van de jongens uit de groep liep naar haar toe en duwde haar van haar fiets. Een andere jongen zei dat ze haar tas moest geven en toen aangeefster dit niet deed, trok de jongen een mes. Weer een andere jongen nam haar tas weg, waar haar zwarte telefoon van het merk Samsung in zat. Op 17 december 2015 werd deze telefoon ter verkoop aangeboden bij een pandjeshuis ‘Used Products’ in Woerden. Verdachte werd op de camerabeelden herkend als de persoon die de telefoon aanbood. Verdachte heeft verklaard dat hij de telefoon ergens midden december 2015 voor € 50,- heeft gekocht van [medeverdachte 1] . Ook heeft hij verklaard dat de telefoon goedkoop was en dat hij wist dat [medeverdachte 1] zich bezighield met het plegen van diefstallen. Overweging De rechtbank is van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden sprake is van opzetheling. Door een telefoon te kopen van een persoon waarvan verdachte wist dat deze zich bezighield met het plegen van diefstallen, heeft verdachte de aanmerkelijke kans dat de telefoon die hij kocht ook van diefstal afkomstig was bewust aanvaard. Dit geldt te meer nu verdachte deze telefoon voor een laag bedrag heeft gekocht en geen onderzoek heeft verricht naar de herkomst van de telefoon. Ten aanzien van feit 2 Op oudjaarsavond en in oudjaarsnacht van 31 december 2015 op 1 januari 2016 werd in Woerden een aantal brandstichtingen dan wel vernielingen gepleegd door een groep jongeren. Verdachte is die avond gecontroleerd door de politie. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft verklaard dat er die avond auto’s in brand werden gestoken, door een ruitje in te tikken en er mortieren, vuurpijlen, nitraten en/of (was)benzine in te gooien. Ook heeft [medeverdachte 2] verklaard dat er verschillende jongeren bij waren die avond, dat het in het begin een hele grote groep was en dat de groep steeds kleiner werd. Tot de groep behoorde ook verdachte. Uit WhatsAppgesprekken uit de telefoon van [medeverdachte 2] komt naar voren dat op 30 november 2015 in de appgroep door ‘ [naam] ’ wordt gesproken over ‘maar boys, wat is de planning met nieuwjaar? Waar gaan we terroriseren?’ en op 30 december 2015 over ‘wie heeft molotovs’, waarop gereageerd wordt met ‘wacht ik maak’ en door verdachte met ‘ik ook’. ‘ [naam] ’ betreft [A] .Verdachte heeft bij de politie verklaard dat het klopt dat in WhatsAppgesprekken was afgesproken dat ze met molotovcocktails en vuurwerkbommen chaos gingen veroorzaken en dat hij wist dat ze auto’s in brand gingen steken. Ten aanzien van de vrachtwagen van het merk Mitsubishi met kenteken [kenteken] [benadeelde 1] heeft verklaard dat hij zijn bedrijfsvrachtwagen van het merk Mitsubishi, type Canter, met kenteken [kenteken] , op 31 december 2015 aan de Johan de Wittlaan in Woerden had geparkeerd. Op 4 januari 2016 hoorde hij van een medewerker dat zijn vrachtwagen was herkend op het nieuws bij het item over autobranden in Woerden. Op 7 januari 2016 hoorde [benadeelde 1] dat zijn voertuig was weggesleept en met zware brandschade bij het filiaal van de sleepdienst stond. De getuige [getuige] heeft verklaard dat zij op 31 december 2015 op de Johan de Wittlaan in Woerden plotseling brand zag ontstaan bij een autobusje. Zij zag ongeveer vijf scooters nabij de brand. [A] heeft verklaard dat hij bij de brand van de vrachtauto was en dat hij had gehoord dat verdachte de vrachtauto in brand had gestoken. Verdachte heeft verklaard dat hij bij een groep jongens die bij een vrachtwagen stond is gaan staan. Hij zag [A] naar de vrachtauto lopen met iets in zijn handen. Verdachte keek op dat moment naar zijn tas om vuurwerk te pakken. Verdachte heeft op 3 januari 2016 in de WhatsAppgroep een bericht geplaatst dat luidt: “We liepen wel langs 1 camera toe we die vrachtwagen deden”. Op 4 januari 2016 kwam er een man aan de balie van het politiebureau. Hij liet zijn telefoon zien met daarop een filmpje dat hij via een WhatsAppgroep had ontvangen. Op het filmpje is te zien dat drie personen wegrennen bij het brandende voertuig. Verdachte heeft op 4 januari 2016 in de WhatsAppgroep de volgende berichten geplaatst: “Gooi nog izn video er op”, “Die van die vrachtwagen” en “En zet er bij ah kkr nederland jullie pakken ons nietp.” Overweging De rechtbank overweegt dat van het "in vereniging" plegen van geweld sprake is, indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde – intellectuele en/of materiële – bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte actief betrokken was bij het maken van de plannen in de WhatsAppgroepen om met oud en nieuw, onder meer met behulp van vuurwerk, auto’s in brand te gaan steken. Hij had die avond in een tas vuurwerk bij zich en heeft zich gevoegd bij een groep jongens die hij bij een vrachtwagen zag staan. Uit de verklaring van verdachte blijkt dat van die groep in ieder geval ook [A] deel uitmaakte. [A] heeft ook deelgenomen aan de WhatsAppgesprekken. Door vooraf plannen te maken om brand te stichten en zich vervolgens aan te sluiten bij een groep jongens waarvan verdachte wist dat er jongens bij waren die ook betrokken waren bij het maken van deze plannen, heeft verdachte de groep naar het oordeel van de rechtbank niet alleen getalsmatig versterkt. Bij dat oordeel betrekt de rechtbank voorts de verklaring van [A] en het bij de bewijsmiddelen opgenomen WhatsAppgesprek van 3 januari 2016. Verdachte bevestigt in het WhatsAppgesprek immers de verklaring van [A] dat verdachte betrokken is geweest bij de brandstichting van de vrachtwagen. Dat verdachte ter zitting heeft aangegeven dat hij dat bericht heeft gestuurd om stoer te doen acht de rechtbank daarom niet geloofwaardig. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bij het in brand steken van de vrachtauto van het merk Mitsubishi aanwezig was en daarbij ook een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd, zodat feit 2 bewezen is voor zover het deze auto betreft. 4.3.2 Partiële vrijspraak feit 2 De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het openlijk geweld dat in de periode van 31 december 2015 tot en met 1 januari 2016 in Woerden gepleegd is tegen de volgende voertuigen: - een personenauto van het merk Hyundai, type Tucson, met kenteken [kenteken] ; - een personenauto van het merk Alfa, type Romeo, met kenteken [kenteken] ; - een personenauto van het merk Renault, type Megan, met kenteken [kenteken] ; - een personenauto van het merk Toyota, type Aygo, met kenteken [kenteken] . Verdachte wordt dan ook van die onderdelen van het onder 2 tenlastegelegde vrijgesproken. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: 1. op 17 december 2015 te Woerden, een goed, te weten een mobiele telefoon (merk: Samsung, kleur: zwart) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; 2. op 31 december 2015 te Woerden, openlijk, te weten op of aan de openbare weg, namelijk op of aan de hieronder genoemde weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen één voertuig: - een vrachtwagen (merk: Mitsubishi, type Canter, met kenteken: [kenteken] ) aan de Johan de Wittlaan welk geweld bestond uit het gooien van vuurwerk in het voertuig terwijl dit door hem gepleegde geweld vernieling ten gevolge heeft gehad. Voor zover in het bewezenverklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: onder 1 primair: Opzetheling; onder 2: Openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot: - een jeugddetentie van 2 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren; - een taakstraf van 140 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 70 dagen jeugddetentie. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat bij het opleggen van straf rekening gehouden moet worden met het tijdsverloop. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft met een grote groep jongeren tijdens oud en nieuw geweld gepleegd tegen een vrachtauto, door deze in brand te steken. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het geweld tegen de auto onderdeel was van een reeks autobranden die gedurende die avond en nacht in Woerden hebben plaatsgevonden. Uit het dossier volgt immers dat verdachte samen met de groep jongeren kennelijk tot gezamenlijk doel hadden om autobranden te plegen en dat zij in verschillende samenstellingen verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het geweld door meerdere auto’s in de brand te steken. Een (deel van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.