RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/705464-16 (P) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 14 februari 2017 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1996] in [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , preventief gedetineerd in PI Nieuwegein. 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 en 5 juli 2016, 20 september 2016, 14 december 2016 en 31 januari 2017. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. B. Molleman, advocaat te Amersfoort. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de vordering van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , bijgestaan door mr. F. ten Berge, en [slachtoffer 2] , bijgestaan door mr. N. Stolk. De vorderingen zijn ter terechtzitting nader toegelicht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is, met toepassing van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering, op de zitting van 31 januari 2017 nader omschreven. De nader omschreven tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich – als (mede)pleger – schuldig heeft gemaakt aan: feit 1: mensenhandel ten aanzien van de minderjarige [slachtoffer 1] , in de periode van 1 november 2015 tot en met 13 februari 2016 te Zeist en/of Utrecht; feit 2: onttrekking van de minderjarige [slachtoffer 1] aan het wettig gezag, in de periode van 6 februari 2016 tot en met 13 februari 2016 te Zeist en/of Utrecht; feit 3: het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer 1] , die toen nog geen 16 jaar oud was, bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam, in de periode van 1 september 2015 tot en met 13 februari 2016 te Zeist en/of Utrecht; feit 4: het vervaardigen en het in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal van [slachtoffer 1] , in de periode van 6 februari 2016 tot en met 21 maart 2016 te Zeist en/of Utrecht; feit 5: mensenhandel ten aanzien van de minderjarige [slachtoffer 2] , in de periode van 15 oktober 2015 tot en met 15 november 2015 te Rotterdam en/of Utrecht en/of Zeist en/of Amsterdam; feit 6: onttrekking van de minderjarige [slachtoffer 2] aan het wettig gezag, in de periode van 15 oktober 2015 tot en met 15 november 2015 te Rotterdam en/of Utrecht en/of Zeist en/of Amsterdam. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vraagtekens geplaatst bij de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en stelt zich op het standpunt dat steunbewijs voor deze verklaringen ontbreekt. Wat betreft de feiten 1, 2, 5 en 6 ontkent verdachte de ten laste gelegde feitelijke handelingen te hebben verricht. De verklaring van aangeefsters wordt niet ondersteund door andere bewijsmiddelen. Daarnaast ontbreekt ook bewijs ten aanzien van het oogmerk van uitbuiting en van medeplegen. De raadsvrouw heeft verzocht verdachte van deze feiten vrij te spreken. Er is voldoende bewijs voor feit 3, maar enkel voor orale penetratie van [slachtoffer 1] door verdachte op 13 februari 2016. Ook kan tot een bewezenverklaring worden gekomen van feit 4 voor het maken en in bezit hebben van de kinderpornografische filmpjes van [slachtoffer 1] en het in bezit hebben van de foto’s. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Bewijsmiddelen De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. [slachtoffer 1] Op 6 februari 2016 werd door [getuige 1] melding gemaakt van vermissing van haar minderjarige dochter [slachtoffer 1] . Op 13 februari 2016 was [slachtoffer 1] weer thuis bij haar moeder. [slachtoffer 1] is geboren op [2000] . De ouders van [slachtoffer 1] bezitten het ouderlijk gezag over haar. Verklaringen [slachtoffer 1] heeft over de periode van januari 2016 tot en met 13 februari 2016 het volgende verklaard. [medeverdachte] nam begin januari contact met haar op omdat hij had gehoord dat ze geld wilde verdienen en zei tegen haar dat zij als hoer kon werken. Hij kwam haar samen met [verdachte] ophalen. [verdachte] vertelde dat hij een pooier was en dat hij meer dingen kon regelen dan [medeverdachte] . Ze legden aan [slachtoffer 1] uit hoe ze te werk gingen, dat ze foto’s van haar gingen maken en dat ze een nep identiteitsbewijs zou krijgen. Ze zeiden dat het handig was als [slachtoffer 1] zou weglopen van huis. Zij zouden een huis voor haar regelen. Ze zeiden dat [slachtoffer 1] zo’n 1.000 euro per dag kon verdienen door seks te hebben met jongens. [slachtoffer 1] heeft aan [verdachte] en [medeverdachte] verteld dat zij 15 jaar oud was. Een week voordat ze wegliep ging het thuis en op school niet goed. [slachtoffer 1] nam contact op met [medeverdachte] . Hij wilde wel voor haar zorgen maar dan moest [slachtoffer 1] wel voor hem werken. Hij beloofde dat ze leuke dingen zouden doen samen. Die zaterdag (de rechtbank begrijpt: 6 februari 2016) is [slachtoffer 1] weggelopen. Ze is naar Zeist West gegaan waar ze werd opgehaald door [medeverdachte] . Ze zijn samen naar zijn huis gegaan. Ze moest haar capuchon op doen zodat mensen haar niet zouden zien. Die avond werd [slachtoffer 1] naar een vriend van [medeverdachte] gebracht, in Utrecht, genaamd “ [getuige 2] ”. Zij moest daar twee nachten slapen en mocht niet naar buiten. Tijdens die twee dagen kwamen [medeverdachte] en [verdachte] langs. [medeverdachte] zei tegen [slachtoffer 1] dat zij seks met [getuige 2] moest hebben. [slachtoffer 1] heeft dat gedaan. Ook [verdachte] heeft dit tegen haar gezegd. [slachtoffer 1] vond het niet leuk om seks met hem te hebben, maar ze was bang dat [medeverdachte] boos zou worden. [medeverdachte] had gezegd dat ze alles moest doen wat hij zei en dat ze naar hem moest luisteren. [medeverdachte] en [verdachte] hadden haar verteld dat ze gewapend waren. Op maandag kwam [medeverdachte] met een meisje om het haar van [slachtoffer 1] te verven; zodat zij niet herkend zou worden en om ouder te lijken voor klanten. Op maandagavond werd [slachtoffer 1] opgehaald en naar een vriend gebracht in Zeist waar zij is blijven slapen. Die vriend werd ’s nachts gebeld door [medeverdachte] . Toen ze buiten kwam zaten [verdachte] en [medeverdachte] in de auto met een klant. [medeverdachte] zei tegen haar dat zij een klant had en dat ze hem moest pijpen. [verdachte] zei dat ze tegen de klant moest zeggen dat ze [bijnaam] heette en dat ze 17 jaar oud was. [slachtoffer 1] heeft de klant gepijpt in de buurt van de woning waar zij op dat moment verbleef. Ze hoorde de volgende dag van [verdachte] dat hij 20 euro had gekregen van de klant. Dinsdagmiddag werd ze opgehaald en naar het huis van ene [A] gebracht bij het Bosplein in Zeist. Daar heeft zij seks gehad met [A] . Ze moest boven in een kamer blijven, omdat de mensen die beneden in de woning waren niet mochten weten dat zij daar ook was. Op woensdag werd [slachtoffer 1] opgehaald door [verdachte] en naar Utrecht gebracht. [medeverdachte] en [verdachte] lieten haar achter bij een man van 43 jaar oud. De man bleek een klant te zijn. Hij belde [medeverdachte] op omdat [slachtoffer 1] geen seks met hem wilde hebben. Ze kreeg [medeverdachte] aan de telefoon en hij zei dat ze wel seks met de man moest hebben. [medeverdachte] is haar uiteindelijk op komen halen en heeft haar naar Zeist gebracht. Daar is ze weer door [verdachte] opgehaald en naar [A] gebracht, waar zij samen zijn blijven slapen. Op donderdag bracht [verdachte] haar naar het huis van [medeverdachte] . [verdachte] en [medeverdachte] gingen vervolgens weg en deden de deur op slot. [slachtoffer 1] kon niet weg en is daar twee dagen gebleven zonder eten. [medeverdachte] kwam de volgende dag in de ochtend en in de avond langs. Vervolgens kwam ook [verdachte] ’s avonds naar de woning. [slachtoffer 1] was die avond met [B] en [verdachte] in de woning van [medeverdachte] . [verdachte] heeft toen met zijn telefoon filmpjes gemaakt van [slachtoffer 1] toen zij seks had met [B] en toen zij [verdachte] aan het pijpen was. De volgende dag, op zaterdag, kwam [verdachte] terug naar de woning. Hij zei dat [slachtoffer 1] naar huis moest omdat de politie haar op het spoor was. [slachtoffer 1] is afgezet bij de [adres] in [woonplaats] en naar huis gegaan. Toen ze naar huis ging kreeg ze van [verdachte] een blauwe Nokia mee. Ze zouden haar op deze telefoon bellen en weer ophalen. [medeverdachte] en [verdachte] hadden [slachtoffer 1] beloofd dat het leuk zou worden, dat ze veel geld zou verdienen en dat ze zouden gaan shoppen. Ze zouden een identiteitsbewijs regelen voor [slachtoffer 1] waarop als haar leeftijd 18 jaar vermeld zou staan, ze zou een andere naam krijgen en ze zouden een huis regelen. [slachtoffer 1] heeft de hele week binnen gezeten. [verdachte] en [medeverdachte] zeiden de hele tijd dat ze niet naar buiten mocht omdat ze dan herkend zou worden door mensen of door de politie. [medeverdachte] en [verdachte] regelden de afspraken met klanten. [slachtoffer 1] herkent de achternaam “ [medeverdachte] ” als zijnde de achternaam van degene die zij [medeverdachte] noemt. Ze herkent verdachte [verdachte] en medeverdachte [medeverdachte] op foto’s als degenen die zij [verdachte] en [medeverdachte] noemt. Getuigenverklaringen [getuige 2] bevestigt dat [slachtoffer 1] bij hem heeft geslapen. Hij wist dat zij minderjarig was. Een jongen had hem gebeld met de vraag of zij bij hem mocht blijven slapen. Ze is twee dagen bij hem thuis geweest. [getuige 2] heeft meermalen seks gehad met [slachtoffer 1] . Op maandag is het haar van [slachtoffer 1] geverfd. Hij herkent aangeefster [slachtoffer 1] als degene die hij [slachtoffer 1] noemt. Ook herkent hij [medeverdachte] op een aan hem getoonde foto. [getuige 2] en [medeverdachte] hebben 86 keer telefonisch contact gehad in de periode van 22 december 2015 tot en met 24 februari 2016 waarvan een groot deel in de week van [slachtoffer 1] ’s vermissing. [getuige 2] heeft verklaard dat hij een aantal keer op [slachtoffer 1] verzoek telefonisch contact heeft opgenomen met [medeverdachte] toen zij bij hem verbleef. [getuige 3] heeft verklaard dat er bij haar thuis door jongens werd gesproken over een meisje van 14 jaar. Ze hoorde later dat het over [slachtoffer 1] ging. De jongens zeiden dat die [medeverdachte] een flikker was omdat hij kleine meisjes achter de ramen zette. Ze hadden het over [medeverdachte] (fonetisch). De getuige herkent [medeverdachte] als degene die zij [medeverdachte] noemt. [getuige 4] , een vriendin van [slachtoffer 1] , heeft verklaard dat zij het volgende van [slachtoffer 1] heeft gehoord. [slachtoffer 1] was door twee jongens opgehaald. Zij heeft in vier verschillende huizen verbleven en mocht niet alleen naar buiten. De jongens waren gewapend. [slachtoffer 1] was bang voor de jongens. Ze werd als hoer gebruikt. [slachtoffer 1] heeft één klant gehad en ze heeft geweigerd om met de tweede klant seks te hebben. Ze had het over ene [medeverdachte] . Woning / verblijfsadres [medeverdachte] [slachtoffer 1] heeft verklaard over de looproute vanaf de plaats waar zij op 6 februari 2016 door [medeverdachte] werd opgehaald naar de woning van [medeverdachte] . Uit onderzoek is gebleken dat het gaat om het verblijfsadres van [medeverdachte] aan de [adres] in [woonplaats] . Het bij de wijkagent bekende telefoonnummer van [medeverdachte] [telefoonnummer] komt overeen met het nummer dat [slachtoffer 1] van [medeverdachte] had. [slachtoffer 1] heeft het adres [adres] in [woonplaats] later ook aangewezen als de woning van [medeverdachte] . Aanhouding verdachten Verdachte [verdachte] en zijn medeverdachte [medeverdachte] zijn op 21 maart 2016 aangehouden op verdenking van onder meer mensenhandel. Aantreffen kinderpornografisch materiaal Op de telefoon van [verdachte] zijn drie filmfragmenten aangetroffen. Eén van de personen te zien op de filmfragmenten wordt herkend als [verdachte] . Hij is met zijn gezicht in beeld en het lijkt erop alsof hij de opnameapparatuur in handen heeft. Hij filmt eerst zichzelf en dan de anderen die in de kamer aanwezig zijn. Filmfragment 1: [nummer] .mp4 - 13 februari 2016 om 03.30.21 uur Op de beelden zijn drie personen te zien: [verdachte] , een jongen en een meisje. Te zien is dat het meisje op haar knieën zit terwijl zij de jongen, niet zijnde [verdachte] , oraal bevredigt. De jongen wordt herkend als zijnde [B] , geboren op [1995] . Filmfragment 2: [nummer] .mp4 – 13 februari 2016 om 04.00.33 uur Op de beelden zijn weer drie personen te zien: [verdachte] die een filmopname maakt van een meisje en jongen die seksuele handelingen verrichten. De jongen wordt herkend als [B] . Hij ligt bovenop het meisje waarbij het lijkt alsof er geslachtsgemeenschap plaatsvindt, aangezien hij met zijn kruis op en neer beweegt boven het kruis van het meisje. Het meisje ligt op haar rug met een ontbloot onderlichaam. Filmfragment 3: [nummer] .mp4 – 13 februari 2016 om 04.02.13 uur Op de beelden zijn weer drie personen te zien: [verdachte] , waarvan het lijkt alsof hij de opnameapparatuur in handen heeft, [B] en het meisje. Het meisje ligt op haar rug met een ontbloot onderlichaam. [B] ligt bovenop haar waarbij er geslachtsgemeenschap lijkt plaats te vinden aangezien hij op en neer beweegt met zijn kruis boven het kruis van het meisje. De ontblote billen van [B] zijn in beeld. Het meisje is hetzelfde meisje als in filmfragment 2. Het meisje op de filmfragmenten wordt herkend als [slachtoffer 1] . De woning waarin de filmpjes zijn opgenomen wordt herkend als de woning van [medeverdachte] op de [adres] in [woonplaats] . In de telefoon van [verdachte] zijn ook drie naaktfoto’s aangetroffen, waarover door [slachtoffer 1] en door [verdachte] zelf is verklaard dat dit foto’s van [slachtoffer 1] zijn. Gelet op de leeftijd van [slachtoffer 1] zijn deze afbeeldingen aangemerkt als kinderpornografisch van aard. De foto’s hebben een creatiedatum van 11 februari 2016. Foto 1: Screenshot [nummer] Op de foto is een vrouw liggend op bed te zien. Zij draagt alleen een slip en bh. Foto 2: Screenshot_ [nummer] Op de foto is hetzelfde meisje te zien als op foto 1. Zij zit voorover geboden op een bed, rustend op haar beide ellebogen en knieën. Te zien is dat de slip een string is. Zij zit op z’n hondjes met haar blote billen naar achteren gericht. Foto 3: Screenshot_ [nummer] Op de foto is hetzelfde meisje te zien als op foto 1. Zij ligt op haar rug op hetzelfde bed. Zij draagt nog steeds de string. Haar beide borsten zijn ontbloot. Haar handen liggen naast haar borsten en zij duwt deze een beetje naar binnen. Hierdoor worden haar borsten tegen elkaar aan gedrukt. Verklaring verdachte [verdachte] heeft verklaard dat [slachtoffer 1] bij een vriend van hem thuis was. [slachtoffer 1] heeft hem gepijpt en hij heeft dit gefilmd met zijn telefoon. Hij heeft ook iemand anders gefilmd. Deze filmpjes zijn aangetroffen op zijn telefoon. Het filmen vond plaats op de één na laatste dag, voordat [slachtoffer 1] naar huis ging (de rechtbank begrijpt: 12 februari 2016). In zijn telefoon staan ook drie naaktfoto’s van [slachtoffer 1] . Deze heeft [verdachte] ontvangen op zijn telefoon in de periode dat [slachtoffer 1] weggelopen was. [slachtoffer 2] Door de politie in Rotterdam is in januari 2016 een aangifte opgenomen van de minderjarige [slachtoffer 2] . Gelet op de overeenkomsten tussen de verklaringen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zijn aan [slachtoffer 2] foto’s getoond van de verdachten [verdachte] en [medeverdachte] . [slachtoffer 2] heeft hen herkend als degenen die zij [verdachte] en [medeverdachte] noemt. [slachtoffer 2] is geboren op [1998] . De ouders van [slachtoffer 2] bezitten het ouderlijk gezag over haar. Verklaringen [slachtoffer 2] heeft over de periode van 29 oktober 2015 tot en met 9 november 2015 het volgende verklaard. [slachtoffer 2] is in oktober 2015 weggelopen van huis. [medeverdachte] is haar op komen halen in Rotterdam en vroeg haar met hem mee te gaan. Ze zijn met de trein naar Utrecht gegaan. In de trein werd [medeverdachte] verbaal agressief. Hij zei tegen [slachtoffer 2] dat ze moest luisteren. [verdachte] stond op hen te wachten. [slachtoffer 2] vertelde [verdachte] dat ze 17 jaar oud was, dat ze [bijnaam] heette en dat ze was weggelopen van huis. [medeverdachte] komt uit [woonplaats] . Zijn broer kan niet meer lopen. [medeverdachte] heeft [slachtoffer 2] naar de woning van zijn familie in [woonplaats] gebracht. Zijn moeder was daar niet omdat de woning verbouwd werd. [verdachte] komt ook uit [woonplaats] . [slachtoffer 2] heeft tegen hen gezegd dat haar naam [bijnaam] was. [medeverdachte] , [verdachte] en [slachtoffer 2] zijn met de auto naar een hotel in Zeist gereden. Ze wachtte samen met [medeverdachte] buiten terwijl [verdachte] een kamer ging boeken. Ze hebben met zijn drieën in de hotelkamer overnacht. [medeverdachte] heeft haar telefoon afgepakt en de simkaart uit haar telefoon doormidden gebroken. Toen [slachtoffer 2] aangaf dat ze wegging zei [medeverdachte] dat ze dat niet kon maken omdat ze alles voor haar hadden geregeld. Ze was bang toen [medeverdachte] dat tegen haar zei omdat hij op een agressieve manier sprak. De volgende dag zijn ze in een park bij het hotel gaan zitten en hebben [medeverdachte] en [verdachte] besproken wat ze zouden gaan doen. Ze hebben haar telefoon afgepakt en in de sloot gegooid. [verdachte] heeft een meisje genaamd [C] gebeld waar zij die nacht kon slapen. Ze zijn met de bus naar Utrecht gegaan. [slachtoffer 2] moest van [verdachte] zeggen dat ze 18 jaar oud was. [C] woonde in een eengezinswoning in Utrecht. Ze heeft twee nachten bij [C] geslapen. Na twee dagen kwam [verdachte] haar weer ophalen. [slachtoffer 2] is toen met [verdachte] en [medeverdachte] naar de Shisha Lounge gegaan. [verdachte] zei tegen haar dat ze hem geld kostte en vroeg hoe ze dat op konden lossen. Hij zei dat [slachtoffer 2] als hoer kon gaan werken. Ze zeiden tegen haar dat ze haar zouden slaan als ze het niet deed. [verdachte] gaf haar een Nokia en zei dat ze met deze telefoon alleen met klanten of met hem mocht bellen. [medeverdachte] stelde voor dat [slachtoffer 2] in hun nieuwe huis kon verblijven totdat zijn moeder daar zou komen. [slachtoffer 2] is door [medeverdachte] en [verdachte] naar dat huis gebracht. [verdachte] vertelde [slachtoffer 2] dat er geld nodig was voor eten. Als ze genoeg geld had verdiend hoefde ze niet meer te werken. [verdachte] zou haar brengen en ophalen. Klanten sms’ten voor een afspraak en [verdachte] en [medeverdachte] sms’ten terug. De jongens brachten haar vervolgens naar een klant. [verdachte] zei dat een klant van te voren moest betalen en dat [slachtoffer 2] het geld later aan hem moest geven. Ze heeft al het geld aan [verdachte] gegeven. De volgende dag zijn [verdachte] , [medeverdachte] en [slachtoffer 2] naar drie vrienden van hen in een dorpje naast Utrecht gegaan. [slachtoffer 2] heeft in de woning seks gehad met één van de jongens. Ze vertelde de jongens dat ze [bijnaam] heette en dat ze 19 jaar oud was. [slachtoffer 2] had van [verdachte] condooms gekregen. Na de seks kwam [medeverdachte] binnen. Hij heeft haar meermalen in haar gezicht geslagen. Voor de seks met die jongen is 120 euro betaald. [verdachte] is het geld de volgende dag bij die jongen op gaan halen. Ze zijn teruggereden naar het huis van [medeverdachte] . Daar hebben [slachtoffer 2] en [medeverdachte] twee nachten geslapen. De volgende dag heeft [slachtoffer 2] seks gehad met één van de vrienden van [verdachte] en [medeverdachte] in een auto op een parkeerplaats in Zeist. Die vriend wilde dat en [verdachte] en [medeverdachte] vonden het goed omdat het voor geld was. [slachtoffer 2] denkt dat die jongen 120 euro heeft betaald. Omdat de moeder van [medeverdachte] in de woning was sliep ze die nacht alleen in de auto. De volgende dag ging de telefoon. [verdachte] zei dat ze op moest nemen. [slachtoffer 2] heeft een afspraak gemaakt met een klant in Utrecht. [verdachte] zou haar brengen. Ze heeft de klant, een Nederlandse man, afgetrokken en kreeg daarvoor 120 euro betaald. [verdachte] kwam haar vervolgens weer ophalen en in de auto heeft ze het geld aan hem gegeven. Die avond heeft [slachtoffer 2] , samen met [verdachte] en [medeverdachte] , geslapen in de woning van [medeverdachte] in [woonplaats] . De volgende dag nam een klant contact op. Hij wilde met [slachtoffer 2] overnachten in een hotel in de buurt van Amsterdam. [medeverdachte] heeft met de man ge-sms’t. [medeverdachte] en [verdachte] hebben haar naar een Van der Valk hotel gebracht. Ze wilde niet maar naar ze moest. [slachtoffer 2] heeft met de man geneukt. De man heeft haar 400 euro betaald. De man twijfelde over haar leeftijd maar [verdachte] had hem gezegd dat ze 19 jaar oud was. [verdachte] had ook tegen [slachtoffer 2] gezegd dat zij tegen klanten moest zeggen dat haar naam [bijnaam] was en dat ze 19 jaar oud was. De volgende dag kwam [verdachte] haar ophalen, samen met [medeverdachte] . Ze heeft het geld aan [verdachte] gegeven. Ze heeft die avond bij [medeverdachte] geslapen. De volgende dag zei [verdachte] dat de Nederlandse klant haar weer wilde. [medeverdachte] , [verdachte] en [slachtoffer 2] zijn naar Utrecht gereden. Ze heeft de man afgetrokken voor 120 euro. Het geld heeft [slachtoffer 2] aan [verdachte] gegeven. Ze hebben haar teruggebracht naar de woning van [medeverdachte] in [woonplaats] . [verdachte] heeft de deur op slot gedaan en ging weg. [medeverdachte] kwam later langs en zij hebben samen overnacht in de woning. [verdachte] vertelde dat [slachtoffer 2] zondag naar een buitenlandse man zou gaan die 750 euro voor een nacht zou betalen. Tussendoor heeft [slachtoffer 2] nog een keer seks gehad met die vriend van [verdachte] , weer in zijn auto op een parkeerplaats in Zeist. Ze heeft gezien dat die jongen geld gaf aan [verdachte] . Die zondag heeft [verdachte] haar vanaf Zeist naar Amsterdam gebracht. In plaats van naar de klant te gaan is ze naar het politiebureau gegaan. Die nacht was [slachtoffer 2] om 04:00 uur thuis (de rechtbank begrijpt: maandag 9 november 2015). In totaal heeft [slachtoffer 2] zes klanten gehad: de overnachting in het hotel voor 400 euro, twee keer de vriend in de auto, twee keer de Nederlandse man voor 120 euro en die ene vriend in de woning in Zeist voor 120 euro. [medeverdachte] regelde condooms. De werknaam [bijnaam] had [verdachte] verzonnen. [slachtoffer 2] herkent verdachte [verdachte] en de medeverdachte [medeverdachte] op foto’s als degenen die zij [verdachte] en [medeverdachte] noemt. Ze heeft aan hen verteld dat ze [bijnaam] heette en 17 jaar oud was. [adres] in [woonplaats] [slachtoffer 2] heeft het adres [adres] in [woonplaats] aangewezen als de woning van [medeverdachte] . De broer van medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat ook [medeverdachte] wel eens verbleef in de woning van hun moeder aan de [adres] in [woonplaats] . [medeverdachte] had de sleutel. De overnachting in het Figi hotel [slachtoffer 2] heeft het Figi hotel herkend als het hotel waar zij de eerste nacht met [medeverdachte] en [verdachte] heeft doorgebracht. Uit informatie van het Figi hotel blijkt dat verdachte [verdachte] op 29 oktober 2015 een kamer heeft geboekt in het hotel waarbij hij zich heeft gelegitimeerd met zijn rijbewijs. De kamer is betaald met een creditcard op naam van [verdachte] . Op het registratieformulier van de kamer is de naam “ [verdachte] ” en geboortedatum “ [1996] ” ingevuld. Het leek erop alsof meerdere mannen met één meisje de nacht hebben doorgebracht in de kamer. Verdachte heeft bevestigd [slachtoffer 2] – die hij kende als [bijnaam] – te hebben ontmoet bij Utrecht Centraal. [medeverdachte] had hem gevraagd of hij een slaapplek voor haar kon regelen omdat ze was weggelopen van huis. Ze zijn naar het Figi hotel gereden. Verdachte heeft daar een kamer geboekt samen met [slachtoffer 2] . [medeverdachte] , [slachtoffer 2] en hij hebben daar de nacht doorgebracht. De volgende dag heeft hij een vriendin gebeld om weer een slaapplek te regelen voor [slachtoffer 2] . Hij belde [getuige 5] . Hij heeft [slachtoffer 2] naar [getuige 5] in Utrecht gebracht. Getuige [getuige 5] heeft verklaard dat [verdachte] contact met haar opnam omdat hij een slaapplek zocht voor een meisje. Ze wist dat [slachtoffer 2] was weggelopen of uit huis gezet. [slachtoffer 2] heeft twee nachten bij haar geslapen. Ze had een blauwe plek op haar wang. [slachtoffer 2] heeft tegen [getuige 5] gezegd dat dit door [verdachte] kwam. [getuige 5] heeft geprobeerd om [slachtoffer 2] een telefoontje mee te geven, maar [slachtoffer 2] zei dat dat geen zin had omdat [verdachte] hem zou afpakken. Op zondag kwamen [verdachte] en [medeverdachte] haar ophalen. [getuige 5] herkent aangeefster [slachtoffer 2] , verdachte [verdachte] en de medeverdachte [medeverdachte] op haar getoonde foto’s als degenen die zij [slachtoffer 2] , [verdachte] en [medeverdachte] noemt. Geconfronteerd met de verklaring van [getuige 5] over de blauwe plek op haar wang heeft [slachtoffer 2] verklaard dat dit zou kunnen. Ze werd in die periode vaak geslagen door [verdachte] , op haar armen en benen. Ook is zij door [medeverdachte] in haar gezicht geslagen. De Nederlandse klant Over de Nederlandse klant heeft [slachtoffer 2] verklaard dat hij op de [adres] in [woonplaats] woonde en dat hij hechtingen in zijn onderarm of hand had omdat hij net een ongeluk had gehad. [slachtoffer 2] herkent een foto van [getuige 6] als degene die zij de Nederlandse klant noemt. [getuige 6] , woonachtig op de [adres] in [woonplaats] , is als getuige gehoord. Tijdens dit verhoor zijn foto’s gemaakt van het litteken op zijn onderarm. [slachtoffer 2] heeft de woning van de klant omschreven. Door verbalisanten is de woning van [getuige 6] betreden. Geconstateerd werd dat de plattegrond gemaakt door [slachtoffer 2] geheel overeen kwam met de feitelijke situatie ter plaatse. De seksadvertenties op internet Op de website [website] werd een advertentie/profiel aangetroffen op naam van [bijnaam] . Op 11 februari 2016 is de naam van deze advertentie gewijzigd naar [bijnaam] . Bij de advertentie stond vanaf 6 november 2015 het telefoonnummer [telefoonnummer] vermeld. Eerder stond bij de advertentie het telefoonnummer [telefoonnummer] vermeld. Op de advertentie stonden twee afbeeldingen. Eén van de afbeeldingen is tevens aangetroffen op de telefoon van [verdachte] . De vrouw op de foto is herkend als [slachtoffer 1] . Ze staat afgebeeld met een ontbloot bovenlichaam en draagt een rode slip. Op de tweede afbeelding staat een andere vrouw afgebeeld ook met een ontbloot bovenlichaam. [slachtoffer 2] heeft zichzelf herkend op deze foto. Uit onderzoek is gebleken dat eerder andere foto’s bij de advertentie hebben gestaan, waaronder de drie foto’s van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 2] heeft hierover verklaard dat de foto’s zijn gemaakt door [verdachte] met zijn telefoon in het huis van [medeverdachte] . Zij heeft [verdachte] en [medeverdachte] horen praten over wie de advertentie op [website] .nl ging maken. Het telefoonnummer [telefoonnummer] was het nummer van haar werktelefoon, de Nokia. In de periode van 6 november 2015 tot en met 29 november 2015 heeft het telefoonnummer van [verdachte] ( [telefoonnummer] ) 119 tot 121 keer contact gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer] dat vermeld stond op de advertentie. Ook op [website] .nl is een advertentie aangetroffen, aangemaakt op 3 november 2015 met daaraan gekoppeld het e‑mailadres [bijnaam] @hotmail.com en het telefoonnummer [telefoonnummer] . De vrouw afgebeeld op de foto’s op de advertentie is herkend als [slachtoffer 2] . Analyse van telefoonverkeer Op basis van opgevraagde historische verkeersgegevens van de telefoonnummers van verdachten [verdachte] en [medeverdachte] en aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is het volgende gebleken. [verdachte] – [medeverdachte] In de periode van 25 november 2015 tot en met 31 december 2015 hebben in totaal 422 contacten plaatsgevonden tussen de telefoonnummers [telefoonnummer] van [verdachte] en [telefoonnummer] van [medeverdachte] . Vanaf 26 januari 2016 tot en met 22 februari 2016 hebben [verdachte] en [medeverdachte] in totaal 226 keer telefonisch contact gehad gebruik makend van de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Op 7 en 8 januari en 28 februari 2016 heeft het telefoonnummer [telefoonnummer] van [verdachte] contact gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer] van [medeverdachte] . [medeverdachte] – [getuige 2] In de periode van 22 december 2015 tot en met 24 februari 2016 hebben in totaal 86 contacten plaatsgevonden tussen de telefoonnummers [telefoonnummer] van [medeverdachte] en [telefoonnummer] van [getuige 2] . [slachtoffer 1] heeft verklaard dat ze op 6 februari 2016 naar een vriend van [medeverdachte] werd gebracht waar zij twee nachten is gebleven. Op 6 februari 2016 zijn meerdere contacten geweest tussen voornoemde telefoonnummers van [medeverdachte] en [getuige 2] . De telefoon van [medeverdachte] straalde vanaf 23.17 uur tot 23.30 uur zendmasten aan gelegen in de directe omgeving van de woning van [getuige 2] . Ook op 7 en 8 februari 2016 vindt contact plaats tussen de telefoonnummers van [medeverdachte] en [getuige 2] , in totaal 28 keer. In de nacht van 7 op 8 februari 2016 stralen de telefoonnummers van [medeverdachte] en [verdachte] een zendmast aan gelegen in de directe omgeving van de woning van [getuige 2] . [verdachte] en [medeverdachte] – [slachtoffer 1] Gebleken is van 26 contacten tussen het telefoonnummer [telefoonnummer] van [slachtoffer 1] en het telefoonnummer [telefoonnummer] van [medeverdachte] , op 28 en 29 december 2015, 30 en 31 januari 2016 en 3, 5 en 6 februari 2016. Het initiatief tot deze contacten kwam altijd van het telefoonnummer van [medeverdachte] . [slachtoffer 1] is op 6 februari 2016 omstreeks 17.00 uur weggelopen. Op 5 februari 2016 heeft twee keer contact plaatsgevonden tussen voornoemd telefoonnummer van [medeverdachte] en het telefoonnummer [telefoonnummer] dat op naam staat van de moeder van [slachtoffer 1] . Op 6 februari 2016 vinden er vijf contacten plaats tussen deze telefoonnummers. Opvallend is dat na het telefoongesprek op 6 februari 2016 om 15.41 uur het eerst volgende gesprek van [medeverdachte] gevoerd wordt met [verdachte] . Daarna volgen meerdere contacten tussen hun telefoonnummers. Tot 16.40 uur straalt de telefoon van [medeverdachte] een zendmast aan in de directe omgeving van zijn woonadres. Om 17.19 uur, omstreeks het tijdstip dat [slachtoffer 1] wegliep, straalt zijn telefoon een zendmast aan gelegen in de directe omgeving gelegen van de woning aan de [adres] te [woonplaats] . Dit betreft een woning waar de moeder van [medeverdachte] staat ingeschreven. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij van de verdachten een Nokia telefoon mee heeft gekregen toen zij weer naar huis ging. Deze telefoon met IMEI‑nummer [IMEI-nummer] is in beslag genomen in de woning van de moeder van [slachtoffer 1] . Vanaf 29 januari 2016 tot en met 7 februari 2016 was deze telefoon voorzien van een simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer] , in gebruik bij [verdachte] . In deze periode is de telefoon in combinatie met deze simkaart 399 keer gebruikt. 87 van deze contacten waren met het telefoonnummer van [medeverdachte] . [verdachte] en [medeverdachte] – [slachtoffer 2] In de periode van 28 oktober 2015 te 23.00 uur tot en met 29 oktober 2015 te 22.00 uur hebben 24 contacten plaatsgevonden tussen de telefoonnummers van [verdachte] en [slachtoffer 2] , respectievelijk [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Alle contacten vinden plaats op initiatief van de gebruiker van de telefoon van [verdachte] . [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij door [medeverdachte] in Rotterdam is opgehaald en dat zij samen met de trein naar Utrecht zijn gegaan. Daar zijn ze met [verdachte] naar het Figi hotel gegaan waar [slachtoffer 2] samen met [medeverdachte] en [verdachte] bleef slapen. Op 29 oktober 2015 te 21.05 uur straalt de telefoon van [slachtoffer 2] met het voornoemd telefoonnummer een zendmast aan te Rotterdam. Om 22.00 uur straalt haar telefoon een zendmast aan te Utrecht. Op 30 oktober 2015 te 00.41 uur straalt haar telefoon een zendmast aan te Zeist, gelegen in de directe omgeving van het Figi Hotel. Hierna straalt de telefoon van [slachtoffer 2] geen enkele zendmast meer aan en is niet meer actief. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat [medeverdachte] haar simkaart doormidden heeft gebroken tijdens hun verblijf in het hotel. Het klantentelefoonnummer van [slachtoffer 2] Bij [slachtoffer 2] is een Nokia met IMEI-nummer [IMEI-nummer] in beslag genomen. In de telefoon staan sms‑berichten die mogelijk mensenhandel gerelateerd zijn, onder meer: Inkomend op 7-11-2015: “Kun je nu? Zo nee, wanneer kun je weer? Kus [naam] ” Inkomend op 7-11-2015: “hey 180 uurtje en heb huis” [slachtoffer 2] verklaarde dat zij de klantentelefoon die ze van [verdachte] had gekregen alleen gebruikte voor het contact met klanten en met [verdachte] en [medeverdachte] . Het telefoonnummer van haar werktelefoon, de Nokia, was [telefoonnummer] . Ook uit informatie van politie Rotterdam blijkt dat [slachtoffer 2] tijdens haar vermissing gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit de historische verkeersgegevens blijkt dat de simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer] geplaatst is geweest in de telefoon met IMEI‑nummer [IMEI-nummer] die onder [slachtoffer 2] in beslag is genomen. In de periode van 3 tot en met 10 november 2015 hebben 197 contacten plaatsgevonden tussen deze werktelefoon en het telefoonnummer van [verdachte] . Op 3 november 2015 te 22.33 uur vond er contact plaats tussen het telefoonnummer [telefoonnummer] van [getuige 6] en dit klantentelefoonnummer van [slachtoffer 2] . 4.3.2 Bewijsoverwegingen Door de verdediging is de betrouwbaarheid van de aangiften van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] betwist. De rechtbank acht deze evenwel bruikbaar voor het bewijs en overweegt hierover het volgende. De verklaringen van zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] zijn gedetailleerd en voldoende consistent. Dat zich in de verklaringen hier en daar tegenstrijdigheden of een enkele onjuistheid bevinden doet in de visie van de rechtbank niet af aan de betrouwbaarheid van de verklaringen als geheel. Daarbij komt dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] elkaar niet kennen en beiden aangifte hebben gedaan van vrijwel identiek strafbaar handelen. Beiden verklaren over twee mannen die zij [medeverdachte] en [verdachte] noemen en zij herkennen de verdachten. Zij zijn naar woningen in Utrecht en Zeist gebracht, waaronder het verblijfsadres van medeverdachte [medeverdachte] op de [adres] in [woonplaats] . Ook zijn van beide aangeefsters foto’s gemaakt die vervolgens zijn aangetroffen bij dezelfde advertentie op het internet. Ten slotte vinden de verklaringen van aangeefsters ook op wezenlijke punten verankering in andere bewijsmiddelen. De rechtbank gaat dan ook uit van de verklaringen van aangeefsters en leidt uit de gebezigde bewijsmiddelen het volgende af. De aangeefsters zijn zonder medeweten van hun ouders van huis weggegaan. Beide aangeefsters zijn op diezelfde dag met de medeverdachte [medeverdachte] meegegaan. De verdachten hebben hen vervolgens – anders dan verdachten zelf hebben verklaard – niet slechts onderdak verleend. De aangeefster zijn op verschillende locaties ondergebracht zonder contact te hebben met hun ouders. Op momenten was de deur op slot gedraaid door de verdachten waardoor aangeefsters ook niet weg konden. Aangeefsters zijn in die perioden als vermist opgegeven. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachten wisten dat de aangeefsters jonger waren dan 18 jaar en dat zij van huis waren weggelopen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en zijn mededader tezamen en in vereniging de minderjarigen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben onttrokken aan het wettig gezag, zoals onder feiten 2 en 6 ten laste gelegd. Gelet op de gedragingen van verdachten voorafgaand en tijdens de perioden van onttrekking hadden zij ook het oogmerk van seksuele uitbuiting van aangeefsters. Zij hebben de aangeefsters ertoe gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met derden tegen betaling en hebben hier ook voordeel uitgetrokken. De verdachte en de medeverdachte zijn allebei betrokken geweest bij de gezamenlijke feitelijke uitvoering van deze uitbuiting en worden gekwalificeerd als medeplegers. Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van de minderjarigen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zoals onder feiten 1 en 5 ten laste gelegd. Op basis van de verklaringen van [slachtoffer 1] en verdachte acht de rechtbank de orale penetratie, ten laste gelegde onder feit 3, wettig en overtuigend bewezen. Dat ook sprake zou zijn geweest van vaginale penetratie door verdachte of van medeplegen volgt niet uit de bewijsmiddelen. Verdachte wordt hiervan partieel vrijgesproken. Ten slotte acht de rechtbank op basis van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen, in bezit hebben en verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen van [slachtoffer 1] . 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3.1 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte Feit 1: in de periode van 1 januari 2016 tot en met 13 februari 2016 te Zeist en Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander, A) een ander, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [2000] ), telkens - heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en - ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, en B) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die ander, te weten die [slachtoffer 1] , met en/of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, immers is en/of heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader, - die [slachtoffer 1] aangemoedigd van huis weg te lopen en - tegen die [slachtoffer 1] gezegd: “Ik zal voor je zorgen als jij voor me gaat werken” en “We gaan leuke dingen doen” en “Je gaat veel geld verdienen en dan gaan we shoppen” en “We gaan foto's van je maken en een nep-id / 18+id voor je regelen en een andere naam en een huis voor je regelen (zodat je meer tijd hebt om te werken)” en “ik ben/wij zijn gewapend” althans telkens woorden van soortgelijke aard en/of strekking en - die [slachtoffer 1] opgehaald toen zij van huis wegliep en - het haar van die [slachtoffer 1] laten verven door een meisje/vrouw en - die [slachtoffer 1] ondergebracht en laten verblijven in meerdere woningen en - klanten voor de prostitutiewerkzaamheden geregeld en - tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat ze tegen klanten moet zeggen dat ze 17 jaar oud is en - die [slachtoffer 1] naar die klanten gebracht en na de prostitutiewerkzaamheden weer opgehaald en - het geld dat deze klanten betaalden voor die prostitutiewerkzaamheden geïnd (en dat nimmer aan die [slachtoffer 1] doorgegeven); Feit 2: in de periode van 6 februari 2016 tot en met 13 februari 2016 te Zeist en Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [2000] ), heeft onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde gezag (te weten haar ( [slachtoffer 1] ) ouders), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader zonder medeweten en/of toestemming van haar ( [slachtoffer 1] ) ouders - die [slachtoffer 1] aangemoedigd van huis weg te lopen en - tegen die [slachtoffer 1] gezegd: “Ik zal voor je zorgen als jij voor me gaat werken” en “We gaan leuke dingen doen” en “Je gaat veel geld verdienen en dan gaan we shoppen” en “We gaan foto's van je maken en een nep-id / 18+id voor je regelen en een andere naam en een huis voor je regelen (zodat je meer tijd hebt om te werken)” althans telkens woorden van soortgelijke aard en/of strekking en - die [slachtoffer 1] opgehaald toen zij van huis wegliep en - die [slachtoffer 1] ondergebracht en laten verblijven in meerdere woningen en en aldus voornoemde minderjarige telkens buiten het bereik en/of de invloedssfeer van haar ( [slachtoffer 1] ) ouders gebracht en gehouden; Feit 3: in de periode van 12 februari 2016 tot en met 13 februari 2016 te Zeist, met [slachtoffer 1] (geboren op [2000] ) die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij verdachte zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] gebracht; Feit 4: in de periode van 6 februari 2016 tot en met 21 maart 2016 te Zeist en Utrecht, afbeeldingen, te weten films, heeft vervaardigd en in zijn bezit gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [2000] ), welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het oraal penetreren met de penis van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, te weten het lichaam van die [slachtoffer 1] , (filmfragment 1: [nummer] .mp4 13 februari 2016 om 03.30.21 uur) en het vaginaal penetreren met de penis van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, te weten het lichaam van die [slachtoffer 1] , (filmfragment 2: [nummer] .mp4 13 februari 2016 om 04.00.33 uur en filmfragment 3: [nummer] 9.mp4 13 februari 2016 om 04.02.13 uur) en afbeeldingen, te weten foto’s heeft verspreid en in zijn bezit gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken, te weten [slachtoffer 1] (geboren op [2000] ), welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten die [slachtoffer 1] , waarbij deze persoon gekleed is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en waarbij deze persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen van haar kleding ontdoet en door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto’s nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden waarbij de afbeelding (aldus) telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling, (foto 1: Screenshot _ [nummer] en foto 2: Screenshot _ [nummer] en foto 3: Screenshot _ [nummer] ); Feit 5:in de periode van 15 oktober 2015 tot en met 15 november 2015 te Rotterdam en Utrecht en Zeist en Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, A) een ander, te weten [slachtoffer 2] (geboren [1998] ), telkens - heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 2] , terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, en - ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, en B) telkens opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van die ander, te weten die [slachtoffer 2] , met en/of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, immers is en/of heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader, - die [slachtoffer 2] opgehaald toen zij van huis was weggelopen en - tegen die [slachtoffer 2] gezegd: “dat ze moest luisteren” en “dat ze tegen derden moest zeggen dat ze 18 en/of 19 jaar oud was” en “dat ze hem/hun geld kostte en dat dat ze dat kon oplossen als zij als hoer ging werken” en “dat er geld voor eten nodig was, en dat als ze genoeg geld had verdiend ze niet meer hoefde te werken” en “dat ze de klant vooraf moest laten betalen” en “dat ze haar zouden slaan als ze niet zou gaan werken (als prostituee)” althans telkens woorden van soortgelijke aard en/of strekking en - die [slachtoffer 2] meermalen geslagen en - belet dat die [slachtoffer 2] met haar eigen telefoon belde en - de simkaart van de telefoon van die [slachtoffer 2] vernield en vervolgens haar telefoon weggegooid en - die [slachtoffer 2] ondergebracht en laten verblijven in meerdere woningen en een hotel en - aan die [slachtoffer 2] een werktelefoon gegeven en - ( middels sms-verkeer op die werktelefoon) klanten voor de prostitutiewerkzaamheden geregeld en - aan die [slachtoffer 2] condooms gegeven en - die [slachtoffer 2] naar die klanten gebracht en na de prostitutiewerkzaamheden weer opgehaald en - het geld dat deze klanten betaalden voor die prostitutiewerkzaamheden door die [slachtoffer 2] laten afgeven aan hem, verdachte en/of zijn mededader; Feit 6:in de periode van 29 oktober 2015 tot en met 15 november 2015 te Rotterdam en Utrecht en Zeist en Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer 2] (geboren [1998] ), heeft onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde gezag (te weten haar ( [slachtoffer 2] '
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.