RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 6239668 AC VERZ 17-3249 MGdV/30360 Beschikking van 11 oktober 2017 op de verzoeken van [eiser] , wonende te [woonplaats] , verder te noemen [eiser] , eisende partij, gemachtigde: mr. R. Amelink, tegen: de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie, gevestigd te Amersfoort, verder te noemen KNGF, gedaagde partij, gemachtigde: mr. M. Verschoof. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - de brief van 21 augustus 2017 van KNGF ter overlegging van productie 27; - het verweerschrift; - de brief van 29 augustus 2017 van KNGF ter overlegging van productie 38; - de brief van 31 augustus 2017 van [eiser] ter overlegging van producties 38 tot en met 47; - de brief van 4 september 2017 van KNGF ter overlegging van productie 48; - de mondelinge behandeling van 7 september 2017, waarvan aantekening is gehouden; - de pleitnotities van zowel [eiser] als KNGF. 1.2. Ten slotte is uitspraak bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] , geboren op [1954] , is sinds 1 augustus 1986 in dienst bij KNGF c.q. haar rechtsvoorganger de Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Fysiotherapeuten. 2.2. Tot 12 november 2012 was [eiser] werkzaam in verschillende functies, laatstelijk als Manager B&O tegen een bruto maandsalaris inclusief toelagen van € 7.306,00. Daarnaast had [eiser] recht op een leaseauto en een compensatie van € 151,00 bruto per maand gekoppeld aan de leaseauto. 2.3. [eiser] is per 12 november 2012 aangesteld in de functie van Strategisch Adviseur tegen een salaris van € 6.526,00 bruto per maand. Bij brief van 5 november 2012 heeft KNGF aan [eiser] hieromtrent het volgende bericht: Voor de arbeidsvoorwaarden betekent dit het navolgende: 1. De functie van Strategisch adviseur is gewaardeerd in schaal K en is leidend voor de inschaling. Je wordt ingeschaald in salarisschaal K periodiek 10; de hoogte van het daarbij behorende salaris is € 6217,- bruto per maand. Het verschil met je huidige salaris van € 7306,- bruto per maand (salarisschaal L periodiek 10) wordt gecompenseerd door een structurele, pensioengevende garantietoelage van € 1089,- bruto per maand. Deze toelage is gekoppeld aan de aanstelling in de functie van Strategisch Adviseur. Op de toelage is de jaarlijkse indexering van toepassing. 2. De compensatie van € 151,- bruto per maand die is toegekend ten tijde van de invoering van een nieuw leasereglement blijft van toepassing voor de duur van de arbeidsovereenkomst bij het KNGF zolang je gebruik maakt van een leaseauto. 3. Voor het gebruik van een leaseauto is in mijn brief d.d. 16 juli 2012 de afspraak opgenomen dat bij het aangaan van een nieuw leasecontract (afloop in 2013 o.b.v. 40.000 km op jaarbasis) een toetsing plaatsvindt of het minimaal aantal te rijden zakelijke kilometers voor het ter beschikking stellen van een leaseauto gehaald wordt en welke categorie van toepassing is. 2.4. In 2016 is een reorganisatieplan opgesteld door KNGF. In verband met de reorganisatie heeft KNGF daarnaast een sociaal plan (Sociaal Plan KNGF 2016-2017 van 18 augustus 2016) opgesteld. De ondernemingsraad van KNGF (hierna: de OR) heeft ingestemd met het sociaal plan. In het kader van de reorganisatie heeft KNGF haar functiegebouw gewijzigd. De wijziging van het functiegebouw, de waardering en de inschaling van de functies is extern begeleid door de Human Capital Group. 2.5. Op 19 september 2016 heeft [eiser] een gesprek gehad met de directeur van KNGF, [directeur] . Per brief van 19 september 2016 is naar aanleiding van dit gesprek aan [eiser] bevestigd dat zijn functie van Strategisch Adviseur per 1 januari 2017 komt te vervallen, dat er geen met die functie uitwisselbare (nieuwe) functie beschikbaar is en dat hij daarmee per die datum boventallig zal worden. 2.6. Bij brief van 28 september 2016 heeft [eiser] bezwaar gemaakt tegen die boventalligverklaring. In de brief heeft [eiser] aangevoerd dat hij constateerde dat zijn takenpakket als Strategisch Adviseur ondergebracht zou worden in de afdeling Belangenbehartiging en dat zijn functie en functie-inhoud feitelijk dus bleef bestaan. 2.7. [eiser] heeft zijn belangstelling kenbaar gemaakt voor de functie van Senior Medewerker Belangenbehartiging. Bij brief van 27 oktober 2016 heeft [eiser] KNGF laten weten onder voorbehoud van alle rechten en weren het bezwaar tegen zijn boventalligverklaring niet door te zetten. 2.8. [eiser] heeft herplaatsing in de functie van Senior Medewerker Belangenbehartiging per 1 januari 2017 aanvaard, maar hij heeft niet ingestemd met de bij deze functie behorende arbeidsvoorwaarden. Deze functie is lager ingeschaald dan de functie van Strategisch Adviseur, zodat de in het sociaal plan opgenomen afbouwregeling van toepassing zou zijn. KNGF heeft [eiser] voorts laten weten dat de functietoeslag zal komen te vervallen omdat deze was gekoppeld aan de functie van Strategisch Adviseur en dat [eiser] niet meer in aanmerking zou komen voor een leaseauto in zijn nieuwe functie vanwege een wijziging in het leasebeleid. 2.9. Een aanbod van KNGF inhoudende – kort gezegd – geleidelijke afbouw naar het schaalsalaris conform sociaal plan, behoud van de functietoeslag, behoud van de leaseauto en bijbehorende persoonlijke compensatie tot 17 oktober 2017 en betaling van een eenmalige vergoeding van € 5.000,- in verband met het verlies van de leaseauto heeft [eiser] niet geaccepteerd. 2.10. [eiser] is per 1 januari 2017 gestart in de functie van Senior Medewerker Belangenbehartiging. Hij heeft vervolgens op grond van het sociaal plan zijn bezwaar tegen de nieuwe arbeidsvoorwaarden voorgelegd aan de Commissie van Bezwaar. 2.11. De Commissie van Bezwaar heeft op 17 maart 2017 een zogenoemd zwaarwegend advies gegeven, inhoudende dat [eiser] er door de lagere inschaling van de nieuwe functie fors op achteruit gaat, dat voor beëindiging van de tijdelijke functietoeslag de afbouwregeling niet voldoet aan de redelijkheid en billijkheid en dat [eiser] niet langer recht heeft op privégebruik van de leaseauto en de daaraan gekoppelde persoonlijke toeslag. 2.12. Op 13 april 2017 heeft KNGF per brief aan [eiser] het volgende bericht: Met ingang van 1 januari 2017 zijn de volgende arbeidsvoorwaarden op jou van toepassing in de functie van Senior Medewerker Belangenbehartiging: Conform sociaal plan zou je basis salaris worden afgebouwd van schaal K naar schaal J (met als resultaat per 1/4/2018 een (schaal)salaris van € 5.644,- i.p.v. het (schaal)salaris voor de functie van Strategisch Adviseur ad € 6.631,- bruto per maand). Uit coulance hanteren we voor jou de uitloopschaal. Het salaris wordt niet afgebouwd naar het maximum schaalsalaris, conform sociaal plan, (voor schaal J is dit € 5.644,-), maar we hanteren, in afwijking van het sociaal plan, de afbouw naar de uitloop schaal van J, namelijk naar een bedrag van € 5.926,- bruto; We handhaven de tijdelijke functietoeslag ter hoogte van € 1.161,29 bruto per maand (exclusief jaarlijkse indexatie); rekening houdend met de hiervoor genoemde afbouw van het (schaal)salaris en het hierna genoemde inleveren van de leaseauto; (…) Het gebruik van de leaseauto was gekoppeld aan je vorige functie. Het beleid van KNGF ten aanzien van leaseauto’s is inmiddels voor iedereen bijgesteld. Geen van de beleidsmedewerkers, het management of de directie heeft de beschikking over een persoonlijke leaseauto. KNGF stelt in plaats daarvan poolauto’s beschikbaar voor het afleggen van zakelijke kilometers. We staan je toe de aan jou toegekende leaseauto te blijven gebruiken, inclusief (normaal) privégebruik en inclusief de persoonlijke toeslag hiervoor ter hoogte van € 151,- bruto per maand, gedurende de periode 01.01.2017 tot 01.07.2017 . (…) 2.13. [eiser] heeft [adviesbureau] (hierna: [adviesbureau] ), ingeschakeld om een berekening te laten maken van de financiële gevolgen van de gewijzigde arbeidsvoorwaarden. [adviesbureau] heeft de schade wegens het lagere inkomen tot aan de pensioenleeftijd berekend op € 42.426,00 bruto, de schade wegens het inleveren van de leaseauto tot aan de pensioenleeftijd op € 78.359,00 bruto en € 50.873,00 netto en daarnaast heeft zij de pensioenschade berekend als gevolg van het lagere inkomen. 2.14. Op 16 juni 2017 heeft [eiser] KNGF in kort geding gedagvaard. [eiser] verzocht de voorzieningenrechter KNGF te gebieden een leaseauto ter beschikking te stellen tegen ongewijzigde voorwaarden. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 juli 2017. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat het geschil tussen partijen niet beperkt was tot enkel de leaseauto. Partijen hebben daarom afgesproken dat ze zich samen tot de kantonrechter zouden wenden op grond van artikel 96 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ter beoordeling van het gehele geschil over de arbeidsvoorwaarden. Het kort geding is daarop ingetrokken. 2.15. KNGF hanteert de arbeidsvoorwaarden, zoals opgesomd in de brief van 13 april 2017, per 1 januari 2017. In afwachting van de huidige procedure heeft KNGF per brief van 10 juli 2017 aan [eiser] bevestigd nog niet over te gaan tot invordering van de ter beschikking gestelde leaseauto en dat [eiser] de leaseauto uiterlijk 16 oktober 2017 dient in te leveren. In de brief staat daarnaast dat KNGF van oordeel is dat de kosten voor de leaseauto vanaf 1 juli 2017 voor rekening van [eiser] zijn. 3Het geschil 3.1. Partijen hebben zich op de voet van artikel 96 Rv tot de kantonrechter gewend ter beslechting van hun geschil over de voor [eiser] geldende arbeidsvoorwaarden. Uit de namens partijen op 7 juli 2017 aan de kantonrechter gezonden brief, blijkt dat zij zich daarbij niet het recht op hoger beroep hebben voorbehouden. 3.2. [eiser] verzoekt de kantonrechter om: primair: I. te verklaren voor recht dat KNGF niet gerechtigd is tot (eenzijdige) wijziging van de arbeidsvoorwaarden van [eiser] zoals door KNGF is aangegeven in haar ‘besluit’ van 13 april 2017; II. te bepalen dat KNGF verplicht is om alle tot 1 januari 2017 voor de heer [eiser] geldende arbeidsvoorwaarden te handhaven, met inbegrip van terbeschikkingstelling van een nieuwe leaseauto vanaf 16 oktober 2017, op condities die minimaal vergelijkbaar zijn met en gelijkwaardig zijn aan de condities die gelden voor de huidige leaseauto; III. te bepalen dat KNGF bij [eiser] geen kosten in rekening mag brengen voor het gebruik van de huidige leaseauto voor de periode vanaf 1 januari 2017; IV. te bepalen dat KNGF aan [eiser] de kosten moet vergoeden van het door [eiser] ingeschakelde bureau [adviesbureau] ; V. KNGF te veroordelen in de proceskosten; subsidiair: VI. te verklaren voor recht dat KNGF niet gerechtigd is tot (eenzijdige) wijziging van de arbeidsvoorwaarden van [eiser] , zoals aangegeven in haar ‘besluit’ van 13 april 2017; VII. voor zover de rechtbank van oordeel is dat KNGF wel gerechtigd is om over te gaan tot een minder vergaande eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden van [eiser] , te bepalen vanaf wanneer, op welke wijze, hoe lang en tot welk (financieel) beloop de respectievelijke arbeidsvoorwaarden van [eiser] mogen worden gewijzigd; VIII. te bepalen dat KNGF aan [eiser] de kosten moet vergoeden van het door [eiser] ingeschakelde bureau [adviesbureau] ; IX. KNGF te veroordelen in de proceskosten. 3.3. Ter onderbouwing van zijn vorderingen stelt [eiser] dat hij nooit heeft ingestemd met de door KNGF aan de functiewijziging verbonden wijziging van zijn arbeidsvoorwaarden. [eiser] stelt dat hij niet gebonden is aan het Sociaal Plan, waarin een afbouwregeling ter zake van salaris is opgenomen. Volgens [eiser] is er geen eenzijdig wijzigingsbeding opgenomen in de arbeidsovereenkomst en hij betwist dat artikel 3 lid 2 van het arbeidsvoorwaardenreglement van KNGF (hierna: AVR) kwalificeert als een eenzijdig wijzigingsbeding in de zin van artikel 7:613 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Volgens [eiser] is het de vraag of KNGF als goed werkgever in de zin van artikel 7:611 BW aanleiding had kunnen vinden tot het doen van een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden, of het door KNGF gedane voorstel redelijk was en of van [eiser] kon verwacht worden dat het voorstel geaccepteerd zou worden. [eiser] stelt dat het onjuist is om te stellen dat omdat een reorganisatie gerechtvaardigd is, aanvaarding van een wijziging in arbeidsvoorwaarden in redelijkheid van de werknemer gevergd kan worden. Er is volgens [eiser] geen sprake van een reorganisatie wegens veranderde omstandigheden van zodanige aard en omvang dat KNGF er een zwaarwegend financieel belang bij heeft om de arbeidsvoorwaarden van [eiser] aan te passen. Een financiële noodzaak (bedrijfseconomische redenen) voor de reorganisatie blijkt volgens [eiser] niet uit het reorganisatieplan. [eiser] stelt dat de motieven voor reorganisatie niet bedrijfseconomisch van aard zijn, nu de redenen voor de reorganisatie met name zien op het vergroten van waarde voor de leden, slagvaardigheid en kwaliteit. Naar de mening van [eiser] ontbrak dan ook een aanleiding tot het doen van een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden. [eiser] acht voorts het voorstel van KNGF, ondanks de voorgestelde afbouwregeling, niet redelijk omdat het inkomensverlies voor [eiser] aanzienlijk is. [eiser] heeft er een zwaarwegend belang bij dat zijn arbeidsvoorwaarden gehandhaafd blijven. Omdat hij nog iets meer dan vier jaar tot zijn pensioen heeft, is het voor hem niet meer mogelijk om een gedegen aanvullende pensioenvoorziening te treffen. Ook een carrièrestap om de terugval te compenseren of te voorkomen is volgens [eiser] niet realistisch gezien zijn leeftijd. Het voorstel is volgens [eiser] ook niet redelijk omdat het functiehuis voorzag in een functie van Manager Belangenbehartiging, die twee salarisschalen hoger ingedeeld was. [eiser] is van mening dat hij onveranderd recht heeft op zijn salaris dat hij laatstelijk genoot in de functie van Strategisch Adviseur. [eiser] stelt dat de hem toegekende toeslag niet verbonden was met de functie van Strategisch Adviseur en dat de toeslag dus niet tijdelijk was. [eiser] stelt dat er sprake was van een garantietoeslag, waarmee het behoud van het salaris dat hij genoot als Manager B&O werd gegarandeerd. Er is volgens [eiser] geen sprake van uitvoering van individueel met [eiser] gemaakte afspraken en de dubbele redelijkheidstoets geldt ook voor dit onderdeel wel degelijk. De toeslag hoort volgens hem permanent bij het hem toekomende loon en is een vaste en structurele persoonlijke toeslag. [eiser] stelt zich op het standpunt dat KNGF als goed werkgever geen aanleiding had kunnen vinden tot het doen van het voorstel tot intrekking of wijziging van de garantietoeslag. Van [eiser] kan niet verwacht worden dat hij het voorstel accepteert. Hij concludeert dan ook dat hij onveranderd recht heeft op de garantietoelage. [eiser] voert wat betreft de leaseauto aan dat hij al vanaf 1991 een leaseauto rijdt en dat hij deze grotendeels privé reed en rijdt. [eiser] is van mening dat er sprake is van een verworven recht en niet van een arbeidsvoorwaarde gekoppeld aan de functie van Strategisch Adviseur. Het is volgens [eiser] een (vaste) inkomenscomponent, waarvan het verval financieel forse gevolgen heeft. Ook wat betreft het voorstel tot beëindiging van het gebruik van de leaseauto en de bijbehorende compensatie van € 151,00 bruto per maand, merkt [eiser] op dat er geen aanleiding was voor KNGF om tot wijziging over te gaan en stelt dat het voorstel dat hem ter zake is gedaan niet redelijk is. [eiser] is van mening dat hij onveranderd recht heeft op terbeschikkingstelling en gebruik van de leaseauto tot aan zijn pensioen. 3.4. KNGF heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering. KNGF stelt dat de beslissing te reorganiseren niet ter discussie staat en dat de reorganisatie wel degelijk is doorgevoerd om bedrijfseconomische redenen. KNGF is van oordeel dat zij in de wijziging van omstandigheden als goed werkgever aanleiding heeft kunnen vinden tot het doen van voorstellen tot wijziging van arbeidsvoorwaarden. Het belang van KNGF is volgens haar evident, namelijk beloning naar functie bij herplaatsing, eenduidig personeelsbeleid en het voorkomen van precedentwerking. Conform artikel 3 lid 2 AVR kan het AVR gewijzigd worden met instemming van de OR, hetgeen gebeurd is en heeft geleid tot de specifiek voor de reorganisatie afgesproken regeling salarisconsequenties KNGF in het Sociaal Plan. KNGF stelt zich op het standpunt dat zij [eiser] een passende functie heeft aangeboden. KNGF acht het voorstel dat zij gedaan heeft redelijk. KNGF stelt dat zij met het besluit van 13 april 2017 ten gunste van [eiser] is afgeweken van het Sociaal Plan en van het zwaarwegend advies van de Commissie. KNGF heeft daarnaast de berekening van [adviesbureau] laten testen op correctheid. De pensioenspecialisten en belastingadviseurs van [bedrijf] hebben geconcludeerd dat de netto inkomstenachteruitgang € 50,00 zal zijn, de waarde van de beëindiging van de leaseauto € 18.008,63 bedraagt en de waarde van de te derven pensioenopbouw € 13.831,00 bruto bedraagt. De gevolgen van het voorstel zijn dus beperkt voor [eiser] en KNGF acht de weigering van het voorstel door [eiser] dan ook niet redelijk. Volgens KNGF heeft [eiser] de nieuwe functie, ook met bijbehorende arbeidsvoorwaarden, aanvaard en vervult hij deze functie ook al ruim een half jaar. Nu KNGF volledige doorbetaling van de tijdelijke functietoeslag heeft aangeboden, doet het bezwaar van [eiser] daartegen volgens KNGF niet meer ter zake. KNGF stelt dat zij wel aanbiedt om de toeslag volledig en onverminderd door te betalen in de functie, maar dat daar geen grond meer voor is omdat zij met [eiser] de schriftelijke afspraak heeft gemaakt dat de functietoeslag tijdelijk was en verbonden aan de functie van strategisch adviseur. [eiser] wist of had kunnen weten dat de functietoeslag tijdelijk van aard was en gekoppeld was aan de functie en had daar ook bij zijn financiële planning rekening mee kunnen houden. Er is naar de mening van KNGF ook voldaan aan de dubbele redelijkheidstoets wat betreft de toeslag. KNGF stelt dat [eiser] ten aanzien van de leaseauto niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een verworven recht, dat ongeclausuleerd is, dus ongeacht de functie die hij vervult en ongeacht het leasebeleid van KNGF, tot het einde van zijn arbeidsovereenkomst. Uit de aanstellingsbrief, het AVR, het auto-leasereglement, de gebruikersovereenkomst en uit correspondentie tussen partijen volgt dit niet. Het enkele feit dat [eiser] 26 jaar de beschikking heeft gehad over een leaseauto is onvoldoende om tot de conclusie te kunnen komen dat [eiser] ook in de toekomst recht heeft op een leaseauto. Daarbij komt volgens KNGF dat [eiser] in 2012 heeft erkend dat hij niet in aanmerking zou komen voor een leaseauto als KNGF haar leasebeleid zou wijzigen. KNGF stelt dat in de nieuwe functie geen individuele leaseauto wordt toegekend, omdat KNGF een gewijzigd leasebeleid heeft. Zij stelt een poolauto ter beschikking aan kantoormedewerkers, dus ook aan [eiser] , in plaats van leaseauto’s. Ook kan [eiser] kiezen voor een vergoeding van zakelijke kilometers (€ 0,19 per kilometer). KNGF stelt dat aan [eiser] ook onder het oude beleid geen leaseauto zou zijn toegekend omdat het gebruik van de leaseauto voor zijn nieuwe functie niet meer noodzakelijk is. Ook eindigt de gebruikersovereenkomst op 17 oktober 2017. KNGF stelt dat zij [eiser] een ruime overgangsperiode tot 1 juli 2017 heeft gegund, te weten een jaar na wijziging leasebeleid en een half jaar na wijziging van de functie. Het besluit omtrent de leaseauto voldoet volgens KNGF aan de dubbele redelijkheidtoets, gelet op gevolgen van besluit (slechts € 50,00 minder en volledige doorbetaling tijdelijke functietoeslag). 3.5. KNGF verzoekt op haar beurt: Primair: De verzoeken van [eiser] af te wijzen onder compensatie van kosten en te verklaren voor recht dat voor [eiser] bij het vervullen van zijn huidige functie van Senior Medewerker Belangenbehartiging voor KNGF, vanaf 1 januari 2017 de volgende arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn: 1. bruto maandsalaris van € 6.665,00 tot 1 januari 2018 en vanaf januari 2018 € 5.954,00; 2. tijdelijke functietoeslag van € 1.167,00 bruto per maand, met indexering vanaf 2018; 3. gebruik van de leaseauto tot uiterlijk 16 oktober 2017 en inleveren van de leaseauto bij KNGF in goede staat en uiterlijk 16 oktober 2017; 4. einde van de aan de leaseauto gekoppelde persoonlijke toeslag van € 151,00 bruto per maand per 1 juli 2017; 5. compensatie van KNGF door [eiser] voor het gebruik van de leaseauto van 1 juli 2017 tot 16 oktober 2016, door verrekening van de leasekosten van € 1.342,83 per maand met het salaris van [eiser] . Subsidiair: Een afbouwregeling te bepalen. 4De beoordeling 4.1. Ter beoordeling ligt de vraag welke arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn de op de functie die [eiser] sinds 1 januari 2017 bij KNGF vervult. [eiser] stelt zich in de kern genomen op het standpunt dat er geen grond en geen aanleiding is voor KNGF om eenzijdig over te kunnen gaan tot wijzigingen in zijn arbeidsvoorwaarden, dat de in de brief van 13 april 2017 vervatte wijzigingen niet redelijk zijn en dat instemming daarmee – vanwege de impact ervan op zijn inkomenspositie – redelijkerwijs niet van hem kan worden verlangd. KNGF stelt daarentegen – samengevat – dat de wijzigingen als noodzakelijk uitvloeisel van de reorganisatie en het dientengevolge vervallen van [eiser] oude functie wel degelijk redelijk zijn. Het geschil van partijen spitst zich in het bijzonder toe op drie elementen, te weten
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.