← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2018:1565

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/706635-16 (P) Tussenvonnis van de meervoudige kamer van 18 april 2018 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1979] te [geboorteplaats] ,ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , te [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit tussenvonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 4 april

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. N.M. van Collenburg en van hetgeen verdachte en raadsman mr. O.P. Kuit, advocaat te Waddinxveen, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit tussenvonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1 primair: zich in de periode van 14 juli 2016 t/m 18 juli 2016 te Woerden, alleen dan wel samen met een ander, schuldig heeft gemaakt aan het vervoeren, dan wel aanwezig hebben van 239,25 gram cocaïne en 683 pillen MDMA. subsidiair: zich in de periode van 14 juli 2016 t/m 18 juli 2016 te Woerden schuldig heeft gemaakt aan uitlokking van het vervoeren, dan wel aanwezig hebben van 239,25 gram cocaïne en 683 pillen MDMA. Feit 2 primair: zich in de periode van 14 juli 2016 t/m 18 juli 2016 te Woerden, alleen dan wel samen met een ander, schuldig heeft gemaakt aan het vervoeren, voorhanden hebben, dan wel het dragen van een vuurwapen en munitie (5 scherpe patronen). subsidiair: zich in de periode van 14 juli 2016 t/m 18 juli 2016 te Woerden schuldig heeft gemaakt aan uitlokking van het vervoeren, voorhanden hebben, dan wel het dragen van een vuurwapen en munitie (5 scherpe patronen). 3HEROPENING ONDERZOEK Na sluiting van het onderzoek is bij de beraadslaging gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank acht het alvorens eindvonnis te kunnen wijzen ambtshalve noodzakelijk dat de getuigen: - [getuige 1] , geboren op [1982] te [geboorteplaats] , en; - [getuige 2] , geboren op [1957] te [geboorteplaats] , ter terechtzitting worden gehoord met betrekking tot de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Daarom zal het onderzoek worden heropend en geschorst. 4BESLISSING De rechtbank: - heropent en schorst het onderzoek ter terechtzitting en beveelt dat het onderzoek zal worden hervat op woensdag 5 september 2018 te 09:00 uur; - beveelt de oproeping van de verdachte tegen voormelde datum en tijdstip met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van verdachte en aan de benadeelde partij; - beveelt de oproeping tegen voormelde datum en tijdstip van de getuigen: 1) [getuige 1] , geboren op [1982] te [geboorteplaats] , wonende te [adres] [woonplaats] , en; 2) [getuige 2] , geboren op [1957] te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats] , - bepaalt dat voor de behandeling van de zaak op de volgende zitting 150 (honderdvijftig) minuten dient te worden gereserveerd. Dit tussenvonnis is gewezen door mr. S.M. van Lieshout, voorzitter, mrs. J.G. van Ommeren en J.W. Veenendaal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J. den Haan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 april
  2. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
  3. Primair hij, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, in of omstreeks de periode van 14 juli 2016 tot en met 18 juli 2016, te Woerden, althans in Nederland, opzettelijk heeft/hebben vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, ongeveer 239,25 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 683 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende HDHA, (telkens) zijnde cocaïne en/of MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3e van die wet; Subsidiair een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 14 juli 2016 tot en met 18 juli 2016, te Woerden, althans in Nederland, opzettelijk heeft/hebben vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, ongeveer 239,25 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 683 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, (telkens) zijnde cocaïne en/of MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet welk feit hij, verdachte, in de periode van 14 juli 2016 tot en met 18 juli 2016 te Woerden en/of elders in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door het doen van een gift, het verschaffen van gelegenheid en/of inlichtingen, immers heeft verdachte toen en aldaar: - aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) inlichtingen verschaft omtrent de identiteit en/of het woonadres van [A] en/of het type en/of het kenteken van de auto van [A] , - die onbekend gebleven perso(o)n(en) gevraagd voornoemde hoeveelheid drugs in de auto van die [A] te leggen, - die onbekend gebleven perso(o)n(en) gevraagd een anonieme melding te doen bij de politie dat die [A] in drugs handelt en/of - die onbekend gebleven perso(o)n(en) daarvoor een geldbedrag en/of een gift gegeven; artikel 47 lid 1 ahf/ond 2 Wetboek van Strafrecht art 2 ahf/ond B Opiumwet art 10 lid 4 Opiumwet
  4. Primair hij, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, in of omstreeks de periode van 14 juli 2016 tot en met 18 juli 2016, te Woerden, althans in Nederland, een of meer wapens van categorie II en/of III, te weten een vuurwapen (in de vorm van een pistool, merk: Bayard) en/of munitie van categorie II en/of III, te weten 5 scherpe patronen, heeft vervoerd, voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen; Subsidiair een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 14 juli 2016 tot en met 18 juli 2016, te Woerden, althans in Nederland, een of meer wapens van categorie II en/of III, te weten een vuurwapen (in de vorm van een pistool, merk: Bayard) en/of munitie van categorie II en/of III, te weten 5 scherpe patronen, heeft vervoerd, voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen; welk feit hij, verdachte, in de periode van 14 juli 2016 tot en met 18 juli 2016, te Woerden en/of elders in Nederland, opzettelijk heeft uitgelokt door het doen van een gift, het verschaffen van gelegenheid en/of inlichtingen, immers heeft verdachte toen en aldaar: - aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) inlichtingen verschaft omtrent de identiteit en/of het woonadres van [A] en/of het type en/of het kenteken van de auto van [A] , - die onbekend gebleven perso(o)n(en) gevraagd voornoemd(e) vuurwapen en/of munitie in de auto van die [A] te leggen, - die onbekend gebleven perso(o)n(en) gevraagd een anonieme melding te doen bij de politie dat die [A] een vuurwapen in zijn bezit heeft en/of - die onbekend gebleven perso(o)n(en) daarvoor een geldbedrag en/of gift gegeven; De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; artikel 47 lid 1 ahf/ond artikel 22 lid 1 Wet wapens en munitie art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.