← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2018:1612

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/195600-17 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 19 april 2018 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboortedatum en geboorteplaats onbekend, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande. ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 april

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R.J.J.S. Visser. TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: op 1 oktober 2017 te Utrecht tezamen en in vereniging een gebouw aan de [adres] heeft gekraakt. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht op grond van onderstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 1 oktober 2017 te Utrecht tezamen en in vereniging een gebouw aan de [adres] heeft gekraakt. Getuige [getuige] woont tegenover de [object] in [woonplaats] en heeft - voor zover hier van belang en voor zover nodig samengevat – het volgende verklaard: ‘Op 1 oktober 2017 omstreeks 13:17 uur zag ik voor de [object] zes á zeven man staan met een wit spandoek. Zij hielden het spandoek voor de toegang van de [object] . Ik hoorde het geluid van een slijptol waarmee geslepen werd van achter het spandoek vandaan komen. Ik zag na een tijdje dat het hek en de deuren van de [object] waren geforceerd. Ik zag dat een man de [object] binnenging.’ Verbalisant [verbalisant 1] kwam op 1 oktober 2017 ter plaatse en heeft – voor zover hier van belang – het volgende geverbaliseerd: ‘Ik zag dat er voor de ingang van de [object] mensen stonden die een spandoek vasthielden. Ik hoorde achter het spandoek allerlei bonk-, zaag- en timmergeluiden.Ik zag dat door aanwezige personen in de [object] tussen de tweede en de vierde verdieping een spandoek werd opgehangen aan de buitenzijde van de [object] . Ik zag hierop de tekst 'fuck het kraakverbod'.’ Verbalisant [verbalisant 2] kwam op 1 oktober 2017 omstreeks 13:50 uur ter plaatse en heeft – voor zover hier van belang en voor zover nodig samengevat – het volgende geverbaliseerd: ‘Ik werd aangesproken door mevrouw [A] . Zij gaf aan dat zij het woord voerde namens de krakers binnen en vertelde dat het pand gekraakt was omdat er woonrecht op zou zitten. Omstreeks 16:45 uur werd het pand daadwerkelijk betreden door de BRATA (de brand en traangas eenheid). In het pand werden zes verdachten aangetroffen, die werden aangehouden en overgebracht naar het politie bureau Utrecht-Centrum.’ Op 1 oktober 2017 heeft [aangever] aangifte gedaan. [aangever] heeft – voor zover hier van belang en voor zover nodig samengevat – het volgende verklaard: ‘Ik ben eigenaar van de [object] aan de [adres] , te [vestigingsplaats] . De [object] is een leegstaand pand in verbouwing. Op 1 oktober 2017 kreeg ik bericht dat personen de [object] hadden gekraakt. Ik was ongeveer een week geleden voor het laatst bij de [object] . Ik heb de [object] toen afgesloten achtergelaten. Ik had de toegang van de [object] afgesloten met een hek. Het hek zat op slot met 3 tot 4 hangsloten en was voor niemand toegankelijk.’ Op 3 april 2018 heeft [aangever] (aanvullend) verklaard dat hij voor 1 oktober 2017 nog niet was begonnen met de verbouwing. Het pand [de rechtbank begrijpt: de [object] ] was geheel leeg. Er was geen aansluiting meer van gas, water en licht en er was geen werkend toilet. Uit een proces-verbaal van aanhouding, opgesteld door [verbalisant 3] , blijkt dat verdachte [verdachte] (eerder aangeduid als NN3) op 1 oktober 2017 is aangehouden op de [adres] in [vestigingsplaats] en ter geleiding is overgebracht naar het politie bureau Utrecht. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: op 1 oktober 2017 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, in een gebouw, gelegen aan de [adres] (perceelnummer [nummer] ), waarvan het gebruik door de rechthebbende was beëindigd, wederrechtelijk is binnengedrongen en wederrechtelijk aldaar heeft vertoefd. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit. Het bewezenverklaarde feit is dan ook strafbaar. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: medeplegen van kraken. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 10 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van 8 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Bewezen is verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van kraken. De wetgever heeft voor kraken als strafmaximum een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de derde categorie vastgesteld. Voor dit feit zijn geen landelijke oriëntatiepunten opgesteld. Daarom heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf gelet op de straffen die doorgaans worden opgelegd in vergelijkbare zaken. Verdachte en zijn medeverdachten hebben de [object] in [vestigingsplaats] gekraakt. Kraken is een hinderlijk en overlast gevend feit waarbij een onaanvaardbare vorm van eigenrichting wordt gehanteerd. Door het handelen van verdachte is schade veroorzaakt en inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de eigenaar van de [object] . De rechtbank rekent verdachte dit aan. Het staat verdachte vrij om deel te nemen aan demonstraties of op te komen voor zijn idealen. Deze idealen vormen echter geen vrijbrief voor het plegen van feiten als het bewezen verklaarde. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf geen rekening kunnen houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, nu hij ervoor gekozen heeft zijn identiteit niet kenbaar te maken. Ook is niet bekend of verdachte zich eerder heeft schuldig gemaakt aan kraken of enig ander strafbaar feit. De rechtbank acht oplegging van een gevangenisstraf, zoals door de officier van justitie geëist, niet passend, nu niet bekend is of verdachte eerder is veroordeeld voor kraken en geen sprake is van ernstige schade aan het gekraakte pand. Het voorgaande in ogenschouw genomen, acht de rechtbank passend en geboden een geldboete van 500 euro. 9TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 23, 24c, 47 en 138a van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 10BESLISSING De rechtbank: Ontvankelijkheid officier van justitie - verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde; Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het onder 5 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot het betalen van een geldboete van 500 euro, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Spee , voorzitter, mrs. C.A.M. van Straalen en mr. E. van den Brink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Lindeman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 april
  2. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 1 oktober 2017 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning en/of gebouw, gelegen aan de [adres] (perceelnummer [nummer] ), waarvan het gebruik door de rechthebbende was beëindigd wederrechtelijk is binnengedrongen en/of wederrechtelijk aldaar heeft vertoefd. (art 138a lid 1, art 138a lid 3, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 31 oktober 2017, genummerd PL0900-2017300214, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met
  3. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 1 oktober 2017, pagina
  4. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 1 oktober 2017, pagina
  5. Een proces-verbaal van bevindingen van 1 oktober 2017, opgesteld door [verbalisant 1] , pagina
  6. Een proces-verbaal van bevindingen van 1 oktober 2017, opgesteld door [verbalisant 1] , pagina
  7. Een proces-verbaal van bevindingen van 1 oktober 2017, opgesteld door [verbalisant 2] , pagina
  8. Een proces-verbaal van bevindingen van 1 oktober 2017, opgesteld door [verbalisant 2] , pagina
  9. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever] , pagina
  10. Een proces-verbaal van bevindingen van 3 april 2018 (ter terechtzitting aan dossier toegevoegd, niet genummerd, opgesteld door [verbalisant 4] ). Een proces-verbaal van aanhouding van 1 oktober 2017, opgesteld door [verbalisant 3] , pagina 64.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.