beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familierecht locatie Utrecht zaaknummer / rekestnummer: C/16/454640 / FO RK 18-256 Wijziging gezag Beschikking van 26 april 2018 in de zaak van [de man] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen ‘de vader’, advocaat mr. E.S. van Bon, tegen [de vrouw] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen ‘de moeder’. 1Verloop van de procedure 1.1. De vader heeft op 6 februari 2018 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ingediend. 1.2. De hierna te noemen minderjarige [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken. [voornaam van minderjarige 1] heeft hiervan gebruikt gemaakt en zijn mening kenbaar gemaakt bij brief van 25 maart 2018, met bijlagen. [voornaam van minderjarige 2] heeft de rechtbank bij brief van 25 maart 2018 kenbaar gemaakt hier geen gebruik van te willen maken. 1.3. De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren van 30 maart 2018. Verschenen zijn de vader met zijn advocaat, de moeder en mevrouw [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). 2Vaststaande feiten 2.1. Partijen hebben een affectieve relatie gehad. 2.2. De minderjarige kinderen van partijen zijn: - [minderjarige 1], geboren op [2001] te [geboorteplaats] ; - [minderjarige 2], geboren op [2003] te [geboorteplaats] . De vader heeft [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] erkend. 2.3. Uit de aantekening in het gezagsregister blijkt dat partijen gezamenlijk het ouderlijk gezag over [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] uitoefenen. 2.4. [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] wonen bij de moeder. 2.5. Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 13 juni 2012 is een zorgregeling vastgelegd waarbij de kinderen in de even weken van woensdag uit school tot de daarop volgende maandagochtend en in de oneven weken van woensdagmiddag uit school tot donderdagochtend, alsmede gedurende de helft van de vakanties en feestdagen, bij de vader verblijven. 3Beoordeling van het verzochte 3.1. De vader heeft de rechtbank verzocht het gezamenlijk gezag van partijen te beëindigen en de moeder te belasten met het eenhoofdig gezag over [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] . Voorts heeft de vader de rechtbank verzocht de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 13 juni 2012 te wijzigen in die zin dat er tussen de vader en de kinderen geen zorgregeling meer zal bestaan. Hiertoe heeft de vader gesteld dat hij de juridische situatie in overeenstemming wenst te brengen met de feitelijke situatie. Volgens de vader willen [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] geen contact met hem en wordt de huidige zorgregeling daarom niet uitgevoerd. Ter zitting heeft de vader verklaard dat hij graag had gezien dat de co-ouderschapsregeling zou worden uitgevoerd, maar dat zowel de moeder als de kinderen hier niet aan mee wilden werken. Ook wilden zij volgens de vader niet meewerken aan de uitvoering van de afspraken die tijdens de mediation zijn gemaakt. Voorts heeft de vader verklaard dat hij [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] inmiddels al twee jaar niet heeft gezien en hij vervreemd is geraakt van hen. Volgens de vader kreeg hij veel stress van de situatie en zal toewijzing van zijn verzoeken hem rust geven omdat dit hem duidelijkheid biedt. 3.2. De moeder heeft ter zitting ingestemd met de verzoeken van de vader. Volgens de moeder heeft zij het contact tussen de kinderen en de vader nooit in de weg gezeten, maar weten de vader en de kinderen niet meer hoe zij met elkaar om moeten gaan. Zelfs met hulp van een psycholoog is het niet gelukt om de relatie tussen de vader en de kinderen te herstellen. Voorts heeft de moeder verklaard dat de vader in het verleden geen toestemming wilde verlenen voor het aanvragen van paspoorten voor de kinderen, en loopt zij ook tegen praktische problemen aan met betrekking tot vakanties en het overschrijven van de kinderen naar een andere huisarts. 3.3. De Raad heeft de rechtbank ter zitting geadviseerd de verzoeken toe te wijzen. Volgens de Raad kan de vader thans geen beslissingen meer nemen in het belang van de kinderen, nu hij hun ontwikkeling al voor langere periode niet meer volgt. Voorts is het volgens de Raad in het belang van de kinderen om te bepalen dat er geen contact meer zal zijn tussen de vader en de kinderen, nu dit in overeenstemming is met de feitelijke gang van zaken. De Raad heeft de moeder ter zitting geadviseerd de vader te (blijven) informeren over belangrijke zaken aangaande [voornaam van minderjarige 1] en [voornaam van minderjarige 2] , zodat als de vader of (één van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.