RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/652168-18 (P); 20/000215-17 (vordering tenuitvoerlegging) Vonnis van de meervoudige kamer van 1 juni 2018 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] (Polen), thans gedetineerd in Detentiecentrum Alphen aan den Rijn. 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 mei
(2)maanden gevangenisstraf. Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Gerritse, voorzitter, mrs. E. Akkermans en J. Wiersma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.H. Batavier, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 juni 2018. Mr. J. Wiersma is buiten staat mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan [verdachte] is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 2 februari 2018 te Amersfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een groot aantal (te weten 27) fietsen, althans meerdere fietsen, in elk geval een fiets, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze fiets(
- en)wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het door (een) misdrijf verkregen goed(eren) betrof; art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht 2. hij in of omstreeks de periode van 16 januari 2018 tot en met 2 februari 2018 te Amersfoort, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder meer en/of voor zover bekend) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het plegen van fietsendiefstallen en/of het helen van fietsen en/of het omkatten van (die) fietsen en/of het (naar Polen) vervoeren van (die) fietsen en/of het verkopen/verhandelen van (die) fietsen. art 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht 3. Primair hij op of omstreeks 2 februari 2018 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, al dan niet opzettelijk, een of meerdere radiozendappara(a)t(en), te weten een of meerdere (zogenoemde) jammer(
- s)(zonder merk en type aanduiding), heeft aangelegd, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder van dat radiozendapparaat op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend; (artikel 10.15 lid 1 juncto artikel 3.13 lid 1 van de Telecommunicatiewet) art 161sexie ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht Subsidiair hij op of omstreeks 2 februari 2018 te Amersfoort, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, een of meerdere (zogenoemde) jammer(
- s)(zonder merk en type aanduiding) voorhanden heeft gehad, zijnde een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in het eerste lid van artikel 161sexies van het Wetboek van Strafrecht, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in genoemd artikel wordt gepleegd. (artikel 161sexie lid 2 ahf/sub a Wetboek van Strafrecht) art 161sexie ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht art 161sexie ahf/sub 2° Wetboek van Strafrecht art 161sexie ahf/sub 3° Wetboek van Strafrecht Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 5 februari 2018, genummerd PL0900-2018035299 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 489. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Een proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2018, pagina 69. Een proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2018, pagina 70. Een proces-verbaal van aanhouding van 2 februari 2018, pagina 195. Een proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2018, pagina 71. Foto’s, pagina 80 tot en met pagina 87. Een proces-verbaal van bevindingen van 4 februari 2018, pagina 112. Een proces-verbaal van bevindingen van 4 februari 2018, pagina 121. Een proces-verbaal van bevindingen van 4 februari 2018, pagina 112. Een proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2018, pagina 93. Een proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2018, pagina 94. Een proces-verbaal van bevindingen van 11 februari 2018, pagina 346. Een kennisgeving van inbeslagneming van 5 februari 2018, pagina 361. Een geschrift, inhoudende een rapport van bevindingen van technisch onderzoek van 20 maart 2018, pagina 468. Een proces-verbaal van verhoor van 4 februari 2018, pagina 239. Een proces-verbaal van bevindingen van 5 februari 2018, pagina 141. Een proces-verbaal van bevindingen van 5 februari 2018, pagina 142. Een proces-verbaal van bevindingen van 5 februari 2018, pagina 143. Een proces-verbaal van bevindingen van 5 februari 2018, pagina 144. Een proces-verbaal van bevindingen van 5 februari 2018, pagina 145. Een proces-verbaal van bevindingen van 5 februari 2018, pagina 146. Een proces-verbaal van relaas van 8 maart 2018, pagina 402. Een proces-verbaal van verhoor van 3 februari 2018, pagina 209. Een proces-verbaal van verhoor van 3 februari 2018, pagina 211. Een proces-verbaal van verhoor van 4 februari 2018, pagina 214. Een proces-verbaal van verhoor van 4 februari 2018, pagina 214. Een proces-verbaal van verhoor van 4 februari 2018, pagina 213. Een proces-verbaal van verhoor van 4 februari 2018, pagina 214. HR 26 oktober 1993, ECLI:NL:HR:1993:AD1974, NJ 1994/161. HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5132. HR 8 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE5651.