RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/659886-17 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 19 juni 2018 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] ,thans verblijvende in [huis van bewaring] te [verblijfsplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 7 november 2017, 30 januari 2018, 10 april 2018 en 5 juni
(1)scherp patroon in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. De rechtbank beschouwt het als een kennelijke misslag dat onder 4 A meermalen ten laste is gelegd het woord ‘of’ in plaats van ‘en/of’, nu duidelijk is dat sprake is geweest van meerdere dwangmiddelen en handelingen. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder 1 bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: bedreiging met brandstichting en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Het onder 2 bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: diefstal. Het onder 3 onderdeel A en B levert volgens de wet telkens het volgende strafbare feit op: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd Het onder 4 bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: mensenhandel, meermalen gepleegd. Het onder 5 bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: bedreiging met zware mishandeling. Het onder 6 bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd. Het onder 7 bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte te veroordelen tot: - een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd aan verdachte de vrijheidsbeperkende maatregel – als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht – op te leggen. Deze maatregel dient te bestaan uit een volledig contactverbod met [benadeelde partij 1] en [A] en hun beider familieleden. Voor iedere overtreding van deze maatregel dient verdachte 2 weken hechtenis te ondergaan. De officier van justitie heeft de dadelijke uitvoerbaarheid van deze maatregel gevorderd. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de door de officier van justitie gevorderde straf buitenproportioneel is. De raadsman heeft, in het geval de rechtbank ook het onder 4 ten laste gelegde bewezen acht, verzocht aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van de thans lopende voorlopige hechtenis en naast deze onvoorwaardelijke gevangenisstraf een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met een proeftijd van 3 jaren. Aan deze voorwaardelijke gevangenisstraf kunnen dan bijzondere voorwaarden verbonden worden, zoals een contactverbod met [benadeelde partij 1] en [A] en hun beider familieleden. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de op te leggen straf en maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze gedurende een periode van ongeveer 15 maanden schuldig gemaakt aan – kort gezegd – mensenhandel ten aanzien van het slachtoffer, zijn toenmalige vriendin. Hij heeft daarbij onder meer meerdere malen geweld tegen haar gebruikt, hetgeen heeft geresulteerd in fors lichamelijk letsel. Ook was er sprake van bedreiging met geweld, het controleren en isoleren van het slachtoffer en een situatie van voortdurende controle op het slachtoffer. Mensenhandel is een vergaande manier van uitbuiting waarbij een ernstige inbreuk wordt gemaakt op fundamentele rechten als menselijke waardigheid en persoonlijke vrijheid. Bij slachtoffers van mensenhandel kunnen lange tijd gevoelens van angst en onzekerheid blijven bestaan, waardoor zij ernstig kunnen worden belemmerd in hun relaties en hun deelname aan het maatschappelijke verkeer, hetgeen ook in de onderhavige strafzaak is gebleken. Verdachte heeft de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn vriendin, van wie hij wist dat zij kwetsbaar was, volledig miskend en zijn eigen financiële gewin op de voorgrond gesteld. De impact die het gebeurde op het slachtoffer heeft gehad blijkt niet alleen uit haar verklaringen afgelegd bij de politie en de rechter-commissaris, maar ook uit haar opgestelde slachtofferverklaring, die door de voorzitter ter terechtzitting is voorgelezen. Uit deze verklaring blijkt dat het slachtoffer nog dagelijks terugdenkt aan hetgeen verdachte haar heeft aangedaan, dat zij nog steeds leeft met een constante doordringende angst voor verdachte en dat zij de rest van haar leven met deze angst zal moeten doorbrengen. De uitbuitingssituatie heeft een ernstige en langdurige nasleep gehad waaruit blijkt dat verdachte zijn slachtoffer niet los wilde laten. Zo heeft verdachte het slachtoffer per brief, per e-mail en in persoon bedreigd, heeft hij onrechtmatig de woning van het slachtoffer betreden en vanuit de woning persoonlijke spullen van het slachtoffer weggenomen. Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging van een huisgenoot van het slachtoffer met een honkbalknuppel. Met zijn handelen heeft verdachte de slachtoffers angst aangejaagd en voor hun bedreigende situaties gecreëerd. Ook heeft hij aangetoond voor andermans eigendommen geen enkel respect te hebben. Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een patroon, een op echt gelijkend imitatiewapen en een vlindermes. De rechtbank heeft kennis genomen van het de verdachte betreffende strafblad van 19 december
- Hieruit blijkt dat verdachte recent niet meer met justitie in aanraking is gekomen en dat de laatste veroordeling dateert uit
- Deze veroordeling, ter zake van onder meer geweldsdelicten, is van te lang geleden om in strafverzwarende zin rekening mee te houden. Uit het strafblad blijkt verder dat aan verdachte in 2002 de PIJ-maatregel is opgelegd, en dat deze meerdere keren verlengd is. Hieruit kan worden afgeleid dat er in het verleden aanwijzingen zijn geweest voor problemen omtrent de (gedrags)ontwikkeling van verdachte. Verdachte is ter observatie opgenomen geweest in het Pieter Baan Centrum en over verdachte is naar aanleiding van deze observatie een rapport uitgebracht van 6 februari
- Uit dit rapport, opgemaakt door P.P. de Kloe, arts-assistent in opleiding tot psychiater, onder supervisie van A.E. Grochowska, psychiater, en P.E. Geurkink, GZ-psycholoog, blijkt onder meer dat verdachte zijn medewerking aan het onderzoek in het Pieter Baan Centrum heeft geweigerd. Door de weigering van verdachte kon er door de gedragsdeskundige onderzoekers geen inzicht worden gekregen in de belevingswereld van verdachte en wijze van psychisch functioneren. Zij konden wel vaststellen dat er uit het dossier duidelijke aanwijzingen naar voren komen van problematisch gokgedrag in het verleden, maar de onderzoekers konden onvoldoende zicht verkrijgen op de omvang en de gevolgen hiervan. Door de beperkte onderzoeksmogelijkheden hebben de gedragsdeskundigen geen stoornis bij verdachte kunnen vaststellen, zich onthouden van een uitspraak omtrent de mate van toerekenbaarheid en zich dus ook niet kunnen uitlaten over een eventuele doorwerking daarvan. De rechtbank zal, gelet op het vorenstaande, verdachte in het kader van de straftoemeting ten aanzien van het bewezen verklaarde als volledig toerekeningsvatbaar beschouwen. De hiervoor genoemde aanwijzingen in het verleden voor problemen omtrent de (gedrags)ontwikkeling van verdachte kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet tot een ander oordeel leiden, gelet op het tijdsverloop en het feit dat er geen concrete informatie op dit punt beschikbaar is. De rechtbank weegt bij de straftoemeting wel in het nadeel van verdachte mee dat hij, ondanks deze aanwijzingen, heeft geweigerd mee te werken aan het psychiatrisch en psychologisch onderzoek. In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank tevens de volgende omstandigheden mee: de lange periode waarin het slachtoffer is uitgebuit, te weten ongeveer 15 maanden; het forse geweld en de dreiging daarmee die gepaard gingen met de uitbuiting van het slachtoffer; de kwetsbaarheid van het slachtoffer en het gegeven dat verdachte daarvan op hoogte was; het feit dat verdachte het slachtoffer, nadat zij de relatie met hem had verbroken en duidelijk had aangegeven dat zij geen contact meer met hem wilde, per brief, per e-mail en in persoon heeft bedreigd en dat hij in haar woning is geweest; het feit dat verdachte niet heeft aangetoond het laakbare van zijn handelen in te zien en hij voor zijn handelen geenszins verantwoordelijkheid heeft genomen. Integendeel, hij zet zichzelf neer als het slachtoffer van een wraakzuchtige ex-vriendin. Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op al hetgeen hiervoor is afgewogen, in dit geval niet worden volstaan met een andere straf dan oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor langere duur. Bij de vaststelling van de duur van de op te leggen gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op hetgeen in vergelijkbare gevallen is opgelegd. De rechtbank ziet in deze vergelijkbare gevallen aanleiding om in strafmatigende zin af te wijken van de eis van de officier van justitie. Alles afwegende acht de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten acht de rechtbank het, overeenkomstig de officier, noodzakelijk dat aan de verdachte de vrijheidsbeperkende maatregel, zijnde een contactverbod met [benadeelde partij 1] en familieleden en [A] en familieleden, zal worden opgelegd voor de maximale duur van vijf jaren. Indien de verdachte zich niet houdt aan de geformuleerde maatregel zal verdachte telkens twee weken in hechtenis worden genomen, met een maximum van zes maanden. De rechtbank is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen en zal daarom bevelen dat de maatregel die verdachte wordt opgelegd dadelijk uitvoerbaar is. 9Het beslag De in deze rubriek gebruikte nummers verwijzen naar de door de officier van justitie overgelegde lijst van in beslag genomen voorwerpen, die als bijlage aan dit vonnis is gehecht. 9.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting een beslaglijst overgelegd met daarin opgenomen een voorstel voor de afdoening van het beslag. Zij heeft onder meer gevorderd dat de zilveren laptop (goednr. 2), de Samsung S5-telefoon (goednr. 5) en de iPhone 6-telefoon (goednr. 6) verbeurd zullen worden verklaard nu deze goederen zijn gebruikt bij het plegen van strafbare feiten. Voor het overige heeft zij, onbetwist, gevorderd dat de onder 1, 3, 4, 7, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 18, 19, 20 en 21 genummerde in beslag genomen goederen verbeurd worden verklaard. Daarnaast heeft zij voor de onder 8, 9, 16, 17 en 23 genummerde in beslag genomen goederen gevorderd de teruggave te gelasten. Laatstelijk heeft zij ten aanzien van de goederen genummerd onder 22 en 23 gevorderd dat deze zullen worden onttrokken aan het verkeer. 9.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat ter discussie zou kunnen staan of de inbeslaggenomen goederen, waarvan de officier de verbeurd verklaring heeft gevorderd, zijn gebruikt bij het plegen van strafbare feiten. Daarnaast heeft de raadsman benadrukt dat de hierboven genoemde gegevensdragers (goednrs. 2, 5 en 6) persoonlijke foto’s bevatten van verdachte, zoals vakantiefoto’s en -filmpjes. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Hof Den Haag van 5 februari 2018 heeft de raadsman betoogd dat, gelet op artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van Mens, verdachte het recht heeft om de inhoud van de gegevensdragers in te zien en aan te geven welke bestanden op de gegevensdragers hij zou willen behouden. De gevorderde afdoening van de overige in beslag genomen goederen heeft de verdediging niet betwist. 9.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt als volgt. Verbeurdverklaring De rechtbank is van oordeel dat het bewezen verklaarde is begaan met behulp van de onder 1 tot en met 7, 10 tot en met 15 en 18 tot en met 21 genummerde in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een fotocamera, een handgeschreven brief, een laptop, zes mobiele telefoons en zes simkaarten. Deze goederen zullen daarom worden verbeurd verklaard. De rechtbank overweegt hiertoe in het bijzonder met betrekking tot de door de raadsman genoemde gegevensdragers (goednrs. 2, 5 en 6) dat de door hem aangehaalde uitspraak van het Hof Den Haag niet tot gevolg heeft dat verdachte er recht op heeft om aan te geven welke bestanden hij zou willen behouden. Het hof heeft in de uitspraak aangegeven dat een belangenafweging moet plaatsvinden tussen de strafvorderlijke en maatschappelijke belangen bij onttrekking (de rechtbank leest voor deze zaak: verbeurdverklaring) enerzijds en de persoonlijke belangen van de verdachte bij behoud c.q. verkrijging van de verzochte gegevensbestanden anderzijds. Bij die belangenafweging kan naar het oordeel van het hof onder meer worden betrokken het belang van de verdachte bij behoud c.q. verkrijging van de betreffende gegevensbestanden alsmede de mate waarin hij dat belang heeft onderbouwd. Verdachte heeft, anders dan in het door het Hof Den Haag geschetste geval, alleen aangegeven dat er vakantiefoto’s en -filmpjes op de gegevensdragers staan en dat hij deze graag wil hebben. Als de rechtbank dit – zeer summier onderbouwde – belang afweegt tegen het geschatte grote gemoeide tijdsbeslag voor de politie om samen met verdachte een selectie te maken van niet-strafbare privé bestanden van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de raadsman dient te worden afgewezen. Teruggave Met betrekking tot het in beslag genomen alarmpistool en A4-schrift (goednr. 8 en 23) gelast de rechtbank de teruggave aan de verdachte, aangezien het strafvorderlijk belang zich daartegen niet verzet. De op de [adres] inbeslaggenomen kopieën (goednr. 9) behoren aan mevrouw [D] toe en zullen derhalve aan haar worden teruggeven. Het inbeslaggenomen ondergoed (goednrs. 16 en 17) behoort volgens de verklaringen van [benadeelde partij 1] , en de verklaring van verdachte aan mevrouw [benadeelde partij 1] toe en de rechtbank zal dan ook aan haar de teruggave gelasten van deze goederen. Onttrekking aan het verkeer De rechtbank is van oordeel dat het in beslag genomen imitatiewapen en vlindermes (goednrs. 22 en 23) van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of met het algemeen belang en zal deze goederen onttrekken aan het verkeer. 10De benadeelde partij [benadeelde partij 1] De benadeelde partij heeft een schadebedrag gevorderd van in totaal € 61.000,-. Dit bedrag is opgebouwd uit de afgedragen inkomsten uit de prostitutiewerkzaamheden (€ 30.000,-), spaargeld afgestaan aan verdachte (€ 6.000,00,-) en immateriële schade (€ 25.000,-). De benadeelde partij heeft gevorderd deze bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en gevorderd aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. 10.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij voldoende is onderbouwd en dat dit rechtstreekse schade betreft. De officier van justitie heeft dan ook gevorderd de vordering van de benadeelde partij integraal toe te wijzen met oplegging van de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel. 10.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft, gelet op zijn verzoek tot integrale vrijspraak, primair verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de vordering summier onderbouwd is. De rechtspraak waarnaar wordt verwezen acht de raadsman niet vergelijkbaar met de onderhavige zaak. Het immateriële schadebedrag van de vordering dient volgens de raadsman te worden gematigd tot een symbolisch bedrag. 10.3 Het oordeel van de rechtbank Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde partij 1] als gevolg van het door verdachte bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank acht de gevorderde materiële schadevergoeding, waarbij uitgegaan wordt van een gemiddelde verdienste van € 100,- per dag, toewijsbaar, met dien verstande dat uit het dossier is gebleken dat de werkweek van de benadeelde partij vier dagen telde en zij een periode van 15 maanden is uitgebuit. Bij herberekening op grond van deze omstandigheden wordt het bedrag vastgesteld op € 27.000,-. De rechtbank zal de immateriële schade naar billijkheid begroten op een bedrag van € 15.000,-. De rechtbank zal de vordering derhalve toewijzen tot een bedrag van € 42.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 november 2016 (voor zowel de immateriële als de materiële schadevergoeding) tot de dag van volledige betaling. De rechtbank zal de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering voor dat deel desgewenst aan de orde stellen in een procedure bij de burgerlijke rechter. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [benadeelde partij 1] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 42.0000,-, te vermeerderen met voornoemde wettelijke rente. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 245 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die door verdachte is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling door verdachte is gedaan aan de benadeelde partij. 11TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen: 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 38v, 57, 273f, 285, 310 van het Wetboek van Strafrecht; 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 12BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het onder 1 t/m 7 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het onder 1 t/m 7 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het onder 1 t/m 7 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaren; - beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Oplegging vrijheidsbeperkende maatregel - legt op de maatregel dat de verdachte: voor de duur van 5 jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [benadeelde partij 1] , geboren op [geboortedatum] 1989, en [A] , geboren [geboortedatum] 1991, en hun familieleden; - beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval door verdachte niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze hechtenis bedraagt 2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden (180 dagen). Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op; Dadelijke uitvoerbaarheid van de vrijheidsbeperkende maatregel - beveelt dat de opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel dadelijk uitvoerbaar is; Beslag - gelast de teruggave aan de rechthebbende, te weten [benadeelde partij 1] , van de voorwerpen genoemd op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, te weten de goederen met de nummers: 16 en 17; - gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen genoemd op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, te weten de goederen met de nummers: 23 en 28; - gelast de teruggave aan de rechthebbende, te weten [D] , van het voorwerp genoemd op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, te weten het goed met het nummer: 9; - gelast de verbeurd verklaring van de voorwerpen genoemd op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, te weten de goederen met de nummers: 1 t/m 7, 10 t/m 15, 18, 19, 20 en 21; - gelast de onttrekking aan het verkeer van de voorwerpen op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst, te wetende goederen met de nummers: 22 en 24; Benadeelde partij [benadeelde partij 1] - wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het onder 4 bewezen verklaarde tot een bedrag van € 42.000,- (zegge: tweeënveertig duizend euro), bestaande uit € 27.000,- (zegge: zevenentwintig duizend euro) aan materiële schade en € 15.000,- (zegge: vijftien duizend euro) aan immateriële schade en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan de benadeelde partij; - bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening; - bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening; - verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil; - verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; - legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1] , ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te bepalen van € 42.000,- (zegge: tweeënveertig duizend euro), bestaande uit € 27.000,- (zegge: zevenentwintig duizend euro) aan materiële schade en € 15.000,- (zegge: vijftien duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal aan te vullen met hechtenis van 245 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op; - bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening; - bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening; - bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. D. Riani el Achhab, voorzitter, mrs. E.M. de Stigter en A.R. Creutzberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. Kappel en J.J. Veldhuizen, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 juni
- Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
- hij op of omstreeks 07 augustus 2017 te Utrecht en/of Vlijmen en/of elders in Nederland, [benadeelde partij 1] schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met brandstichting en/of met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, immers heeft hij opzettelijk dreigend die [benadeelde partij 1] per brief (zakelijk weergegeven) de woorden toegevoegd je moet bij me terug komen en/of je mag niets tegen je ouders en/of de politie zeggen, anders steek ik je huis in de fik en/of pomp ik het vol gas en/of plak ik er C4 op, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking; art 285 lid 2 Wetboek van Strafrecht
- hij in of omstreeks de periode ongeveer 15 juni 2017 tot en met van 07 augustus 2017 te Vlijmen, gemeente Heusden, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee althans een string(s)/slip(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen strings/slips onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbrekening en/of door middel van een of meer valse sleutels en/of door middel van inklimming; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht
- hij in of omstreeks de periode (A) van ongeveer 01 november 2016 tot en met 31 december 2016 te Alphen aan den Rijn en/of Utrecht en/of elders in Nederland, en/of in of omstreeks de periode (B) van 01 juni 2017 tot en met 18 juli 2017 te Utrecht en/of Vlijmen en/of elders in Nederland, (telkens) [benadeelde partij 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers (A) - heeft verdachte opzettelijk dreigend aan die [benadeelde partij 1] een kogel (patroon) gegeven - en/of (daarbij) heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde partij 1] dreigend de woorden toegevoegd "als je ooit voor werk of prive met een andere jongen zal gaan, dan is deze kogel voor jou", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking, - en/of heeft verdachte opzettelijk dreigend per whatsapp aan die [benadeelde partij 1] een foto gestuurd met daarop die kogel (althans een soortgelijke kogel) met daarnaast een pistool en/of (B) - heeft verdachte opzettelijk dreigend aan die [benadeelde partij 1] mails gestuurd met de inhoud "ik maak je kapot" en/of jij bent dood" en /of "ik ga je pakken"; art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht
- hij in of omstreeks de periode van 01 juli 2015 tot en met 30 juni 2017 te Utrecht en/of Zeist en/of Amersfoort en/of Zaandam en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, A) een ander of anderen, te weten [benadeelde partij 1] , (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitlijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie (sub 1°) - heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [benadeelde partij 1] en/of (sub 4°) - heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [benadeelde partij 1] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard en/of (sub 9°) - heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van zijn/haar/hun, [benadeelde partij 1], seksuele handelingen met en/of voor een derde en/of B)(sub 6°) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die/een ander of anderen, te weten naam [benadeelde partij 1] , immers is en/of heeft hij, verdachte, een (exclusieve) relatie met die [benadeelde partij 1] aangegaan en/of onderhouden en/of tegen die [benadeelde partij 1] gezegd dat ze samen een toekomst gingen opbouwen en hij daarvoor een bedrijf ging starten waar hij geld voor nodig had en/of tegen die [benadeelde partij 1] gezegd dat hij (erg) grote bedragen had verloren in het casino en/of een of meer sexadvertenties waarop die [benadeelde partij 1] haar diensten aanbood op websites als [website 2] en/of [website 1] (aan)gemaakt en/of onderhouden en/of telkens woningen heeft geregeld waar die [benadeelde partij 1] als prostituee kon werken en/of die [benadeelde partij 1] telkens vervoerd van en naar die woningen en/of (per sms) de contacten de prostitutieklanten gelegd en/of onderhouden en/of daarmee sexafspraken gemaakt voor die [benadeelde partij 1] en/of bepaald hoeveel klanten die [benadeelde partij 1] op een dag moest ontvangen en/of bepaald wanneer die [benadeelde partij 1] mocht ophouden na een dag werken en/of bepaald dat die [benadeelde partij 1] ook als ze moe was en/of ziek was en/of pijn had toch klanten moest ontvangen als prostituee en/of die [benadeelde partij 1] (telkens) bedreigd en/of (fors) mishandeld en/of de (privé) telefoon van die [benadeelde partij 1] kapot gemaakt en/of een camera in de woning van die [benadeelde partij 1] opgehangen en/of die [benadeelde partij 1] veelvuldig gebeld /geappt en /of (aldus) gecontroleerd wat die [benadeelde partij 1] (de hele dag en nacht) deed en/of die [benadeelde partij 1] gedwongen steeds minder in haar reguliere baan in de thuiszorg te werken en steeds meer in de prostitutie te gaan werken en/of alle, althans een groot deel van het geld dat die [benadeelde partij 1] met prostitutie verdiende geld aan hem, verdachte, laten afgeven althans van haar afgepakt; art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht art 273f lid 1 ahf/sub 6° Wetboek van Strafrecht art 273f lid 1 ahf/sub 9° Wetboek van Strafrecht
- (pv p 796 ev) hij op of omstreeks 08 maart 2017 te Alphen aan den Rijn, in elk geval in Nederland, [benadeelde partij 2] (meermalen) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde partij 2] dreigend de woorden toegevoegd :"ik sla je tanden uit je mond en/of je kan de rest van je leven uit een rietje eten", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; en/of immers is en/of heeft verdachte opzettelijk dreigend met een honkbalknuppel in zijn (opgeheven) hand naar die [benadeelde partij 2] toegelopen en/of die [benadeelde partij 2] daarbij opzettelijk dreigend de woorden toegevoegd: "je moet op je tellen passen", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht
- hij op of omstreeks 09 augustus 2017 te Utrecht, en/of elders in Nederland, (pv p 775 e.v.) (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten (een) nabootsing(en) van (een) vuurwapen, dat door zijn vorm, afmetingen en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) enkelloops hagelgeweer, merk Gymo, model 9.388, kaliber 6mm BB, en/of (pv p 775) een wapen(s),van categorie I, onder 1°, te weten een vlindermes voorhanden heeft gehad De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; art 13 lid 1 Wet wapens en munitie
- (pv p 785 e.v.) hij in of omstreeks de periode van ongeveer 01 november 2016 tot en met 31 december 2016 te Alphen aan den Rijn en/of Utrecht en/of elders in Nederland, voorhanden heeft gehad een
(1)scherp patroon, in elk geval munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III; art 26 lid 1 Wet wapens en munitie Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van processen-verbaal die als bijlagen zijn opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd 2017243992 (onderzoek HUNZE), opgemaakt door politie Midden-Nederland, Dienst Regionale Recherche, doorgenummerd 1 tot en met
- Wanneer paginanummers verwijzen naar andere processen-verbaal, dan wordt dit expliciet vermeld. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal die op ambtseed of ambtsbelofte en in de wettelijke vorm zijn opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Proces-verbaal van verhoor [benadeelde partij 1] d.d. 8 augustus 2017, pag.
- Idem, pag.
- Brief, pag.
- Brief, pag.
- Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 juni
- Proces-verbaal van verhoor [benadeelde partij 1] d.d. 10 augustus 2017, pag.
- Proces-verbaal van aangifte van verhoor aangeefster [benadeelde partij 1] d.d. 8 augustus 2017, pag.
- Idem, pag.
- Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 1] d.d. 18 juli 2017, pag.
- Idem, pag.
- Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pag.
- Proces-verbaal van digitaal onderzoek van [verbalisant 1] , pag.
- Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] , pag.
- Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] , pag.
- Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 juni
- Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 4] , pag.
- Proces-verbaal van verhoor van [getuige] d.d. 17 oktober 2017, pag.
- Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van [verbalisant 5] , pag. 75 en 76; Proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] , pag. 774 t/m
- Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 juni
- Proces-verbaal ‘informatief gesprek mensenhandel’ met [benadeelde partij 1] , pag. 137 en
- Idem, pag.
- Idem, pag.
- Idem, pag.
- Proces-verbaal van verhoor aangever [benadeelde partij 1] d.d. 9 augustus 2017, pag.
- Idem, pag.
- Idem, pag.
- Proces-verbaal van verhoor aangeefster [benadeelde partij 1] d.d. 10 augustus 2017, pag.
- Idem, pag.
- Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde partij 1] d.d. 26 oktober 2017, pag.
- Idem, pag.
- Idem, pag.
- Idem, pag.
- Idem, pag.
- Idem, pag.
- Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde partij 1] d.d. 8 november 2017, pag.
- Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde partij 1] d.d. 8 november 2017, pag. 183-
- Medische verklaring van huisarts [naam huisarts] , pag.
- Bijlage bij medische verklaring van huisarts, pag.
- Proces-verbaal van bevindingen (bevindingen Simkaart) van [verbalisant 1] , pag. 541 en
- Proces-verbaal van bevindingen (bevindingen OneTouch 1016D) van [verbalisant 1] , pag. 578 en
- Proces-verbaal van bevindingen (laptop HP Elitebook) van [verbalisant 2] , pag.
- Idem, pag.
- Idem, pag.
- Proces-verbaal van bevindingen (Samsung Galaxy S5 Mini) van [verbalisant 6] , pag.
- Idem, pag. 663 en bijlage, pag.
- Proces-verbaal van verhoor van [benadeelde partij 2] , pag.
- Idem, pag.
- Proces-verbaal van verhoor de rechter-commissaris betreffende het verhoor van [B] d.d. 17 mei
- Proces-verbaal van verhoor van [C] , pag.
- Idem, pag.
- Idem, pag.
- Proces-verbaal van bevindingen (n.a.v. aanvraag 126nd Holland Casino) van [verbalisant 7] , pag.
- Idem, pag.
- Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, opgemaakt door [verbalisant 8] , pag. 899 en
- Proces-verbaal verstrekking gevorderde gegevens, opgemaakt door [verbalisant 8] , pag.
- Proces-verbaal van verhoor verdachte, pag.
- Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 juni
- Hof Den Haag 3 mei 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1074.