vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Lelystad zaaknummer / rolnummer: C/16/463214 / KL ZA 18-238 Vonnis in kort geding van 17 juli 2018 in de zaak van de stichting WOONSTICHTING CENTRADA, gevestigd te Lelystad, eiseres, hierna Centrada te noemen, advocaat mr. T. Mulder te Almere, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, hierna [gedaagde] te noemen, niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 6 juli 2018; de mondelinge behandeling op 13 juli 2018 het tijdens de behandeling tegen [gedaagde] verleende verstek. 1.
- Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [A] , moeder van [gedaagde] , stukken ingezonden en aangekondigd dat zij namens [gedaagde] ter terechtzitting zal verschijnen. De griffie heeft vervolgens aan haar laten weten dat [gedaagde] alleen in persoon of bij advocaat ter terechtzitting kan verschijnen en dat alleen als [gedaagde] ook zou komen, [A] in de gelegenheid zou worden gesteld het woord te voeren. Omdat [gedaagde] niet ter terechtzitting is verschenen, is aan [A] niet toegestaan om ter terechtzitting het woord te voeren en zijn de door haar ingediende stukken buiten beschouwing gelaten. Wel is [A] , met instemming van Centrada, ter terechtzitting in de gelegenheid gesteld inlichtingen te verstrekken. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De vordering 2.
- Centrada vordert (samengevat) dat de voorzieningenrechter bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad: a. [gedaagde] verbiedt om vanaf 24 uur na betekening van het vonnis zich in (de omgeving van) het appartementencomplex gelegen aan de Stadhuisstraat te Lelystad op te houden of te begeven dat omsloten wordt door de straten en fietspaden: Stadhuisstraat, Florijnhof, Muntstraat en Neringweg, met machtiging van Centrada om de verboden zo nodig te doen naleven met behulp van de sterke arm; b. bepaalt dat, indien [gedaagde] de verboden zoals bedoeld onder a. overtreedt, of één daarvan, een dwangsom verbeurt van € 1.000,00 per overtreding, althans een zodanige beslissing neemt als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren; c. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf acht dagen na de datum van het vonnis alsmede de nakosten. 3De beoordeling 3.
- Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met inachtneming van het navolgende. 3.
- Het verbod wordt afgegeven voor de duur van twee jaar. De voorzieningenrechter acht het noodzakelijk het verbod, gezien zijn vrijheidsbeperkende aard, tijdelijk te laten zijn. Centrada heeft ter zitting verklaard dat het bedoelde appartementencomplex wordt omsloten door de straten en fietspaden Stadhuisstraat, Florijnstraat (in plaats van Florijnhof), Muntstraat en Neringweg. De voorzieningenrechter zal dit gebied in de beslissing opnemen. De dwangsom zal worden gemaximeerd op de wijze als in de beslissing vermeld. 3.
- De voorzieningenrechter heeft er nota van genomen dat Centrada heeft verklaard dat zij alvorens zij tot executie van dit vonnis zal overgaan, contact zal opnemen met verschillende hulpverlenende instanties in Lelystad om te bezien of aan [gedaagde] de zorg en/of huisvesting geboden kan worden waar hij behoefte aan heeft. 3.
- [gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijn. 3.
- De nakosten, waarvan Centrada betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot. 4De beslissing De voorzieningenrechter 4.
- verbiedt [gedaagde] om vanaf 24 uur na betekening van dit vonnis, gedurende een periode van twee jaar na betekening van dit vonnis, zich in (de omgeving van) het appartementencomplex gelegen aan de Stadhuisstraat te Lelystad op te houden of te begeven dat omsloten wordt door de straten en fietspaden: Stadhuisstraat, Florijnstraat, Muntstraat en Neringweg; 4.
- bepaalt dat [gedaagde] voor iedere keer dat hij in strijd handelt met het onder 4.
- bepaalde, aan Centrada een dwangsom verbeurt van € 1.000,00 met een maximum van € 25.000,00; 4.
- machtigt Centrada om met behulp van de sterke arm van justitie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen, indien [gedaagde] het onder 4.
- bepaalde overtreedt; 4.
- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, aan de zijde van Centrada tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 626,00 aan griffierecht, € 99,90 aan explootkosten en € 633,00 aan salaris advocaat, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormelde bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling; 4.
- veroordeelt [gedaagde] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door Centrada volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis; 4.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 4.
- wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. de Beaufort en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2018.