RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/705869-18 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 10 oktober 2018 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1988] te [geboorteplaats] (Thailand), ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 september 2018. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. J.R.F. Esbir Wildeman en van hetgeen verdachte en mr. C.C.W. Plaat, advocaat te Ede, alsmede de benadeelde partij [slachtoffer] en zijn raadsman mr. T.J. Roest Crollius, advocaat te Woerden, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: op 20 april 2018 te [woonplaats] een geldbedrag van circa € 13.080 van [slachtoffer] heeft weggenomen, welke diefstal werd gepleegd gedurende de nacht op een besloten erf en voorafgegaan, vergezeld dan wel gevolgd werd met geweld en bedreiging met geweld. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4WAARDERING VAN HET BEWIJS 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen, met uitzondering van de trap tegen de knie (been) van aangever [slachtoffer] onder het vijfde gedachtestreepje. Van dat onderdeel dient verdachte te worden vrijgesproken. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft partiële vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde geweld en bedreiging met geweld, omdat er daarvoor onvoldoende bewijs in het dossier voorhanden is. Daartoe heeft hij onder andere aangevoerd dat de twee door aangever [slachtoffer] afgelegde verklaringen op dit punt niet geloofwaardig zijn nu deze op essentiële onderdelen tegenstrijdigheden vertonen. Zo noemt [slachtoffer] pas in zijn tweede verklaring dat verdachte heeft gezegd “geef me je geld anders sla ik je in elkaar” en dat hij is getrapt. Ook wat betreft het letsel heeft [slachtoffer] zelf aangegeven slechts schaafwonden te hebben. Omdat verdachte een getraind vechtsporter is, zou het letsel van [slachtoffer] aanzienlijk groter zijn geweest in het geval hij daadwerkelijk door verdachte getrapt zou zijn. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Partiële vrijspraak De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangever [slachtoffer] tegen zijn knie dan wel zijn been heeft getrapt en dat hij heeft geroepen dat hij [slachtoffer] in elkaar zou slaan. In het dossier zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten te vinden waaruit volgt dat verdachte aangever [slachtoffer] heeft getrapt en heeft geroepen dat hij hem in elkaar zou slaan. De rechtbank overweegt daartoe dat zij de eerste verklaring van [slachtoffer] , nu deze is afgelegd direct na het voorval en gedetailleerd is, het meest betrouwbaar acht. Hierin verklaart [slachtoffer] over een duw in zijn rug en dat verdachte heeft geroepen “je geld, je geld”. De rechtbank acht het niet uitgesloten dat aangever de volgende dag vanwege het letsel aan zijn knie heeft gedacht dat verdachte hem tegen die knie moet hebben getrapt en dit daarom in zijn tweede verklaring noemt. Nu de politie [slachtoffer] daarover niet heeft doorgevraagd, legt de rechtbank deze tweede verklaring naast zich neer. De rechtbank zal verdachte dan ook partieel vrijspreken van de hiervoor genoemde onderdelen van de tenlastelegging. Bewijsmiddelen [slachtoffer] heeft aangifte gedaan van diefstal met geweld, gepleegd op 20 april 2018 in [woonplaats] , en hij heeft onder meer verklaard, zakelijk weergegeven: “Ik ben op 20 april 2018, omstreeks 01.50 uur vanuit het Casino vertrokken (…). Mijn huis is gevestigd aan de [adres] te [woonplaats] . Ik ben dan ongeveer 15 minuten later thuisgekomen. (…) Ik reed de oprit op (...). Ik ben toen naar de voordeur gelopen. Toen ik de sleutel in de voordeur deed om deze te openen hoorde ik het geluid van voetstappen op het grind van de oprit. (…) Ik hoorde dat het geluid dichterbij kwam. Ik voelde op dat moment een harde duw in mijn rug en kwam hard met mijn hoofd tegen de voordeur aan. (…) Ik hoorde een mannenstem roepen: “je geld…je geld”. (…) Ik voelde dat ik werd vastgepakt (…). Ik zag toen een gemaskerde man. (…) Ik zag en voelde dat de man mij omver duwde. (…) Ik viel op de grond. (…) Ik voelde dat de man direct in mijn broekzak aan de achterzijde voelde en mijn portemonnee eruit pakte. Ik voelde dat de man hierna ook in mijn andere broekzakken voelde. Ik voelde dat de man het bundeltje geld vanuit mijn linker broekzak pakte. Ik zag dat de man hierna wegrende”. Verdachte heeft – zakelijk weergegeven – verklaard: “Ik ben zeker schuldig aan het feit dat ik zijn geld, te weten € 13.080,-, ontnomen heb. Ik heb aangever in het casino gevolgd. Onderweg raakte ik hem kwijt. Ik heb mijn auto geparkeerd net na het stoplicht, vlakbij aangevers huis. Ik zag in mijn spiegel lichten aankomen. Ik heb in mijn auto mijn zwarte joggingbroek, zwarte hoodie, zwarte muts, een buff, een sjaal en wanten aangedaan. Nadat de aangever had geparkeerd, ging ik de auto uit en liep ik naar hem toe. Ik zag dat aangever uit de auto stapte en richting de voordeur liep. Ik ben er achteraan gelopen. Toen verdachte op de grond lag, heb ik gezegd “geef me je geld”. Ik heb in zijn broekzak gevoeld. In zijn andere zak voelde ik een rolletje geld. Ik ben weggerend en heb het rolletje meegenomen.” Uit de mededelingen van de assistent manager security & legal van het Holland Casino te Utrecht blijkt, zakelijk weergegeven: Dat verdachte tegelijkertijd met aangever [slachtoffer] uit het casino is vertrokken. Verdachte heeft geruime tijd in zijn geparkeerde auto gewacht en hij is achter de auto van aangever [slachtoffer] aangereden op het moment dat [slachtoffer] het terrein verliet. Uit de medische informatie betreffende aangever [slachtoffer] blijkt: Als uitwendig waargenomen letsel een forse contusie rechterknie: hematoom, hydrops. Alsmede een grote laceratie hoofdhuid links. Bewijsoverwegingen De rechtbank acht de tenlastegelegde diefstal met geweld, gelet op de inhoud van voornoemde bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna onder 5 is omschreven. Geweld Verdachte ontkent dat hij aangever heeft geduwd. Verdachte heeft verklaard dat aangever hem zou hebben geprobeerd te duwen, dat aangever daardoor uit balans raakte en dat aangever vervolgens zou zijn gevallen. Deze verklaring van verdachte is in het licht van de gebezigde bewijsmiddelen niet aannemelijk geworden. De rechtbank heeft geen reden om aan te nemen dat aangever over het gebruikte geweld zou hebben gelogen. 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: hij op of omstreeks 20 april 2018 te [woonplaats] , gemeente De Bilt, althans in het arrondissement Midden-Nederland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (te weten omstreeks 2.18 uur) op een besloten erf waarop een woning staat, te weten aan het einde van een (lange) oprit van de ommuurde tuin van de woning aan de [adres] , althans op/aan de openbare weg, te weten de [straat] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van circa 13.080 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en / of gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, - die [slachtoffer] vanuit het Holland Casino te Utrecht is gevolgd en/of (vervolgens) naar het huis van die [slachtoffer] is gereden en/of die [slachtoffer] bij (de voordeur van) zijn huis heeft opgewacht en/of aldaar donkere kleding heeft aangetrokken en/of zijn gezicht heeft bedekt met een muts/pet en/of sjaal en/of - die [slachtoffer] (voor zijn woning) heeft geduwd (in/tegen zijn rug), waardoor die [slachtoffer] met zijn hoofd tegen de voordeur is gevallen en/of - die [slachtoffer] heeft vastgepakt en - die [slachtoffer] heeft geduwd, waardoor die [slachtoffer] is gevallen, althans op de grond terecht is gekomen, en/of - die [slachtoffer] met kracht op/tegen zijn knie, althans zijn been, heeft getrapten/of - ( vervolgens) de portemonnee en/of een bundel bankbiljetten ter waarde van circa 13.080 euro uit de broekzak van die [slachtoffer] heeft gepakt en/of - daarbij (steeds) heeft geroepen: 'je geld, je geld' /of 'geef mij je geld anders sla ik je in elkaar'. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op: Diefstal voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd op een besloten erf waarop een woning staat. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot: - een gevangenisstraf van vier maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals deze zijn geadviseerd door de reclassering alsmede een locatieverbod ten aanzien van de woning van aangever [slachtoffer] ; - een taakstraf van 240 uren, met aftrek van het voorarrest, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 120 dagen hechtenis. De officier van justitie heeft hierbij overwogen dat door de diefstal met geweld gedurende de nacht op een besloten erf van een woning, gepleegd door een getraind vechter en gepleegd ten aanzien van een zwakker slachtoffer, er sprake is van een laffe daad waarop in principe gevangenisstraf moet volgen. Gelet echter op het feit dat het recidivegevaar bij verdachte hoog wordt geacht op het moment dat hij zou stoppen met zijn inmiddels aangevangen behandeling voor zijn gokverslaving en het feit hij veel heeft te verliezen op sociaal- en werkgerelateerd vlak, ligt een voorwaardelijke gevangenisstraf gecombineerd met een forse taakstraf, meer voor de hand. 8.1 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat nu het tenlastegelegde geweld niet valt te bewijzen een deels voorwaardelijke straf met de bijzondere voorwaarden zoals door de officier van justitie genoemd, alsmede een onvoorwaardelijke werkstraf van 240 uur voor de hand ligt. 8.2 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. De bewezenverklaarde diefstal met geweld van een groot geldbedrag is gepleegd gedurende de nacht op het erf van slachtoffer [slachtoffer] , voor zijn voordeur. Dit feit heeft een enorme impact gehad op het leven van het slachtoffer. Hier komt bij dat is gebleken dat verdachte het slachtoffer al eerder in het vizier had en zijn daad heeft voorbereid. Zo heeft hij een foto genomen van de auto van het slachtoffer, is hij het slachtoffer al eerder vanuit het casino gevolgd om te kijken waar hij woonde en heeft hij de door hem gebruikte kleding van te voren in zijn auto gelegd. In de nacht van het voorval is hij het slachtoffer gevolgd. Ondanks het feit dat verdachte het slachtoffer onderweg is kwijtgeraakt, is hij toch naar diens huis gereden en heeft hij hem daar opgewacht. Uit het dossier is gebleken dat verdachte eerder in februari een andere klant van het casino heeft opgewacht en is achtervolgd. In tegenstelling tot eerdere neigingen tot een overval, waarbij verdachte zijn plan om iemand te overvallen steeds tijdig in de kiem wist te smoren, heeft hij nu wel doorgezet. Desgevraagd heeft verdachte ter zitting aangegeven dat hij sinds november 2017 financiële problemen heeft waardoor hij vanaf februari 2018 met de gedachte rond heeft gelopen iemand te overvallen. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij geen hulp heeft gezocht voor zijn financiële problemen en de gokverslaving die daaraan ten grondslag ligt. Een overval op het eigen erf heeft niet alleen op het slachtoffer maar ook op de buurt een enorme impact. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zich niet heeft bekommerd om deze gevolgen en enkel aan zijn eigen financieel gewin heeft gedacht. Gelet op het voorgaande kan niet worden volstaan met een straf die geen vrijheidsbeneming met zich brengt. Het feit dat verdachte recent is gestart met de behandeling bij de Brijder voor zijn gokverslaving en dat verdachte een baan heeft met inkomsten - waardoor hij zijn schulden kan aflossen en de kans op recidive laag blijft – maakt dit niet anders. Het feit is hiervoor te ernstig. De rechtbank zoekt aansluiting bij het oriëntatiepunt voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht voor straatroof, waarvoor een uitgangspunt van zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf geldt voor een first offender. Verdachte heeft een blanco strafblad. Ook heeft de rechtbank gelet op de inhoud van het reclasseringsadvies van 30 augustus 2018, waarin wordt aangegeven dat het hen zorgen baart dat verdachte ondanks zijn blanco strafblad verdacht wordt van een gewelddadige beroving. Vanuit reclasseringsoogpunt wordt van belang geacht dat reeds gestarte ambulante behandeling van verdachte door Brijder Verslavingszorg gecontinueerd wordt, teneinde de kans op recidive te verlagen. Tevens wordt een meldplicht, een contactverbod met aangever en schadeherstel geadviseerd. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van zes
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.