← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2018:5104

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht kantonrechter locatie Almere zaaknummer: 6828382 LC EXPL 18-1118 RW/1368 Vonnis van 24 oktober 2018 inzake de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , verder ook te noemen [eiseres] , eisende partij, gemachtigde: L.C.G. van Seggelen, gerechtsdeurwaarder, werkzaam bij Van Seggelen & Partners, tegen:

  1. de vennootschap onder firma [gedaagde sub 1] V.O.F., mede h.o.d.n. [handelsnaam 1] , rechtsopvolger onder bijzondere titel van de besloten vennootschap [bedrijfnaam] B.V., (voorheen) mede h.o.d.n. [handelsnaam 2] , gevestigd te [vestigingsplaats] , en haar vennoten:
  2. [gedaagde sub 2] , wonende te [woonplaats] ,
  3. [gedaagde sub 3] , wonende te [woonplaats]
  4. [gedaagde sub 4] , wonende te [woonplaats] , verder samen ook te noemen, vrouwelijk enkelvoud, [gedaagde sub 1] , gedaagde partij, gemachtigde: mr. S.A.G. de Vries. 1De procedure 1.
  5. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, - de conclusie van antwoord, - de conclusie van repliek, - de conclusie van dupliek. 1.
  6. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten, het geschil en de beoordeling 2.
  7. Bij factuur van 1 juni 2017 heeft [eiseres] telefoons en telefoononderdelen aan [gedaagde sub 1] in rekening gebracht voor in totaal € 6.054,71 inclusief btw. [gedaagde sub 1] heeft die factuur onbetaald gelaten. 2.
  8. In deze zaak vordert [eiseres] betaling van die factuur, met nevenvorderingen. Volgens [eiseres] zijn de in de factuur genoemde zaken tussen 15 januari 2016 en 2 februari 2016 bij (de rechtsvoorganger van) [gedaagde sub 1] afgeleverd in vijf deelleveringen. [eiseres] wijst daarbij op de door haar overgelegde bewijzen van aflevering door UPS (productie 2 van [eiseres] ). 2.
  9. [gedaagde sub 1] voert verweer. Volgens haar heeft zij nooit iets besteld bij [eiseres] , heeft zij niets ontvangen en is daarom niets verschuldigd. 2.
  10. De kantonrechter overweegt als volgt. Voor zover al zou kunnen worden uitgegaan van de juistheid van de bewijzen van aflevering door UPS, dan nog ontbreekt elk verband tussen de afleverbewijzen en de gefactureerde zaken. Het had op de weg van [eiseres] gelegen om concreet en feitelijk dat verband duidelijk te maken, bijvoorbeeld door te verklaren welk gedeelte van de zaken wanneer zou zijn afgeleverd, of hoeveel zaken zijn afgeleverd, met welk gewicht en welke afmetingen. Dit had zij bijvoorbeeld kunnen doen door uit de doeken te doen waarop de op de bewijzen van aflevering vermelde trackingnummers zien. Dit alles heeft [eiseres] niet gedaan. De kantonrechter overweegt verder dat uit de bewijzen van aflevering zelfs niet blijkt dat [eiseres] de afzender is van de zaken die UPS zou hebben afgeleverd. 2.
  11. Dat tussen partijen een overeenkomst bestaat (wat [gedaagde sub 1] betwist), baseert [eiseres] kennelijk alleen op haar stelling dat [gedaagde sub 1] de op de factuur van 1 juni 2017 genoemde zaken heeft ontvangen. Maar omdat [eiseres] die stelling onvoldoende nader heeft onderbouwd, is die ontvangst niet komen vast te staan. Daarmee valt de grondslag onder de vordering weg en zal deze worden afgewezen. De nevenvorderingen delen dit lot. 2.
  12. Als de in het ongelijk gestelde partij, zal [eiseres] in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten van [gedaagde sub 1] worden tot aan dit vonnis begroot op € 500,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x tarief € 250,00). 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  13. wijst de vordering af; 3.
  14. veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 500,00 aan salaris gemachtigde; 3.
  15. verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Verschoof, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2018.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.