← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2018:5829

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 18/3116 uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 november 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. en Vereniging Leefmilieu, te Nijmegen, verzoekers (gemachtigde: mr. V. Wösten), en Gedeputeerde Staten van Gelderland, verweerder (gemachtigde: mr. H.J.M. Besselink). Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Maatschap [derde-partij], te [woonplaats] , gemachtigde: ing. R.B.M. Aagten. Procesverloop Bij besluit van 14 september 2017 heeft verweerder aan Maatschap [derde-partij] vergunning krachtens de Wet natuurbescherming (Wnb) verleend voor het wijzigen van een pluimveehouderij aan de [adres] te [woonplaats] . Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Gelderland alsmede de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De rechtbank Gelderland heeft bij brief van 15 augustus 2018 zowel het beroep als het verzoek om een voorlopige voorziening ter verdere behandeling doorgezonden naar de rechtbank Midden Nederland. Het beroep is bij de rechtbank in behandeling onder nummer UTR 2018/3118 en het verzoek om een voorlopige voorziening onder nummer UTR 18/

  1. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 november
  2. Verzoekers zijn verschenen bij hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door mr. M.E. de Boer en mr. P.F.H.A. Tillie. Derde-partij is niet verschenen. Overwegingen
  3. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
  4. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat vereist.
  5. De voorzieningenrechter stelt vast dat derde-partij bij brief van 12 november 2018 de rechtbank heeft meegedeeld dat met de realisering van vergunde opzet zal worden gewacht totdat er sprake is van een onherroepelijke vergunning. Die zekerheid wenst derde-partij zelf, maar wordt ook geëist door de financier. Verder heeft derde-partij meegedeeld dat voor de beoogde ontwikkeling naast een vergunning in het kader van de Wnb ook een omgevingsvergunning nodig is voor de onderdelen ‘bouwen’ en ‘milieu’. Een aanvraag voor die vergunning zal pas worden ingediend als er duidelijkheid is omtrent de vergunning in het kader van de Wnb.
  6. Gelet op hetgeen door derde-partij is meegedeeld stelt de voorzieningenrechter vast dat derde-partij geen gebruik zal maken van de in geding zijnde vergunning zolang deze niet onherroepelijk is. Nu evident geen sprake is van een onherroepelijke vergunning krachtens de Wnb en derde-partij van die vergunning dus geen gebruik zal maken in afwachting van de uitkomst van de (hoger)beroepsprocedure, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om spoedeisend belang aan te nemen. In hetgeen verzoekers hebben aangevoerd, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om anders te oordelen, temeer niet nu verzoekers een nieuw verzoek om een voorlopige voorziening kunnen indienen, indien zij menen dat derde-partij in weerwil van de gedane toezegging toch gebruik gaat maken van de verleende vergunning en niet meer wenst te wachten op de onherroepelijkheid van die vergunning.
  7. Nu het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt, wijst de voorzieningenrechter het verzoek daarom af.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. van der Linde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van W.B. Lakeman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 november
  9. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.