← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2018:6485

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/706847-16 (ontneming) Vonnis van de meervoudige kamer van 20 december 2018 in de ontnemingszaak tegen [veroordeelde] , geboren op [1988] te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] , (hierna te noemen: veroordeelde). 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: de schriftelijke vordering van de officier van justitie, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt; het strafdossier onder parketnummer 16/706847waaruit blijkt dat veroordeelde bij vonnis van 20 december 2018 van deze rechtbank is veroordeeld ter zake van – kort gezegd – medeplegen van plofkraken, deelname aan een criminele organisatie en heling van voertuigen; de overige stukken, en de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3 januari 2017, 21 maart 2017, 27 juni 2017, 10 juli 2017, 27 november 2017, 12 maart 2018, 8, 9, 11, 16 en 18 oktober 2018 en 6 december

  1. De veroordeelde is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. C.W. Flokstra, advocaat te Amsterdam. De ontnemingsvordering is gelijktijdig ter terechtzitting behandeld met de strafzaak tegen veroordeelde, bekend onder hetzelfde parketnummer. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat veroordeelde en de raadsman naar voren hebben gebracht. 2De beoordeling 2.
  2. De vordering van de officier van justitie De schriftelijke vordering van de officier van justitie strekt tot het aan de veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van €44.690,00Ter terechtzitting heeft de officier van justitie zijn vordering gehandhaafd. 2.
  3. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft gesteld dat indien vrijspraak volgt, al dan niet per feit, de vordering dient te worden afgewezen. 2.
  4. Het oordeel van de rechtbank Bij vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank van 20 december 2018 is veroordeelde onder meer veroordeeld voor (het medeplegen van) drie plofkraken, te weten in Driebergen, Almelo en Utrecht, zoals blijkt uit de in dat vonnis opgenomen bewijsmiddelen. De rechtbank stelt op grond van de navolgende feiten en omstandigheden, die aan wettige bewijsmiddelen zijn ontleend, vast dat de veroordeelde door middel van het begaan van het bewezenverklaarde strafbaar feit voordeel heeft gehad als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel Opbrengst Bij het bepalen van het wederrechtelijk voordeel zal de rechtbank uitgegaan van een berekening op transactiebasis. Hierbij wordt het voordeel per feit berekend op basis van de opbrengst minus de kosten per feit. De opbrengst bestaat uit de bankbiljetten welke zijn weggenomen uit de desbetreffende ING-geldautomaat. Aangezien besmeurde biljetten nog steeds een wettig betaalmiddel vormen, wordt voor de waardering van de opbrengst nog steeds uitgegaan van de waarde van de contante bankbiljetten. Verdeelsleutel Vanuit het onderzoek is geen zicht verkregen op een vermoedelijke opbrengst-verantwoording dan wel op een mogelijke verdeelsleutel van de opbrengst per kraak tussen veroordeelde en zijn mededaders. Tevens zijn er vanuit het onderzoek geen aanwijzingen dat de verdeling van het voordeel niet gelijkelijk heeft plaatsgevonden. Derhalve hanteert de rechtbank als uitgangspunt dat de verdeling van de opbrengst van een kraak evenredig heeft plaatsgevonden over de (waargenomen) deelnemers aan de kraak. Dit betekent een pondspondsgewijze verdeling over de deelnemers aan de kraak. Aftrekbare kosten Onder veroordeelde zijn besmeurde bankbiljetten ter waarde van € 340,00 in beslaggenomen. De opbrengst van de kraken wordt met dit bedrag gecorrigeerd. Uit het dossier is niet gebleken van mogelijk andere aftrekbare kosten in relatie tot de gepleegde kraken. Berekening Kraak Opbrengst Aantal daders Aandeel veroordeelde Opbrengst veroordeelde Driebergen € 20.940,00 3 1/3 deel € 6.980,00 Almelo € 80.590,00 3 1/3 deel € 26.863,33 Utrecht € 33.560,00 3 1/3 deel € 11.186,67 Totaal opbrengst € 45.030,00 Besmeurd geld veroordeelde € 340,00 -/- Totaal WVV € 44.690,00 Conclusie Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat veroordeelde uit het medeplegen van plofkraken voordeel heeft genoten. De verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan dan ook aan de veroordeelde worden opgelegd voor een bedrag van € 44.690,
  5. 3Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. 4De beslissing De rechtbank: - stelt het bedrag van het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel vast op een bedrag van € 44.690 (zegge: vierenveertigduizend zeshonderd negentig euro); - wijst af het meer of anders gevorderde; - legt aan de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 44.690 (zegge: vierenveertigduizend zeshonderd negentig euro). Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. van den Boogaard, voorzitter, mrs. E.H.M. Druijf en J.G. van Ommeren, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. I. Völkers en F.H. Batavier, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 december
  6. Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier, 032Smit / MD3R015083 Ontnemingsdossier, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering (pagina 1 tot en met
  7. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, 23 mei 2017, Ontnemingsdossier, ordner 1, p.
  8. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, 23 mei 2017, Ontnemingsdossier, ordner 1, p.
  9. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, 23 mei 2017, Ontnemingsdossier, ordner 1, p.
  10. Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, 23 mei 2017, Ontnemingsdossier, ordner 1, p.
  11. Afkorting: Wederrechtelijk Verkregen Voordeel.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.