RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/652418-18 en 16/659957-16 (tul) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 21 augustus 2018 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1970 te Curaçao (Nederlandse Antillen), wonende te [adres] , [woonplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 augustus
(1)jaar verlengen. 10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 11BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart het onder 1, 2 en 3 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 7 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar; Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 240 dagen; - bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; - bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 183 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast; - stelt als algemene voorwaarden dat verdachte: zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; zich ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Wetboek van Strafrecht de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; - stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte: zich persoonlijk zal melden bij Reclassering GGZ Inforsa op het adres Wittevrouwenkade 6 te Utrecht. Hierna moet verdachte zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; zich zal laten behandelen bij de afdeling Forensisch FACT van GGZ Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering dit nodig acht doch niet langer dan de duur van de door de rechtbank gestelde proeftijd. Van deze behandeling zal een deel van maximaal 7 weken een klinische behandeling inhouden, indien de reclassering dit nodig acht. Verdachte zal zich houden aan de regels en aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling; * zal verblijven in een beschermde dan wel begeleide woonvorm bij Stichting de Tussenvoorziening of een soortgelijke instelling, te bepalen door de reclassering, en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; * zich zal bevinden op het adres [adres] te [woonplaats] tussen 22.00 uur en 07.00, zolang de reclassering dit nodig acht. Deze verplichting zal worden gecontroleerd door middel van (reeds aangesloten) elektronische controle zolang de reclassering dit nodig acht. - waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden; Vorderingen tot tenuitvoerlegging - wijst af de vordering van de officier van justitie van 9 juli 2018, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Utrecht van 22 februari 2018, parketnummer 16/237705-17, voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 1 maand; - verlengt proeftijd met één jaar van de bij vonnis van 10 november 2016 door de meervoudige kamer in de rechtbank Utrecht aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke 6 maanden gevangenisstraf, parketnummer 16/659957-16, in overweging nemende de vordering van de officier van justitie van 14 juni 2018 strekkende tot tenuitvoerlegging; Bevel tot voorlopige hechtenis - heft op het bevel tot voorlopige hechtenis dat bij eerdere beslissing is geschorst. Dit vonnis is gewezen door mr. I.P.H.M Severeijns, voorzitter, mrs. A.J.P. Schotman en J.W. Ouwerkerk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. Kappel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 augustus 2018. mr. J.W. Ouwerkerk is buiten staat dit vonnis te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1. Hij in of omstreeks de periode van 14 maart 2018 tot en met 15 maart 2018 te Utrecht, althans arrondissement Midden-Nederland drie tablets, althans één of meerdere tablet(
- s)en/of een bak met geld (met ongeveer 40 euro), althans een geldbedrag (van ongeveer 40 euro), in elk geval enige(
- e)goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan (een) ander(
- en)toebehoorde(n), te weten aan [restaurant] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht 2. Hij in of omstreeks de periode 19 maart 2018 tot en met 20 maart 2018 te Utrecht, althans arrondissement Midden-Nederland een telefoon (een Iphone) en/of een fooibakje met geld (met ongeveer 40 euro), althans een geldbedrag (van ongeveer 40 euro), in elk geval enig(
- e)goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan (een) ander(
- en)toebehoorde(n), te weten aan [restaurant] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht 3. Hij op of omstreeks 30 maart 2018 te Utrecht, althans arrondissement Midden-Nederland twee tablets, althans één of meerdere tablet(
- s)en/of (een doos met) één of meerdere blikje(
- s)drank, in elk geval enig(
- e)goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan (een) ander(
- en)toebehoorde(n), te weten aan [restaurant] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreffen dit pagina’s van processen-verbaal die als bijlagen zijn opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0900-2018115870 Z, opgemaakt door politie Midden-Nederland, District Stad-Utrecht, doorgenummerd 1 tot en met 58. Wanneer paginanummers verwijzen naar andere processen-verbaal, dan wordt dit expliciet vermeld. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal die op ambtseed of ambtsbelofte en in de wettelijke vorm zijn opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens [restaurant] d.d. 2 april 2018, pag. 21 t/m 24. Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 7 augustus 2018. Proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens [restaurant] d.d. 2 april 2018, pag. 21 t/m 24. Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 7 augustus 2018. Proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] namens [restaurant] d.d. 30 maart 2018, pag. 5 t/m 7. Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 7 augustus 2018.