← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2018:878

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummer: 16/659907-14 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 8 maart 2018 in de strafzaak tegen [verdachte] B.V., Blijkens het uittreksel van het handelsregister van 1 november 2017 gevestigd te [adres] , [vestigingsplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 14 oktober 2015, 28 oktober 2015, 16 maart 2016, 25 mei 2016, 16 november 2016, 15 februari 2017, 14 juni 2017, 15 november 2017, 8 februari 2018 en 6 maart

  1. Op 15 november 2017 en 8 februari 2018 heeft de inhoudelijke behandeling van de strafzaak plaatsgevonden. [medeverdachte 1] , geboren op [1977] te [geboorteplaats] en wonende te [adres] , [woonplaats] (Verenigde Arabische Emiraten) heeft de verdachte ertegenwoordigd in de zin van artikel 528 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: [medeverdachte 1] ). De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officieren van justitie mr. J. Zeilstra en mr. C.J.W.M. Janssen en van hetgeen de vertegenwoordiger en de raadsman van verdachte, mr. M.L. van Gessel, advocaat te Amsterdam, bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De rechtbank beschouwt het onder het vierde gedachte streepje van feit 1 ten laste gelegde opgenomen jaartal ‘2010’ als kennelijke misslag, nu onder meer op basis van pagina 5871 van het proces-verbaal – waarnaar in de tenlastelegging wordt verwezen – evident duidelijk is dat de betreffende factuur dateert van 21 oktober 2011 (en niet 2010). De rechtbank zal ‘2010’ dan ook lezen als ‘2011’. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: in of omstreeks de periode van 8 februari 2010 tot en met 6 september 2013 zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift. 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, het openbaar ministerie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4VRIJSPRAAK 4.1 Het standpunt van het openbaar ministerie Door de officieren van justitie is gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde en naar voren gebracht dat de ten laste gelegde transacties kennelijk door of namens verdachte zijn begaan en geen privétransacties van [medeverdachte 1] betreffen. 4.2 Het standpunt van de verdediging Door de verdediging is betoogd verdachte vrij te spreken, nu de ten laste gelegde transacties privétransacties van [medeverdachte 1] betreffen. Dit blijkt uit de verklaringen van de vertegenwoordiger van verdachte, de verklaring van getuige [getuige 1] , de verklaring van getuige [getuige 2] , de betalingen die [medeverdachte 1] gedaan heeft met de creditcard van medeverdachte [medeverdachte 2] ten behoeve van een lening aan [A] en de verklaring van getuige [getuige 3] . 4.3 Het oordeel van de rechtbank De verdenking bestaat erin dat verdachte gebruik heeft gemaakt van valse jaarrekeningen, waarbij de valsheid bestaat uit het niet opnemen in die rekeningen van de onder de vijf gedachtestreepjes ten laste gelegde transacties. De rechtbank overweegt dat voor een bewezenverklaring van die valsheid is vereist dat vaststaat dat deze transacties door of namens verdachte zijn begaan, dat de transacties niet in de jaarrekeningen zijn opgenomen en daarmee dat de jaarrekeningen niet juist zijn. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de ten laste gelegde transacties privétransacties van hemzelf betreffen en geen transacties door of namens verdachte. Deze verklaring vindt steun in de verklaringen van getuige [getuige 1] (betrokken bij de onder het eerste gedachtestreepje ten laste gelegde transactie) en getuige [getuige 2] (betrokken bij de onder het tweede en derde gedachtestreepje ten laste gelegde transacties), alsmede de door [medeverdachte 1] overgelegde (ongedateerde) inkoopverklaring van [getuige 2] -watches. De rechtbank overweegt dat zij in het dossier geen aanknopingspunten heeft aangetroffen dat de ten laste gelegde transacties door of namens verdachte zijn begaan. Ook uit hetgeen door de officieren van justitie is aangevoerd volgt niet dat de ten laste gelegde transacties door of namens verdachte zouden zijn begaan. Reeds nu geen bewijs voorhanden is dat de ten laste gelegde transacties door of namens verdachte zijn begaan, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en zal zij haar hiervan vrijspreken. 5BESLISSING De rechtbank: - verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. de Beaufort, voorzitter, mrs. K.G. van de Streek en P.K. Oosterling-van der Maarel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen als griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 maart
  2. Mr. J.P. Ponsteen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: zij in of omstreeks de periode van 8 februari 2010 tot en met 6 september 2013 te Zeewolde en/of Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruikt heeft gemaakt van een valse en/of vervalste jaarrekening over het jaar 2010 en/of een valse en/of vervalste jaarrekening over het jaar 2011, zijnde een of meerdere van deze geschriften bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, - als ware een of meerdere van deze geschriften (telkens) echt en/of onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat - verdachte die valse en/of vervalste jaarrekening heeft laten deponeren en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat: - een ontvangst van een bedrag ter hoogte van 9000 euro (23-02-2010) niet in de administratie is opgenomen en derhalve niet is meegenomen in de jaarstukken van 2010 (p. 5871) en/of - een ontvangst van een bedrag ter hoogte van 50.000 euro (23-02-3010) niet in de administratie is opgenomen en derhalve niet is meegenomen in de jaarstukken van 2010 (p. 5871) en/of - een ontvangst van een bedrag ter hoogte van 26.000 euro (2-3-2010) niet in de administratie is opgenomen en derhalve niet is meegenomen in de jaarstukken van 2010 (p. 5871) en/of - een ontvangst van een bedrag ter hoogte van 25.800 euro (21-10-2010) niet in de administratie is opgenomen en derhalve niet is meegenomen in de jaarstukken van 2010 (p. 5871) en/of - een ontvangst van een bedrag ter hoogte van 21.000 euro (21-1-2011) niet in de administratie is opgenomen en derhalve niet is meegenomen in de jaarstukken art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.