← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2019:1253

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Familierecht Locatie Utrecht Zaaknummer: C/16/472088 / FA RK 18-7121 BOPZ-nummer: 1104443 Voorwaardelijke machtiging Beschikking van 15 maart 2019 op het verzoek van de officier van justitie van 11 december 2018 tot het verlenen van een voorwaardelijke machtiging met betrekking tot: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1966, wonende te [adres] , [woonplaats] . De rechtbank heeft kennisgenomen van de bij het verzoek overgelegde stukken, waaronder de op 30 november 2018 ondertekende en met redenen omklede verklaring als bedoeld in artikel 14a, vierde lid van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ), het behandelingsplan als bedoeld in artikel 14a, vijfde lid van de Wet BOPZ en de second opinion van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) van 13 maart

  1. Bij beschikking van 15 januari 2019 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoek aangehouden en een NIFP-psychiater tot deskundige benoemd om een deskundigenonderzoek uit te voeren en onderzoek te doen naar de volgende vragen: - is er sprake van een stoornis van de geestvermogens en zo ja, welke en op grond van welke symptomen, gedragingen en feiten is tot dat oordeel gekomen? - er sprake van een gevaar dat een stoornis van de geestvermogens doet veroorzaken? - is er met andere medicatie dan de huidige medicatie van de betrokkene ook een doelmatige behandeling van de betrokkene mogelijk? De mondelinge behandeling is voortgezet op 15 maart
  2. Daarbij heeft de rechtbank gehoord: - de betrokkene; - mr. M. Veldman, raadsvrouw van betrokkene; - de heer [A] , verpleegkundig specialist; - de heer [B] , case-manager. Door het horen van de hierboven genoemde personen, in samenhang met de overgelegde stukken, acht de rechtbank zich in voldoende mate voorgelicht. Betrokkene is gelukkiger, nu hij geen medicatie inneemt. Betrokkene had al geruime tijd veel last van bijwerkingen. De raadsvrouw heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Uit de second opinion blijkt dat de stoornis in remissie is. Ook is er geen gevaar meer. De verpleegkundig specialist kan zich vinden in de second opinion. Hij heeft ook geen symptomen van de stoornis geconstateerd. Enig risico op een terugkeer van de symptomen zal er altijd blijven, maar hierover valt niets met zekerheid te zeggen. Mede daarom is het belangrijk om in contact te blijven maar dat is ook het geval. De rechtbank concludeert op basis van het deskundigenonderzoek dat de stoornis in remissie is. Dat betekent dat er in het verleden een stoornis is geweest, maar dat er nu geen manifeste kenmerken van deze stoornis aanwezig zijn. Ook is er in deze toestand geen gevaar. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek afwijzen, nu er niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor het verlenen van een voorwaardelijke machtiging. De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beslissing is gegeven door mr. T. Dopheide, rechter, in bijzijn van T.A.H. van der Wijst als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 maart 2019 en schriftelijk uitgesproken op 25 maart 2019.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.