RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling strafrecht Zittingsplaats Lelystad Parketnummer: 16/652975-16 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 22 mei 2019 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1992] te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , [adres] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 21 november 2018 en 8 mei 2019. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. C. Booij en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. M.M.J. Nuijten, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is op de zitting van 21 november 2018 gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: primair samen met anderen in de periode van 5 februari 2014 tot en met 31 oktober 2015 in Nederland via Instagram en www.marktplaats.nl diverse personen heeft opgelicht; subsidiair zich samen met anderen in de periode van 5 februari 2014 tot en met 16 augustus 2016 in Maarssen en/of Breukelen en/of Utrecht heeft schuldig gemaakt aan heling van een geldbedrag van € 1.301,60; meer subsidiair samen met anderen in de periode van 5 februari 2014 tot en met 16 augustus 2016 in Maarssen, Breukelen en Utrecht een geldbedrag van € 1.301,60 heeft verduisterd; 3VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4VRIJSPRAAK 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Ter onderbouwing heeft hij aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte betrokken is geweest bij het ten laste gelegde. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Ten aanzien van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de primair ten laste gelegde oplichting dan wel de subsidiair ten laste gelegde opzet/schuldheling of de meer subsidiair ten laste gelegde verduistering. De enkele vaststelling dat er diverse geldbedragen door één van de medeverdachten zijn overgemaakt naar zijn bankrekening is onvoldoende om betrokkenheid bij de tenlastegelegde feiten te bewijzen. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde. 5BENADEELDE PARTIJEN [benadeelde 1] , [benadeelde 2] . [benadeelde 3] en [benadeelde 4] hebben zich als benadeelde partijen in het geding gevoegd en vorderen een bedrag van respectievelijk € 79,95, € 169,90, € 219,- en € 364,-. Deze bedragen bestaan uit materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde. 5.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen – gelet op de gevorderde vrijspraak – afgewezen moeten worden. 5.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt aangaande de vorderingen. 5.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen nu de verdachte van het ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partijen kunnen hun vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Nu de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen, zullen kosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt. 6BESLISSING De rechtbank: Vrijspraak - verklaart het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] verklaart [benadeelde 1] , [benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in de vorderingen en bepaalt dat de vorderingen kunnen worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; compenseert de proceskosten van de benadeelde partijen en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Ludwig, voorzitter, mrs. N.E.M. Kranenbroek en N.V.M. van Gehlen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Doornwaard, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 mei 2019. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: primair hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 februari 2014 tot en met 31 oktober 2015 te Naarden en/of Utrecht en/of Houten en/of Leusden en/of Almere en/of Ermelo en/of Amsterdam en/of Baexem en/of Alkmaar en/of Maarssen en/of Nieuwegein en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) andere(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.