← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2019:3490

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummers: 16/267236-18; 16/208554-18; 16/073010-19 (gev. ttz.) (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 12 juli 2019 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,thans gedetineerd in [verblijfplaats] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 22 maart 2019, 14 juni 2019 en 28 juni 2019. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. T. Tanghe en van hetgeen verdachte en zijn raadsman mr. A. Boumanjal, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht. Tevens zijn [A] namens Samen Veilig Midden-Nederland en [B] van de Raad voor de Kinderbescherming, ter terechtzitting verschenen. Daarnaast waren de ouders van verdachte aanwezig. De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. 2TENLASTELEGGING De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Onder parketnummer 16/267236-18 Feit 1 op 29 december 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, opzettelijk brand heeft gesticht, ten gevolge waarvan een Volkswagen Polo ( [kenteken 1] ) is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gebouwen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was; Feit 2 primair op 27 november 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, opzettelijk brand heeft gesticht, ten gevolge waarvan een Mercedes-Benz ( [kenteken 2] ) is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor naastgelegen auto’s te duchten was; subsidiair op 27 november 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, brandstichting heeft voorbereid; Feit 3 op 22 november 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, brandstichting heeft voorbereid; Feit 4 in de periode van 9 oktober 2018 tot en met 29 december 2018 te Utrecht heeft deelgenomen aan een criminele organisatie; Feit 5 primair in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 8 oktober 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, door middel van een valse sleutel, uit een woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] een sleutelbos van [slachtoffer 1] heeft gestolen; subsidiair zich in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 29 december 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, schuldig heeft gemaakt aan opzet-, dan wel schuldheling van een sleutelbos; Feit 6 zich in de periode van 2 oktober 2018 tot en met 25 oktober 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, schuldig heeft gemaakt aan opzet-, dan wel schuldheling van een kentekenplaat ( [kenteken 3] ); Feit 7 primair in de periode van 9 oktober 2018 tot en met 29 december 2018, te Utrecht, al dan niet met anderen, een gewoonte heeft gemaakt van heling van navigatiesystemen en/of displays; subsidiair zich in de periode van 9 oktober 2018 tot en met 29 december 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, schuldig heeft gemaakt aan opzet-, dan wel schuldheling van navigatiesystemen en/of displays; Feit 8 primair op 18 november 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, door middel van braak, een scooter/bromfiets van [slachtoffer 7] heeft gestolen; subsidiair zich op 18 november 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, schuldig heeft gemaakt aan opzet-, dan wel schuldheling van een scooter/bromfiets; Feit 9 primair op 25 november 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, door middel van braak, een scooter/bromfiets van [slachtoffer 2] heeft gestolen; subsidiair op 25 november 2018 te Utrecht medeplichtig is geweest aan diefstal door middel van braak van een scooter/bromfiets van [slachtoffer 2] ; Feit 10 op 3 december te De Meern, gemeente Utrecht, al dan niet met anderen, door middel van braak, een scooter (merk Piaggio, type Zip) van [slachtoffer 3] heeft gestolen; Feit 11 op 3 december 2018, al dan niet met anderen, door middel van braak, koplampen van een auto (merk Volvo, type V40, kenteken [kenteken 4] ) heeft gestolen; Feit 12 zich in de periode van 2 november 2018 tot en met 6 november 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, schuldig heeft gemaakt aan opzet-, dan wel schuldheling van een motorscooter (merk Piaggio, type SKR125, kenteken [kenteken 5] ); Feit 13 op 27 november 2018 te Utrecht zich schuldig heeft gemaakt aan het doen van een valse aangifte; Feit 14 zich in de periode van 23 oktober 2018 tot en met 29 december 2018 te Utrecht meermalen niet heeft gehouden aan een gedragsaanwijzing door contact te hebben met [C] en/of [D] ; Feit 15 op 21 december 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, door middel van braak uit een auto (merk Audi, kenteken [kenteken 6] ) een I-Phone 7 heeft gestolen van [slachtoffer 4] ; Onder parketnummer 16/208554-18 primair op 21 oktober 2018 te Nieuwegein, al dan niet met anderen, een traceerstift/kraspen heeft gestolen van winkelbedrijf [naam winkel] ; subsidiair op 21 oktober 2018 te Nieuwegein medeplichtig is geweest aan diefstal van een traceerstift/kraspen van winkelbedrijf [naam winkel] ; Onder parketnummer 16/073010-19 Feit 1 primair op 8 december 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, opzettelijk brand heeft gesticht, ten gevolge waarvan een personenauto merk: Fiat, type: Punto, kenteken: [kenteken 7] is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor nabij gelegen bosjes/struiken te duchten was; subsidiair op 8 december 2018 te Utrecht, al dan niet anderen, een personenauto (merk: Fiat, type: Punto, kenteken: [kenteken 7] ) van [slachtoffer 5] heeft vernield; Feit 2 op 7 december 2018 te Utrecht, al dan niet met anderen, door middel van braak koplampen, van [slachtoffer 6] , heeft gestolen. 3. VOORVRAGEN De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4VRIJSPRAKEN Onder parketnummer 16/267236-18 feit 3 4.1. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Volgens de officier van justitie zijn de handelingen die verdachte op 22 november 2018 verrichtte ná een autobrand aan te merken als voorbereidingshandelingen voor een nieuwe brand. 4.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd dat de uit de bewijsmiddelen de intenties van verdachte niet blijken. Uit het enkele gegeven dat verdachte brandversnellende vloeistof en een klein propje papier voorhanden had, kan niet worden afgeleid dat verdachte – als daaruit al kan worden afgeleid dat verdachte brand wilde stichten – het opzet had op gevaar voor andere goederen en/of personen. 4.3. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet is komen vast te staan dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 3 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen van brandstichting. De rechtbank zal verdachte hiervan vrijspreken. Voor strafbare voorbereiding van brandstichting is vereist opzettelijk handelen van verdachte met betrekking tot voorwerpen en/of stoffen bestemd tot het begaan van dat misdrijf. Het opzet van de voorbereider moet zowel zijn gericht op brandstichting als op het in artikel 157 Wetboek van Strafrecht (Sr) omschreven gevaar, in die zin dat dit opzet betrekking moet hebben op het naar algemene ervaringsregels voorzienbare gevaar van bedoelde voorwerpen en/of stoffen voor de door artikel 157 Sr beschermde rechtsgoederen. Bij de beoordeling hiervan sprake is spelen onder meer een rol de aard van de voorwerpen en/of stoffen en de omstandigheden waaronder de verdachte deze voorhanden heeft gehad. Uit de beschrijving van camerabeelden in het procesdossier volgt dat verdachte op 22 november 2018 om 17.58 uur in beeld verschijnt bij de berging, die hoort bij de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . Hij houdt een plastic fles met geel/groene transparante vloeistof en twee kledingstukken vast. Vervolgens verdwijnt hij uit beeld zonder deze goederen. Omstreeks 19.05 uur die dag vindt een autobrand plaats aan de [straatnaam 8] te [woonplaats] . Later die avond, omstreeks 20:06 uur, wordt verdachte opnieuw in de berging gezien. Hij rijdt een zwarte scooter zonder kenteken de berging in en verdwijnt daarna uit beeld. Om 20.27 uur verschijnt verdachte weer in beeld. Dit keer is hij met een ander. Verdachte legt een fles met groen/gele transparante vloeistof, een klein groen voorwerp dat lijkt op een aansteker en een stuk papier in de buddyseat van een scooter. Nadat verdachte en de ander zich voorzien hadden van andere bovenkleding en een muts duwen zij de scooter de hal uit en verdwijnen zij omstreeks 20:33 uur uit beeld. Hoewel deze feiten en omstandigheden in het licht van de andere bewijsmiddelen en feiten verdacht zijn, acht de rechtbank dit onvoldoende voor een bewezenverklaring van de tenlastegelegde voorbereidingshandelingen. Onder parketnummer 16/267236-18 feit 5 primair 4.4. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat de aan verdachte onder feit 5 primair ten laste gelegde diefstal van de sleutelbos niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, zodat de rechtbank verdachte hiervan zal vrijspreken. Uit het procesdossier volgt weliswaar dat verdachte deze sleutels in zijn bezit heeft gehad, maar de rechtbank concludeert dat er onvoldoende bewijs is dat het verdachte is geweest die deze sleutels uit een woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] heeft weggenomen. Onder parketnummer 16/267236-18 feit 8 primair 4.5. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen te verklaren. 4.6. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte de scooter van [slachtoffer 7] heeft gestolen. De verklaring van verdachte, dat een vriend aan hem heeft verteld dat hij de scooter had gekocht, kan niet als onwaarschijnlijk terzijde worden geschoven. Verdachte dient te worden vrijgesproken. 4.7. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van wettige bewijsmiddelen niet is komen vast te staan dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de hem onder feit 8 primair ten laste gelegde diefstal van de scooter/bromfiets Piaggio type Vespa ( [kenteken 8] ). De rechtbank zal verdachte hiervan vrijspreken. Uit het procesdossier volgt dat de scooter op 18 november 2018 wederrechtelijk is weggenomen en dat verdachte en een medeverdachte diezelfde dag deze scooter in de berging van [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] plaatsen. Het ontbreekt echter aan concrete aanknopingspunten dat verdachte de diefstal heeft gepleegd of medegepleegd. Onder parketnummer 16/267236-18 feit 12 4.8. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen te verklaren. 4.9. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte weliswaar op camerabeelden een keer met anderen is te zien met de in dit feit bedoelde scooter, maar dat het hier gaat om een andere berging dan die waarvan verdachte een sleutel heeft. Daarnaast beschikte deze motorscooter over een contactslot, waardoor het niet zo is dat verdachte wist of had moeten weten dat deze motorscooter van diefstal afkomstig was. 4.10. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat de aan verdachte onder feit 12 ten laste gelegde heling van de motorscooter ( [kenteken 5] ) niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Uit het procesdossier volgt dat de motorscooter op 2 november 2018 wederrechtelijk is weggenomen en door andere medeverdachten in een berging van de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 2] (zijnde een andere berging dan die waarop andere aan verdachte verweten gedragingen betrekking hebben en waarvan hij over een sleutel beschikte) wordt geplaatst. In de periode van 2 tot en met 6 november 2018 worden op de camerabeelden verschillende personen met de scooter gezien. Volgens de beschrijving van deze camerabeelden is verdachte alleen op 5 november 2018 met de scooter te zien. Hij haalt die dag met anderen de scooter uit de berging, waarna deze kort daarna weer wordt teruggeplaatst. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de scooter alleen heeft vastgehouden. Aanknopingspunten voor een nauwere betrokkenheid van verdachte bij deze scooter (zoals het gebruiken, vervoeren of bewaren daarvan) ontbreken in het procesdossier en op grond van feiten en omstandigheden die uit het dossier volgen kan ook niet worden vastgesteld dat verdachte op het moment dat hij met de scooter wordt gezien wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat de scooter van misdrijf afkomstig was. De rechtbank spreekt verdachte vrij. Onder parketnummer 16/267236-18 feit 15 4.11. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat de aan verdachte onder feit 15 ten laste gelegde diefstal van de iPhone uit de Audi ( [kenteken 6] ) niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, zodat de rechtbank verdachte hiervan zal vrijspreken. Uit het procesdossier volgt slechts dat de melder van de autokraak twee personen op een scooter zag, waarvan het kenteken op naam van verdachte stond. De rechtbank concludeert dat er onvoldoende bewijs is dat het verdachte is geweest die op dat moment op de scooter zat en spreekt verdachte vrij. Onder parketnummer 16/208554-18 primair en subsidiair 4.12. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het primair ten laste gelegde feit (het medeplegen van de winkeldiefstal), en heeft gevorderd om het subsidiair ten laste gelegde feit (het medeplichtig zijn aan die diefstal) wettig en overtuigend bewezen te verklaren. 4.13. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangevoerd dat uit het dossier niet volgt dat verdachte opzet heeft gehad om behulpzaam te zijn bij de winkeldiefstal en opzet heeft gehad op de diefstal. Verdachte dient te worden vrijgesproken. 4.14. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat verdachte op 21 oktober 2018 te Nieuwegein met [D] en [C] bij de [naam winkel] is geweest en dat hier een winkeldiefstal heeft plaatsgevonden, welke [C] heeft bekend te hebben gepleegd. De betrokkenheid van verdachte bij de diefstal is tenlastegelegd als medeplegen dan wel medeplichtigheid. De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat uit het procesdossier niet de voor het medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte(

  1. n)volgt. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het primair ten laste gelegde. Voor de subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid is vereist dat verdachte opzet had op de eigen hulpverlening en op het misdrijf ten aanzien waarvan hulp verleend wordt. Hoewel verdachte en medeverdachte [D] zich volgens de beschrijving van de camerabeelden van de winkeldiefstal in het gezichtsveld van [C] bevonden toen [C] het product wegnam, heeft de rechtbank uit wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging gekregen dat verdachte het voor medeplichtigheid vereiste opzet heeft gehad. De rechtbank zal verdachte daarom ook vrijspreken van het subsidiaire ten laste gelegde. 5WAARDERING VAN HET BEWIJS De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit, welke bewijsmiddelen telkens slechts worden gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten. Onder parketnummer 16/267236-18 feit 1 5.1. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. 5.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. Daartoe heeft de verdediging erop gewezen dat blijkens het procesdossier de daders van de brandstichting om 22:33:09 uur de flat in gaan, terwijl verdachte zich op dat moment volgens de camerabeelden van de berging reeds in de berging van de flat bevond. Bovendien is het flesje waarmee verdachte enige tijd daarvoor de berging had verlaten niet aangetroffen of mee terug genomen naar de berging en is er in de berging of op de jas van verdachte geen vluchtige vloeistof aangetroffen. Daarnaast worden er verschillende signalementen genoemd in het procesdossier die niet met elkaar overeenkomen. De verdediging meent dat direct bewijs waaruit betrokkenheid zou blijken ontbreekt in het procesdossier. Tot slot heeft de raadsman genoemd dat gemeen gevaar voor goederen of personen niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. 5.3. Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen Verbalisant [verbalisant 1] verklaart als volgt: ‘Op zaterdag 29 december 2018, omstreeks 22.00 uur, was ik verbalisant belast met het live uitkijken van camerabeelden op de afdeling cameratoezicht van de Politie Utrecht in verband met een actie. Op zaterdag 29 december 2018, omstreeks 22:30 uur, zag ik middels mijn beeldscherm twee personen naast een donkere Volkswagen Polo op de [straatnaam 2] , ter hoogte van de kruising met de [straatnaam 12] staan. […] Ik kan deze personen als volgt omschrijven: Persoon 1: - donkere jas, - grijze broek, - capuchon over het hoofd, - volledig zwarte schoenen. […] Ik zag vervolgens dat persoon 1 vanaf het trottoir op de kruising naar de Volkswagen toe liep en een slaande beweging maakte naar de rechterzijde van de Volkswagen. […] Ik zag dat hij hierna op stond en met zijn bovenlijf, kort door een raam aan de rechter zijde van de Volkswagen, naar binnen leunde. […] Ondertussen bracht ik mijn collega's van het Flexteam portofonisch op de hoogte van mijn bevindingen. Ik hoorde dat collega [verbalisant 8] , vanuit zijn positie, ook zicht had op de personen en de Volkswagen die ik hiervoor omschreef. Vervolgens zag ik dat persoon l iets in zijn handen vast hield wat hij in brand stak. Ik zag dat hij dit brandende voorwerp naar de Volkswagen bracht en aan de rechterzijde naar binnen gooide. […] Ik zag dat, toen bleek dat de auto niet in brand vloog, beide personen terug liepen naar de zwarte Volkswagen. […] Ik zag dat omstreeks 22:31:55 uur, beide personen opnieuw op het trottoir aan de rechterzijde naast de Volkswagen gingen staan. Ik zag dat persoon 1 opnieuw iets in zijn handen had wat hij in brand stak. Ik zag dat hij dit brandende voorwerp naar de Volkswagen bracht en aan de rechter zijde naar binnen gooide. Ik zag dat, omstreeks 22:32:10 uur, er direct een grote steekvlam ontstond welke de Volkswagen volledig verlichtte en vervolgens in brand stak. […] Ik zag dat beide personen het vervolgens op een rennen zette over de [straatnaam 12] in de richting van de [straatnaam 10] . Ik hoorde vervolgens portofonisch dat collega [verbalisant 8] door gaf, dat hij zag, dat de mannen over de [straatnaam 10] in de richting van de [straatnaam 1] renden. Ik schakelde vervolgens naar camera [straatnaam 11] / [straatnaam 1] welke gericht stond in de richting van de [straatnaam 10] . Ik zag dat omstreeks 22:32:47 de twee eerder door mij omschreven personen vanuit de [straatnaam 10] de [straatnaam 1] over renden in de richting van de flat ter hoogte van de huisnummers [nummeraanduiding 10] tot en met [nummeraanduiding 11] . Ik zag dat de jongens naar het eerste portiek van deze flat renden en deze door met een sleutel de deur te openen binnen gingen omstreeks 22:33:09 uur. Ik gaf mijn bevindingen vervolgens portofonisch door aan mijn collega's en hoorde dat zij inmiddels in de buurt waren van deze flat. Ik hoorde collega [verbalisant 2] zeggen dat hij op de zevende verdieping van deze flat twee jongens zag staan. […] Ik zag vervolgens dat, omstreeks 22:42:33 uur, twee personen uit het tweede portiek van de flat naar buiten kwamen gelopen. Ik zag dat zij gevolgd werden door collega [verbalisant 4] . Ik zag dat zij bij het zien van collega [verbalisant 13] , welke net de parkeerplaats van de flat op reed, het direct op een rennen zette. Ik zag dat zij door het park aan de [straatnaam 1] weg renden in de richting van de [straatnaam 5] . Vervolgens schakelde ik, omstreeks 22:43 uur, naar de camera genaamd: [straatnaam 5] / [straatnaam 12] . Daar zag ik, omstreeks 22:43:22 uur, een jongen met het volgende signalement rennen Signalement: - een lichtblauwe spijkerbroek, - zwarte geopende jas tot over de heupen, - zwarte muts met witte tekst aan de voorzijde, - zwart shirt met drukke print, - zwarte schoenen Ik zag dat hij gevolgd werd door mijn collega [verbalisant 4] . Ik zag dat de jongen vervolgens, omstreeks 22:44 uur, linksaf de [straatnaam 4] in sloeg en dat collega's [verbalisant 4] en [verbalisant 13] hem volgden. […] Ik hoorde vervolgens dat collega [verbalisant 4] , omstreeks 22:46 uur, door gaf dat hij de jongen welke hij volgde had aangehouden.’ Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] verklaren als volgt: ‘Op zaterdag 29 december 2018 om 22:33 uur, bevonden wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , ons in de wijk [.] . […] Wij hebben direct positie ingenomen op de [straatnaam 10] met zicht op de voorkant van de flat. […] Wij zagen dat er twee jongens op de 7e verdieping van de flat op de overloop stonden. Wij zagen dat ze naar buiten keken in de richting van de autobrand. De jongens waren in het donker gekleed. […] Ook waren de jongens druk heen en weer aan het lopen over de overloop wat op mij een zenuwachtige indruk maakte. […] Ik, verbalisant [verbalisant 2] , zag dat de jongens via het rechter trappenhuis naar beneden gingen. In het trappenhuis is glas waardoor ik zicht kon houden op de jongens. Ik zag dat de jongens op iedere verdieping twee of drie seconden stil stonden en keken naar de plek van de autobrand. Toen de jongens beneden waren en de flat verlieten, zag ik dat er net een politieauto de parkeerplaats voor de flat op kwam gereden. Ik zag dat de jongens gelijk begonnen te rennen toen ze de politieauto zagen. Ik zag dat ze wegrenden in de richting van de [straatnaam 5] .’ Verbalisant [verbalisant 4] verklaart als volgt: ‘Op zaterdag 29 december 2018, omstreeks 22.35 uur, bevond ik mij, verbalisant [verbalisant 4] , gekleed in burger, op de [straatnaam 1] , te [woonplaats] . […] Kort daarop hoorde ik collega [verbalisant 2] portofonisch doorgeven dat hij de verdachten in de flat zag staan op de zevende etage. […] Op dat moment hoorde ik collega [verbalisant 2] zeggen dat de verdachten via de trap naar beneden liepen. Ik hoorde collega [verbalisant 2] zeggen dat het de twee verdachten waren die even daarvoor op de zevende etage hadden gestaan. Kort daarop zag ik twee jongens de trap vanaf de eerste etage aflopen richting de portiekdeur. […] Ik kan de jongens als volgt omschrijven: Verdachte 1: Lichtgetinte huidskleur Ongeveer 17 jaar oud Ongeveer 1.65 meter lang Donkere muts met witte letters als opdruk Zwarte jas met capuchon tot over de heupen Donker t-shirt met opdruk Lichtblauwe spijkerbroek met gaten Donkere schoenen […] Nadat de verdachten de flat waren uitgelopen, zag ik een opvallend politievoertuig de straat in rijden. Ik zag collega's in uniform uit het voertuig stappen en richting de verdachten lopen. Ik zag dat de verdachten kort verstijfden, waarna zij na ongeveer 2 seconden gingen rennen. Ik zag dat verdachte 1 de [straatnaam 1] op rende in de richting van de [straatnaam 9] . […] Hierop rende ik achter de verdachte 1 aan. Ik heb toen naar verdachte 1 geroepen: 'Politie, staan blijven je bent aangehouden.' Ik zag dat verdachte 1 om keek, terwijl hij aan het rennen was. […] Ik rende de richting van het geschreeuw uit en zag de collega in uniform bij een man staan. Ik zag dat de man op de grond lag en de transportboeien om had. ik herkende de man meteen als de verdachte die ik in de flat had zien lopen en wie ik achterna was gerend. Ik zag dat de muts van de man op de grond tussen de geparkeerde voertuigen lag. Op dat moment zag ik dat de wijkagent van [.] naar de verdachte liep. Ik vroeg de wijkagent of hij de verdachte kende en hoorde de wijkagent zeggen dat de verdachte [verdachte] heet.’ Verbalisant [verbalisant 5] verklaart als volgt: ‘Bij de berging gelegen aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] zijn technische middelen ingezet om vertrouwelijke communicatie, video en audio, op te nemen. Nadat ik wist dat [verdachte] was aangehouden las ik in de processen-verbaal dat [verdachte] en de verdachte die was ontkomen, direct na de desbetreffende brandstichting de flat ingelopen waren behorende bij de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . […] Vervolgens ben ik direct de desbetreffende camerabeelden terug gaan kijken, om vast te stellen of [verdachte] , vlak voor en na de genoemde autobrand, in de genoemde berging was geweest. […] Eerste filmpje Op de beelden was te zien dat op zaterdag 29 december 2018 omstreeks 22.10 uur, twee personen de berging binnen lopen. Op de beelden herkende ik, ambtshalve, beide personen als: [verdachte] en [E] . Op de beelden zag ik dat [achternaam van verdachte en N] was gekleed in een licht grijze broek en een muts droeg. Verder zag ik dat hij was gekleed in een 3/4 zwarte jas. Ik zag vervolgens dat [achternaam van verdachte en N] zijn jas uit deed en zag dat hij gekleed was in een bruinkleurig T-shirt met korte mouwen. […] Ik zag vervolgens dat [achternaam van verdachte en N] een blauwe jas pakte die in de berging hing. Ik zag dat hij die jas aantrok. Ik zag dat die jas voorzien was van een capuchon en korter was dan de jas die hij daarvoor aanhad. Ik zag vervolgens dat [achternaam van verdachte en N] handschoenen pakte en die aandeed. Ik zag dat die handschoenen van plastic en doorzichtig waren. Ik zag vervolgens dat [achternaam van verdachte en N] over de linker plastic handschoen een rode normale handschoen aan deed. Ik zag vervolgens dat hij een rode fles oppakte en geknield ging zitten. Tweede filmpje Op de beelden, van het tweede filmpje, was te zien dat het eerste filmpje verder gaat en dat het op dat moment omstreeks 22.15 uur was. Toen [achternaam van verdachte en N] overeind kwam zag ik dat hij van een witte stof, mogelijk toiletpapier of keukenpapier, een prop maakte en die aan [E] gaf. Ik zag dat [E] de witte prop van [achternaam van verdachte en N] aannam. Ik zag vervolgens dat [achternaam van verdachte en N] voorover bukte en de rode fles oppakte en het dopje van de fles dichtdraaide. Vervolgens zag ik dat [achternaam van verdachte en N] naar dezelfde plek voorover boog als daarvoor en een klein flesje van het merk Spa oppakte. Ik zag vervolgens dat [achternaam van verdachte en N] met dat flesje samen met [E] de berging verliet. Derde filmpje Op de beelden, van het derde filmpje, was te zien dat het op dat moment omstreeks 22.32 uur was. Op de beelden is te zien dat [E] en [achternaam van verdachte en N] gehaast de berging binnen komen en dat zij beiden voorover buigen. Vervolgens is te zien dat [E] de jas pakt, die [achternaam van verdachte en N] in het eerste filmpje in eerste instantie aanhad. Vervolgens is te zien dat [achternaam van verdachte en N] zijn jas uitrekt en op dat moment gekleed blijft in het T-shirt met korte mouwen. Daarna is te zien dat beiden gehaast weer de berging verlaten. Op dat moment loopt [E] voorop, met in zijn handen, de jas van [achternaam van verdachte en N] .’ Verbalisant [verbalisant 6] verklaart als volgt: ‘Naar aanleiding van het onderzoek naar het onrechtmatig gebruik van de bergingen, gelegen aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] en de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 2] , heb ik nogmaals de beelden bekeken van de maand december van deze beide bergingen. […] 29 december 2018 […] Die dag omstreeks 22:11 uur, komen [verdachte] en [E] weer in beeld. [achternaam van verdachte en N] draagt op dat moment een witte plastic tas van [.] & [.] . Door de plastic tas heen is te zien dat hier een Spa Blauw fles in zit. [achternaam van verdachte en N] opent de berging en beiden gaan hier naar binnen. Na ruim 6 minuten komen beiden de berging weer uit. Te zien is dat [achternaam van verdachte en N] dan een andere jas heeft aangetrokken en de plastic Spa fles op de grond zet. In de plastic Spa fles is een transparante vloeistof zichtbaar. Nadat [achternaam van verdachte en N] de berging heeft afgesloten lopen beiden uit beeld. Tijdens het afsluiten van de berging door [achternaam van verdachte en N] , is te zien dat hij een transparante plastic handschoen om zijn rechter hand draagt. Om zijn linker hand draagt hij een stoffen donker rode handschoen. Op het moment dat beiden bijna uit beeld verdwijnen is nog net te zien dat [achternaam van verdachte en N] de plastic Spa fles onder zijn jas verbergt. Die dag omstreeks 22:33 uur, komen [verdachte] en [E] weer in beeld. Nadat [achternaam van verdachte en N] de berging heeft geopend gaan beiden hier naar binnen.’ Verbalisant [verbalisant 4] verklaart als volgt: ‘Ik was belast met de inbeslagname van goederen die aangetroffen waren in de kelderbox aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] , te [woonplaats] . De kleding die in beslag genomen was voor de waarheidsvinding, werd door mij onderzocht op mogelijke aanwezige voorwerpen. Het onderzoek heb ik verricht met onderzoekshandschoenen aan. In de blauwe gewatteerde jas, trof ik in de rechterzak twee goederen aan. Ik haalde de goederen er één voor één uit en zag dat het ging om een zwarte aansteker en een oranje lifehammer. Verbalisant [verbalisant 6] verklaart als volgt: ‘Ik ben belast met het onderzoek naar het onrechtmatig gebruik van de kelderbox, behorende bij het adres [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . In verband met een daar uit voortgekomen onderzoek naar autobranden, is er middels technische middelen ook beeld en geluid aangebracht in deze bergingen. […] Op dinsdag 12 februari 2019, bekeek en beluisterde ik alle beschikbare beelden en daarbij behorende geluidsfragmenten welke middels deze technische middelen zijn vastgelegd. 29 december 2018 […] Die dag omstreeks 22:32 uur, komen [verdachte] en [E] de berging weer in. Te horen is dat [achternaam van verdachte en N] een hijgende ademhaling heeft. Ook lijkt het of beiden erg gehaast zijn op deze beelden. Vervolgens is te horen dat [E] vraagt: "Heb je bloed?" waarop [achternaam van verdachte en N] zegt: "Ja". [E] vraagt hierop: "Hoe komt dat?" Ondertussen trekt [achternaam van verdachte en N] zijn jas snel uit. Ondertussen is te zien dat [E] de andere jas van [achternaam van verdachte en N] vast pakt en vast houdt. [achternaam van verdachte en N] hangt de jas welke hij droeg op in de rechterhoek van de berging, pakt een stuk papier en beiden verdwijnen gehaast uit de berging.’ Op 30 december 2018 heeft [F] aangifte gedaan: ‘V: Wat is er gisteren gebeurd. A: Ik was bij de buurman, die zag dat mijn auto in de brand stond. […] V: Hoe laat was dit ongeveer? A: 22:30 uur ongeveer. […] V: Waar stond uw auto geparkeerd? A: Links voor de deur, in de straat [straatnaam 2] te [woonplaats] . […] Voertuig: Personenauto Merk/type: Volkswagen Polo Kenteken: [kenteken 1] .’ Verbalisant [verbalisant 7] verklaart als volgt: ‘Op maandag 29 december 2018, omstreeks 22:33 uur, stond op de [straatnaam 2] met de kruising met de [straatnaam 12] te [woonplaats] een voertuig in de brand. […] Het onderzoeksteam verzocht mij om beelden uit te kijken van de autobrand op de [straatnaam 2] te [woonplaats] . […] lk zie op de genoemde camerabeelden, verschillende voertuigen geparkeerd staan. lk zie ook dat het desbetreffende voertuig geparkeerd staat, in het begin van de straat voor een lichtgekleurde auto.’ Bewijsoverweging feit 1: brandstichting 29 december 2018 De rechtbank stelt op grond van bovenstaande bewijsmiddelen het volgende vast. Verdachte vertrekt met een medeverdachte op 29 december 2018 om 22.17 uur vanuit de berging, die hoort bij de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . Verdachte heeft dan een fles met transparante vloeistof bij zich en hij draagt handschoenen. Verbalisant [verbalisant 1] ziet vervolgens op de live camerabeelden dat om 22:30 uur twee personen naast de Volkswagen Polo op de [straatnaam 2] staan. De verbalisant geeft dit direct door aan zijn collega’s van het Flexteam, waarbij verbalisant [verbalisant 8] al ter plaatse was. Een van de verdachten maakt dan een slaande beweging naar de Volkswagen en gooit een brandend voorwerp naar binnen. Hierop rennen beide personen weg. Als blijkt dat de auto niet in brand vliegt, ziet de verbalisant dat beide personen teruglopen naar de auto en dat dezelfde persoon opnieuw iets in zijn handen heeft wat hij in brand steekt en in de auto gooit. Hierop ontstaat een grote steekvlam. Op camera’s wordt gezien dat beide personen over de [straatnaam 10] de [straatnaam 1] over rennen in de richting van de aldaar gelegen flat. Verbalisant [verbalisant 2] ziet de verdachten vervolgens in de flat op de zevende verdieping. Nadat zij de flat verlaten wordt verdachte na een achtervolging aangehouden. Door de politie zijn de camerabeelden van de berging aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] van 29 december 2018 uitgekeken. Uit het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 5] blijkt dat op 29 december 2018 omstreeks 22:10 uur twee personen de berging binnen lopen, waarvan hij er een ambtshalve herkent als verdachte. Op beelden van een tweede filmpje is te zien dat omstreeks 22:15 uur verdachte overeind komt en van een witte stof, mogelijk toiletpapier of keukenpapier een prop maakt, die hij aan de medeverdachte geeft en welke hij aanneemt. Hij ziet dat beide personen vervolgens de berging verlaten. Op beelden van een derde filmpje is volgens verbalisant te zien dat verdachte en de medeverdachte gehaast de berging binnen komen. De verdediging heeft gewezen op het feit dat verdachte niet op twee plekken tegelijk kan zijn geweest: de daders van de brand zouden om 22:33:09 uur de flat zijn ingegaan, terwijl verdachte zich volgens camerabeelden al om 22:32 uur in de berging van deze flat bevond. De rechtbank wijst in dit kader op de omschrijving van deze bewuste beelden op pagina 335 van het procesdossier waar verdachte met medeverdachte omstreeks 22:33 uur de berging betreedt, in combinatie met de opname van de communicatie waarbij te horen is dat de verdachten hijgend de berging binnenkomen. Bij de doorzoeking van de kelderbox aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] is door de politie een blauwe jas aangetroffen met daarin een aansteker en een lifehammer. De Spa fles die verdachte bij zich droeg toen hij de berging voor de eerste keer verliet, is niet aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien wettig en overtuigend bewijs opleveren dat de verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan deze brandstichting. Gelet op de camerabeelden uit de berging en de opname van de communicatie, het tijdstip van de autobrand in relatie tot het tijdsverloop van de filmpjes, de aanwezigheid van de verdachten in de directe omgeving van de autobrand, alsmede het aantreffen van de jas met inhoud in de berging stelt de rechtbank vast dat verdachte met zijn medeverdachte de twee personen zijn geweest die de autobrand op 29 december 2018 hebben gepleegd. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de gedragingen van verdachte en zijn medeverdachte voor, tijdens en na het plegen van deze autobrand er sprake is van medeplegen. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of er gemeen gevaar voor goederen is ontstaan. Om dat aan te kunnen nemen, dient dat gevaar ten tijde van de brandstichting naar algemene ervaringsregels voorzienbaar te zijn geweest. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. Het is een feit van algemene bekendheid dat een autobrand veel schade kan aanrichten. Uit de camerabeelden van de plaats delict blijkt dat, naast de auto, ook andere voertuigen geparkeerd stonden. De rechtbank neemt op basis hiervan aan dat er door de brandstichting sprake was van gemeen gevaar voor goederen. Om levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander als vaststaand te kunnen aannemen is vereist dat uit de inhoud van wettige bewijsmiddelen volgt dat dat gevaar inderdaad te duchten was. Dit betekent dat levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest. Uit het dossier volgt niet onder welke concrete omstandigheden het levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel zich heeft voorgedaan. De rechtbank zal verdachte dan ten aanzien van dit deel van de tenlastelegging vrijspreken. Onder parketnummer 16/267236-18 feit 2 primair 5.4. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. 5.5. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat elk direct bewijs ontbreekt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. De verdediging heeft er op gewezen dat uit het dossier geen duidelijke modus operandi naar voren komt. Daarnaast is niet vast komen te staan dat verdachte brand versnellende vloeistof voorhanden heeft gehad. Tot slot heeft de raadsman genoemd dat gemeen gevaar voor goederen of personen niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. 5.6. Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen In aanvulling op de bewijsmiddelen onder 5.3 (feit 1) hanteert de rechtbank met betrekking tot dit feit als bewijsmiddelen: Op 27 november 2018 heeft [R] aangifte gedaan: ‘Op dinsdag 27 november 2018, omstreeks 19:15 kwam ik met mijn voertuig thuis. Ik parkeerde mijn voertuig op de [straatnaam 2] te [woonplaats] . Ik zelf woon op de [straatnaam 4] te [woonplaats] . Ik parkeerde mijn voertuig naast het [locatie 1] , gelegen aan de [straatnaam 2] [nummeraanduiding 3] te [woonplaats] . […] Mijn voertuig betreft een Mercedes Benz, voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Ik heb mijn voertuig onbeheerd, afgesloten in goede staat achtergelaten. Omstreeks 21:30 uur werd ik gebeld door mijn buurvrouw. Ik hoorde haar zeggen dat mijn auto in de brand stond. […] Ik zag dat er een vlammenzee uit mijn bestuurdersgedeelte kwam en dat de beide zijramen al kapot waren. Ik had mijn bedrijfsvoertuig voor mijn privé auto geparkeerd. Ik zette direct mijn bedrijfsvoertuig weg uit angst om te voorkomen dat deze ook in brand vloog.’ Verbalisant [verbalisant 6] verklaart als volgt: ‘Op zondag 30 december 2018 omstreeks 18:00 uur, keek ik camerabeelden afkomstig van de woningbouwvereniging [naam instelling] . Deze beelden waren afkomstig van een door de woningbouwvereniging [naam instelling] geplaatste heimelijke camera met zicht op de gang met bergingen waaronder ook de berging behorende bij perceel [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . De tijden op de camerabeelden welke worden weergegeven lopen een uur voor op de werkelijke tijd. Daar waar 22:00 uur wordt aangegeven, is het werkelijk 21:00 uur. Gemakshalve benoem ik in dit proces-verbaal van bevindingen de weergegeven tijd op de camerabeelden. Beelden 27 november 2018: Om 22:25 uur (De rechtbank begrijpt 21:25 uur) die dag, komt er een persoon in beeld, welke inmiddels door meerdere politiecollega's is herkend als: [verdachte] . […] Op beelden is te zien dat hij de berging binnen gaat middels een sleutel. Die dag is [achternaam van verdachte en N] gekleed in een zwarte 3/4 lange jas voorzien van capuchon, een blauwe spijkerbroek met gaten en rafels op beide benen en zwarte sportschoenen. Ook draagt hij zwarte handschoenen met op de bovenzijde een reflecterende streep. Hij opent de bedoelde berging met een sleutel en gaat hier naar binnen. Na ongeveer anderhalve minuut komt [achternaam van verdachte en N] weer deze berging uit. Op dat moment is te zien dat hij een transparante limonadefles met rode dop en een rood etiket vast heeft, waarin voor ongeveer 2/3 deel een geel/groene transparante vloeistof zichtbaar is. Ook heeft hij een stuk papier vast. Te zien is dat [achternaam van verdachte en N] de berging weer afsluit middels een sleutel en uit het zicht verdwijnt. Diezelfde dag werd er op de [straatnaam 2] te [woonplaats] , omstreeks 21:31 uur, een autobrand gesticht. De afstand van de berging behorende bij het adres [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] tot aan de PD op de [straatnaam 2] , betreft ongeveer 100 meter.’ Getuige [getuige] verklaart als volgt: ‘Op dinsdag 27 november 2018, omstreeks 21.30 uur, bevond ik mij op de [straatnaam 4] te [woonplaats] . Vanuit de plek waar ik stond had ik zicht op de hoek van de [straatnaam 4] met de [straatnaam 2] . Ik hoorde een soort plofgeluid. […] Ik zag dat een Mercedes op de stoep stond ter hoogte van het [locatie 1] . […] Ik zag dat er vlammen aan de binnenzijde van het voertuig zichtbaar waren. Ik zag dat deze vlammen vlakbij het dashboard waren. Ik zag tevens dat er twee personen op de stoep, naast de betreffende Mercedes stonden. Een van de personen droeg een zwarte jas en droeg een witte helm. Deze persoon zat op een witte scooter. Op de achterzijde zat een grote rode bezorgbak. De tweede persoon droeg zwarte kleding en had een capuchon over zijn hoofd. Dit was een klein persoon. Vanaf het moment dat ik het plofje hoorde, ben ik meteen gaan kijken. Ik heb toen twee personen gezien die ik zojuist heb omschreven. Ik heb verder niemand in de directe omgeving van de Mercedes gezien.’ Verbalisant [verbalisant 9] verklaart als volgt: ‘Op dinsdag 27 november 2018 omstreeks 22:10 uur werd verdachte [G] als voornoemd aangehouden als verdachte van het in brand steken van een personenauto. De auto stond geparkeerd op de [straatnaam 2] te [woonplaats] . De getuige in deze zaak kon van twee verdachten, de signalementen opgeven. De getuige zag dat een van de verdachten, bij de bedoelde brandende auto, wegreed op een witte scooter. De verdachte droeg daarbij een witte helm. Verder zou de witte scooter voorzien zijn van een rode bezorgbak. Tijdens de aanhouding van [G] voldeed hij volledig aan het signalement. Bovendien lagen op de rechter voettree verse glassplinters en rook de verdachte ten tijde van zijn aanhouding naar brandlucht.’ Uit het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, inhoudende het vergelijkend glasonderzoek naar aanleiding van brandstichting te Utrecht op 27 november 2018, volgt: ‘Verdachte: [G] . Te onderzoeken materiaal AAKR4089NL Kleding (Jas) AAKR4087NL Kleding (Broek) AAKR4086NL Schoeisel AAKR4091NL Life-Hammer, oranje AAKR4092NL Monster treeplank scooter, 4 stuks autoglassplinters AAKR4084NL Glas autoruit aangetroffen rechts naast voertuig AAKR4085NL Glas autoruit aangetroffen links naast voertuig Op het aanvraagformulier is de volgende informatie vermeld: "Op 27 november 2018 werd bij de politie melding gedaan van brandstichting te Utrecht. Door een getuige werd een "plof" gehoord, waarop deze buiten gaat kijken. Hij ziet bij een personenvoertuig, een Mercedes voorzien van het kenteken [kenteken 2] , twee personen staan. Ook ziet hij op dat moment ter hoogte van het dashboard vlammen. De twee personen verwijderen zich van het voertuig, waarvan één lopend en een middels een scooter. Van de scooterrijder weet de getuige een goed signalement te geven. Vervolgens wordt ongeveer 15 minuten later naar aanleiding van het signalement een verdachte op een scooter aangehouden. De kleding van verdachte werd in beslag genomen, op de treeplank van de scooter werd door politie ambtenaren vier stukjes glas aangetroffen. Deze stukjes glas werden veiliggesteld. In de scooter werd een zogenaamde ruitentikker aangetroffen ook deze werd veiliggesteld." Vraagstelling en hypothesen - Zijn er glasdeeltjes aanwezig in het monster van de treeplank van de scooter [AAKR4092NL]? - Zijn er glasdeeltjes in/op de kleding [AAKR4089NL, -87NL en -86NL] aanwezig? - Zijn er glasdeeltjes in/op de ruitentikker [AAKR4091 NL] aanwezig? Zo ja, zijn deze glasdeeltjes afkomstig van de ruit van de Mercedes [kenteken 2] [AAKR4084NL en/of -85NL]? Resultaten Het glas aangetroffen rechts naast het voertuig [AAKR4084NL] bestaat uit tientallen stukjes donker groen-blauw gehard vlakglas met een dikte van 3.9 mm. Dit referentieglas wordt verder aangeduid als [AAKR4084NL-1]. In dit monster is ook één deeltje kleurloos vlakglas aangetroffen met een dikte van 2.13 mm, dit glas wordt verder aangeduid als [AAKR4084NL-2] De resultaten van het vergelijkend glasonderzoek zijn geëvalueerd onder de hypothesen: Hypothese 1 Eén of meer van de onderzochte glassporen in/op de sporendrager(
  2. s)zijn afkomstig van de gebroken ruiten van de Mercedes [kenteken 2] . Hypothese 2 Alle onderzochte glassporen op/in de sporendrager(
  3. s)zijn afkomstig van (een) willekeurig andere ruit(en). Van de sporendragers [AAKR4089NL, AAKR4087NL, AAKR4086NL, AAKR4091NL, AAKR4092NL] zijn circa 285 op glas lijkende sporen verkregen en daarvan zijn er 50 onderzocht en 39 sporen zijn geschikt zijn voor analyse. Hierin zijn 5 (vlakglas)bronnen te onderscheiden en 26 glassporen zijn niet te onderscheiden van referentieglas [AAKR4084NL-1/AAKR4085NL]. Hiervoor geldt: dat de bevindingen van het onderzoek veel waarschijnlijker zijn wanneer hypothese 1 waar is, dan hypothese 2 waar is.’ Verbalisant [verbalisant 10] verklaart als volgt: ‘Vanaf 9 oktober 2018 werden door de buurtbeheerder van woningbouwvereniging [naam instelling] , geheel vrijwillig, camerabeelden van de berging [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] afgegeven. [...] In dit proces-verbaal noem ik ter verheldering tevens de namen van de personen die ik herkende op de beelden. [...] [..9] : Ik opende het videobestand en zag dat de beelden beginnen op het moment: 18-11-2018, 21.24.18 uur. Omstreeks 21.24 uur zag ik dat de door mij herkende [verdachte] en door mij herkende [G] in beeld kwamen en de gang van de berging inliepen. Ik zag dat [verdachte] , met een sleutel, de berging open maakte. Ik zag dat beiden de berging inliepen en uit beeld verdwenen. Ik zag dat [G] als eerste de berging uitkwam. Ik zag dat [G] een capuchon over zijn hoofd droeg en een skibril op had gezet. Ik zag dat [verdachte] de berging afsloot en hierna samen met [G] de gang van de berging verlaat. [...] Beelden 26 november 2018 [..7] : Ik opende het videobestand en zag dat de beelden beginnen op het moment: 26-11-2018, 17.00.59 uur. Omstreeks 17.01 uur, zag ik dat door mij herkende [G] de gang van de berging inliep. Ik zag dat hij de deur van de berging middels een sleutel opende en de berging inliep. Ik zag dat [G] een grijze muts op had met een rood/witte rand. Ik zag dat [G] omstreeks 17.03 uur weer uit de berging kwam met een zwarte tas. Ik zag dat er in deze tas inbouw navigatiesystemen lagen. Ik zag verder dat [G] een doek of een stuk stof uit de berging meenam. Ik zag dat hij dit op de tas met navigatiesysteem legde en met de tas de gang van de berging verliet. […] [..8] : Ik opende het videobestand en zag dat de beelden beginnen op het moment: 26-11-2018, 17.23.36 uur. Omstreeks 17.23 uur, zag ik dat verdachte [G] de gang van de bergingen inliep. Ik zag dat hij de deur van de gang van de berging met een sleutel opende. Ik zag dat hij naar de berging toeliep en de deur van de berging met een sleutel opende. Ik zag dat [G] een lege zwarte tas bij zich had. Ik zag dat deze tas gelijkenissen vertoonden met de tas die hij in het filmpje [..7] omstreeks 17.01 uur had meegenomen en waarin een navigatiesysteem lag.’ Verbalisant [verbalisant 11] verklaart als volgt: ‘Op donderdag 17 januari 2019 zag ik foto's van personen welke screenshots zijn van bewegende beelden. […] Op foto [.] 26-11-2018 [..7] en foto [.] : 26-11-2018 [..7] is een persoon zichtbaar welke ik heel vaak heb gecontroleerd in het gezelschap van [verdachte] . Ik zie deze persoon heel vaak op een snorfiets rond rijden in de wijk [.] . Hierbij is hij dan heel vaak in gezelschap van [verdachte] . Ik heb hem in de afgelopen maanden vaak gecontroleerd en herken hem dan ook direct als zijnde: [G] .’ Bewijsoverweging feit 2: brandstichting 27 november 2018 De rechtbank stelt op grond van bovenstaande bewijsmiddelen het volgende vast. Verdachte betreedt op 27 november 2018 om 21.25 uur de berging, die hoort bij de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] en die hij wederrechtelijk in gebruik had. Hij is gekleed in een zwarte 3/4 lange jas met capuchon en draagt zware handschoenen. Na ongeveer anderhalve minuut vertrekt verdachte uit de berging met een limonadefles met geel/groene transparante vloeistof en een stuk papier. Omstreeks 21:31 uur vindt een autobrand in een Mercedes plaats aan de [straatnaam 2] , op 100 meter afstand van de berging. Getuige [getuige] ziet twee personen naast de Mercedes staan, waarvan één persoon zwarte kleding en een capuchon draagt. Deze persoon is klein. Uit de verklaring van verbalisant [verbalisant 4] , zoals weergegeven bij de bewijsmiddelen met betrekking tot feit 1, volgt dat verdachte ongeveer 1.65 meter lang is. De andere persoon blijkt [G] , die later die avond door de politie wordt aangehouden. [G] is eerder met verdachte in de berging aan de [straatnaam 1] gezien. Verbalisant [verbalisant 11] verklaart dat hij [G] heel vaak in het gezelschap van verdachte ziet. Verdachte is op 29 december 2018 opnieuw betrokken bij een autobrand aan de [straatnaam 2] . Die brand werd op vergelijkbare wijze vanuit de berging aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] voorbereid. De rechtbank is tegen deze achtergrond van oordeel dat de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien wettig en overtuigend bewijs opleveren dat de verdachte zich als medepleger schuldig heeft gemaakt aan deze brandstichting. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of er gemeen gevaar voor goederen is ontstaan. Om dat aan te kunnen nemen, dient dat gevaar ten tijde van de brandstichting naar algemene ervaringsregels voorzienbaar te zijn geweest. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt. Het is een feit van algemene bekendheid dat een autobrand veel schade kan aanrichten. Uit de aangifte volgt dat het bedrijfsvoertuig voor de privéauto van aangever geparkeerd stond en dat hij deze uit angst voor brand heeft verplaatst. De rechtbank neemt op basis hiervan aan dat er door de brandstichting sprake was van gemeen gevaar voor goederen. Onder parketnummer 16/267236-18 feiten 4, 5 subsidiair, 6 en 7 primair 5.7. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. 5.8. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat niet te lichtzinnig mag worden aangenomen dat er sprake is van een criminele organisatie. Het enkele feit dat verdachte omgaat met een groep (familie of buurtgenoten) en dat deze personen wellicht op de hoogte zijn van elkaars doen en laten en elkaars contacten gebruiken, is onvoldoende om het bestaan van een criminele organisatie aan te nemen. Uit de bewijsmiddelen kan hooguit worden gedestilleerd dat verdachte en de medeverdachten afzonderlijk en soms wel eens in de vorm van medeplegen en/of medeplichtigheid strafbare feiten hebben gepleegd. Dat is echter volstrekt onvoldoende om deelname aan een criminele organisatie aan te nemen. De raadsman heeft vervolgens genoemd dat uit het dossier niet volgt wie de organisatie vormden, wie de baas was, welke regels er golden, hoe gewaarborgd werd dat de regels werden nageleefd, hoelang de verdachten elkaar al kenden en wie gedurende welke periode heeft samengewerkt. Verdachte dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van feit 5 subsidiair heeft de raadsman erop gewezen dat verdachte niet wist dat de sleutels van diefstal afkomstig waren, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van feit 6 heeft de raadsman vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat verdachte niet wist dat de kentekenplaat van misdrijf afkomstig was. Verdachte dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van feit 7 heeft de raadsman primair vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde en subsidiair aangevoerd dat verdachte ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat er een aantal navigatiesystemen aangetroffen zijn in de berging, waarvan een deel van diefstal afkomstig bleek. De raadsman heeft er op gewezen dat verdachte heeft bekend dat hij een aantal navigatiesystemen gestolen heeft, waardoor de heler/steler regel op gaat. De verdediging kan niet reconstrueren welke navigatiesystemen verdachte voorhanden gehad zou hebben, welke navigatiesystemen van diefstal afkomstig zouden zijn en van welke navigatiesystemen verdachte op de hoogte was dat zij van misdrijf afkomstig waren op het moment van verkrijgen. Tot slot heeft de verdediging aangevoerd dat meerdere personen toegang hadden tot de berging. 5.9. Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard: ‘Ik had drie sleutels van mijn broer gekregen. Daarmee had ik toegang tot de berging die hoort bij de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . Ik heb voor jongens navigatiesystemen in de berging gezet en bewaard. Ik kreeg daar geld voor. Ik wist dat ze gestolen waren. Ik heb zelf ook met anderen goederen gestolen.’ Op 9 oktober 2018 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan namens [naam instelling] : ‘Ik doe aangifte van gekwalificeerde diefstal. […] Op vrijdag 5 oktober 2018 […] was ik bij woning [nummeraanduiding 1] (De rechtbank begrijpt: de woning aan de [straatnaam 1] te [woonplaats] ). Ik zag dat het sleutelkastje in zijn geheel was weggenomen. […] In dit sleutelkastje lag de sleutel van de voordeur. Op 9 oktober 2018 gaf de monteur mij toegang tot de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] . Ik opende de keukenla en trof hier een bos sleutels van de woning aan. […] Ik zag dat ik diverse sleutels miste uit deze sleutelbos. Ik zag dat er in ieder geval minimaal een sleutel van de berging van [nummeraanduiding 1] was weggenomen. Verder zag ik dat ook de sleutel van de portiekdeur, welke toegang geeft tot de portiek en gang van de berging weggenomen waren. […] Ik trof in de berging […] diverse andere goederen die niet in eigendom zijn van [naam instelling] . In de berging trof ik onder andere een jas, een zwarte jerrycan met een gele dop, handschoenen, skibrillen, ketting, en navigatiesystemen aan. […] Om informatie te krijgen over het oneigenlijk gebruik van de berging, heb ik vanuit mijn rol als beheerder een

(1)onopvallende camera laten plaatsen in de gang van de berging. Deze camera hangt sinds donderdag 11 oktober 14.30 uur in de hal van de berging en heeft enkel zicht op de deur van de berging, behorende bij nummer [nummeraanduiding 1] . […] Naar aanleiding van de diefstal van het sleutelkastje en oneigenlijk gebruik van de berging behorende bij nummer [nummeraanduiding 1] , heb ik onderzoek ingesteld naar andere woningen van [naam instelling] waar een soortgelijk sleutelkastje hangt.’ Verbalisant [verbalisant 10] verklaart als volgt: ‘Vanaf 9 oktober 2018 werden door de buurtbeheerder van woningbouwvereniging [naam instelling] , geheel vrijwillig, camerabeelden van de berging [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] afgegeven. Op die beelden zag ik dat meerdere personen, in soms dezelfde maar ook in verschillende samenstellingen en op verschillende data en tijdstippen, de berging bezochten. Ook zag ik op de ontvangen camerabeelden dat door die personen in berging [nummeraanduiding 1] goederen werden geplaatst. Uit onderzoek bleek later dat hierbij goederen zaten, die van diefstal afkomstig waren. […] Beelden 12 oktober 2018 Ik opende een foto die ik van de buurtbeheerder had ontvangen. Ik zag dat de foto van de binnenzijde van de berging was. Ik zag op deze foto dat er achterin de berging een zwarte sporttas en meerdere navigatiesystemen aanwezig waren. Beelden 14 oktober 2018 Ik zag dat omstreeks 23.29 uur, door mij herkende [verdachte] , samen met een van de tweeling [H] of [I] de gang van de berging inliepen. Ik zag dat [verdachte] de deur van de gang opende met een sleutel. […] Ik zag dat [verdachte] de deur van de berging met zijn eigen sleutelbos opende. Ik zag dat de bovenzijde van de sleutel waarmee hij de berging opende blauw van kleur was. Ik herkende deze sleutel als de sleutel die [verdachte] op 21 oktober 2018 tijdens zijn insluitingsfouillering bij zich droeg. Ik zag dat [verdachte] een zwarte sporttas uit de berging pakte en deze in de gang op de grond legde. Ik zag dat [verdachte] de berging afsloot en samen met [H] of [I] de gang van de berging verliet. […] Beelden 15 oktober 2018 Omstreeks 21.58 uur zag ik dat de deur van de gang van de berging geopend werd en dat [verdachte] samen met [J] de gang van de berging inliep. Ik zag dat [verdachte] de sleutels in zijn handen vasthield en voorop liep. […] Ik zag dat [verdachte] de deur van de berging opende en de berging inliep. Ik zag dat hij wederom een sleutel gebruikte die aan de bovenzijde blauw van kleur was. Ik herkende deze sleutel als de sleutel die [verdachte] op 21 oktober 2018 tijdens zijn insluitingsfouillering bij zich droeg. Ik zag dat [J] ook de berging inliep. Ik zag dat [J] met enkele voorwerpen de berging uitliep. Ik zag dat deze voorwerpen leken op een autoradio en een scherm. Ik zag vervolgens dat [verdachte] de berging uit liep, deze afsloot en samen met [J] de gang van de berging verliet. […] Beelden 17 oktober 2018 Ik zag dat [verdachte] de deur van de gang van de berging opende en de gang van de bergingen inliep. Ik zag dat [verdachte] de sleutels in zijn handen vasthield en voorop liep. Ik zag dat achter hem een van de tweeling [H] of [I] de gang inliep. Ik zag dat [verdachte] de deur van de berging opende met een sleutelbos. […] Ik zag dat [verdachte] een grijze (motor) scooter Piaggio SKR 125 naar de gang van de berging duwde. Ik zag dat [verdachte] een petje op had gedaan. Ik zag dat [verdachte] in de gang op de scooter ging zitten en deze met zijn voeten de gang uit duwde. Ik zag dat beiden wegliepen en uit beeld verdwenen. […] Beelden 19 oktober 2018 Ik zag dat de deur van de gang van de berging geopend werd. Ik zag dat [verdachte] de gang van de berging inliep. Ik zag dat [verdachte] met versnelde pas liep richting de berging. Ik zag dat [verdachte] de berging inliep en dat het filmpje werd beëindigd. […] Beelden 25 oktober 2018 Ik zag dat de deur van de gang van de berging geopend werd. Ik zag dat door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep. Ik zag dat achter [verdachte] een jongen mee de gang van de berging inliep. Ik zag dat dit de door mij herkende [J] betrof. Ik zag dat [verdachte] samen met [J] de groene scooter uit de berging haalden. Ik zag dat [verdachte] op de scooter ging zitten en naar achteren liep. Ik zag dat [verdachte] en [J] samen met de scooter uit de gang van de berging liepen en uit beeld verdwenen. […] Beelden 26 oktober 2018 Ik zag dat de deur van de gang van de berging geopend werd. Ik zag dat de door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep. Ik zag dat er een oudere man met hem meeliep. Ik zag dat de oudere man de berging direct links naast [nummeraanduiding 1] opende. Ik zag dat [verdachte] berging [nummeraanduiding 1] met een sleutel opende. Ik zag dat [verdachte] de berging inliep en een flesje waarschijnlijk motorolie in zijn handen vasthield. Ik zag dat [verdachte] kort een praatje maakte met de man en hierna de gang van de berging uitliep. […] Beelden 2 november 2018 Ik zag dat de door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep. Ik zag dat [verdachte] voorop liep. Ik zag dat er achter [verdachte] een jongen meeliep. Ik zag dat dit de door mij herkende [K] was die achter hem aanliep. Ik zag dat [verdachte] met een sleutel de deur van de berging opende. Ik zag dat [verdachte] met een oranje [.] tas de berging uit liep. Ik zag dat zowel [verdachte] als [K] hierna de gang van de berging verlieten en uit beeld verdwenen. […] Beelden 10 november 2018 Omstreeks 20.43 uur zag ik dat de door mij herkende [verdachte] uit de berging kwam. Ik zag dat [verdachte] de berging met een sleutel afsloot en de gang van de berging verliet. Op de beelden is te zien dat [verdachte] over een sleutel van de berging beschikt en daarmee de berging afsluit. […] 21.15.
  1. Ik zag op de beelden dat de deur van de gang van de berging geopend werd. Ik zag dat de door mij herkende [verdachte] als eerst de gang inliep. Ik zag dat achter hem de door mij herkende [J] achter hem aan de gang inliep. Ik zag dat [J] bij binnenkomst onder zijn linkerarm een navigatiesysteem vasthoud. Ik zag dat [verdachte] met zijn sleutel de berging opent. Vervolgens zag ik dat [verdachte] en [J] beiden de berging inliepen en uit het zicht verdwenen. Ik zag dat zij kort hierna de berging weer uitliepen. Ik zag dat [verdachte] middels sleutel de berging afsloot. Ik zag dat beiden de gang van de berging verlieten. […] Beelden 12 november 2018 Ik zag dat omstreeks 22.36.31 door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep en naar de deur van de berging liep. Ik zag dat [verdachte] onder zijn linkerarm een navigatiesysteem vasthield. Ik zag dat [verdachte] met zijn sleutels de berging opende en vervolgens met dat navigatiesysteem de berging inliep. Ik zag dat de sleutel van de berging aan de bovenzijde blauw van kleur was. Ik herkende deze sleutel als de sleutel die [verdachte] op 21 oktober 2018 tijdens zijn insluitingsfouillering bij zich droeg. Ik zag dat [verdachte] iets later de berging weer uitliep en de gang van de berging verliet. […] Beelden 13 november 2018 Van 13 november 2018, is door de buurtbeheerder een foto van de berging gestuurd. Op de foto omstreeks 11.17 uur (werkelijke tijd) is de binnenzijde van de berging te zien. Ook is te zien dat onder een handdoek meerdere navigatiesystemen liggen. Verder zag ik op de afbeelding een kettingslot een skibril. […] 14.13.54 uur. Ik zag dat de deur van de gang van de berging geopend werd. Ik zag dat de door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep. Ik zag dat achter hem door mij herkende [J] achter hem aan de gang van de berging inliep. Ik zag op de beelden dat zowel [verdachte] als [J] beiden afzonderlijk een navigatiesysteem onder hun arm vasthielden. Ik zag dat [verdachte] middels een sleutel de berging op slot draait. Ik zag dat [verdachte] en [J] beiden de gang van de berging verlieten en uit beeld verdwenen. […] Beelden 18 november 2018 Omstreeks 20.10 uur zag ik dat door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep en in beeld kwam. Ik zag dat [verdachte] een oranje voorwerp in zijn linker had vast hield met een donkere uiteinde. Ik zag dat het voorwerp leek op een ruitentikker van merk Lifehammer, type Evolution. Ik zag dat [verdachte] met zijn sleutels de berging opende en vervolgens de berging inliep. Ik zag dat [verdachte] hierna de berging uitliep en de berging met zijn sleutels de berging afsloot. […] Omstreeks 21.24 uur zag ik dat de door mij herkende [verdachte] en door mij herkende [G] in beeld kwamen en de gang van de berging inliepen. Ik zag dat [verdachte] , met een sleutel, de berging open maakte. Ik zag dat beiden de berging inliepen en uit beeld verdwenen. Ik zag dat [G] als eerste de berging uitkwam. Ik zag dat [G] een capuchon over zijn hoofd droeg en een skibril op had gezet. Ik zag dat [verdachte] de berging afsloot en hierna samen met [G] de gang van de berging verlaat. […] Ik zag dat omstreeks 21.27 uur is dat [verdachte] de gang van de berging inliep en in beeld kwam. Ik zag dat [verdachte] in zijn rechterhand een skibril vasthield. Ik zag dat [verdachte] middels zijn sleutelbos de berging opende en naar binnen liep. Ik zag dat hij hierna de berging uitliep, de berging weer afsloot en de gang van de berging verliet. Ik zag dat [verdachte] geen skibril meer in zijn handen vasthield, toen hij uit de berging kwam. […] Omstreeks 21.50 uur zag ik dat door mij herkende [verdachte] samen met door mij herkende [G] de gang van de berging inliepen en in beeld kwamen. Verder zag ik dat [verdachte] een blauwe Piaggio Vespa met een vierkanten koplamp, met windscherm, de gang van de berging in duwde. Ik zag dat [G] , [verdachte] hielp de scooter in de gang van de berging te krijgen. Hierna zag ik dat [G] middels een sleutel het slot van de berging opende. Vervolgens zag ik dat zij beiden met de blauwe Vespa de berging in liepen en uit beeld verdwenen. Kort hierna zag ik dat beiden de berging uitliepen. Ik zag dat [verdachte] met een sleutel de berging afgesloot. Ik zag dat wederom door [verdachte] de berging met de sleutels opende en beiden weer de berging inliepen. Ik zag dat beiden de berging uitliepen en de gang van de berging verlieten. […] Omstreeks 22.06, zag ik dat door mij herkende [verdachte] samen met door mij herkende [G] de gang van de berging inliep en in beeld kwam. Ik zag dat [verdachte] een blauwe tas van [.] in zijn handen vasthield. Ik zag op de beelden dat de tas inhoud had. Ik zag dat [verdachte] samen met [G] de berging inliep en kort hierna weer uit de berging kwam. Ik zag dat [verdachte] een oranje voorwerp in zijn handen vasthield. Ik zag dat [verdachte] bij de deurpost van de deur van de gang met dit voorwerp bezig was. […] Omstreeks 22.59 uur zag ik dat door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep en in beeld kwam en naar de ingang van de berging liep. Ik zag dat hij een sleutelbos in zijn hand vasthield en hiermee de deur van de berging opende. Vervolgens zag ik dat [verdachte] de berging inliep en even later de berging weer uitliep. Ik zag dat [verdachte] een blauwe [.] tas in zijn handen vasthield. Ook is te zien dat de tas op dat moment voorzien is van inhoud. […] Beelden 19 november 2018 Omstreeks 21.33 uur, zag ik op de beelden dat door mij herkende [verdachte] en de door mij herkende [J] in beeld kwamen. Ik zag op de beelden dat [verdachte] de berging met een sleutel opende. Vervolgens zag ik dat zij beiden de berging in liepen. Op de beelden is dan te zien dat zij na korte tijd weer de berging verlaten. Ik zag dat [J] aan het bellen was en [verdachte] de berging met zijn sleutel afsloot. Ik zag dat zij beiden de gang van de berging verlieten. […] Beelden 20 november 2018 Omstreeks 20.04 uur, zag ik op de beelden dat door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep en in beeld kwam. Ik zag dat er een andere jongen, door mij herkende [L] , achter [verdachte] aan liep en de gang betrad. Vervolgens zag ik dat [verdachte] met een sleutel de berging opende. Vervolgens zag ik dat [verdachte] samen met [L] de berging inliep. Kort daarna zag ik dat beiden de berging uitliepen en dat [verdachte] met een sleutel de berging afsloot. Ik zag dat zij beiden de gang van de berging verlieten. […] Omstreeks 20.27 uur, zag ik dat door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep en in beeld kwam. Ik zag dat [verdachte] de deur van de berging opende met een sleutel. Ik zag dat hij de berging inliep en kort hierna de berging weer uitliep. Ik zag dat hij de berging met een sleutel afsloot en de gang van de berging verliet. […] Beelden 21 november 2018 Om 13.48.58 uur, zag ik dat door mij herkende [verdachte] alleen de gang van de berging inliep en in beeld kwam. Ik zag dat [verdachte] op dat moment in zijn linkerhand een accuboormachine vasthield. Ik zag dat de desbetreffende accuboormachine voorzien was van een oranje bedieningsknop. Vervolgens zag ik dat [verdachte] met een sleutel de berging opende en de berging inliep. Even later is te zien dat [verdachte] weer de berging uitkwam en een voorwerp in zijn rechter hand vasthield. Vervolgens is te zien dat [verdachte] de berging afsluit en met een donkerkleurige boormachine in zijn rechter hand de gang van de berging verlaat. […] Omstreeks 19.29 uur, zag ik dat [verdachte] de gang van de berging inliep. Ik zag dat hij de berging met een sleutel opende en de berging inliep. Ik zag dat hij kort hierna berging afsloot en de gang weer verliet. […] Omstreeks 21.29 uur, zag ik dat door mij herkende [J] samen met door mij herkende [verdachte] in beeld kwamen. Ik zag dat [J] in zijn rechterhand een navigatiesysteem vasthield. Ik zag dat [verdachte] met een sleutel de berging opende. Daarna zat ik dat beiden de berging inliepen. Ik zag dat beiden kort hierna de berging uitliepen. Ik zag dat [verdachte] de berging afsloot met een sleutel. […] Beelden 22 november 2018 Omstreeks 18.58 uur zag ik dat door mij herkende [verdachte] alleen de gang van de berging in liep. Ik zag vervolgens dat [verdachte] een fles en twee verschillende kledingstukken in zijn handen vast hield. Ook zag ik dat hij die goederen voor de ingang van berging [nummeraanduiding 1] neerlegde. Ik zag dat [verdachte] aan het bellen was. Ik zag dat [verdachte] met een sleutel de deur van de berging opende. Ik zag dat [verdachte] de goederen die hij in zijn handen droeg naar binnen bracht. Vervolgens zag ik dat hij weer de berging uitliep en hierna de gang van de berging verliet. […] Omstreeks 20.02 uur, zag ik dat de door mij herkende [verdachte] en [J] de gang van de berging inliepen. Ik zag dat [J] met beide handen een navigatiesysteem vast hield. Ik zag op de beelden dat [verdachte] voorop liep en met een sleutel de deur van de berging opende. Vervolgens zag ik dat beiden de berging in liepen en uit zicht van de camera verdwenen. Kort hierna zag ik dat beiden de berging uitliepen, zonder navigatiesysteem. Daarna zag ik dat [verdachte] de berging met een sleutel afsloot. Vervolgens zag ik dat zij de gang de berging verlieten. […] Omstreeks 21.06 uur, zag ik dat de door mij herkende [verdachte] in beeld kwam. Ik zag dat hij vanaf de hal een zwarte bromfiets de gang van de bergingen in duwde. Ik zag vervolgens dat hij met een sleutel de deur van de berging opende. Ik zag hierna op de beelden dat de zwarte bromfiets niet was voorzien van een kentekenplaat. Ik zag dat [verdachte] de zwarte scooter in de berging duwde en de berging hierna afsloot. Ik zag dat [verdachte] vervolgens de gang van de berging uitliep. […] Beelden 23 november 2018 Omstreeks 19.44 uur, zag ik dat de door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep. Ik zag vervolgens dat hij met de eerste sleutelbos de deur van de berging niet open krijgt. Vervolgens zag ik dat hij uit zijn linker jaszak een ander sleutelbos pakte. Daarna zag ik dat hij met de tweede sleutelbos de deur van de berging opende. Ik zag dat [verdachte] de berging uitliep. Ik zag dat hij in zijn rechterhand een accuboormachine vasthield. Ik zag dat [verdachte] met zijn andere hand de berging afsloot en de gang van de berging verliet. […] Omstreeks 20.55, zag ik dat de door mij herkende [verdachte] de gang van de berging inliep en in beeld kwam. Ik zag dat [verdachte] in zijn linkerhand een navigatiesysteem vasthield. Ik zag dat hij naar de deur van de berging liep en de deur met een sleutel opende. Ik zag dat hij met zijn linkerhand zijn rechtermouw meerdere malen afveegt. Ik zag dat [verdachte] de berging inliep met navigatiesysteem in zijn hand. Ik zag dat [verdachte] even uit beeld bleef en hierna uit de berging kwam. Ik zag dat hij de berging met een sleutel afsloot en de gang van de berging uitliep. […] Omstreeks 21.28 uur, zag ik dat de door mij herkende [verdachte] en [E] de gang van de bering inliepen. Ik zag dat beiden naar de berging toe liepen. Ik zag dat [verdachte] de deur van de berging met een sleutel opende. Ik zag op de beelden dat [E] een navigatiesysteem en een accuboormachine in zijn handen vasthield. Ik zag dat beiden de berging inliepen. Ik zag dat zij hierna de berging uitliepen. Ik zag dat [verdachte] de berging afsloot. Ik zag dat beiden de gang van de berging verlieten en uit beeld verdwenen. Ik zag dat zij bij het verlaten geen goederen meer in hun handen vasthielden. […] Beelden 24 november 2018 Omstreeks 21.08 uur, zag ik dat de door mij herkende [verdachte] en [K] in beeld kwamen. Ik zag dat [verdachte] naar de berging toeliep en de deur met een sleutel opende. Ik zag dat [K] in het gangpad van de bergingen aan het urineren was en hierbij lachte. Ik zag dat beiden vervolgens de berging inliepen. Ik zag dat [K] doorzichtige handschoenen aan had. Ik zag dat [verdachte] de berging met een sleutel afsloot. Ik zag dat beiden de gang van de berging verlieten. […] Omstreeks 22.11 uur, zag ik dat door mij herkende [verdachte] en [K] de gang van de bergingen inliepen. Ik zag dat [verdachte] naar de berging toe liep en met een sleutel de berging opende. Vervolgens zag ik dat zij beiden de berging inliepen. Ik zag dat beiden zich omgekleed hadden de berging uitliepen. Ik zag dat [verdachte] een accuboormachine in zijn rechter hand vasthield. Ik zag dat [verdachte] op zijn hoofd een opgerolde muts droeg Ik zag [verdachte] de berging afsloot. Ik zag dat beiden de gang van de bergingen verlieten. […] Ik zag in hetzelfde filmpje dat omstreeks 22.51 uur, [verdachte] met de door mij herkende [S] el [T] in beeld kwam. Ik zag dat [verdachte] vervolgens doorliep naar de deur van de berging en de deur met een sleutel opende. Ik zag dat beiden de berging inliepen. […] Beelden 25 november 2018 Omstreeks 15.42 uur zag ik dat door mij herkende [verdachte] , [M] en [K] de gang van de berging inliepen. Ik zag vervolgens dat [K] met een sleutel de berging probeerde te openen. Ik zag dat dit niet lukte. Ik zag dat [verdachte] hierna met een andere sleutel de deur van de berging opende. Ik zag vervolgens dat zij alle drie de berging inliepen en kort hierna weer de berging uitliepen. Ik zag vervolgens dat [verdachte] geld uit zijn zak haalde en dit na telde. Ik zag dat [verdachte] de deur van de berging afsloot. Ik zag dat zij allen de gang van de berging verlieten. […] Omstreeks 18.43 uur, zag ik dat de door mij herkende [verdachte] , [L] en [M] in beeld kwamen. Ik zag dat [verdachte] met een sleutel de berging opende. Ik zag dat alle drie de berging inliepen. Kort hierna zag ik dat [verdachte] , [L] en [M] een blauwe bromfiets uit de berging tilden. Ik zag dat [M] en [L] de achterzijde van de scooter optilden. Ik zag dat het kenteken van de scooter blauw van kleur was. Ik zag dat het kenteken iets wazig, maar wel te lezen was. Ik zag dat het kenteken van de snorfiets die getild werd: [kenteken 8] betrof. Dit betreft een gestolen snorfiets, merk Piaggio type Vespa. Ik zag dat alle drie de genoemden de blauwe Piaggio snorfiets naar buiten tilden en uit de gang van de berging liepen. Ik zag dat de genoemde drie personen weer de gang van de berging inliepen. Ik zag dat [verdachte] vervolgens naar de berging toeliep en deze met een sleutel opende. Ik zag dat [verdachte] op dat moment een donker kleurig voorwerp vast hield. Ik zag op de beelden dat [L] een voorwerp in zijn handen vasthield, wat lijkt op een helmbak van een scooter. Ik zag dat er in deze bak goederen lagen. Ik zag dat alle drie genoemden de berging inliepen en hierna weer de berging uitliepen. Ik zag dat [verdachte] op dat moment een zwarte accuboormachine vasthield. Ik zag vervolgens dat alle drie genoemden de gang van de berging verlieten. […]’ Verbalisant [verbalisant 6] verklaart als volgt: ‘Naar aanleiding van het onderzoek naar het onrechtmatig gebruik van de bergingen, gelegen aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] en de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 2] , heb ik nogmaals de beelden bekeken van de maand december van deze beide bergingen. Overzicht personen op de beelden berging [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] , periode december 2018: Zondag 2 december 2018 Die dag omstreeks 16:33 uur, komen [verdachte] en [M] in beeld. Zij gaan de berging in en blijven hier ongeveer 4 minuten binnen. Hierop is te zien dat zij vertrekken. Maandag 3 december 2018 Die dag omstreeks 15:44 uur, komen [verdachte] en [M] in beeld. Zij gaan de berging in en blijven hier ongeveer 4 minuten binnen. Hierop is te zien dat zij vertrekken. Die dag omstreeks 16:19 uur, komen [verdachte] , [M] en [L] in beeld. Te zien is dat door hen een grijs kleurige scooter in de berging wordt geplaatst. Deze scooter is kort voor het plaatsen in de berging weggenomen. vanaf het [locatie 2] in De Meern. Bij binnenkomst is te zien dat [L] een zwart met oranje kleurige klauwhamer vast heeft. Zij zijn ongeveer 25 minuten in de berging aanwezig geweest. Op het moment dat zij de berging uit komen is te zien dat [M] een zwart kleurige kentekenhouder vast heeft. Hierop verdwijnen zij uit beeld. Die dag omstreeks 23:31 uur, komen [verdachte] en [I] in beeld. Te zien is dat zij ongeveer 1 minuut in de berging zijn en hierop weer vertrekken. Die dag omstreeks 23:48 uur, komen [verdachte] en [I] in beeld. Te zien is dat beiden een koplampunit vast hebben en in de berging leggen. Dinsdag 4 december 2018 Die dag omstreeks 00:35 uur, komt [verdachte] in beeld. Te zien is dat hij een kledingstuk met zich mee draagt en dit kennelijk in de berging achter laat. Vanuit de berging komt hij dan weer in beeld met een accuboormachine waarmee hij uit beeld verdwijnt. Hij is op dat moment ongeveer anderhalve minuut in de berging geweest. Die dag omstreeks 15:08 uur, komen [verdachte] , [M] en [K] in beeld. Zij blijven ongeveer 4 minuten in de berging en komen er dan weer uit. Vervolgens verdwijnen zij uit beeld. Die dag omstreeks 17:31 uur, komt [N] in beeld. Te zien is dat hij de berging in gaat en enkele seconden later de berging weer uit komt met een zwarte helm. Nadat hij de berging afsluit verdwijnt hij uit beeld. Die dag omstreeks 20:18 uur, komen [verdachte] , [I] en [U] in beeld. Zij gaan de berging in en komen na ongeveer 4 minuten de berging weer uit. Op dat moment heeft [U] de twee Volvo koplampen vast en is te zien dat [I] bankbiljetten vast heeft. Hierop verdwijnen zij uit beeld. Die dag omstreeks 22:06 uur, komt [verdachte] in beeld. Hij gaat de berging in en haalt hier de grijze Piaggio scooter uit welke op 3 december was weggenomen vanaf het [locatie 2] in De Meern. Te zien is dat [verdachte] de bijbehorende kentekenplaat later nog uit de berging pakt en deze onder de buddy seat opbergt. Hierop verdwijnt hij uit beeld. Donderdag 6 december 2018 Die dag omstreeks 23:50 uur, is te zien dat [verdachte] in beeld komt. Hij blijft op dat moment ongeveer 2 minuten in de berging en komt later weer in beeld. Te zien is dat hij op dat moment zichzelf in de berging heeft omgekleed. Hij draagt een andere jas als waarmee hij in beeld kwam. Ook heeft hij op dat moment een flesje met vloeistof bij zich. Nadat hij de berging heeft afgesloten verdwijnt hij uit beeld. Zaterdag 8 december 2018 Die dag omstreeks 19:11 uur, komen [verdachte] en [L] in beeld. Te zien is dat [L] met een aansteker aan het spelen is. Beiden gaan de berging in en blijven hier 40 minuten binnen zitten. Na deze 40 minuten is te zien dat [L] de toegangsdeur tot de bergingen opent en de hal van het portiek in kijkt. Hierop gaat hij kort terug de berging in en komen beiden de berging uit. Die dag omstreeks 21:42 uur, komt [verdachte] in beeld. Hij gaat de berging binnen en blijft hier ongeveer anderhalve minuut. Hierop komt hij weer in beeld. Dan is te zien dat hij ineens handschoenen draagt en een prop papier bij zich heeft. Hij verdwijnt hierop uit beeld. Die dag omstreeks 21:56 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij gaat de berging binnen en blijft hier ongeveer 3 minuten. Hierop komt hij weer in beeld. Dan is te zien dat hij zich weer heeft omgekleed en een andere jas draagt. Hij sluit de berging af en verdwijnt hierop uit beeld. Zondag 9 december 2018 Die dag omstreeks 13:07 uur, komt [verdachte] in beeld. Hij gaat de berging in en na ongeveer een halve minuut komt hij de berging weer uit. Te zien is dat hij in de berging een muts op zijn hoofd heeft gezet, de berging afsluit en hierop uit beeld verdwijnt. Die dag omstreeks 17:58 uur, komen [verdachte] en [L] in beeld. Beiden gaan de berging in, blijven hier ongeveer 2 minuten binnen en gaan daarna de berging weer uit. Nadat deze is afgesloten verdwijnen beiden weer uit beeld. Vrijdag 14 december 2018 Die dag omstreeks 21:16 uur, komen [verdachte] en [I] in beeld. Te zien is dat beiden de berging in gaan. na ongeveer 1 minuut vertrekken beiden weer en is te zien dat [verdachte] een jas uit de berging heeft gepakt en deze meeneemt waarop beiden weer uit beeld verdwijnen. Maandag 17 december 2018 Die dag omstreeks 19:42 uur, komen [verdachte] en [V] in beeld. Te zien is dat [verdachte] een zwarte jas over zijn arm draagt bij binnenkomst. [V] haalt op het moment dat [verdachte] de deur van de berging met een sleutel opent, een accuboormachine uit zijn broeksband. Beiden zijn ongeveer 3 minuten in de berging en komen er dan weer uit. Op dat moment heeft [verdachte] een andere jas aangetrokken in de berging als waar mee hij in beeld kwam. Op het moment dat hij de berging weer middels sleutel af sluit, is te zien dat [V] de accuboormachine weer in zijn broeksband stopt en zijn jas hier over heen trekt. Hierop verdwijnen beiden uit beeld. Die dag omstreeks 21:08 uur, komen [verdachte] en [V] weer in beeld. Op het moment dat [verdachte] de deur van de berging weer opent is te zien dat [V] de accuboormachine weer uit zijn broeksband haalt. Beiden gaan hierop de berging in en komen na ongeveer 2 minuten weer in beeld. Hierop wordt de berging weer afgesloten door [verdachte] en verdwijnen beiden uit beeld. Die dag omstreeks 22:06 uur, komt [verdachte] weer in beeld bij de berging. Te zien is dat hij op dat moment een plastic tas van [.] bij zich draagt, waar kennelijk iets in zit. [verdachte] gaat de berging in en blijft hier ongeveer anderhalve minuut binnen. Op het moment dat hij de berging weer uit komt is te zien dat hij zich heeft omgekleed en weer een andere jas aan heeft. Dinsdag 18 december 2018 Die dag omstreeks 19:48 uur, komen [verdachte] en [L] in beeld. Beiden gaan de berging binnen. Na ongeveer 3 minuten gaan beiden de berging weer uit en is te zien dat [verdachte] weer een andere jas heeft aangetrokken. Ook is te zien dat [verdachte] op dat moment een accuboormachine vast heeft alsmede een paar werkhandschoenen. Nadat de berging weer is afgesloten verdwijnen beiden weer uit beeld. Die dag omstreeks 20:31 uur, komen [verdachte] en [L] weer in beeld. [verdachte] heeft dan een inbouw navigatiesysteem vast. Deze geeft hij over aan [L] zodat [achternaam van verdachte en N] de berging kan openen. Op het moment dat [verdachte] de berging opent is te zien dat de accubuurmachine vermoedelijk onder zijn jas verstopt is. Hij ondersteunt namelijk iets wat onder zijn jas zit met een van zijn handen terwijl hij de berging opent middels een sleutel. Hierop gaan beiden de berging binnen en wordt het navigatiesysteem door hen in de berging geplaatst. Enkele momenten later komen beiden de berging weer uit en wil [achternaam van verdachte en N] de berging weer afsluiten. Dan gaat hij terug de berging in en pakt dan een paar grijze handschoenen voor [L] . Deze worden door hen beiden nog bekeken en uitgeklopt alvorens [L] deze aan trekt. Hierop verdwijnen beiden uit beeld. Die dag omstreeks 21:16 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Te zien is dat hij de berging opent en hier naar binnen gaat. Kort hierop komt hij weer in beeld en is te zien dat hij weer een andere jas heeft aangetrokken. Dan sluit hij de berging weer af en verdwijnt uit beeld. Die dag omstreeks 21:33 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij heeft op dat moment een plastic tas van [.] bij zich waar iets in zit. Nadat hij de berging heeft geopend gaat hij hier naar binnen en heeft de [.] tas in de berging achtergelaten. Dan sluit hij de berging weer af en verdwijnt uit beeld. Die dag omstreeks 22:12 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Nadat hij de berging heeft geopend haalt hij de plastic [.] tas uit de berging, sluit de berging af en verdwijnt weer uit beeld. Woensdag 19 december 2018 Die dag omstreeks 07:56 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Op dat moment is te zien dat hij twee inbouw navigatiesystemen bij zich draagt. Deze worden door hem in de berging geplaatst. Korte tijd later is te zien dat hij weer in beeld komt en dat hij weer een andere jas heeft aangetrokken. Nadat [achternaam van verdachte en N] de berging weer heeft afgesloten verdwijnt hij uit beeld. Die dag omstreeks 21:12 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij opent de berging en gaat hier naar binnen. Na ongeveer 6 minuten komt hij weer in beeld, sluit de berging weer af en verdwijnt weer uit beeld. Donderdag 20 december 2018 Die dag omstreeks 20:51 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij opent de berging en gaat hier naar binnen. Op dat moment stoppen de opnames en is niet bekend wat er verder is gebeurd. Die dag omstreeks 21:32 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Te zien is dat hij op dat moment een schroevendraaier bij zich heeft. Nadat hij de berging heeft geopend gaat hij hier naar binnen. Na ongeveer anderhalve minuut komt [verdachte] de berging weer uit en sluit deze af. Dan verdwijnt hij weer uit beeld. Vrijdag 21 december 2018 Die dag omstreeks 05:54 uur, komt [verdachte] in beeld. Hij opent de berging en gaat hier naar binnen. Nadat hij ongeveer 2 minuten in de berging is geweest komt hij weer in beeld. Te zien is dat hij zich heeft omgekleed en een andere jas draagt. Ook heeft hij op dat moment een accuboormachine, een schroevendraaier en een ruitentikker bij zich. Dan sluit hij de berging weer af en verdwijnt uit beeld. Die dag omstreeks 16:07 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij draagt op dat moment geen jas maar alleen een T-shirt. Hij opent de berging en gaat hier naar binnen. Na ongeveer 1 minuut komt hij de berging weer uit en heeft hij een jas aan. Nadat hij de berging weer heeft afgesloten verdwijnt hij uit beeld. Die dag omstreeks 20:34 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij opent de berging, blijft ongeveer een halve minuut in de berging en komt dan weer in beeld. Nadat hij de berging heeft afgesloten verdwijnt hij weer uit beeld. Zaterdag 22 december 2018 Die dag omstreeks 18:59 uur, komen [verdachte] en [L] in beeld. [achternaam van verdachte en N] draagt op dat moment een trainingsjack met zich mee. nadat de berging door [achternaam van verdachte en N] is geopend gaan beiden de berging in. na ongeveer twee minuten wordt de berging weer afgesloten door [achternaam van verdachte en N] . Het trainingsjack wat [achternaam van verdachte en N] eerst met zich mee droeg is in de berging achtergelaten. Beiden verdwijnen hierop weer uit beeld. Die dag omstreeks 20:05 uur, komen [verdachte] en [L] weer in beeld. op dat moment is te zien dat [L] twee inbouw navigatiesystemen vast heeft. Nadat [achternaam van verdachte en N] de berging heeft geopend gaan beiden de berging in. De navigatiesystemen worden door hen in de berging geplaatst waarop [achternaam van verdachte en N] de berging weer afsluit en beiden uit beeld verdwijnen. Zondag 23 december 2018 Die dag omstreeks 17:05 uur, komen [verdachte] en [I] in beeld. [verdachte] draagt op dat moment een lege oranje plastic tas met zich mee. Nadat [achternaam van verdachte en N] de berging heeft geopend gaan beiden de berging in. Na ongeveer 1 minuut komen beiden de berging weer uit. In de berging hebben beiden twee navigatiesystemen in de oranje plastic tas gestopt. Hierop komen beiden de berging weer uit waarop [achternaam van verdachte en N] de berging weer afsluit en beiden uit beeld verdwijnen. Die dag omstreeks 17:32 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij opent de berging met de sleutel en gaat hier naar binnen. Na ongeveer 2 minuten komt hij weer in beeld. In de berging heeft hij een donkere muts op gezet en een accuboormachine gepakt. Nadat hij de berging heeft afgesloten verdwijnt hij uit beeld. Die dag omstreeks 17:55 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Op dat moment heeft hij een inbouw navigatiesysteem vast. Hij opent hierop de berging en gaat naar binnen. Na 50 minuten komt [achternaam van verdachte en N] de berging pas weer uit. Het navigatiesysteem heeft hij in de berging geplaatst en ook heeft hij weer een andere jas aangetrokken. Nadat hij de berging heeft afgesloten verdwijnt hij uit beeld. Die dag omstreeks 22:22 uur, komt [verdachte] weer in beeld. te zien is dat hij de berging opent en hier kort naar binnen gaat. Vervolgens komt hij de berging weer uit, sluit deze weer af en verdwijnt uit beeld. Maandag 24 december 2018 Die dag omstreeks 21:21 uur, komt [verdachte] in beeld. Hij opent de berging en komt vrijwel direct de berging weer uit met een accuboormachine. Hierop sluit hij de berging weer af en verdwijnt uit beeld. Die dag omstreeks 22:56 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Te zien is dat hij weer met de accuboormachine naar de berging komt, de berging opent en hier naar binnen gaat. Op dat moment stoppen de beelden. Dinsdag 25 december Die dag omstreeks 06:38 uur, komt [verdachte] in beeld. Hij opent de berging en gaat hier naar binnen. Na ongeveer 2 minuten komt hij de berging weer uit. Hij heeft in de berging een andere jas aangetrokken. Bij het afsluiten van de berging is te zien dat er in zijn linker jaszak een oranje kleurige ruitentikker zit. Na het afsluiten van de berging verdwijnt hij weer uit beeld. Die dag omstreeks 07:11 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Wanneer hij de berging opent is te zien dat de oranje ruitentikker nog in zijn jaszak zit. Hij gaat hierop de berging binnen en komt na ongeveer 2 minuten weer in beeld. Op dat moment heeft hij een muts op gedaan en draagt hij een accuboormachine en een schroevendraaier bij zich. Hierop sluit hij de berging af en verdwijnt uit beeld. Die dag omstreeks 07:16 uur, komt [verdachte] weer in beeld. In de hal van de bergingen pakt hij iets van de grond af en verdwijnt dan weer uit beeld. Die dag omstreeks 07:36 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij opent de berging, gaat hier naar binnen en komt kort hierop weer de berging uit. Dan heeft hij de muts weer in de berging achter gelaten en heeft hij weer een andere jas aangetrokken. Nadat hij de berging afsluit verdwijnt hij weer uit beeld. Die dag omstreeks 14:36 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Nadat hij de berging geopend heeft gaat hij hier naar binnen en stopt het beeld. Woensdag 26 december 2018 Die dag omstreeks 21:26 uur, komen [verdachte] en [E] in beeld. Nadat [achternaam van verdachte en N] de berging heeft geopend gaan beiden hier naar binnen. Na ongeveer 1 minuut komen beiden de berging weer uit, wordt de berging weer afgesloten en verdwijnen beiden uit beeld. Die dag omstreeks 21:50 uur, komt [verdachte] weer in beeld. Hij opent de berging, haalt hier een accuboormachine uit, sluit de berging weer af en verdwijnt uit beeld. Donderdag 27 december 2018 Die dag omstreeks 19:00 uur, komen [verdachte] en [E] in beeld. [E] draagt op dat moment een inbouw navigatiesysteem. [achternaam van verdachte en N] opent de berging waarop beiden naar binnen gaan. Na ongeveer 1 minuut komen beiden de berging weer uit en hebben zij het navigatiesysteem in de berging geplaatst. Nadat de berging is afgesloten verdwijnen beiden weer uit beeld. Die dag omstreeks 22:26 uur, komen [verdachte] en [E] weer in beeld. [E] draagt op dat moment wederom een inbouw navigatiesysteem. Nadat de berging door [achternaam van verdachte en N] is geopend, gaan beiden de berging binnen en wordt ook dit navigatiesysteem in de berging geplaatst. Wanneer beiden de berging uit komen is te zien dat [E] de muts iniet meer draagt en in de berging achter heeft gelaten. Wel is te zien dat hij op dat moment zijn capuchon draagt en een skibril op heeft gezet. Nadat [achternaam van verdachte en N] de berging weer heeft afgesloten verdwijnen beiden uit beeld. Vrijdag 28 december 2018 Die dag omstreeks 19:49 uur, komt [verdachte] in beeld. Hij opent de berging en komt hier later weer uit met een accuboormachine. Nadat hij de deur heeft afgesloten verdwijnt hij uit beeld. Die dag omstreeks 21:46 uur, komen [verdachte] en [E] weer in beeld. [E] draagt op dat moment weer een inbouw navigatiesysteem mee naar binnen. Nadat [achternaam van verdachte en N] de deur van de berging heeft geopend gaan beiden hier naar binnen. Later stoppen de beelden. Vrijdag (de rechtbank begrijpt: zaterdag) 29 december 2018 Die dag omstreeks 12:52 uur, komen [verdachte] en [E] in beeld. [achternaam van verdachte en N] opent de berging en beiden gaan hier naar binnen. Korte tijd later wordt de berging weer afgesloten door [achternaam van verdachte en N] en verdwijnen beiden uit beeld. Die dag omstreeks 12:58 uur, komen [verdachte] en [E] weer in beeld. Wederom opent [achternaam van verdachte en N] de berging en beiden gaan naar binnen. Ook nu komen beiden korte tijd later weer naar buiten, wordt de berging afgesloten en verdwijnen beiden weer uit beeld.’ Verbalisant [verbalisant 9] heeft als volgt verklaard: ‘Op zaterdag 5 januari 2019 heb ik de sleutels, uit de fouillering van verdachte [achternaam van verdachte en N] , gepast op de deuren die toegang bieden tot de kelderbox van [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . De sleutel met het nummer [nummer-/letteraanduiding] , aan het bosje met het roze label, past op de toegangsdeur tot het portiek [straatnaam 1] [nummeraanduiding 7] - [nummeraanduiding 8] . Deze sleutel past ook op de deur die toegang biedt tot de gang met kelderboxen aan de rechterzijde in dat portiek. De sleutel met het blauwe hoesje past op de toegangsdeur tot de kelderbox met nummer [nummeraanduiding 1] .’ Verbalisant [verbalisant 10] verklaart als volgt: ‘Op zondag 21 oktober 2018, omstreeks 16:28 uur, werd [verdachte] als verdachte van een gepleegde winkeldiefstal aangehouden en overgebracht naar het politiebureau te [.] . Tijdens de insluitingsfouillering trof collega [verbalisant 12] een sleutelbos aan die behoorde bij verdachte [verdachte] . Collega [verbalisant 12] heeft op mijn verzoek meerdere gedetailleerde foto's gemaakt van deze sleutelbos. [...] In de sleutelbos van [verdachte] werd een sleutel aangetroffen met een blauw plastic kapje. De foto van deze sleutel heb ik vergeleken met de sleutel van de berging van [nummeraanduiding 1] . Ik zag dat de groeven van de sleutel, welke bij [verdachte] is aangetroffen, en de groeven van de sleutel van de berging [nummeraanduiding 1] , identiek overeen kwamen. Ik herkende deze sleutel ook als een sleutel van merk DOM. Verder zag ik dat er ook een LIPS sleutel in de sleutelbos van [verdachte] aanwezig was. Ook de groeven van deze aangetroffen LIPS sleutel, komen geheel overheen met de groeven van de sleutel van de toegangsdeur naar de portiek en berging van de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] .’ Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 4] verklaren als volgt: ‘Op 4 januari 2019 omstreeks 07:45 uur waren wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 4] , in een garagebox aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . Wij waren hier naartoe gezonden om alle goederen aanwezig in deze garagebox in beslag te nemen. Goed(eren): - PL0900-2018321715-2332756, computer/bijz.electr.app. navigatiesysteem, Audi, Nederland - PL0900-2018321715-2332779, computer/bijz.electr.app., navigatiesysteem, Volkswagen, Nederland, serienummer [.] , bijzonderheden display navigatiesysteem; - PL0900-2018321715-2332785, computer/bijz.electr.app., navigatiesysteem, Volkswagen, Nederland, serienummer [.] , bijzonderheden Volkswagen navigatie display; - PL0900-2018321715-2332789, computer/bijz.electr.app., navigatiesysteem, Volkswagen, Nederland, serienummer [.] ; - PL0900-2018321715-2332798, computer/bijz.electr.app., navigatiesysteem, Volkswagen, Nederland, serienummer [.] ; - PL0900-2018321715-2332803, computer/bijz.electr.app., navigatiesysteem, Nederland, serienummer [.] ; - PL0900-2018321715-2332807, geluid en beeldapp/drager, mediaspeler, Volkswagen, Nederland, imei mobiele telefoon [.] .’ Verbalisant [verbalisant 5] verklaart als volgt: ‘Onderzoek berging [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] [woonplaats] Op de beelden is te zien dat verdachten [verdachte] en [E] op 27 december 2018 en op 28 december 2018 met in totaal 3 navigatiesystemen de genoemde berging inlopen. Daarna is niemand meer in beeld geweest en heeft behalve de politie niemand meer de genoemde berging betreden. De bedoelde berging werd namelijk door de politie ontruimd en het onderzoek werd beëindigd.’ Verbalisant [verbalisant 5] verklaart als volgt: ‘Onderzoek berging [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] [woonplaats] Op 04 januari 2019, omstreeks 07.45 uur, werd door collega's in de berging onderzoek ingesteld. In de berging werd een navigatiesysteem aangetroffen, welke was voorzien van het serienummer [.] . Daarnaast werden nog twee andere navigatiesystemen aangetroffen. Één van die navigatiesystemen was voorzien van het serienummer [.] . Het andere navigatiesysteem was voorzien van het serienummer [.] . […] Tussen donderdag 27 december 2018 om 12.00 uur en vrijdag 28 december 2018 om 08.30 uur werd een zwarte personenauto opengebroken en werd uit die auto een navigatiesysteem weggenomen. De auto was van het merk Volkswagen, type Golf 6, voorzien van één Duits kenteken [kenteken 12] . De auto stond geparkeerd op de [straatnaam 14] te [woonplaats] (ter hoogte van de kruising met de [straatnaam 17] ). Uit die auto werd tussen vermeldde data een navigatiesysteem weggenomen welke voorzien is van het serienummer [.] . Dit betrof het navigatiesysteem welke op 04 januari 2019, door collega's, in de genoemde berging was aangetroffen. […] Tussen vrijdag 28 december 2018 te 19.30 uur en zaterdag 29 december 2018 te 11.00 uur werd een grijze personenauto opengebroken en werd uit die auto een navigatiesysteem weggenomen. De auto was van het merk Volkswagen Passat en voorzien van een Duits kenteken [kenteken 13] . De auto stond geparkeerd op de [straatnaam 15] (wijk [.] ) ter hoogte van perceelnummer [nummeraanduiding 9] te [woonplaats] . Uit die auto werd tussen vermeldde data een navigatiesysteem weggenomen, welke is voorzien van het serienummer [.] . Dit betrof het navigatiesysteem welke op 04 januari 2019, door collega's, in de genoemde berging was aangetroffen. […] Tussen zaterdag 28 november 2009 16.00 uur en maandag 30 november 2009 06.30 uur werd een personenauto weggenomen. De auto was blauw van kleur, van het merk Volkswagen, type Golf en voorzien van het kenteken [kenteken 14] . De auto stond tussen vermelde data geparkeerd op de [straatnaam 16] te [woonplaats] . Uit onderzoek is gebleken dat voor dat voertuig een navigatiesysteem was afgegeven welke voorzien was van het serienummer: [.] . Dit betrof het navigatiesysteem welke op 23 november 2018 en op 04 januari 2019 in de genoemde berging was aangetroffen.’ Verdachte heeft als volgt verklaard: ‘U zegt mij dat camerabeelden van de berging zijn onderzocht. Dit is de berging van de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . […] U toont mij beelden van 27 december rond 19:00 uur. Ik herken mijzelf als de achterste persoon op beide foto's. U vraagt mij hoe wij in het bezit zijn gekomen van dit navigatiesysteem. Die zijn gestolen door mij en die andere persoon. […] U toont mij nu prints van de camera in de berging van 27 december 2018 rond 22.26 uur. Ik zie mijzelf. Ik ben de voorste persoon op deze afbeeldingen. U zegt mij dat ik op deze print ben herkend en dat ik de sleutel van de berging heb. U zegt mij dat ik weer samen met die andere jongen bent die een navigatiesysteem in zijn bezit heeft en dat dit navigatiesysteem door ons in de berging wordt gelegd. U vraagt mij hoe wij in het bezit van dit navigatiesysteem zijn gekomen. Die hebben we gestolen.’ Op 3 oktober 2018 heeft [O] aangifte gedaan van diefstal: ‘Ik heb […] op 12 oktober 2018 (De rechtbank begrijpt: 2 oktober 2018) […] mijn snorfiets geparkeerd op de [straatnaam 4] te [woonplaats] . Dit betreft een Daelim Message, kleur zwart. Deze bromfiets was voor zien van de [kenteken 3] kentekenplaat. Vandaag op woensdag 3 oktober 2018, omstreeks 12.00 uur, zag ik dat de plaat van de bromfiets af was terwijl ik zeker weet dat hij erop zat toen ik deze parkeerde.’ Verbalisant [verbalisant 5] verklaart als volgt: ‘Beelden 23 oktober 2018 Beelden beginnen bij 23-10-2018 om 22.28.29 uur. Ik zag dat de deur van de gang van de berging (de rechtbank begrijpt: de berging behorende bij de woning aan [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] ) geopend werd. Ik zag dat de achterzijde van een groene scooter in beeld kwam. Ik zag dat de groene scooter voorzien was van een blauw kentekenplaatje. Ik zag op de beelden dat het kenteken [kenteken 3] betrof. Ik zag dat de achterzijde van een jongen in beeld kwam. Die jongen herkende ik ambtshalve aan zijn gelaat, postuur, huidskleur en haardracht als: [N] (de rechtbank begrijpt: de broer van verdachte). Ik zag dat [N] op de scooter zat en naar achteren liep. Ik zag dat [N] met een sleutel de deur van de genoemde berging opende. Ik zag dat [N] van de (motor)scooter stapte en deze in de berging plaatste. Ik zag dat [N] hierna de berging middels een sleutel afsloot en de gang van de berging verliet. Beelden 24 oktober 2018 Buurtbeheerder van de [naam instelling] heeft met haar telefoon een foto genomen van de binnenzijde van de genoemde berging. Hierop is een groene Piaggio SKR 125cc te zien met een blauw kentekenplaatje voorzien van het kenteken [kenteken 3] . Beelden 25 oktober 2018 Beelden beginnen bij 25-10-2018 om 15.58.41 uur. Ik zag dat de deur van de gang van de berging geopend werd. Ik zag dat [verdachte] de gang van de berging inliep. Ik zag dat achter [verdachte] een jongen mee de gang van de berging inliep. Ik zag dat dit [J] betrof. Ik zag dat [verdachte] samen met [J] de groene scooter uit de berging haalden. Ik zag dat [verdachte] op de scooter ging zitten en naar achteren liep. Ik zag dat [verdachte] en [J] samen met de scooter wegliepen en uit beeld verdwenen.’ Verdachte heeft als volgt verklaard: ‘U vraagt mij naar de heling van een blauwe kentekenplaat in de maand oktober
  2. U vraagt mij of ik een blauwe kentekenplaat in bezit heb gehad die maand. Dat zou best wel kunnen. U zegt mij dat de kentekenplaat op een groene scooter zat. U toont mij een foto en zegt mij dat het kenteken [kenteken 3] betreft. Dat komt mij bekend voor. Ik weet niet precies of ik hem op de scooter heb gedaan. […] Ik weet alleen dat hij iets te snel was.’ Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij navigatiesystemen in de berging heeft bewaard, behorende bij de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] . Hij wist dat deze navigatiesystemen van misdrijf afkomstig waren. Verdachte heeft die navigatiesystemen niet allemaal zelf gestolen. Naar eigen zeggen was hij betrokken bij twee of drie van de diefstallen. De overige van misdrijf afkomstige navigatiesystemen bewaarde hij voor anderen. Hij ontving daarvoor een klein aandeel van het geld waarvoor ze verkocht werden. Tegenover de politie heeft verdachte verklaard dat de twee navigatiesystemen die hij op 27 december 2018 in de berging heeft geplaatst zelf heeft gestolen. Verbalisant [verbalisant 5] heeft als volgt verklaard: ‘Op 15 november 2018 werden in de genoemde berging (De rechtbank begrijpt: de berging gevestigd aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats]) de volgende goederen aangetroffen en zijn daarvan foto's genomen: - Een navigatiesysteem voorzien van [..1] […] - Een display voor een radio en navigatiesysteem van Volkswagen, voorzien van het ingegraveerde nummer: [.] […] Op 22 november 2018 werden in de berging de volgende goederen aangetroffen en zijn daarvan foto’s genomen: […] Voorts werden twee complete navigatiesystemen aangetroffen voorzien van de volgende ingegraveerde serienummers: - [..3] […] Op 15 november 2018 […] werd het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit verzocht de aangetroffen goederen te onderzoeken en te achterhalen bij welke voertuigen de goederen horen. In het eerste resultaat stonden twee Nederlandse kentekens van twee personenauto's vermeld. De twee kentekens van die twee personenauto's betroffen [kenteken 9] en [kenteken 10] . In de personenauto voorzien van het kenteken [kenteken 9] hoorde het navigatiesysteem voorzien van het serienummer [.] . In de personenauto voorzien van het kenteken [kenteken 10] hoorde het navigatiesysteem voorzien van het serienummer [..1] . De twee personenauto's voorzien van genoemde personenauto's konden op die wijze gekoppeld worden aan de twee genoemde navigatiesystemen. Uit onderzoek in het bedrijfsprocessensysteem bleek op 6 oktober 2018 tussen 20.30 uur en 22.30 uur, een personenauto te zijn opengebroken daaruit het navigatiesysteem te zijn weggenomen. Die personenauto was zwart van kleur, van het merk Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [kenteken 9] en stond geparkeerd op de [straatnaam 6] ter hoogte van [nummeraanduiding 4] te [woonplaats] . […] Verder bleek uit onderzoek in het bedrijfsprocessensysteem dat, op 11 oktober 2018 tussen 00.15 en 09.35 uur, een witte personenauto van het merk Volkswagen, type Golf en voorzien van het kenteken [kenteken 10] , was opengebroken. Die auto stond op die dag en vermelde tijdstippen geparkeerd op de [straatnaam 7] ter hoogte van [.] te [woonplaats] . Uit het tweede onderzoek van het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit bleek het serienummer van één navigatiesysteem, [..3] geregistreerd te staan voor een personenauto voorzien van het chassisnummer [..4] . Onderzoek in de politiesystemen wees uit dat het genoemde chassisnummer hoort bij een blauwe personenauto van het merk Volkswagen Golf welke voorzien is van het kenteken [kenteken 11] . Uit onderzoek bleek verder dat op tussen 20 september 2018 om 23.00 uur en 21 september 2018 om 04.40 uur genoemd voertuig te zijn opengebroken. Uit dat voertuig was toen een navigatiesysteem weggenomen.’ Bewijsoverweging feit 4: deelname aan een criminele organisatie Aan verdachte is onder feit 4 tenlastegelegd dat hij zich in de periode van 9 oktober 2018 tot en met 29 december 2018 schuldig heeft gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie, die tot oogmerk had het plegen van verschillende soorten misdrijven, zoals opgesomd in de tenlastelegging. De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake deelneming aan een criminele organisatie dient te worden vastgesteld dat sprake is geweest van een organisatie, dat die organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven en dat de verdachte aan die organisatie heeft deelgenomen. Voor een criminele organisatie moet er sprake zijn van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Niet is vereist dat komt vast te staan dat verdachte heeft samengewerkt, althans bekend is geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. Het oogmerk van de organisatie moet gericht zijn op het plegen van meer misdrijven, maar niet is vereist dat het plegen van misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is. Voor de deelneming is van belang dat betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en dat hij een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt met gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Deelneming impliceert opzet, wat wil zeggen dat betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. De rechtbank komt tot de conclusie dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, gericht op, kort gezegd, vermogensdelicten waaronder opzetheling en diefstal. Hiertoe wordt het volgende overwogen. Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat sleutels van een leegstaande berging behorende bij de woning aan de [straatnaam 1] zijn weggenomen van de rechtmatige eigenaar. Uit camerabeelden volgt dat een groep jongeren, waaronder verdachte, vervolgens in een periode van ongeveer tweeëneenhalve maand in wisselende samenstelling intensief gebruik heeft gemaakt van deze berging. Uit de camerabeelden volgt dat de jongeren met goederen de berging inlopen en zonder goederen vervolgens vertrekken. Uit het onderzoek is gebleken dat in deze bergingen gestolen goederen, zoals scooters, navigatiesystemen en andere auto-onderdelen, zijn opgeslagen. De groep heeft, in verschillende samenstellingen, op regelmatige basis vermogensdelicten gepleegd, zoals hierna ook besproken zal worden bij de overige aan verdachte ten laste gelegde feiten. Zij hebben een gestructureerd samenwerkingsverband gevormd waarbij ieder een eigen aandeel heeft gehad, dan wel ondersteunende gedragingen heeft verricht, die rechtstreeks verband hielden met de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie. De berging kan worden gezien als ontmoetingsplek, waarbij het een komen en gaan is van verdachte en zijn medeverdachten met gestolen navigatiesystemen, gestolen scooters/bromfietsen en gestolen koplampen. Het is in de meeste gevallen verdachte die zichzelf en anderen met sleutels de toegang tot de berging verschaft. Bij zijn aanhoudingen in oktober en december 2018 droeg verdachte deze sleutels bij zich. Verdachte is in totaal bijna veertig keer herkend op de camerabeelden van voornoemde berging, waaronder meerdere keren op een dag. Op meerdere momenten heeft verdachte navigatiesystemen in zijn handen, die wisselend opgehaald worden uit de berging of daar opgeslagen worden. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wist dat de navigatiesystemen gestolen waren, dat hij geld kreeg om ze voor anderen in de berging te bewaren en dat hij ook zelf navigatiesystemen heeft gestolen. De rechtbank acht tegen deze achtergrond uit de bewijsmiddelen het bestaan van de criminele organisatie en, in samenhang bezien met de hierna bewezen verklaarde feiten, de deelname van verdachte daaraan bewezen. Bewijsoverweging feit 5 subsidiair: heling sleutelbos De rechtbank stelt aan de hand van voormelde bewijsmiddelen vast dat [slachtoffer 1] namens [naam instelling] aangifte heeft gedaan van diefstal van sleutels, waaronder de sleutel van de berging behorende bij een leegstaande woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] en de sleutel van de portiekdeur, welke toegang geeft tot de portiek en gang van deze berging. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de sleutels van zijn broer had gekregen en dat hij aan zijn broer niet heeft gevraagd hoe hij aan de sleutels kwam. Vervolgens heeft verdachte de berging gedurende een periode van tweeëneenhalve maand in gebruik genomen en daarin van misdrijf afkomstige goederen opgeslagen. De verklaring van verdachte dat hij niet doorhad dat de sleutels van misdrijf afkomstig waren acht de rechtbank volstrekt onaannemelijk. Tegen deze achtergrond en mede gelet op hetgeen hiervoor onder feit 4 is overwogen ten aanzien van verdachtes deelname aan een criminele organisatie, waarbij de berging een belangrijke rol speelde, is de rechtbank van oordeel dat verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de sleutels op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat deze uit misdrijf afkomstig waren, hetgeen ook daadwerkelijk het geval bleek te zijn. De rechtbank acht dan ook, gelet op de feiten en omstandigheden die rondom de berging zijn geconstateerd, in onderlinge samenhang bezien, bewezen dat verdachte zich samen met medeverdachten heeft schuldig gemaakt aan opzetheling van de sleutels. Bewijsoverweging feit 6: heling kentekenplaat [kenteken 3] De rechtbank stelt aan de hand van voornoemde bewijsmiddelen vast dat aangever [O] op 3 oktober 2018 aangifte heeft gedaan van diefstal van zijn kentekenplaat [kenteken 3] . De rechtbank stelt vervolgens vast dat uit de camerabeelden volgt dat een verdachtes broer op 23 oktober 2018 een groene motorscooter voorzien van voornoemde kentekenplaat in de berging behorende bij de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] plaatst. Vervolgens blijkt dat deze kentekenplaat is geplaatst op een groene Piaggio SKR125cc. Tot slot volgt uit deze camerabeelden dat op 25 oktober 2018 verdachte met een andere medeverdachte deze scooter uit voornoemde berging haalt. De rechtbank concludeert dat verdachte op 25 oktober 2018 beschikte over een gestolen goed en hier geen aannemelijke verklaring voor heeft kunnen of willen geven, anders dan dat verdachte ‘dacht dat het wel goed zat.’ De rechtbank betrekt hierbij voormeld oordeel over de criminele organisatie waartoe verdachte behoorde en waarbij de berging een belangrijke rol speelde, alsmede dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat meerdere scooters van misdrijf afkomstig in de berging werden geplaatst. Daarbij werd ook een kentekenplaat verwijderd of vervangen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de blauwe kentekenplaat bij een snorfiets behoort, terwijl deze bevestigd was op een motorscooter. Gelet op deze feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten ten tijde van het voorhanden krijgen daarvan tenminste de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat de blauwe kentekenplaat op de groene motorscooter van misdrijf afkomstig was. Bewijsoverweging feit 7: gewoonteheling navigatiesystemen De rechtbank stelt op grond van voorgaande bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang beschouwd met de camerabeelden van de berging behorende bij de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] over de periode oktober tot en met december 2018 – het volgende vast. Verdachte had de sleutels van deze berging en verschafte aan zichzelf en aan anderen daartoe de toegang. Op 9 oktober 2018 werden door de buurtbeheerder in de berging al navigatiesystemen aangetroffen. Op 13 november 2018 werden meerdere navigatiesystemen in de berging aangetroffen. Met betrekking tot de in november 2018 aangetroffen navigatiesystemen is vastgesteld dat deze van misdrijf afkomstig waren. Op 4 januari 2019 werden door de politie 6 navigatiesystemen in de berging in aangetroffen, waarvan verdachte heeft verklaard dat er twee door hemzelf zijn gestolen. Volgens zijn verklaring ter terechtzitting heeft verdachte in totaal zelf twee tot drie keer een navigatiesysteem gestolen. Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat de navigatiesystemen die hij voor anderen in de berging bewaarde gestolen waren. Hij kreeg daarvoor een vergoeding. De rechtbank begrijpt hieruit dat de verdachte ten aanzien van de niet door hem gestolen navigatiesystemen die in de berging werden opgeslagen ten tijde van het voorhanden krijgen daarvan wist dat zij van misdrijf afkomstig waren. Dat, zoals de verdediging heeft gesteld, niet van alle op camerabeelden waargenomen navigatiesystemen kan worden vastgesteld van welke concrete diefstal deze afkomstig zijn, doet hier niet aan af. Uit de camerabeelden over de periode november tot en met december 2018 volgt dat in die periode in totaal tenminste 17 navigatiesystemen in de berging werden geplaatst. De rechtbank acht alles overziende wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het medeplegen van opzetheling in de periode van 9 oktober 2018 tot en met 29 december
  3. Onder parketnummer 16/267236-18 feit 8 subsidiair 5.
  4. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. 5.
  5. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 5.
  6. Het oordeel van de rechtbank Bewijsmiddelen Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij voor anderen goederen in een berging, behorende aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] , bewaarde, waaronder gestolen navigatiesystemen. Op 18 november 2018 plaatste hij volgens zijn verklaring in deze berging een bromfiets voor een vriend. Verdachte heeft eveneens verklaard dat deze bromfiets geen contactslot had en dat er een gat zat op de plek waar het contactslot had moeten zitten. Verbalisant [verbalisant 5] verklaart als volgt: ‘Later kwam personeel van de [naam instelling] tot de ontdekking dat de berging, [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] , onrechtmatig gebruikt werd. Door de [naam instelling] werd vervolgens een camera geplaatst. De camera had zicht op de desbetreffende berging. […] Ik zag dat het videobestand in totaal twee minuten en tien seconden duurde en dat het video-opnamen betroffen van 18 november
  7. Ik zag dat het videobestand begon bij de tijdsindicatie: 18-11-2018, 21.50.
  8. Ik zag dat de deur van de gang van de berging open ging. Ik zag dat er twee jongens in beeld kwamen. Ik zag dat dit de eerder door mij herkende verdachte [verdachte] en [G] waren. Ik herkende beiden jongens duidelijk aan hun gezicht, postuur en huidskleur. Ik zag dat zij samen vervolgens blauwe bromfiets in de berging plaatsen.’ Verbalisant [verbalisant 4] verklaart als volgt: ‘Op donderdag 22 november 2018, omstreeks 08.20 uur, bevond ik mij, verbalisant [verbalisant 4] , […] in een kelderbox, op de [straatnaam 1] , te [woonplaats] . […] Ik stelde een onderzoek in de kelderbox met het nummer [nummeraanduiding 1] . […] In de kelderbox trof ik een snorfiets aan van het merk Piaggio, type Vespa. Ik zag dat de snorfiets voorzien was van het kenteken [kenteken 8] . Ik heb het politiesysteem bevraagd op het kenteken en zag dat een snorfiets met dat kenteken op 18 november 2018 was weggenomen, vanaf de [straatnaam 3] [nummeraanduiding 6] in [woonplaats] . […] Ik zag dat het contactslot uit de snorfiets was gehaald. Op de grond naast de snorfiets zag ik een contactslot liggen met een spijker daarin gedraaid.’ Op 18 november 2018 heeft [slachtoffer 7] aangifte gedaan van diefstal: ‘Op zondag 18 november 2018 omstreeks 05.00 uur stalde ik mijn scooter van het merk: Piaggio, type Vespa s, kleur mat blauw en met kenteken [kenteken 8] voor mijn woning gelegen aan de [straatnaam 3] [nummeraanduiding 6] te [woonplaats] . Ik had mijn scooter afgesloten door middel van het stuurslot. […] Toen ik op zondag 18 november 2018 omstreeks 22.45 uur mijn scooter wilde gebruiken zag ik dat deze was weggenomen.’ Bewijsoverweging feit 8 subsidiair: opzetheling scooter De rechtbank stelt aan de hand van voornoemde bewijsmiddelen vast dat [slachtoffer 7] aangifte heeft gedaan van diefstal van zijn scooter. De rechtbank stelt vervolgens vast dat verdachte op 18 november 2018 met een ander beschikte over deze scooter. De rechtbank acht, gelet op de verklaring van verdachte dat hij op het moment van voorhanden krijgen van de scooter zag dat er een gat zat op de plek van het contactslot en het feit dat

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.