RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Strafrecht Zittingsplaats Utrecht Parketnummer: 16/123795-19 (P) Vonnis van de meervoudige kamer van 18 september 2019 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1989 te [geboorteplaats] , zonder bekende woon- of verblijfplaats, op dit moment gedetineerd in de [naam inrichting] . 1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 september
(1)verdachte werd getoond. Deze verdachte werd verdacht van een aantal diefstallen bij [naam hotel] op de [straatnaam 2] te [vestigingsplaats 1] . Ik herkende de verdachte op de foto’s voor de volle 100% als de mij ambtshalve bekende: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1989 te [geboorteplaats] . Ik herken [verdachte] aan de vorm van zijn gezicht, zijn donkere ogen, en zijn volle wenkbrauwen. Ik werk inmiddels 15 jaar in de stad Utrecht en ik ben vooral in het begin van mijn periode in de stad Utrecht, toen ik in wijkteam [naam wijk] werkte, veelvuldig met [verdachte] in aanraking gekomen. Ik heb hem toen meerdere malen staande gehouden waarbij hij mij ook regelmatig zijn identiteitsbewijs heeft getoond. De laatste jaren heb ik niets met [verdachte] te maken gehad maar desondanks herken ik hem voor de volle 100%. Op 23 december 2015 is door [verbalisant 2] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. Blijkens de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) bleek mij, verbalisant dat op het op het adres [adres 2] te [woonplaats 1] de ouders wonen van verdachte [verdachte] . Voorts stelde ik een onderzoek in naar de naam [voorletter] [T (achternaam)] . Uit het systeem Basis Voorziening Handhaving en het GBA bleek mij, verbalisant dat [verdachte] een relatie heeft gehad met [.....] [T (achternaam)] . Uit deze relatie is een zoon geboren: [J] . De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 4 september 2019 Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij in het verleden te maken heeft gehad met verbalisant [verbalisant 1]. Overwegingen van de rechtbank De rechtbank acht op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 28 september 2015 een laptop heeft weggenomen uit [naam hotel] , die toebehoorde aan [G] (huurder kamer 1), en dat hij op 4 oktober 2015 heeft geprobeerd om goederen weg te nemen uit [naam hotel] . Van zowel de diefstal op 28 september 2015 als van de poging op 4 oktober 2015 zijn camerabeelden beschikbaar. Op de kleurenbeelden van 28 september 2015 is een persoon te zien, die met behulp van een sleutel de deur van kamer 1 opent, naar binnen gaat en daarna weer naar buiten komt met een wit voorwerp onder zijn armen, met daaraan witte draden/snoeren. [H] herkent de man mogelijk als degene die op 2 september 2015 en op 9 september 2015 een kamer bij haar heeft geboekt, de persoon die daarbij de naam van verdachte, het adres van zijn ouders en de achternaam van de moeder van zijn zoon heeft gebruikt. Hoewel [H] de man slechts twee keer eerder heeft gezien, acht de rechtbank deze herkenning betrouwbaar, omdat [H] daarover specifiek heeft verklaard dat zij het opvallend vond dat de man zo dichtbij woonde en toch in [naam hotel] wilde overnachten. Dat bij deze boekingen identiteitsfraude is gepleegd, zoals verdachte stelt, is niet aannemelijk geworden. Op de camerabeelden van 4 oktober 2015 is een persoon te zien, die met behulp van een sleutel een van de kamerdeuren opent en even later weer naar buiten komt. [H] vermoedt dat de persoon die op de beelden van 4 oktober 2015 is te zien, dezelfde persoon is als die te zien is op de camerabeelden van 28 september
- Ook is dit volgens haar niet de persoon aan wie op dat moment de enige kamer in het hotel is verhuurd. Verbalisant [verbalisant 2] heeft de camerabeelden bekeken van zowel 28 september 2015 als van 4 oktober
- Hij heeft verklaard dat de persoon die op de camerabeelden is te zien, een en dezelfde persoon is. Deze persoon wordt vervolgens door verbalisant [verbalisant 1] herkend als verdachte. Dat verbalisant [verbalisant 1] de laatste jaren geen contact meer met verdachte heeft gehad, is voor de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de door hem gedane herkenning. Verbalisant [verbalisant 1] verklaart verdachte voor de volle 100% te herkennen en hij verklaart aan welke gezichtskenmerken hij verdachte herkent. Uit de verklaring van [verbalisant 1] blijkt dat hij in het verleden meerdere malen met verdachte in contact is gekomen, hetgeen door verdachte ter zitting is bevestigd. De rechtbank vindt de herkenning door [verbalisant 1] daarom voldoende betrouwbaar. De rechtbank is van oordeel dat het verdachte is die te zien is op de beelden van 28 september 2015 en op de beelden van 4 oktober
- Op beide dagen gaat hij met een sleutel een kamer bij B&B [naam hotel] binnen, waarbij hij op 28 september 2015 een laptop heeft weggenomen. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 4, derde gedachtestreepje, ten laste gelegde diefstal en de onder feit 5 tenlastegelegde poging tot diefstal. De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte op 10 september 2015 goederen heeft weggenomen uit [naam hotel] . Verdachte ontkent die dag in [naam hotel] te zijn geweest en verdachte is die dag niet door iemand gezien in [naam hotel] . Dat volgens de eigenaresse verdachte de dag daarvoor in [naam hotel] heeft overnacht, is onvoldoende voor de conclusie dat verdachte dus op 10 september 2015 ook de twee diefstallen heeft gepleegd. Dat de werkwijze zou overeenkomen met de later gepleegde diefstallen, wil nog niet zeggen dat het verdachte is geweest die deze diefstallen heeft gepleegd. De rechtbank zal verdachte dus hiervan vrijspreken. Feit 6: Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde bewezen te verklaren. Het standpunt van de verdediging Volgens de raadsman is verdachte, zoals hij ook bij de politie heeft verklaard, in de woning geweest en heeft hij een iPad weggenomen. Er is geen sprake van braak, nu verdachte door een raam dat al open stond de woning binnen is gegaan. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is op basis van de hierna weer te geven bewijsmiddelen van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte op 26 september 2015 door middel van braak uit de woning gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats 1] een aantal goederen heeft weggenomen. Op 27 september 2015 heeft [K] aangifte gedaan van diefstal uit woning. Hij deed aangifte namens de benadeelde [L] . Ik ben eigenaar en bewoner van de eengezinswoning, gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats 1] . Ik woon hier samen met [L]. Op zondag 27 september 2015 omstreeks 10.00 uur kwamen wij thuis. Ik zag dat er in de woonkamer een grijze baksteen op de vloer lag. Ik zag dat in de woonkamer mijn 3 Kef speakers, waren weggenomen. Uit de kastlade zijn mijn zonnebril, paspoort en 2 tegoedbonnen gestolen. Verder zag ik dat er in de gang naar de opkamer en de opkamer zelf de volgende goederen waren weggenomen: - 2 hardloop horloges - bruin lederen aktetas met daarin de laptop - 2 fietssleutels, van de fiets zelf en het kettingslot. Verder de handtas van [voornaam van L] met daarin haar portemonnee met o.a. haar rijbewijs, 2 bankpassen, tankpas, huissleutel en 300 euro. Boven in de slaapkamer zag ik dat mijn Ipad van het bed was gestolen. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 4 september 2019 Het raam van de woning stond open en uit nieuwsgierigheid ben ik naar binnen geklommen. Er waren al spullen overhoop gehaald. Ik heb alleen de iPad meegenomen en ben daarna weer vertrokken. Overweging van de rechtbank Uit de aangifte blijkt dat er een baksteen door de ruit van de woonkamer aan de [adres 1] te [woonplaats 1] is gegooid en dat vervolgens uit de woning meerdere goederen zijn meegenomen. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat niet híj, maar anderen de ruit hebben ingegooid en, met uitzondering van de iPad, de overige in de aangifte genoemde goederen hebben meegenomen, niet aannemelijk. De rechtbank gaat aan dit scenario dan ook voorbij. De rechtbank is van oordeel dat het verdachte is geweest die op 26 september 2015 een baksteen door de ruit van de woning aan de [adres 1] te [woonplaats 1] heeft gegooid en dat het verdachte is geweest die de goederen zoals in de aangifte staan heeft weggenomen. Feit 7: Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 23 oktober 2015 uit de woning aan de [adres 4] te [woonplaats 1] twee laptops, een telefoon en een paraplu heeft weggenomen. Het standpunt van de verdediging De raadsman stelt zich op het standpunt dat verdachte heeft bekend één laptop te hebben weggenomen, zodat het ten laste gelegde overeenkomstig bewezen kan worden verklaard. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde op grond van het navolgende. Op 23 oktober 2015 heeft [M] aangifte van diefstal gedaan. Ik, verbalisant, [verbalisant 3] verklaar het volgende: Op vrijdag 23 oktober 2015 kwam ik ter plaats van het misdrijf op de locatie [adres 4] , [postcode 2] [woonplaats 1] , bij een persoon die mij opgaf te zijn [M] . Hij deed aangifte en verklaarde het volgende. Op 23 oktober 2015 heb ik mijn woning verlaten. Toen ik de woning binnen ging, zag ik dat er diverse goederen weggenomen waren. Vanaf het dressoir in mijn slaapkamer is een MacBook Air weggenomen. Vanuit de hal, links naast de toiletdeur, is mijn laptoptas weggenomen. Hierin zat een zwarte Dell laptop, een laptop lader, een zwarte iPhone 4S, en een zwarte stormparaplu van het merk SENZ. De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 4 september 2019 Het zou best kunnen dat ik twee laptops en een telefoon heb meegenomen. Overweging van de rechtbank Verdachte heeft verklaard dat het best zou kunnen dat hij twee laptops en een telefoon uit de woning aan de [adres 4] te [woonplaats 1] heeft meegenomen, maar dat hij geen stormparaplu heeft gestolen. De aangever heeft echter verklaard dat naast twee laptops en een zwarte iPhone ook een stormparaplu is weggenomen en de rechtbank heeft geen reden om aan deze verklaring te twijfelen. Door verdachte is voor het verdwijnen van de stormparaplu geen alternatieve verklaring gegeven, terwijl de verklaring van verdachte ter zitting er blijk van geeft dat hij zich niet exact kan herinneren wat hij uit de woning heeft weggenomen. De rechtbank acht het ten laste gelegde feit 7 daarom wettig en overtuigend bewezen. Feit 8 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich op 23 december 2015 heeft schuldig gemaakt aan een diefstal. Het standpunt van de verdediging Volgens de raadsman dient verdachte te worden vrijgesproken van dit feit. De huurovereenkomsten van de twee auto’s staan beide op naam van een ex-partner van verdachte. Op beide huurovereenkomsten staan bij de tweede bestuurder de personalia ingevuld van een en dezelfde persoon. De politie heeft naar die persoon geen onderzoek gedaan. Met de verklaringen van de beide ex-partners moet behoedzaam worden omgegaan, nu de voorhanden zijnde gegevens ook voor hen belastend zijn. Het beeldmateriaal is van onvoldoende kwaliteit om tot een duidelijke herkenning te komen. Van belang is verder dat wordt gesproken van overeenkomstige gezichtskenmerken, maar dat die kenmerken vervolgens niet worden beschreven. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat op basis van het hierna weer te geven bewijs wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte samen met anderen op 23 december 2015 te [vestigingsplaats 2] uit opslagbox [nummeraanduiding 3] van het bedrijf [bedrijfsnaam 1] meerdere pakken babypoeder heeft weggenomen. Op 24 december 2015 doet [N] namens [bedrijfsnaam 1] [vestigingsplaats 2] aangifte van diefstal. Op donderdag 24 december 2015 kwam ik ter plaatse van het misdrijf op de locatie [adres 5] , [postcode 3] [vestigingsplaats 2] , bij een persoon die mij opgaf te zijn: [N] . Hij deed aangifte namens de benadeelde partij [bedrijfsnaam 1] en verklaart het volgende over het in de aanhef vermelde incident, dat plaatsvond op de locatie genoemd bij plaats delict, tussen woensdag 23 december 2015 te 18:11 uur en donderdag 24 december 2015 te 06:15 uur: ik ben namens de benadeelde partij gerechtigd tot het doen van aangifte. Personen die een opslagbox gehuurd hebben kunnen het terrein opkomen door middel van een code voor het toegangshek. De daders hebben een code bij het toegangshek ingevoerd. Ik zag dat deze code bij de naam [F] hoorde. Dit is een vrouw die ook een opslagbox bij ons huurt. De daders zijn toen het buitenterrein opgereden en door gereden naar de roldeur. Omdat het bedrijf nog open was ging deze roldeur open. De daders zijn doorgereden naar opslag box nummer [nummeraanduiding 3] . Deze hebben zij opengebroken. Hierna zijn zij dezelfde weg terug gereden. Via de roldeur en het toegangshek. Op 4 november 2015 heeft mevrouw [F] een opslagbox gehuurd. Zij kwam woensdag 23 december 2015 langs om de huur voor de box op te zeggen. Wij vragen iemand altijd eerst de toegangscode in te toetsen. Dit heeft [F] ook gedaan. Dit is vastgelegd op camera beeld. Op 4 november 2015 heeft meneer [O] een opslagbox gehuurd. [O] is 23 december 2015 omstreeks 18:11 uur naar zijn opslag box gegaan. Dit is vastgelegd op camera. [O] is op dezelfde dag en datum omstreeks 18:26 uur weer vertrokken. Op 24 december 2015 zijn wij de beelden gaan uitkijken. Wij zagen op camerabeeld dat een opslag box met het nummer [nummeraanduiding 3] open stond. Ik ben naar de opslag box gelopen en zag nog een aantal pakken baby poeder liggen. Wij zagen op de camera het volgende: - 23 december 2015 omstreeks 18:44 uur kwam er een personenauto aan het toegangshek en voerde de code van [F] in. Wij zagen dat hier een bestelbus achteraan ging. De personenauto was voorzien van het kenteken [kenteken 1] . De bestelbus was voorzien van het kenteken [kenteken 2] - 23 december 2015 omstreeks 18:45 uur, reden de genoemde voertuigen de roldeur door naar de opslag hal; - De daders wisten precies waar ze moesten zijn. Zij reden direct door naar opslag box nummer [nummeraanduiding 3] ; - De daders hebben de bestelbus voor opslag box nummer [nummeraanduiding 3] gezet; - De daders reden op 23 december 2015 omstreeks 18:52 het terrein verlaten. Bij de stukken van [bedrijfsnaam 1] staat de naam [F] . Op een kopie van haar rijbewijs staat de naam [F] . Dit is een en dezelfde persoon. De schade bestaat uit een verbroken roldeur van de opslag box Op 6 januari 2016 is [O] gehoord als benadeelde. Ik huur een opslagbox bij het bedrijf [bedrijfsnaam 1] aan de [adres 5] te [vestigingsplaats 2] . Ik huur een box voorzien van nummer [nummeraanduiding 3] . Ik had daarin pakken melkpoeder van het merk Nutrilon opgeslagen. Ik ben op 23 december 2015, omstreeks 19.00 uur voor het laatst in mijn opslagbox geweest. Ik zag toen dat de pakken Nutrilon nog in mijn opslagbox stonden. Noot verbalisant: de precieze aantallen en soorten zijn verwerkt in de goederenbijlage. Op 19 januari 2016 heeft verbalisant [verbalisant 4] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. Op dinsdag 19 januari 2016, heb ik camerabeelden uitgekeken. Op deze beelden is een diefstal uit een opslagbox te zien. Deze opslagbox bevindt zich in een afgesloten ruimte op een afgesloten terrein aan de [adres 5] te [vestigingsplaats 2] . Op deze camerabeelden zie ik het volgende: - dat op 23 december 2015 te 18.52 uur een donkerkleurige personenauto, type station met daktrailers, aan komt rijden bij het toegangshek van het terrein; - dat raam van deze auto achter de bestuurder opengaat en dat er vanaf de achterbank een uit het raam gaat hangen en zijn rechterarm naar voren uitsteekt, vermoedelijk om de toegangscode op de paal in te toetsen; - dat dit een lichtgetinte man is met kort zwart haar met aan beide zijden zogenaamde "inhammen". Tevens heeft hij een kortgeknipte baard en snor; - dat hierna de stationauto het terrein van [bedrijfsnaam 1] op rijdt met in zijn kielzog een donkerkleurige bestelbus en een kleine personenauto; - de bestelbus en de kleine personenauto rijden het terrein dus op zonder een inlogcode in te toetsen. Vermoedelijk horen deze drie auto's daarom bij elkaar; - het stilstaande beeld bij het toegangshek gericht staat op de achterzijde van de stationauto en zodoende het kenteken te lezen is, te weten [kenteken 1] . Ik zie dat het een donkerkleurige Volkswagen betreft met een trekhaak; - de stationauto enkele meters naar voren rijdt waarna de bestelbus achter de stationauto en voor opslagboxnummer [nummeraanduiding 3] tot stilstand komt; - er personen uit beide auto's stappen, onduidelijk hoeveel; - het rolluik van opslagboxnummer [nummeraanduiding 3] openstaat en deze personen tot 23 december 2015 19.02 uur heen en weer lopen tussen deze opslagbox en de bestelbus. Ik zie dat zij bij opslagboxnummer [nummeraanduiding 3] naar binnen lopen. Op 18 januari 2016 heeft verbalisant [verbalisant 4] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. Huurder van Volkswagen Passat voorzien van kenteken [kenteken 1] tussen 23 december 2015 17:00 uur en 24 december 2015 06:15 uur: [P] , [voornaam van P] , geboren [geboortedatum 2] 1991 te [geboorteplaats] . Huurder van de bestelbus voorzien van kenteken [kenteken 2] tussen 23 december 2015 7:00 uur en 24 december 2015 06:15 uur: [F] , [voornaam van F] , geboren [geboortedatum 3] te [geboorteplaats] . Ik, verbalisant, zag dat de personalia van [F] , dezelfde waren als zijnde de personalia welke de medewerker van [bedrijfsnaam 1] mij toonde op de afgesloten huurovereen- komst. Op 19 mei 2016 heeft verbalisant [verbalisant 6] een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. Ik heb op woensdag 30 maart 2016 telefonisch contact met [F] opgenomen. Ik hoorde dat [F] mij verklaarde dat: - zij de bus en de box bij de [bedrijfsnaam 1] in [vestigingsplaats 2] had gehuurd voor haar ex vriend [.] [verdachte] geboren op [geboortedatum 1] -1989; Ik heb de beelden bekeken, die door de beveiligingscamera van de [bedrijfsnaam 1] waren gemaakt. Ik zag dat de verdachte, die op de camerabeelden te zien is als de verdachte die uit het raam van de donkerkleurige personenauto hangt om vermoedelijk de code in te toetsen bij het toegangshek, overeenkomstige gezichtskenmerken heeft als [verdachte] geboren op [geboortedatum 1]
- Op 18 november 2017 is [P] als verdachte gehoord en zij heeft het volgende verklaard: V: Jij wordt verdacht van verduistering van een gehuurde personenauto van het merk Volkswagen, type Passat, kleur: zwart, voorzien van het kenteken: [kenteken 1] . Wat kun jij daarover verklaren? A: Ik had in 2015 een vriend van Marokkaanse komaf. Hij heet [verdachte] . Hij kwam op een dag naar mij toe. Hij vroeg vervolgens of wij een weekend weg zouden gaan met zijn zoontje en of we daarbij een auto zouden huren. Ik heb de auto gehuurd en de sleutels in ontvangst genomen. V: Op de camerabeelden gemaakt door de beveiligingscamera's van [bedrijfsnaam 1] is een man te zien, waarvan wij jou nu een foto laten zien. Wie is deze man? A: Dat is [voornaam van verdachte] . En dat is ook de auto. Hij heeft een soort eiland op zijn hoofd met krulletjes. Ik herken hem aan zijn gezicht. Ik herken hem 100 %. Dit is [voornaam van verdachte] , dit is mijn vriend geweest. Overweging van de rechtbank Verdachte ontkent zijn betrokkenheid bij de op 23 december 2015 gepleegde inbraak. Daar staat echter tegenover dat twee ex-partners van verdachte ieder afzonderlijk van elkaar verklaren dat zij op verzoek van verdachte een auto en een bestelbus voor hem hebben gehuurd. [F] verklaart dat zij op verzoek van verdachte ook een opslagbox bij het bedrijf [bedrijfsnaam 1] in Amersfoort heeft gehuurd. Zowel de voor verdachte gehuurde bestelbus als de voor verdachte gehuurde auto zijn gebruikt bij de inbraak op 23 december
- Daarnaast zijn er camerabeelden voorhanden waarop de persoon te zien is, die met de toegangscode van [F] , op 23 december 2015 het terrein van [bedrijfsnaam 1] oprijdt. [P] is er 100% van overtuigd dat de persoon die de code intoetst verdachte is, terwijl verbalisant [verbalisant 6] verklaart dat de persoon die op de beelden te zien is overeenkomstige gezichtskenmerken als verdachte heeft. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat het verdachte is die op 23 december 2015 de toegangscode voor het terrein voor [bedrijfsnaam 1] intoetst, en dat het verdachte is die vervolgens samen met anderen de diefstal pleegt uit opslagbox [nummeraanduiding 3] . De rechtbank vindt feit 8 daarom wettig en overtuigend bewezen. Feit 9: Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Het standpunt van de verdediging De raadsman stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Er ligt alleen de aangifte van [Q] , waaraan een aantal bijlagen zijn toegevoegd. Verder is er geen bewijs. De feitelijke bedreiging door verdachte zou telefonisch hebben plaatsgevonden en daar is geen bewijs van voorhanden. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig bewijs bevat dat verdachte [Q] telefonisch heeft bedreigd om haar te dwingen om geld over te maken, nog daargelaten dat het dreigen met het plaatsen van een filmpje op internet niet valt te kwalificeren als bedreiging met smaadschrift. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van dit feit. Feit 10: Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich op 20 mei 2019 schuldig heeft gemaakt aan een diefstal met geweld. Het standpunt van de verdediging De raadsman stelt dat het ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is, evenals de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat het feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. Omdat verdachte het feit heeft bekend en namens hem geen vrijspraak is bepleit, kan worden volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen: - de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting op 4 september 2019; - het proces-verbaal van aangifte van [A] van 20 mei 2019; - het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige] van 20 mei
- 5BEWEZENVERKLARING De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: Feit 1 subsidiair: een of meer onbekend gebleven personen in de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2015 te [woonplaats 1] met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld in een pand aan [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats 1] een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 229 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2015 te Utrecht opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt van hennepplanten ter beschikking te stellen; Feit 4 hij op 28 september 2015 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit [naam hotel] (gelegen aan de [straatnaam 2] [nummeraanduiding 2] te [vestigingsplaats 1] ) heeft weggenomen: - een laptop (Apple, kleur: wit), toebehorende aan [G] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en dat weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten met een sleutel waartoe verdachte niet bevoegd was deze te gebruiken; Feit 5 hij op 4 oktober 2015 te Utrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen van zijn gading, toebehorende aan [naam hotel] en/of een onbekend gebleven slachtoffer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, met een sleutel (waartoe verdachte niet bevoegd was deze te gebruiken) de (hotel)kamer binnen is gegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Feit 6 hij op 26 september 2015 te [woonplaats 1] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen twee (hardloop)horloges, een aktetas (bruin leer), een laptop (merk: Asus), twee fietssleutels, drie luidsprekers, een zonnebril (Rayban), twee cadeaubonnen (samen ter waarde van 150 euro), 300 euro aan contant geld, een paspoort (op naam van [K] ) en een rijbewijs (op naam van [L] ), toebehorende aan [L] en/of [K] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak; Feit 7 hij op 23 oktober 2015 te [woonplaats 1] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 4] heeft weggenomen twee laptops (een zilveren Apple Macbook en een zwarte Dell Notebook), een telefoon (iPhone 4S) en een paraplu (merk: Senz), toebehorende aan [M] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak; Feit 8 hij op 23 december 2015 te [vestigingsplaats 2] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een opslagbox (nummer [nummeraanduiding 3] ) van opslagbedrijf [bedrijfsnaam 1] heeft weggenomen meerdere pakken melk/babypoeder (merk: Nutrilon), toebehorende aan [O] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak; Feit 10 hij op 20 mei 2019 te [woonplaats 1] meerdere sieraden, toebehorende aan [bedrijfsnaam 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [A] en [getuige] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [A] een duw te geven en zich los te rukken van die [getuige] ; Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op: Feit 1: medeplichtigheid aan het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod; Feit 4: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutel; Feit 5: poging diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutel; Feit 6: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; Feit 7: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; Feit 8: medeplegen diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; Feit 10: diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren. 7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft het volgende aangevoerd. Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten kunnen alleen de twee woninginbraken en de diefstal met geweld bewezen worden verklaard. Dat betekent minder feiten dan waar de officier van justitie zijn strafeis op baseert. Het gaat bovendien om oude feiten, verdachte heeft deels bekend en verdachte heeft kenbaar gemaakt zijn leven te willen beteren. Daarvoor heeft hij hulp gezocht, is hij gestopt met blowen en heeft hij zich aangemeld bij hulpverleningsinstantie [naam hulpverleningsinstantie] . 8.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich in 2015 in een korte tijd schuldig gemaakt aan een lange lijst van misdrijven, waaronder meerdere (woning)diefstallen met braak. Het is een feit van algemene bekendheid dat woninginbraken voor de slachtoffers als zeer ingrijpend worden ervaren, nu een onbekende je huis binnenkomt, door je spullen heengaat, overal aan zit en spullen die van jou zijn, wegneemt. Dit soort feiten zorgen in de samenleving voor gevoelens van onveiligheid. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal uit een hotelkamer en een poging daartoe, telkens uit hetzelfde hotel. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak, waarbij hij samen met anderen een groot aantal pakken babypoeder heeft gestolen. Ook hieruit blijkt dat verdacht geen enkel respect toont of heeft voor andermans eigendommen. Verder heeft verdachte in 2015 zijn woning ter beschikking gesteld voor de teelt van hennep. Het kweken van een softdrug als hennep is een strafbaar feit dat overlast veroorzaakt en schade voor de maatschappij oplevert. Softdrugs zijn immers stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Verdachte heeft zich kennelijk om deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag. Tot slot heeft verdachte zich op 20 mei 2019 schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal, waarbij door hem geweld is gebruikt. Tijdens de zitting is een verklaring van het slachtoffer voorgelezen en daaruit blijkt dat de winkeldiefstal en met name het geweld dat daarbij door verdachte is gebruikt, diepe impact heeft gehad op het slachtoffer. Uit de verklaring blijkt dat dit ertoe heeft geleid dat het slachtoffer zelfs enige tijd is gestopt met werken in haar winkel. De rechtbank neemt verdachte dit zeer kwalijk. Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank kennis genomen van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 5 augustus
- Daaruit blijkt dat verdachte vóór het plegen van bovenstaande feiten al veel vaker is veroordeeld voor dergelijke feiten. Kennelijk maakt een en ander weinig indruk op verdachte. De rechtbank zal dit dan ook in het nadeel van verdachte meewegen Mevrouw [R] , reclasseringswerker bij Reclassering Nederland [..] [........] , heeft op 19 augustus 2019 een rapport over verdachte uitgebracht. Daarin staat dat de reclassering het wenselijk vindt dat er nader psychologisch onderzoek wordt verricht, aangezien er veel onduidelijkheid bestaat over de psychische problematiek van verdachte en welke begeleiding (en mogelijk behandeling) verdachte nodig heeft. Verdachte heeft de reclassering toestemming gegeven om een psychologisch onderzoek in gang te zetten en dat wordt ook gedaan. Daarnaast schrijft de reclassering dat het vooralsnog moeilijk is in te schatten of reclasseringstoezicht meerwaarde heeft bij verdachte. Nu hij de zelfstandigheid en het initiatief toont om een traject als [naam hulpverleningsinstantie] aan te gaan, is het waarschijnlijk goed om hem deze kans te bieden in het kader van detentiefasering (bijvoorbeeld als Penitentiair Programma). De reclassering gaat ervan uit dat reclasseringsbemoeienis tijdens een Penitentiair Programma beter haalbaar is dan een tweejarig toezichttraject. Het advies van de reclassering luidt om verdachte nu af te straffen, omdat vooralsnog geen mogelijkheden worden gezien om met een tweejarig toezicht de risico's te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen. De reclassering kan dan later in beeld kan komen om te zien of het verdachte gelukt is om het psychologisch onderzoek af te ronden en de detentiefasering aan te gaan. De officier van justitie vordert verdachte te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden. De hoogte van de gevorderde gevangenisstraf is naar het oordeel van de rechtbank niet passend, gelet op de hoeveelheid strafbare feiten en de aard en ernst van de verschillende feiten. Dat de rechtbank oordeelt dat niet met een andere straf dan een vrijheidsbenemende straf kan worden volstaan. De rechtbank houdt als uitgangspunt bij de strafoplegging onder meer rekening met de oriëntatiepunten voor straftoemeting van LOVS. Voor een woninginbraak is dat vijf maanden gevangenisstraf bij recidive (feiten 6 en 7). Voor een winkeldiefstal met na betrapping eenvoudig geweld bij recidive is dat drie maanden gevangenisstraf (feit 10). Voor een bedrijfsinbraak is dat tweeëneenhalve maand gevangenisstraf bij recidive (feit 8). Voor feit 1 subsidiair (medeplichtig aan het telen van 229 hennepplanten) acht de rechtbank een gevangenisstraf van een maand passend en geboden. Voor de diefstal en de poging diefstal met valse sleutel uit een hotelkamer (feiten 4 en 5) acht de rechtbank een gevangenisstraf van viereneenhalve maand passend en geboden. Voor de veroordeling van de woninginbraken, de diefstal en de poging diefstal met valse sleutel uit een hotelkamer, de bedrijfsinbraak, de winkeldiefstal met geweld en de medeplichtigheid aan hennepteelt komt de rechtbank op basis van deze oriëntatiepunten uit op een gevangenisstraf van 21 maanden, waarbij rekening is gehouden met de hiervoor vermelde strafverzwarende omstandigheden. De rechtbank zal verdachte dan ook veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. 9BENADEELDE PARTIJEN Stedin Netbeheer B.V. heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.350,20 aan materiële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 2 ten laste gelegde feit. [A] heeft zich als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 233,07 aan materiele schade en een bedrag van € 600,00 aan immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 10 ten laste gelegde feit. 9.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat Stedin Netbeheer B.V. niet-ontvankelijk is in haar vordering. De vordering van [A] is toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 9.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman stelt dat Stedin Netbeheer B.V. niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in haar vordering. De vordering van [A] wordt niet betwist. 9.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal de benadeelde partij Stedin Netbeheer B.V. niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van het onder 2 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. De benadeelde partij kan de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Vaststaat dat de benadeelde partij [A] als gevolg van het hiervoor onder 10 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 833,07 en zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 20 mei 2019 tot de dag van volledige betaling. Verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van [A] aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het bedrag van € 833,07, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 20 mei 2019 tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met 17 dagen hechtenis, waarbij toepassing van de hechtenis de betalingsverplichting niet opheft. De betaling die is gedaan aan de Staat wordt op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [A] in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij. 10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 47, 48, 49, 57, 311, 312 van het Wetboek van Strafrecht en 3 en 11 van de Opiumwet; zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 11BESLISSING De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart de ten laste gelegde feiten bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld; - verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; Strafbaarheid - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld; - verklaart verdachte strafbaar Oplegging straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 21 maanden - beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen Stedin Netbeheer B.V. - verklaart Stedin Netbeheer B.V. niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter; [A] - wijst de vordering van [A] toe tot een bedrag van € 833,07; - veroordeelt verdachte tot betaling aan [A] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2019 tot de dag van volledige betaling; - veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [A] aan de Staat € 833,07 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 mei 2019 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 17 dagen hechtenis; - bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Danel, voorzitter, mrs. G.A. Bos en E.J.W. Verhaagh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Troostheide, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 september
- Mr. Bos is buiten staat mede te ondertekenen. Bijlage: de tenlastelegging Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat: 1 hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2015 te Utrecht opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te Utrecht) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 229 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; ( art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond B Opiumwet ) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks in de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2015 te Utrecht met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te Utrecht) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 229 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2015 te Utrecht, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen; ( art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond B Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet, art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht ) 2 hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2015 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het pand gelegen aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te Utrecht heeft weggenomen 6270 kWh aan elektriciteit althans een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Enexis, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht ) 3 hij in of omstreeks de periode van 17 juli 2015 tot en met 14 november 2015 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal telkens een of meerdere goederen, te weten onder andere een telefoon (merk: LG, kleur wit) en/of een beamer en/of een speaker heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof; ( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht ) 4 hij in of omstreeks de periode van 10 september 2015 tot en met 28 september 2015 te Utrecht tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit hotel/B&B [naam hotel] (gelegen aan de [straatnaam 2] [nummeraanduiding 2] te Utrecht ) heeft weggenomen: - op 10 september 2015 een telefoon (merk: Asus, kleur: zwart), sleutel, kleding en/of een tas (merk: Pukkel) en/of diverse opladers, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [S] , en/of - op 10 september 2015 een televisie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam hotel] , en/of - op 28 september 2015 een laptop (Apple, kleur: wit), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [G] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, te weten met een sleutel waartoe verdachte niet bevoegd was deze te gebruiken; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht ) 5 hij op of omstreeks 4 oktober 2015 te Utrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [naam hotel] en/of een onbekend gebleven slachtoffer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel, met een sleutel (waartoe verdachte niet bevoegd was deze te gebruiken) de (hotel)kamer binnen is gegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 4 oktober 2015 te Utrecht in de woning, het besloten lokaal en/of het erf, gelegen aan [straatnaam 2] [nummeraanduiding 2] te Utrecht bij een ander, te weten bij Hotel/B&B [naam hotel] (op/in een hotelkamer), althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen; ( art 138 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 6 hij op of omstreeks 26 september 2015 te Utrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen twee (hardloop)horloges, een aktetas (bruin leer), een laptop (merk: Asus), twee fietssleutels, drie luidsprekers, een zonnebril (Rayban), twee cadeaubonnen (samen ter waarde van 150 euro), 300 euro aan contant geld, een paspoort (op naam van [K] ) en/of een rijbewijs (op naam van [L] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [L] en/of [K] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht ) 7 hij op of omstreeks 23 oktober 2015 te Utrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning een gelegen aan de [adres 4] heeft weggenomen twee laptops (een zilvere Apple Macbook en/of een zwarte Dell Notebook), een telefoon (iPhone 4S) en/of een paraplu (merk: Senz), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [M] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht ) 8 hij op of omstreeks 23 december 2015 te Amersfoort tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een opslagbox (nummer [nummeraanduiding 3] ) van opslagbedrijf [bedrijfsnaam 1] heeft weggenomen een of meerdere pakken melk/babypoeder (merk: Nutrilon), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [O] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht ) 9 hij in of omstreeks de periode van 16 augustus 2018 tot en met 24 augustus 2018 te Maarssen en/of Utrecht, althans in Nederland en/of Marokko, een ander, te weten [Q] , door bedreiging met smaad en/of smaadschrift gericht tegen die [Q] heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten geld over te maken op de rekening van verdachte door (telefonisch) tegen die [Q] de woorden toe te voegen "Als je het geld niet overmaakt naar mij plaats ik een filmpje van jou op Facebook", althans woorden van gelijkende bedreigende aard of strekking en/of (daarbij) het filmpje (waarop die [Q] op een intieme wijze te zien is) te laten zien waar verdachte op doelde en/of (vervolgens) dit voornoemde filmpje op een (besloten) groep ( [naam (besloten) groep] ) op Facebook te plaatsen; ( art 284 lid 1 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht ) subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij in of omstreeks de periode van 16 augustus 2018 tot en met 24 augustus 2018 te Maarssen en/of Utrecht, althans in Nederland en/of in Marokko, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om, een ander, te weten [Q] , door bedreiging met smaad en/of smaadschrift gericht tegen die [Q] te dwingen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten geld over te maken op de rekening van verdachte, (telefonisch) tegen die [Q] de woorden toegevoegd te hebben "Als je het geld niet overmaakt naar mij plaats ik een filmpje van jou op Facebook", althans woorden van gelijkende bedreigende aard of strekking en/of (daarbij) het filmpje (waarop die [Q] op een intieme wijze te zien is) heeft laten zien waar verdachte op doelde en/of (vervolgens) dit voornoemde filmpje op een (besloten) groep ( [naam (besloten) groep] ) op Facebook heeft geplaatst, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ( art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ) 10 hij op of omstreeks 20 mei 2019 te Utrecht een of meerdere sieraden, en elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [bedrijfsnaam 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [A] en/of [getuige] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [A] een duw te geven en/of zich los te rukken van die [getuige] ; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht ) Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 28 januari 2016, genummerd PL0900-2016022578 Z, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 296, het proces-verbaal van 4 juni 2019, genummerd PL0900-2016022578 B, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd 297 tot en met 370 en het proces-verbaal van 8 augustus 2019, genummerd PL0900-2016022578, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 371 tot en met
- Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 6 augustus 2015, pagina
- Proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij van 6 augustus 2015, pagina
- Een geschrift als bedoeld in 344 lid 1 ahf en onder 5 Wetboek van strafvordering (Sv), doorgenummerde pagina’s 177 tot en met
- Proces-verbaal aangifte van 1 september 2015, pagina
- Proces-verbaal aangifte van 1 september 2015, pagina
- Proces-verbaal van de zitting van 4 september
- Proces-verbaal aangifte van 29 september 2015, pagina
- Proces-verbaal aangifte van 29 september 2015, pagina
- Proces-verbaal aangifte van 29 september 2015, pagina
- Proces-verbaal aangifte van 29 september 2015, pagina
- Bijlage bij proces-verbaal aangifte van 29 september 2015, pagina
- Proces-verbaal van 13 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van 13 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van 13 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van 13 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van bevindingen van 17 november 2015, pagina
- Proces-verbaal van aangifte van 29 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van aangifte van 29 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van 13 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van 13 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van 13 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van bevindingen van 21 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van bevindingen van 23 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van de zitting van 4 september
- Proces-verbaal van aangifte van 27 september 2015, pagina
- Proces-verbaal van aangifte van 27 september 2015, pagina
- Proces-verbaal van aangifte van 25 oktober 2015, pagina
- Proces-verbaal van aangifte van 25 oktober 2015, pagina
- Proces-verbaal van aangifte van 24 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van aangifte van 24 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van aangifte van 24 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van verhoor benadeelde van 24 december 2015, pagina
- Proces-verbaal van verhoor benadeelde van 24 december 2015, pagina 337 en 338 (goederenbijlage). Proces-verbaal van bevindingen van 19 januari 2016, pagina
- Het proces-verbaal van bevindingen van 18 januari 2016, pagina
- Het proces-verbaal van bevindingen van 18 januari 2016, pagina
- Het proces-verbaal van bevindingen van 19 mei 2016, pagina
- Het proces-verbaal van bevindingen van 19 mei 2016, pagina
- Het proces-verbaal van verhoor verdachte [P] van 18 november 2017, pagina
- Het proces-verbaal van verhoor verdachte [P] van 18 november 2017, pagina
- Het proces-verbaal van aangifte van 20 mei 2019, pagina 255 en
- Het proces-verbaal van verhoor getuige van 20 mei 2019, pagina 267 en 268.